vlag Burundi B U R U N D I Wikipedia Landenweb
Opp.: 27.830 km² (0,9 x België)    Inwoners: 6,1 miljoen (2006)   (217 inw./km²)    Regeringsvorm: republiek    Hoofdstad: Bujumbura
Religie: christendom, natuurgodsdiensten

locatie Burundi Burundi

Burundi ligt in centraal Afrika, tussen de Democratische Republiek Congo, Rwanda en Tanzania.
Het landschap is heuvel- en bergachtig. Alleen de hoogste delen zijn met bos bedekt - hier ligt het Kibira National Park. Noordoost-Burundi is relatief vlak en heeft veel meren, moerassen en parksavannes. Het zuidoosten bestaat uit de relatief droge Kumosolaagte.
Burundi heeft een tropisch klimaat, hoewel de temperaturen nogal verschillen per gebied. Het droge seizoen duurt van juni tot augustus en verder is er nog een kort droog seizoen van december tot januari. Omdat de gemiddelde hoogte 1700 meter is, wordt het niet heet in Burundi (gemiddeld zo'n 20°C).
Het land heeft een weelderige vegetatie met heel wat plantages van o.a. banaan, bamboe, eucalyptus, katoen, koffie, maniok, palm en thee.

Politiek
Op 1 juli 1962 werd Burundi onafhankelijk van België.
Al sinds zijn oprichting eisen Hutu's en Tutsi's de macht op, vaak op bloedige wijze. Zo werd bij een staatsgreep op 21 oktober 1993 de toenmalige Hutu-leider vermoord. De coup mislukte echter en in januari 1994 werd de Hutu Cyprien Ntaryamira president. Die kwam samen met de Rwandese president Habyarimana in april 1994 om bij een verdacht vliegtuigongeluk. De maatregelen van opvolger Ntibantunganya om de positie van de Hutu te versterken leidden tot een opstand van Tutsi's en Hutu-tegenstanders van de president met als gevolg de burgeroorlog van 1995-1996, waarbij 300.000 doden vielen!
Op 25 juli 1996 greep het leger de macht en Pierre Buyoya werd (opnieuw) president. Hij probeerde de vrede te herstellen, maar toch vonden er eind 1996 weer slachtingen plaats.
Op 4 juli 2005 werden historische parlementsverkiezingen gehouden en op 19 augustus 2005 koos het nieuwe parlement Pierre Nkurunziza tot president.
De veiligheidssituatie evolueert gunstig maar blijft onzeker. Na tien jaar moorddadige burgeroorlog zijn de verkiezingen van juni, juli en september 2005 op een transparante wijze verlopen waardoor Burundi in een nieuwe fase is beland. Nieuwe democratische instellingen zijn geïnstalleerd. De voormalige rebellenbeweging CNDD-FDD werd de grote overwinnaar van de verkiezingen en behaalde een 60 % meerderheid in de Kamer en Senaat. Het integratieproces van voormalige rebellen in het burgerleven blijft evenwel problematisch. De slechte veiligheidstoestand belemmert immers een snelle ontwapening.
Op 7 september 2006 werd met de laatste guerrillabeweging een akkoord getekend. Dit betekent dat de burgeroorlog nu definitief ten einde is.
Criminaliteit en banditisme komen in gans het land voor doordat er veel wapens in omloop zijn en door de extreme armoede, de gebrekkige functionering van de nationale politie en de veralgemeende straffeloosheid. Er zijn geen specifieke vijandigheden tegenover buitenlanders die over het algemeen vriendelijk en met discretie behandeld worden.
De medische voorzieningen zijn bijna onbestaand. Malaria en aids zijn endemisch.

De Burundese autoriteiten hebben het hoe langer hoe moeilijker met de kritiek van mensenrechtenactivisten en journalisten op hun beleid. Dit leidt tot een golf van willekeurige arrestaties en illegale detentie van mensen die enkel gebruik gemaakt hebben van hun recht op vrije meningsuiting. Door corruptie en het verduisteren van openbare middelen lukt het niet om de levensstandaard van de zeer arme bevolking op te krikken.
Gabriel Rufyiri werd in september 2006 gearresteerd omdat hij beweerd had dat regeringsleden geld zouden verduisterd hebben. Men bracht hem naar de Mpimba-gevangenis in Bujumbura. In december kwam hij voorwaardelijk vrij, maar de aanklachten tegen hem blijven overeind. Volgens zijn advocaat zijn de autoriteiten het bewijsmateriaal aan het herzien om hun zaak steun te verlenen.
Gabriel Rufyiri is voorzitter van "L'Observatoire de Lutte contre la Corruption et les Malversations Economiques" (OLUCOME). Deze niet-gouvernementele organisatie doet onderzoek naar corruptie en economische wanpraktijken. De organisatie heeft herhaaldelijk kritiek geleverd op de regering omdat ze de verantwoordelijken voor het verduisteren van openbare middelen niet aanpakt. Recent leverde OLUCOME nog kritiek op de verkoop van een presidentieel vliegtuig.
De organisatie wordt regelmatig lastiggevallen. Sommige leden ontvingen telefoontjes waarin zij en hun familieleden bedreigd werden. Bij één gelegenheid vielen zo'n 30 mensen de bureaus van OLUCOME binnen, zetten alle personeelsleden buiten en blokkeerden de deuren zodat ze niet terug naar binnen konden. Een andere keer verstoorde een groepje mannen een publieke actie. Het groepje werd geleid door een man die door OLUCOME was beschuldigd van corruptie.

Na de crisis ... het wegennet!
Van de 12000 km wegen die Burundi doorkruisen, is nauwelijks 2000 km geplaveid. Het stadsbestuur van Bujumbura beheert slechts een vijftigtal km. De 'geklasseerde wegen' (nationale, gemeentelijke of provinciale wegen) worden normaliter onderhouden door de Burundese wegendienst. De lokale gemeenschappen zijn verantwoordelijk voor het beheer en het 'niet-geklasseerde wegennet'. Door tien jaar burgeroorlog (1993-2012) kwamen bijna alle onderhoudswerken op een laag pitje te staan.
Sinds 2002 hebben de internationale instellingen de hulpactiviteiten in deze sector hervat. In Bujumbura werden meer dan 40 km wegen hersteld, waarvan 15 km door de Belgische Ontwikkelingssamenwerking. Alles samen zal het Belgisch Ontwikkelingsagentschap BTC 21 miljoen euro investeren om de straten in Burundi te verharden.

Overal in Bujumbura verheugt de bevolking zich over de vernieuwde wegen. De stad heeft letterlijk een gedaanteverandering ondergaan, vooral in de volkswijken en in de wijken van de voorstad. Het plaveien van de wegen biedt tal van voordelen. Niet alleen verloopt het verkeer vlotter, maar verder zijn ook de plassen vuil water uit het straatbeeld verdwenen, plassen die een bloeihaard zijn voor muggen en dus een bron van malaria. Ook de praktische aspecten werden niet uit het oog verloren: de geplaveide wegen zijn zeer duurzaam, veel makkelijker te onderhouden en ze kunnen worden open- of dichtgemaakt om ondergrondse leidingen (water, elektricteit, ...) te plaatsen.

Hygiëne, comfort, maar ook tewerkstelling. Het plaveien van de straten heeft de armoede doen afnemen doordat de werkgelegenheid werd en wordt bevorderd. Als bij toverslag verdween het fenomeen van de hangjongeren praktisch helemaal. Omdat het werk erg arbeidsintensief is, werden dan ook honderden mensen in dienst genomen om stenen bijeen te rapen, ze in de steengroeve te kappen, er vervolgens de straten mee te plaveien, enzovoort.
De 'vermindering van de armoede' is echter relatief: bedrijven doen vaak een beroep op dagloners die per opdracht of voor korte periodes, gaande van enkele dagen tot een maand, in dienst worden genomen.

De plaatselijke bevolking wordt opgeroepen zelf ook iets bij te dragen aan de werken die in hun wijk worden uitgevoerd. Door bijvoorbeeld aan elk gezin een bedrag van 30000 Burundese francs (20 dollar) te vragen, bedrag dat overigens sowieso tevoren al gevraagd werd in de wijken waar straten worden vernieuwd, kan men hen aansporen om zich a.h.w. deze infrastructuur toe te eigenen. De bijdrage zou meer respect van de bevolking voor het geleverde werk met zich moeten meebrengen. Het bedrag wordt alleszins geraamd op basis van de middelen van de personen in kwestie en van de standing van de wijk waar de werken worden uitgevoerd.
Verder bieden de werkzaamheden nog een voordeel: ze zouden het einde kunnen betekenen van de nogal chaotische uitbreiding van Bujumbura.

December 2015: naar een nieuw etnisch conflict?
De vrees voor een nieuw etnisch conflict in Burundi werd met de dag groter. Het geweld nam steeds extremere vormen aan. Begin december executeerden militairen tientallen jongeren op straat als vergelding voor een bloedige aanval op enkele legerkazernes. Volgens het leger ging het om "gewapende rebellen", maar onder meer persbureau Reuters meldde dat bij sommige slachtoffers "de handen op de rug gebonden waren" en dat ze "van dichtbij door het hoofd werden geschoten".
De recente golf van onrust begon in april toen president Pierre Nkurunziza aankondigde dat hij zich -tegen de grondwet in- kandidaat zou stellen voor een derde ambtstermijn. Nkurunziza stelde dat zijn eerste ambtstermijn niet meetelde, omdat hij in 2005 werd verkozen door het parlement en niet door de bevolking. Het grondwettelijk hof van Burundi ging akkoord met die uitleg en zette het licht op groen.
Amper een maand later ondernam generaal-majoor Godefroid Niyombare een poging tot staatsgreep, maar die mislukte. De coupplegers, onder wie ook Niyombare, werden gearresteerd en zullen zich moeten verantwoorden voor een militaire rechtbank, zo stelde een regeringswoordvoerder in mei. Ondertussen zette Nkurunziza door, ondanks aanhoudende straatprotesten tegen zijn kandidatuur, en op 21 juli won hij de controversiële presidentsverkiezingen.

Sinds april zijn al meer dan 200.000 Burundezen op de vlucht geslagen uit vrees voor geweld en in de aanloop naar de presidentsverkiezingen vielen tientallen doden. Aanvallen tegen oppositieleden, mensenrechtenactivisten en journalisten zijn dagelijkse kost, maar soms lijken de slachtoffers ook willekeurig gekozen.
Burundi heeft een lange geschiedenis van etnisch geweld. Hoewel het recente geweld vooral politiek gemotiveerd is, is er niet veel nodig om de oude tegenstellingen tussen hutu's en tutsi's weer op scherp te zetten. Inderdaad wordt etniciteit vlug gebruikt om de bevolking te verdelen en haat te verspreiden.
De vrees voor een nieuwe genocide wordt nog gevoed door geruchten van Rwandese bemoeienissen in Burundi. Zo zou het leger van de Rwandese president Paul Kagame al sinds juli mensen rekruteren onder de Burundese vluchtelingen in Rwanda voor een pro-Rwandese rebellenbeweging in Burundi.
Nkurunziza, wiens vader overigens omkwam bij etnisch geweld in 1972, is een voormalige leider van hutu-rebellen.

De VN heeft al een resolutie gestemd die het escalerende geweld in Burundi streng veroordeelt, maar voorlopig zit er niet meteen extra actie aan te komen. Frankrijk, het Verenigd Koninkrijk en de Verenigde Staten zijn misschien wel gewonnen voor een grotere betrokkenheid van de VN en het sturen van een eventuele vredesmissie, maar de andere twee permanente leden van de VN-Veiligheidsraad, China en Rusland, staan daar veel minder voor open. Bovendien is voor de inzet van VN-Blauwhelmen de toestemming nodig van de Burundese regering.

Germain Rukuki!
Mensenrechtenverdediger Germain Rukuki werd veroordeeld tot 32 jaar celstraf omdat hij streed tegen marteling in Burundi.
Rukuki zou in 2016 onder meer ‘de staatsveiligheid hebben bedreigd’, omdat hij als werknemer van de inmiddels verboden organisatie ACAT-Burundi zich inzette tegen marteling. De rechter veroordeelde hem ook voor ‘deelname aan een rebellerende beweging’.
Maatschappelijke organisaties worden in Burundi steeds meer onderdrukt, nadat in april 2015 een politieke crisis uitbrak. President Nkurunziza besloot toen zich voor een derde termijn herkiesbaar te stellen. Daarop braken massale protesten uit. Veel mensenrechtenverdedigers zijn het land ontvlucht. Degenen die nog in Burundi zijn, worden geregeld bedreigd, gearresteerd en vervolgd na valse aanklachten.
Op 30 juni 2021 werd Germain Rukuki vrijgelaten. Dat gebeurde nadat een rechter zijn straf van 32 jaar cel terugbracht naar 1 jaar. Germain bracht 4 jaar door in een kleine, propvolle cel. Alleen maar omdat hij zich inzette voor de mensenrechten.
32 jaar is een absurd hoge straf voor een ngo-medewerker. Germain was in 2018 toen hij gearresteerd werd niet de prominente mensenrechtenverdediger die hij vandaag is. Het grootste deel van het Burundese middenveld en de meest gekende mensenrechtenverdedigers vluchtten eerder al naar het buitenland uit angst voor arrestatie en foltering. Germain zou als voorbeeld dienen.
In december 2020 schreven honderdduizenden mensen wereldwijd brieven voor zijn vrijlating tijdens Amnesty’s Schrijfmarathon. En met succes. Sinds 2021 is hij terug een vrij man. Hij is ondertussen ook herenigd met zijn familie.

Journalisten gearresteerd!
Op dinsdag 22 oktober werd een ploeg van de Burundese persgroep Iwacu bestaande uit de vier journalisten Christine Kamikazi, Agnès Ndirubusa, Térence Mpozenzi en Egide Harerimana en hun chauffeur Adolphe Masabarakiza gearresteerd. Zij waren in de provincie Bubanza in Noordwest-Burundi om verslag uit te brengen over gewelddadige confrontaties in die provincie.
Ze worden beschuldigd van medeplichtigheid aan het ondermijnen van de veiligheid van de staat en zijn sindsdien opgesloten in afwachting van hun proces.

Corona!
In Bujumbura kwam eind oktober 2021 een eerste lading met coronavaccins aan: 500.000 dosissen van het Chinese vaccin Sinopharm. Samen met Eritrea en Noord-Korea is Burundi een van de laatste landen ter wereld waar de vaccinatiecampagne nog moest beginnen.
De strijd tegen het coronavirus heeft in Burundi flink wat vertraging opgelopen, mede doordat de vorige president Pierre Nkurunziza het bestaan van de pandemie ontkende. Ironisch genoeg overleed Nkurunziza vorig jaar zelf aan COVID-19.
Zijn opvolger, Evariste Ndayishimiye, noemt het coronavirus "de grootste vijand van het volk".
Volgens officiële cijfers van de Burundese overheid zijn in het land tot nu toe meer dan 19.000 besmettingen en 14 coronadoden geteld. Aangenomen wordt dat die cijfers in realiteit veel hoger liggen.

Laat aanklachten tegen advocaat vallen!
Advocaat Tony Germain Nkina uit Burundi is veroordeeld tot 5 jaar gevangenisstraf. Hij zou de staatsveiligheid in gevaar hebben gebracht. Alles wijst erop dat hij alleen maar is gestraft vanwege zijn mensenrechtenwerk en connecties met APRODH (Association Burundaise pour la Protection des Droits Humains et des Personnes Détenues), Burundi’s bekendste mensenrechtenorganisatie.
De meeste onafhankelijke middenveldorganisaties en mediabedrijven in Burundi werden in 2015 gedwongen om de deuren te sluiten. Dat geldt ook voor APRODH. Advocaat Tony Germain Nkina vertegenwoordigde de organisatie in de provincie Kayanza.
Het recht op vrijheid van meningsuiting en vereniging wordt nog steeds op onaanvaardbare wijze ingeperkt. De meeste onafhankelijke mensenrechtenorganisaties kunnen hun werk niet uitvoeren omdat er arrestatiebevelen openstaan tegen hun activisten.

Advocaat onterecht in de cel!
Op 29 september 2021 bevestigde het Hof van Beroep van Ngozi de gevangenisstraf van 5 jaar van de Burundese advocaat Tony Germain Nkina. Hij werd op 13 oktober 2020 gearresteerd en beschuldigd van het in gevaar brengen van de staatsveiligheid. Zijn veroordeling wegens "collaboratie met rebellen die Burundi aanvielen" volgde na een manifest oneerlijk proces en het tegen hem gepresenteerde bewijsmateriaal wijst er op dat zijn vervolging politiek gemotiveerd is en te wijten is aan zijn eerdere mensenrechtenwerk.
Tony Germain Nkina werkte voor met APRODH, een van Burundi's meest actieve en bekendste mensenrechtenorganisaties, totdat deze in 2015 door de regering werd verboden. Pierre-Claver Mbonimpa, de oprichter en voorzitter van APRODH, ontsnapte in 2015 ternauwernood aan een moordaanslag, waarbij hij levensbedreigende verwondingen opliep. Zijn zoon en schoonzoon werden beiden in 2015 doodgeschoten. De vertegenwoordiger van APRODH in de provincie Gitega, Nestor Nibitanga, werd in 2017 gearresteerd en in 2018 op grond van gelijkaardige beschuldigingen als die tegen Tony Germain Nkina tot vijf jaar gevangenisstraf veroordeeld. Hij werd in april 2021 vrijgelaten als onderdeel van het pardon dat president Évariste Ndayishimiye aan meer dan 5.000 gevangenen verleende.
Een andere prominente mensenrechtenverdediger, Germain Rukuki, werd in 2017 gearresteerd en in 2018 op grond van verzonnen beschuldigingen in verband met zijn mensenrechtenwerk tot 32 jaar gevangenisstraf veroordeeld. Zijn vonnis werd in 2019 in beroep bevestigd, maar de beslissing van het hof van beroep werd vervolgens door het hooggerechtshof vernietigd. In juni 2021 verminderde het hof van beroep zijn straf tot één jaar. Hij werd nog diezelfde maand vrijgelaten.
Het maatschappelijk middenveld en de mediaorganisaties in Burundi behoorden tot de eerste doelwitten van de repressie door de regering sinds 2015. De regering schorste of verbood de meeste onafhankelijke mensenrechtenorganisaties en mediakanalen en dwong hen het land te verlaten. De meeste onafhankelijke mensenrechtenorganisaties hebben hun activiteiten in Burundi sindsdien niet kunnen hervatten, vooral omdat de Burundese autoriteiten tegen veel van hun leidende activisten in ballingschap arrestatiebevelen hebben uitgevaardigd.

Floriane Irangabiye!
Op 2 januari veroordeelde het hooggerechtshof van Mukaza in Bujumbura journalist Floriane Irangabiye tot een gevangenisstraf van 10 jaar en een boete van 1 miljoen Burundese francs (453 EUR). Irangabiye werd veroordeeld op basis van verzonnen aanklachten. Ze zou “de integriteit van het nationale grondgebied ondermijnen”. Haar advocaten gingen in beroep. Floriane Irangabiye werd op 30 augustus 2022 gearresteerd toen ze op familiebezoek was in Bujumbura. Ze werd opgesloten in de Muyinga-gevangenis.
Amnesty International meent dat Floriane Irangabiye vervolgd werd omwille van haar journalistiek en mensenrechtenwerk.
Floriane Irangabiye woont al meer dan 10 jaar in Rwanda. Vóór de crisis van 2015 reisde ze regelmatig heen en weer tussen de Rwandese hoofdstad Kigali, waar ze verblijft, en Bujumbura in Burundi, waar haar familie woont. Toen president Pierre Nkurunziza in april 2015 besloot zich voor een derde ambtstermijn kandidaat te stellen, kwamen veel Burundezen op straat om hun frustratie te uiten. Volgens hen schond die kandidatuur de grondwet die bepaalt dat de president maar twee ambtstermijnen van 5 jaar kan dienen. Haar reis in augustus 2022 was het eerste familiebezoek sinds 2015.
Burundese ngo’s en onafhankelijke media waren de eerste doelwitten van de overheidsrepressie in 2015. De overheid zorgde ervoor dat ze moesten sluiten of dreef hen in ballingschap. Ondanks beloften van de huidige president Ndayishimiye in 2021 om de relaties met de media te normaliseren, blijft de Burundese overheid wantrouwig tegenover de pers en mensenrechtenorganisaties en blijven er strenge beperkingen gelden op het gebied van mensenrechten, met inbegrip van het recht op vrije meningsuiting.
De meeste onafhankelijke mensenrechtenorganisaties hebben hun activiteiten in Burundi nog niet kunnen hervatten, vooral omdat de Burundese autoriteiten arrestatiebevelen uitvaardigden tegen leidinggevende activisten die in ballingschap leven.
Na bijna twee jaar willekeurige detentie, werd ze op 16 augustus 2024 eindelijk vrijgelaten! President Evariste Ndayishimiye verleende haar volledige gratie. Haar vrijlating kwam er nadat Amnesty International bekendmaakte dat er voor haar zou geschreven worden tijdens de Schrijfmarathon.

Geef dringend medische zorg aan Dr. Sahabo!
Christophe Sahabo, een Burundese arts, werd tijdens een hoorzitting op 10 september 2024 ziek: hij moest braken en zakte in elkaar. Hij werd opgenomen in het ziekenhuis, maar twee dagen later werd hij alweer teruggebracht naar de gevangenis terwijl hij nog in behandeling was. Zijn toestand is ernstig en mogelijk levensbedreigend als hij niet dringend medische zorg krijgt. De familie van dokter Sahabo krijgt geen toestemming om hem te bezoeken en medicatie te brengen.
Christophe Sahabo is algemeen directeur van het Kira-ziekenhuis in Bujumbura. Hij werd in april 2022 gearresteerd, samen met de voorzitter van de raad van bestuur van het ziekenhuis. Die laatste werd na één nacht in de cel opnieuw vrijgelaten, maar dokter Sahabo bleef vastzitten. Hij mocht geen contact opnemen met zijn familie of een advocaat naar keuze. Pas na meer dan 30 dagen werd hij voorgeleid voor een magistraat van de rechtbank. In september 2022 werd hij overgebracht naar de gevangenis van Ruyigi, zo’n 160 km van Bujumbura, waar zijn zaak wordt behandeld.
Volgens zijn familie en advocaten werd hij gedwongen om zijn functie in het Kira-ziekenhuis op te geven vanwege beschuldigingen van fraude, witwassen van geld en vervalsing van documenten. Die beschuldigingen zijn echter ongefundeerd. Een recente financiële audit, uitgevoerd door interim-functionarissen van het ziekenhuis, bracht geen enkel wangedrag van de arts aan het licht.