vlag Colombia C O L O M B I A Wikipedia Landenweb
Opp.: 1.138.914 km² (37 x België)    Inwoners: 45 miljoen (2008)   (40 inw./km²)    Regeringsvorm: republiek    Hoofdstad: Bogotá   Religie: katholiek

locatie Colombia Colombia

Colombia is een land in het noordwesten van Zuid-Amerika. Het grenst in het noorden aan de Caribische Zee, in het oosten aan Venezuela, in het zuidoosten aan Brazilië, in het zuiden aan Peru en Ecuador, en in het westen aan Panama en de Grote Oceaan.
Colombia ligt vrijwel op de evenaar maar door de grote hoogteverschillen komen er vier verschillende klimaatzones voor. 83% van het land ligt lager dan 1000 meter en de gemiddelde temperatuur is er 24°C. 6% van het landoppervlak ligt tussen 2000 en 3000 meter met een gemiddelde temperatuur van 12°C. Eeuwige sneeuw vindt men boven 4500 meter hoogte.
De seizoenen worden in Colombia eerder gekarakteriseerd door regenval dan door temperatuurwisselingen. In de lage gebieden aan de Caraïbische kust (het noorden) is er een droog seizoen van december tot maart, de rest van het jaar is het regenachtig. In het zuiden wordt het regenseizoen onderbroken door een periode van minder regen in juni en juli, en aan de Pacifische kust komt een droog seizoen bijna niet voor.
Door de vele gebergtes is Colombia rijk aan rivieren. Het merendeel hiervan stroomt in en naar het oosten. De belangrijkste rivieren in het noorden behoren tot het stroombekken van de Orinoco (bijrivier van de Amazone). In het westen van het land stroomt de Magdalena in de dalen van de Andes en de Cauca.
Colombia is zeer rijk in plantengroei. Grote delen van het land zijn met tropisch regenwoud bedekt. Aan de kust komen mangrovebossen voor. De bovenloop van de Magdalena is grotendeels begroeid met savanne: de llanos. De kerstorchidee (Cattleya trianae) is de nationale bloem van Colombia.

Politiek
Colombia is een presidentiële republiek en een van de oudste democratieën in Zuid-Amerika. De president werd lange tijd gekozen voor maximaal één ambtstermijn van vier jaar maar onder president Álvaro Uribe Vélez is de grondwet gewijzigd en kan de president nu voor twee ambtstermijnen gekozen worden. De ministers zijn geen verantwoording verschuldigd aan het parlement maar aan de president, die tevens regeringsleider is. De president is ook bevelhebber over het leger, maar in conflictgebieden heeft het leger een vergaande staatsrechtelijke bevoegdheid.
De huidige politieke situatie is onrustig. Tegenover de overheid ontstonden de linkse guerrillagroepen FARC en ELN. Grootgrondbezitters richtten privélegers op ter verdediging van hun land. Daaruit ontstonden paramilitaire rechtse strijdgroepen waarvan de AUC de grootste is. Met de opkomst van de cocaïneproductie bewapende de maffia zich ook op grote schaal. Op dit moment maakt de maffia gebruik van bescherming door de guerrilla en financiert deze in de oorlog tegen de overheid met drugsgeld.
De strijd tegen paramilitair geweld, guerrilla, cocaïnemaffia, corruptie en machtsmisbruik is van voortdurende invloed op de politieke situatie. Zo werd in 2002 nog presidentskandidaat Íngrid Betancourt, voorstander van dialoog, door de linkse guerrillagroep FARC ontvoerd. Deze factoren maakten het voor buitenlandse investeerders een onaantrekkelijk land en dat weerspiegelt zich in de economische situatie.
De huidige president Juan Manuel Santos (augustus 2010) is voornemens het beleid van zijn voorganger Álvaro Uribe door te zetten. Uribe volgde enerzijds een harde lijn tegen de terreur en probeerde anderzijds grip te krijgen op de paramilitaire groepen door overeenkomsten te sluiten en ze te demobiliseren of te integreren in leger en politie. Door de harde lijn wordt de FARC in de verdediging gedwongen en verbetert de economische situatie enigszins.
De cocaïne-maffia wordt met wisselend succes bestreden in de War on Drugs, grotendeels gefinancierd door de Verenigde Staten. Hoewel er bezwaren zijn tegen de tolerante houding van de regering tegenover de paramilitairen, de besproeiingen van cocaplantages en het inzetten van burgerbevolking bij de strijd steunt de bevolking in meerderheid dit beleid, want Uribe werd in 2006 voor een tweede termijn gekozen.
De internationale gemeenschap ondersteunt de Colombiaanse regering in het herstel van de rechtsstaat, het herstel van het gezag over het gehele grondgebied van Colombia en een oplossing voor het gewapende conflict in Colombia. Een groep landen, G-24, functioneert hierbij als controlerend orgaan.

Seksueel geweld
In Colombia zijn miljoenen mensen op de vlucht voor (seksueel) geweld.
Alle gewapende partijen van het interne conflict in Colombia dat al meer dan 45 jaar duurt, het leger, paramilitaire groepen en guerrillabewegingen maken zich schuldig aan geweld tegen de burgerbevolking, ook seksueel geweld.
De Colombiaanse vrouwen en meisjes worden aangerand om allerlei redenen: omdat ze vrouw zijn, om terreur te verspreiden binnen gemeenschappen, om families te dwingen hun land te verlaten en op de vlucht te slaan, of als wraakactie ten aanzien van tegenstanders. Daarnaast zijn vrouwen ook een doelwit omdat ze actief zijn als mensenrechtenverdedigers of gemeenschapsleiders, of om hen het zwijgen op te leggen wanneer misbruiken aan het licht worden gebracht.
De daders van het seksueel geweld komen meestal ongestraft weg. Ze worden zelden veroordeeld en de Colombiaanse autoriteiten zijn niet in staat of bereid om deze misdaden op een adequate manier te onderzoeken en te veroordelen.

Einde van de burgeroorlog!!??
De Strijdkrachten van Colombia (Fuerzas Armadas Revolucionarias de Colombia–Ejército del Pueblo of FARC) is/was een communistische, revolutionaire en illegaal bewapende organisatie. Ze werd aan het begin van de Colombiaanse burgeroorlog in 1964-1966 gesticht als de militaire vleugel van de communistische partij en is daarmee de oudste guerrillagroep in Zuid-Amerika. Met een geschat aantal van 9.000 tot 15.000 leden, waarvan ongeveer 20 tot 30 procent jongeren onder de 18 jaar, was de FARC in 2005 aanwezig op 10 tot 15 procent van het Colombiaanse grondgebied, voornamelijk in de zuidoostelijke oerwouden en in de vlaktes aan de voet van de Andes.
In haar begindagen was de FARC een ideologische guerrillabeweging, maar de groep raakte in de jaren tachtig betrokken bij de illegale drugshandel, waarna een officiële afsplitsing van de communistische partij plaatsvond. De FARC creëerde daarop een nieuwe politieke structuur onder de naam "Clandestiene Colombiaanse Communistische Partij". De groepering wordt/werd door de Colombiaanse regering, de VN, de Verenigde Staten en de EU beschouwd als een terroristische organisatie, omdat ze haar acties niet alleen tegen de regering voert, maar ook tegen burgers en infrastructuur.
Naast drugshandel komt de FARC aan inkomsten door ontvoeringen van grootgrondbezitters en politici. De bekendste ontvoering was die van presidentskandidate Ingrid Betancourt, die in juli 2008, na zes jaar, werd bevrijd.
De FARC rekruteerde, net zoals andere illegale partijen in het Colombiaanse conflict, regelmatig kinderen, soms al vanaf 8 jaar, als soldaten en informanten. Zij werden mentaal gebroken door hen te dwingen een gevangene of een ontrouw lid van de FARC te vermoorden. Leden die zich vrijwillig hadden aangesloten, waren vaak op zoek naar een uitweg uit hun armoedige leven. Human Rights Watch schat dat FARC de meeste kindsoldaten van Colombia had.

Op 25 augustus 2016 kondigde president Juan Manuel Santos aan dat na vier jaar onderhandelen een vredesakkoord was bereikt met de FARC. Op 26 september werd het uiteindelijke akkoord getekend in Cartagena. Er wordt een referendum over het akkoord gehouden op 2 oktober. Met het vredesakkoord kwam een einde aan een conflict dat in de loop der jaren aan 220.000 mensen het leven had gekost.
Santos en Farc-leider Rodrigo Londoño tekenden het 297 pagina's tellende document met een pen gemaakt uit een gerecycleerde kogel met de inscriptie 'kogels bepaalden ons verleden, het onderwijs onze toekomst'. Voor de aanvang van de ceremonie noemde Santos de ondertekening van het akkoord "een nieuwe dag voor Colombia, een nieuwe fase in onze geschiedenis, die van een land van vrede."

Zondag 2 oktober. De Colombianen hebben de vredesdeal die de regering had onderhandeld met de FARC-strijders verworpen. Met 99,47 procent van de stemmen geteld, leidt het nee-kamp met 50,23 procent tegenover 49,76 procent. Het verschil is zo'n 61.000 stemmen.
De Colombianen mochten zich dus in een referendum uitspreken over het akkoord dat een einde aan 52 jaar oorlog moet maken en ervoor moet zorgen dat de FARC-strijders kunnen terugkeren in de maatschappij.
In het akkoord, dat vorige week ondertekend werd, zijn onder meer landbouwhervormingen, acties tegen drugshandel, politieke participatie van gedemobiliseerde guerillastrijders, de ontwapening van de guerrillero's en de creatie van een systeem van overgangsrechtspraak opgenomen.
Opiniepeilingen hadden aanvankelijk een ruime overwinning voorspeld voor het ja-kamp. Peilingen spraken over een tweederde meerderheid die voor zou gaan stemmen, maar de uitslag liet een heel ander beeld zien.
De Colombiaanse president Santos had er vertrouwen in dat het referendum aangenomen zou worden. Tijdens de campagne zei hij dat hij geen plan B had in het geval dat de bevolking tegen zou stemmen. Hoewel de regering voor het referendum had gezegd dat het akkoord niet heronderhandeld zou worden, klonk Santos in zijn toespraak minder categoriek. Hij benadrukte alleszins dat het staakt-het-vuren en de beëindiging van de vijandelijkheden van kracht zullen blijven.

Sinds het aantreden van de nieuwe conservatieve regering van president Iván Duque in augustus 2018 is de uitvoering van de akkoorden grotendeels tot stilstand gekomen. Slechts 23% zou geïmplementeerd zijn en met twee derde is niet eens een begin gemaakt.
Dus nog geen ontwikkeling en infrastructuur in rurale gebieden, cocaboeren die opnieuw coca zaaien en ex-guerrillero's die de reïntegratiekampen alweer verlaten hebben. Een deel van hen heeft de wapens weer opgenomen om zich aan te sluiten bij allerhande gewapende groeperingen.
De grootste zorg is het oplaaiend geweld in de gebieden die werden achtergelaten door de FARC en waar nu andere groepen de plak zwaaien. Het geweld is vooral gericht tegen de gemeenschapsleiders en activisten die opkomen voor vrede, gelijkheid en het milieu. Sinds het sluiten van de vrede zijn al 135 oud-strijders van de FARC en zo'n 700 sociale leiders vermoord.

San José de Apartadó
De laatste maanden zijn er steeds meer paramilitairen actief in het gebied van de Vredesgemeenschap van San José de Apartadó in het noordwesten van Colombia. De leden van de gemeenschap en andere burgers lopen hierdoor ernstig gevaar.
Tientallen paramilitairen sloegen de laatste paar maanden hun kamp op in het gebied van de Vredesgemeenschap. Ook het leger is aanwezig, maar de veiligheidstroepen ondernemen niets tegen de paramilitaire gewapende groepen.
Enkele families in het gehucht Arenas Bajas zaten sinds de komst van de paramilitairen op 8 oktober vast in hun huizen. Aan internationale waarnemers en leden van de Vredesgemeenschap die hen op 11 oktober kwamen helpen, zeiden ze dat de paramilitairen een deel van hun oogst hadden vernield. De paramilitairen weigerden om het gebied te verlaten.
Een groep van hen was op 24 september in het nabijgelegen dorpje La Hoz verscheidene huizen binnengedrongen en had er drie boeren in elkaar geslagen. Ze zeiden hen dat ze het bevel hadden gekregen te vermoorden wie ze maar wilden, om te tonen wie de macht had in de regio. Ook lieten ze weten op zoek te zijn naar bepaalde personen, onder wie drie leden van de Vredesgemeenschap.

Bernardo Cuero!
In Colombia zijn mensenrechtenverdedigers en hun gezinnen enorm kwetsbaar. De Colombiaanse mensenrechtenombudsdienst registreerde de voorbije jaren gemiddeld één moord om de drie dagen. De daders viseren in het bijzonder Afro-Colombiaanse en inheemse leiders.
Bernardo Cuero, een Afro-Colombiaanse gemeenschapsleider, werd op 7 juni 2017 in zijn eigen huis vermoord. Het gerecht heeft één vermoedelijke dader aangehouden, maar heeft de opdrachtgevers nog niet opgepakt ondanks aanwijzingen in het onderzoek. Nog niemand werd veroordeeld.

Gedwongen ontheemding
7000 personen van de inheemse en de Afro-Colombiaanse gemeenschappen in Bojayá, Chocó (westelijk Colombia), worden geconfronteerd met levensbedreigende en gedwongen ontheemding, omdat de guerrillagroepering National Liberation Army (Ejército de Liberación Nacional, ELN) en de paramilitaire groep Gaitanistas SelfDefence Forces of Colombia (Autodefensas Gaitanistas de Colombia) in toenemende mate vijandige acties uitvoeren op hun grondgebied.
De Gemeenschappen van Unión Baquiaza Union Cuití, Carrillo Playita, Mesopotamia en Egoróquera lopen gevaar. In Chocó werden er onlangs verschillende leiders van de gemeenschap vermoord. De gemeenschappen worden voortdurend bedreigd door gewapende groepen zonder dat de nationale autoriteiten preventieve maatregelen nemen.

Activiste in gevaar!
Op 17 april, rond 14.30 uur, hoorde Jani Silva 6 schoten op minder dan 30 meter van haar woning. Op 22 april hoorde ze opnieuw drie geweerschoten op minder dan 50 meter van haar woning en geluid van mensen en een motor rond haar huis. Deze twee incidenten deden zich voor nadat een vertrouwelijke bron eind maart informatie verstrekte aan de Comisión Intereclesial de Justicia y Paz (‘Interkerkelijke Commissie voor Rechtvaardigheid en Vrede’) over een plan om Jani Silva te vermoorden.
Jani Silva is een activiste die strijdt voor milieu, mensenrechten en vrede. Ook voerde ze actie voor de uitvoering van het vredesakkoord in het gebied en herbebossingsinitiatieven, waarbij ze de sociaalecologische effecten van oliewinningsactiviteiten aan de kaak stelde. Vanwege haar rol als vredesactiviste hebben gewapende groepen haar met de dood bedreigd,

Bedreiging voor mensenrechtenorganisatie!
Op 10 februari ontving een maatschappelijke organisatie een geverifieerd rapport over een plan om leden van de Vereniging voor de Integrale en Duurzame Ontwikkeling van de Parel van het Amazonegebied (ADISPA), een organisatie die de rechten van honderden boeren in de regio Putumayo in het zuidwesten van het land beschermt, te doden of te verplaatsen.
Het plan zou de inzet van de gewapende groep “Border Command” inhouden, die de gemeenschappen in het gebied bedreigt om hun activiteiten ondergeschikt te maken aan de wil van de gewapende groep. Als ze dat niet doen, zullen ze worden verjaagd.
Wegens hun rol als verdedigers van de mensenrechten werden de leden van ADISPA meermaals bedreigd. Zo heeft Jani Silva, de wettelijke vertegenwoordiger van ADISPA, sinds 2020 te maken gehad met ten minste zes veiligheidsincidenten.

Mensenrechtenorganisatie bedreigd!
CREDHOS (Regionale Corporatie voor de Verdediging van Mensenrechten van Santander) komt al meer dan 30 jaar op voor mensenrechten in de Magdalena Medio-regio, in het noorden van Colombia. De voorbije jaren krijgt de organisatie steeds meer met sociale en milieu-conflicten te maken. CREDHOS beschermt onder meer het recht op een gezond leefmilieu van acht lokale gemeenschappen. Door hun mensenrechtenwerk werden verschillende leden van de organisatie bedreigd, lastiggevallen en gedood.
Op 24 maart 2021 kreeg de CREDHOS een dreigtelefoon van een onbekende man die zich identificeerde als een lid van de gewapende groep FARC-EP. Hij maakte verwijten en zei: “Jullie personeel is een militair doelwit, je hebt 48 uur om Barrancabermeja te verlaten.” Een paar minuten later kreeg de voorzitter van CREDHOS per voicemail een bedreiging.

Onderzoek naar de dood van Kevin Agudelo!
Kevin Agudelo nam op 3 mei 2021 in de stad Cali, in het zuiden van Colombia, deel aan een wake voor een jongeman die de dag ervoor tijdens een protest was doodgeschoten. Veiligheidstroepen traden hard op tegen de deelnemers aan de vreedzame wake. Ze schoten met scherp en traangas. Drie jongeren, onder wie de 22-jarige Kevin, kwamen om het leven.
In het voorjaar van 2021 vonden er grote demonstraties plaats in verschillende Colombiaanse steden. De zogenoemde ‘Nationale Staking’ was een reactie op een omstreden wetsvoorstel voor belastinghervorming die vooral de armeren zou treffen. De Colombiaanse veiligheidstroepen gebruikten buitensporig geweld om de protesten neer te slaan. Lokale autoriteiten riepen ook burgers op om de wapens op te nemen tegen de demonstranten.

Presidentsverkiezingen 2018-2022
Bogotá, 19 juni 2018. De rechtse overwinning in de presidentsverkiezingen betekent een nieuwe nederlaag voor het vredesakkoord met de FARC. Rechts had zich voor deze verkiezingen verenigd als nooit tevoren. Iedereen schaarde zich achter Ivan Duque, een onbekende senator die het opnam tegen de linkse kandidaat Gustavo Petro, een voormalige guerrillero en oud-burgemeester van Bogotá. Hij had een ambitieus klimaatplan maar strandde in de tweede ronde op 41,8 procent. Duque won dus met 54 procent. 47 procent kwam niet stemmen, het laagste cijfer in 20 jaar.
Paradoxaal genoeg waren dit de rustigste verkiezingen in tientallen jaren, een gevolg van het vredesakkoord met de FARC, de vroegere rebellenbeweging die vandaag een politieke partij is. De uitslag betekende in feite een tweede nederlaag voor het vredesakkoord: de eerste nederlaag was de volksraadpleging van oktober 2016. Maar nu werd de grootste tegenstander van het akkoord tot president verkozen.
Duque, die door voormalig president Álvaro Uribe naar voren werd geschoven, nam op 7 augustus de fakkel over. Op sociale media had men het al over Uribe III, een voortzetting van de twee ambtstermijnen van Uribe (2002-2010). Duque had driekwart van het Congres achter zich. Hij kon ook zelf de nieuwe procureur-generaal aanstellen.
Het was het verzet tegen het vredesakkoord met FARC dat de rechtse krachten verenigd had. Door het akkoord werd er immers een speciale rechtbank opgericht om te oordelen over guerrillero’s, militairen en burgers die aan zich aan oorlogsmisdaden schuldig hadden gemaakt. Het openbaar ministerie had een lijst van 15.000 namen, onder meer van ondernemers, maar die wilden niet dat hun namen werden vrijgegeven en dat de zaken werden uitgeklaard.
Toeval of niet, in de coalitie zaten heel wat betrokkenen bij corruptiezaken, ook personen die tot nog toe konden ontsnappen in de zaak-Odebrecht, het schandaal rond het Braziliaanse bouwbedrijf dat in heel Latijns-Amerika ambtenaren en politici omkocht om contracten voor megaprojecten binnen te halen.
Het vredesakkoord met de FARC is een complexe constructie waarover vier jaar (2012-2016) is onderhandeld in Havana door de regering van Juan Manuel Santos, onder internationale begeleiding. Het principe was dat er geen akkoord zou zijn zolang niet over alles een akkoord was.

Primeur in Colombia (juni 2022)
De linkse oppositieleider Gustavo Petro (62) won zopas de tweede ronde van de presidentsverkiezingen. Hij wordt zo de eerste linkse president in de geschiedenis van het land. Hij kreeg volgens de officiële resultaten 50,5 procent van de kiezers achter zich, met 99 procent van de stembiljetten geteld. Petro wil vooral de sociale onvrede aanpakken in Colombia en het vredesakkoord met de FARC-rebellen uitvoeren.
"Vandaag is een feestdag voor het volk. Laat hen de eerste volksoverwinning vieren", zei de senator en ex-guerrillastrijder op Twitter. Zijn tegenstander, de miljonair Rodolfo Hernandez, rijfde 47,3 procent van de stemmen binnen. Dat blijkt uit de resultaten die het Nationaal Register, dat de verkiezingen organiseert, bekendmaakte.
Het is de eerste keer in de recente geschiedenis van Colombia dat een zelfverklaarde linkse politicus zijn intrek neemt in het presidentiële paleis in Bogotá. Tot dan had de linkse politiek een slechte reputatie vanwege het geweld van guerrillagroepen in het decennialange gewapende conflict.
In Colombia vochten jarenlang linkse rebellengroepen, zoals de FARC, ELN en M-19, tegen met name rechtse regeringen. Guerrillabeweging M-19, waarvan Petro lid was, legde in 1990 de wapens neer en vormde zichzelf om tot een politieke partij.
Petro stapte mee in de politiek. Maar al snel ging hij in ballingschap in het buitenland (in België nota bene), nadat verschillende ex-rebellen die in de politiek gestapt waren, vermoord werden. Hij keerde pas op het einde van de jaren 90 terug naar Colombia. Petro was onder meer enige tijd burgemeester van Bogotá.
De nieuwe president "erft" een sociaal en politiek instabiel land. Een goed jaar geleden was Colombia nog het toneel van groot volksprotest, waarbij de politie zich van haar hardste kant liet zien. Er vielen tientallen doden en honderden gewonden.
Het protest was gericht tegen een geplande belastinghervorming, maar keerde zich ook tegen de groeiende ongelijkheid en armoede in het land. Hoewel absoluut nodig en gerechtvaardigd volgens de betogers, werkte het straatprotest de polarisering in het land ook verder in de hand. De rijkere Colombianen ergerden zich blauw aan de "linkse relschoppers" in de straten van Bogotá, Cali en andere steden.
Petro maakt zich sterk ingrijpende economische en sociale veranderingen te kunnen doorvoeren. Vooral onder jongeren is hij populair. Ook beloofde hij nieuwe vredesbesprekingen te willen aangaan met de nog steeds in delen van het land actieve ELN-rebellen.

Francia Márquez
Nog een primeur!
Eén van de grote troeven van Petro is zijn nieuwe vicepresident, Francia Márquez, een jonge Afro-Colombiaanse vrouw en milieu- en mensenrechtenactiviste, die veel kiezers uit landelijke gebieden en vrouwen weet te overtuigen. Ze was enorm zichtbaar in de campagne en inspireerde veel Colombianen met haar levensverhaal, waarin ze opklom van een poetsvrouw tot vicepresidentskandidate. Colombia krijgt dus niet alleen voor het eerst een linkse president, maar meteen ook de allereerste Afro-Colombiaanse vicepresident.
In Colombia heerst het geloof dat het presidentschap is voorbehouden aan de blanke, geprivilegieerde mannen van de elites, maar Márquez is dus blank noch geprivilegieerd. Ze groeide op in het departement Cauca in het zuidwesten, een regio waar de overheid al eeuwen schittert door afwezigheid en waar gewapende groepen vechten om de controle over drugshandel en illegale mijnbouw.
Marquez leefde in armoede, werkte van kinds af aan in een goudmijn, raakte als tiener zwanger van haar eerste kind en moest noodgedwongen de middelbare school verlaten. Anders dan de huidige politieke elite vertegenwoordigt ze daarmee de realiteit van het overgrote deel van de Colombianen, die in de hele geschiedenis nooit een stem hadden in de politiek.
In 2015 werd ze geëerd met de Nationale Prijs voor de Mensenrechten en in 2018 won ze de prestigieuze Goldman Environmental Prize voor haar werk als milieuactiviste. Ze is een van de meest gerenommeerde sociale leiders van Colombia.

2010. De dreiging van een gedwongen ontruiming van haar gemeenschap door een mijnbouwbedrijf motiveerde Márquez om rechten te studeren, een studie die ze met veel financiële moeilijkheden wist te voltooien. Alleen met de kennis van een advocaat zou ze succesvol de juridische strijd kunnen aangaan. Ze vocht de beslissing van de ontruiming aan bij het Hof van Justitie en haalde haar gelijk: het mijnbouwbedrijf moest vertrekken.
Márquez begon aan haar presidentscampagne, amper drie maanden voor de verkiezingsronde waarin de Colombianen hun kandidaten voor het presidentschap kiezen. Ze had geen politieke ervaring, ze had geen achterban in de traditionele politiek en weinig financiële middelen. Ze leek weinig kans te maken op een noemenswaardige verkiezingsuitslag. Maar schijn bedriegt. Geheel onverwachts behaalde ze 785.000 stemmen in de voorverkiezingen voor het presidentschap. Die bepalen de voorkeur voor een kandidaat in een bepaalde coalitie. Márquez was een van de kandidaten van de linkse coalitie ‘Historisch Pact’, de winnende coalitie van deze voorverkiezingen. Maar, omdat ze deelnam aan de coalitie met Petro, betekende dat ook dat ze niet kon doorgaan voor de eerste ronde van de presidentsverkiezingen.

Het land geeft ons voedsel, het is de rustplaats van onze voorouders. Dit land is onze identeit!
Op enkele kilometers afstand van de toeristische hotspot Cabo de la Vela, ten noordoosten van Barranquilla, ligt Jepirachi, het eerste windpark van schiereiland La Guajira. Twintig jaar geleden lanceerde het bedrijf Energías Públicas de Medellin (EPM) het hier als een pionierspoject. In de schaduw van het windpark ligt het dorp Casi Wolin. De oorspronkelijke bewoners, de kleurrijke Wayuu, zijn gesteld op hun persoonlijke ruimte: hun eenvoudige huisjes liggen dikwijls op honderden meters afstand van elkaar. Ze hoeden geiten en telen wat het land opbrengt. En dat is meer dan wat de dorre vlakten op het eerste gezicht doen uitschijnen. "Dit land is onze rijkdom," klinkt het bij Rita Velázquez, een Wayuu-autoriteit.
Ook in de nabije omgeving staan verschillende nieuwe windparken op de planning. De bewoners vrezen dat het land waarvan ze hun identiteit ontlenen, gefragmenteerd zal raken. Stel je maar eens voor: moeten de Wayuu binnenkort toelating vragen om te reizen door hun eigen land? De Wayuu zien niet één soort wind, maar verschillende soorten, allemaal levende wezens met elk een eigen karakter.
Bedrijven daarentegen beschouwen de wind als een economische kans. Hiertoe maken ze aanspraak op land dat niet van hen is en ontginnen het tot op de bodem. Maar volgens de Colombiaanse wet moeten ze eerst in dialoog gaan met de inheemse gemeenschappen voordat ze projecten uitvoeren die een impact op hen kunnen hebben. De praktijk is spijtig genoeg anders. De oplossing kan liggen in een democratisch, coöperatief model, iets wat ook de regering, onder leiding van de voormalige linkse guerrillero Gustavo Petro, verder wil onderzoeken: publiek-private samenwerkingen, waarbij lokale gemeenschappen aandeelhouders worden van energieprojecten.
In juli 2023 kondigde EPM aan dat het Jepirachi-windpark zou worden overgedragen aan Casi Wolin en enkele omliggende dorpen. Ngo's en onderzoeksinstituten als Indepaz stelden zich vragen bij die overdracht, maar onthaalden het nieuws niettemin enthousiast. Tot op 2 oktober plots het bericht kwam dat het windpark alsnog zou worden afgebroken. Als reden verwees EPM naar strengere normen, waaraan het twintig jaar oude park niet meer zou voldoen.
Het is vooralsnog niet duidelijk of de regering nieuwe coöperatieve projecten heeft gepland. Intussen zijn er al verschillende andere parken in aanbouw en zitten vele andere nog in de planningsfase. Enerzijds wordt de deur opengezet voor dialoog met de inheemse gemeenschappen, maar anderzijds is er niets veranderd in de houding tegenover de bedrijven. en blijft het gissen naar het precieze voordeel dat de betrokken Wayuu zouden kunnen hebben. Ooit bouwde EPM een ontziltingsmachine, een aardige 'bijdrage': water is immers een groot probleem in het woestijnachtige La Guajira. Met de machine kunnen de dorpelingen nu zeewater filteren tot drinkwater. Maar dat is meteen ook het enige positieve…
De grootste uitdaging is dat de Wayuu in clans zijn verdeeld. Elke van die clans zoekt zijn eigen voordelen, en niet zelden ten koste van elkaar. Van die realiteit lijken de bedrijven handig gebruik te maken. Als één clan niet wil onderhandelen of niet tevreden is met de voorwaarden, stappen ze gewoon naar de naburige clan. Wettelijk gezien voldoen ze dan aan de voorafgaande consultatie, maar in de praktijk zaaien ze alleen verdeeldheid en onrust in de regio. In verschillende Wayuu-dorpen kwam het al tot gewelddadige confrontaties tussen bewoners. Onder meer in het dorp Topia viel een dode, nadat het betrokken energiebedrijf lokale clans tegen elkaar had uitgespeeld.
Onder de hoge windmolens, die energie opwekken voor heel Colombia, blijven de Wayuu-dorpjes paradoxaal genoeg verstoken van energie. Zelfs in het toeristische Cabo de la Vela wordt het, als de avond eenmaal is gevallen, behelpen met kaarslicht. De windmolens zullen werkgelegenheid creëren, wordt beweerd. Maar als zo'n park er eenmaal staat, is er amper werk af. En zelfs voor de aanbouw worden de Wayuu amper ingehuurd.

Jani Silva! Departementen Colombia
Op 10 september 2024 kreeg Jani Silva, verdediger van land, grondgebied en milieu, een telefoontje waarin ze werd bedreigd met de dood. De anonieme beller zei: “We blazen jullie op met auto en al." Silva is de voorzitter van ADISPA, een organisatie die een boerenreservaat in het Colombiaanse Amazonegebied (in het departement Putumayo) beheert. Na eerdere spoedacties van Amnesty International kregen zij en haar organisatie bescherming van de Colombiaanse staat. Amnesty stelt echter vast dat het beschermingsprogramma heel wat tekortkomingen heeft en dat Silva nog steeds gevaar loopt.
Amnesty International eist dat de Colombiaanse autoriteiten de bedreigingen onderzoeken. Ze moeten de verantwoordelijke(n) identificeren en voor het gerecht brengen voor een eerlijk proces. Ze moeten ook Jani Silva en haar gemeenschap beter beschermen.
Putumayo is een gebied aan de grens met Ecuador dat een groot deel van het Amazonewoud omvat, waardoor het erg rijk is aan water, biodiversiteit en natuurlijke grondstoffen. In het departement wordt ook coca verbouwd. In 2022 was meer dan 48.000 hectare gewijd aan de cocateelt, goed voor een vijfde van alle coca die dat jaar in Colombia werd geteeld. Dat is meteen ook de reden dat er conflict heerst tussen twee gewapende groepen. Eind vorig jaar is het geweld geëscaleerd, wat ook druk legt op organisaties, zoals ADISPA, die in het gebied actief zijn.
ADISPA dan is opgericht om de boerenreservaatzone van de Amazoneparel te beheren. Boerenreservaatzones zijn territoriale entiteiten die in de jaren 90 in het leven zijn geroepen om de rechten van de boerengemeenschappen en hun duurzame productiepraktijken te erkennen. De gewapende groepen willen deze zones liever benutten voor hun eigen coca-economie. Jani Silva blijft dit gebied verdedigen, waardoor ze in het vizier komt van de groeperingen.

Catatumbo (departement Norte de Santander)
Catatumbo is een afgelegen regio in het noordoosten van Colombia. Het land wordt er doorkruist door brede rivieren en kent een enorme biodiversiteit.
Maar de regio staat ook bekend om zijn cocaplantages en smokkelroutes naar buurland Venezuela. Politie en leger krijgen er niet evenveel voet aan de grond als in de rest van het land. In Catatumbo zijn gewapende groeperingen heel actief in de cocaïneproductie en -handel om zo inkomsten te vergaren.
Het gebied stond al gekend als één van Colombia’s meest gewelddadige regio’s, maar op 15 januari 2025 barstte de hel pas echt los.
De gemeente Tibú heeft met 23.030 hectare de meeste cocaplantages van heel Colombia. Miguel Ángel López, een begrafenisondernemer uit Tibú, reed op 15 januari met zijn familie richting de stad Cúcuta, meer naar het zuiden. Ze raakten nooit op hun bestemming. Miguel werd samen met zijn vrouw en hun 10-maand oude baby vermoord. Enkel zijn tienerzoon overleefde het drama.
Miguel en zijn familie waren de eerste slachtoffers in een hele reeks nadat het geweld tussen twee rebellenbewegingen, het ELN en het Frente 33, weer was opgelaaid. Een open oorlog met als inzet de controle over de drugshandel. Catatumbo
President Gustavo Petro riep de noodtoestand af in de regio en stuurde onmiddellijk troepen. De vredesonderhandelingen tussen de regering en het ELN werden evenwel afgebroken. De gevolgen: al meer dan 60.000 mensen op de vlucht, op zoek naar veiligere oorden. Dat is de grootste Colombiaanse vluchtelingenstroom in bijna 30 jaar. Daarnaast zitten meer dan 20.000 anderen thuis vast door het geweld.
Handicap International doet aan hulpverlening en preventie van handicaps in de stad Cúcuta, waar heel wat ontheemden toestroomden. Duizenden kinderen kunnen niet naar school. Om hieraan tegemoet te komen zette de overheid een tijdelijke school op in Cúcuta. Heel wat kinderen met een fysieke handicap hebben echter mobiliteitshulpmiddelen nodig, zoals een rolstoel of krukken.
Al meer dan 60 jaar gaat Colombia gebukt onder een burgeroorlog waarbij regeringsleger, rebellen, paramilitaire bewegingen en drugsbendes het tegen mekaar opnemen. Een vredesakkoord in 2016 tussen de regering en de grootste rebellenbeweging FARC (Gewapende Revolutionaire Strijdkrachten van Colombia), bracht hoop op vrede. Vredesgesprekken met het ELN (Nationaal Bevrijdingsleger), die andere grote rebellenbeweging, werden in januari 2025 plots stopgezet na oplaaiend geweld in Catatumbo.
Tegenwoordig worden er onder meer drones met explosieven ingezet en er wordt gevreesd voor een verdere verspreiding van antipersoonsmijnen.

Bescherm de vissersgemeenschap!
Tussen juni en augustus werden 26 vissersfamilies uit de regio Ciénaga de San Silvestre (gemeente Barrancabermeja, departement Santander) gedwongen te vluchten na bedreigingen.
Op 5 juli en 11 augustus ontving FEDEPESAN-voorzitter Yuly Velásquez doodsbedreigingen via haar telefoon.
Op 4 augustus werd FEDEPESAN-lid Janeth Millán ondanks aanhoudende juridische procedures uit haar huis gezet en aangevallen door de politie.
Op 27 augustus gaf de minister van Milieu van Barrancabermeja opdracht tot de sloop van een FEDEPESAN-ontmoetingsplaats nabij Ciénaga de San Silvestre.
Amnesty roept het kantoor van de burgemeester op om FEDEPESAN, de federatie van ambachtelijke, milieubewuste en toeristische vissers in Santander, te beschermen en een eind te maken aan de intimidatie van de vissersgemeenschap.
De Magdalenavallei is een uitgestrekte vallei tussen twee bergketens. Het winnen van aardolie is er een belangrijke economische activiteit: Colombia's grootste raffinaderij bevindt zich in Barrancabermeja, het stedelijk centrum van de regio. Het gebied is ook de thuisbasis van agro-industrie, mijnbouw en veeteelt. Door de ligging en de overvloedige grondstoffen wordt de regio als strategisch beschouwd en wordt deze al lange tijd betwist door de overheid en verschillende gewapende groeperingen.
FEDEPESAN bevordert een duurzame visserij en monitort tevens de waterkwaliteit en de biodiversiteit, waaronder bedreigde diersoorten zoals de Antilliaanse lamantijn (zeekoe). Samen met mensenrechtenorganisatie CREDHOS spannen ze collectieve rechtszaken aan. Zo proberen ze het milieu te beschermen voor de vervuilende praktijken van privéactoren die er niet voor terugdeinzen om geweld in te zetten.

Bedreigingen tegen boerenverenigingen
Op 18 november 2025 ontvingen de voorzitters van de verenigingen El Porvenir en Matarratón in het departement Meta Whatsapp-berichten waarin een bijeenkomst geëist werd met en informatie gevraagd werd over leden van de verenigingen. Er werd een video meegestuurd waarop te zien was hoe iemand werd vermoord en verminkt. Op de profielfoto van de verzender was een lid van een niet-officiële gewapende groepering te zien. In beide verenigingen zijn boeren georganiseerd van wie het land werd ontnomen of die gedwongen moesten verhuizen. Zij zijn al vaker bedreigd en aangevallen omdat ze hun territoriale rechten opeisen.
Amnesty dringt er op aan om grondig en doeltreffend onderzoek te doen zodat de verantwoordelijken voor deze bedreigingen voor de rechter kunnen worden gebracht.
El Porvenir en Matarratón zijn boerengemeenschappen die op een traditionele manier gewassen verbouwen op de Orinocovlakten, aan de oevers van de Metarivier (gemeente Puerto Gaitán). Eind jaren ’80 werden deze mensen door gewapende groeperingen bedreigd en gedwongen om hun gronden te verlaten. Het land werd daarna illegaal bezet en verkocht. Sindsdien zetten de gemeenschappen zich in om hun grondgebied terug te krijgen, met risico’s en intimidaties tot gevolg.
Amnesty International trok eerder al aan de alarmbel over bedreigingen aan het adres van leiders van deze boerengemeenschappen. In 2014 bracht de organisatie een rapport uit over de intimidaties en bedreigingen. In 2016 kwam het Grondwettelijk Hof met uitspraak SU-426 die bepaalt dat het Nationale Agentschap voor Landrechten het grondgebied moest toewijzen aan de ‘historische bewoners’. Maar bijna tien jaar later is daar nog altijd niets van in huis gekomen.

Bescherm mensenrechtenorganisatie!
Eind november meldden leden van de Interkerkelijke Commissie voor Rechtvaardigheid en Vrede ernstige aanvallen tijdens hun activiteiten in het zuidwesten van Colombia: onbekende personen hielden voertuigen van leden onder schot en hadden hen achtervolgd.
Hoewel het beveiligingsteam van de organisatie erin slaagde hen veilig te houden, toont de herhaling van dit soort incidenten de noodzaak van strengere beschermingsmaatregelen aan.
De Colombiaanse autoriteiten moeten de leden van de Interkerkelijke Commissie voor Rechtvaardigheid en Vrede beter beschermen tegen aanvallen. Die zetten zich al bijna drie decennia in voor de verdediging van de mensenrechten in Colombia. De Commissie is actief in verschillende regio's van het land en ondersteunt individuen, gezinnen en gemeenschappen in hun oproepen tot het respecteren en naleven van hun burgerlijke, politieke, economische, culturele en milieurechten.
Het is een risicovolle onderneming om in Colombia de mensenrechten te verdedigen. De geschiedenis van de Interkerkelijke Commissie voor Vrede en Rechtvaardigheid is daar het bewijs van. Vanwege hun activisme zijn de leden al regelmatig het slachtoffer geworden van bedreigingen en aanvallen. De organisatie krijgt bescherming van de autoriteiten, maar die zijn niet sterk genoeg om de leden echt veilig te houden.

Pinksterkerken
Net als in heel Latijns-Amerika zijn ook in Colombia de pinksterkerken in opmars. Die leunen sterk op het emotionele en hebben uitgesproken politieke ambities.
De pinksterbeweging is een conservatieve christelijke stroming die ontstond aan het begin van de 20ste eeuw binnen protestantse kerkgenootschappen. De omvang van deze groeiende beweging werd aan het begin van de 21ste eeuw geschat op 400 miljoen aanhangers, inclusief de nauw verwante charismatische beweging.
De pinksterbeweging legt sterk de nadruk op de belofte van de Heilige Geest, die volgens de Bijbel op Pinksterdag neerdaalde over de discipelen van Jezus Christus. Theologisch kan ze gezien worden als stroming binnen het evangelisch christendom door vier belangrijke punten: de noodzaak tot bekering, een activistische levensstijl, de nadruk op Jezus' kruisdood en een vrij letterlijke interpretatie van de Bijbel. Het grootste theologisch verschil is dat de pinksterbeweging meer nadruk legt op de Heilige Geest, glossolalie (het spreken in tongen) en de zogenaamde gaven van de Geest.
Binnen de pinksterbeweging neigt men soms tot sektarisme. Dit komt met name naar voren in de manier waarop ze met genezing bezig zijn. Zo verwachten sommige patiënten meer heil van urenlange gebeden dan van medicatie. In Afrika bijvoorbeeld beschouwen veel gelovigen het aidsvirus als een teken van Satan, dat volgens hen niet met de medische wetenschap kan worden verdreven.
Gelukkig is het niet overal zo: de meeste pinkstergemeenten hanteren het principe dat na genezing door gebed te allen tijde tevens een echte arts moet worden geraadpleegd om genezing vast te stellen en om te bepalen of de medische behandeling kan worden gestaakt of aangepast.
Terug naar Colombia.
Avivamiento (= heropstanding) is een nieuwe ster aan het religieuze firmament. Het is een van de vele Evangelische kerken die de afgelopen dertig jaar furore maakten. In deze kerk geldt: hoe meer je gelooft in God, hoe meer die in jou zal geloven.
Tijdens de dienst vertellen de aanwezigen wat die week aan hen geopenbaard werd. Zo krijgt iemand na een tijdje een groep volgelingen achter zich aan. Deze nieuwe predikant moet al snel op zoek naar grotere zalen. Sommige diensten worden nu zelfs gelivestreamd tot in de Verenigde Staten en Spanje toe. Echt succesvolle predikanten hebben een eigen televisie- en YouTubekanaal, met soms wel honderdduizenden volgers.
De op de spits gedreven emotie tijdens de bijeenkomsten verhult een invloed die veel verder reikt dan de eigen kerkdeuren. De pinksterkerken spelen immers een groeiende rol in de Colombiaanse politiek, waar morele overtuigingen steeds vaker de wetgeving bepalen. In landen als Brazilië en Guatemala raken presidenten zelfs niet meer verkozen zonder de expliciete steun van de pinkstergemeenschap. Met slechts twintig procent aanhangers onder de Colombianen valt de impact hier nog redelijk mee, al blijft het mystieke een grotere plaats bekleden in het dagelijkse leven. Zelfs in kringen van kosmopolitische grootstedelingen in Bogotá is wat onverklaarbaar is, vaak iets waarmee hekserij gemoeid is.
Hoe verscheiden de kerken onderling ook mogen zijn, hun gemene deler is dat ze een bepaald wereldbeeld aanhangen. Zo riep in 2016 toenmalig president Juan Manuel Santos een vredesreferendum uit: zijn de Colombianen voor of tegen een vredesakkoord met de FARC-guerrilla? Het nee-kamp zou winnen en volgens sommigen was de pinkstergemeenschap de doorslaggevende factor.
Een jaar later, in 2017, stonden er verkiezingen gepland. De conservatieve Duque zou het daarin opnemen tegen de linkse voormalige guerrillero Gustavo Petro. De pinkstergemeenschap zag in het verwerpen van het vredesakkoord een manier om zich af te zetten tegen de uittredende, centrumlinkse regering-Santos -nota bene de regering die in 2016 het homohuwelijk erdoor duwde. Door Duque te steunen, wilden ze die beslissing ongedaan maken en het land verder in een conservatieve richting sturen. Dat daarvoor een oorlog moest blijven duren, namen ze er met de glimlach bij!
Mensen beweren om de haverklap dat God zich persoonlijk aan hen heeft geopenbaard. Overal zien ze de hand van God. En wat aan de traditionele familie raakt, is meteen uit den boze. Abortus en het homohuwelijk mogen dan ook geschrapt worden.
Blijkbaar zijn er twee politieke partijen die banden onderhouden met de pinkstergemeenschap, met elk hun eigen strategie richting politieke macht. De eerste partij, MIRA, combineert sterke interne discipline met politiek pragmatisme. Ze respecteert bestaande wetgeving rond pakweg lgbti-rechten, en werkt voorts rond een breed scala aan maatschappelijke thema’s. Bij MIRA zijn de kerk en de partij formeel autonoom.
Deze vernieuwende aanpak contrasteert met die van de partij Colombia Justa Libres (CJL). Die is veel harder en radicaler voor religieus-ethische thema’s zoals abortus, euthanasie en het homohuwelijk. Waar MIRA inzet op aanpassingsvermogen en coalities om politiek relevant te blijven, richt Colombia Justa Libres zich vooral op ideologische eensgezindheid rond anti-abortusstandpunten. CJL rekent daarbij op een relatief beperkte maar sterk gemobiliseerde achterban en enkele prominente religieuze leiders.
Officieel zeggen kerken dat ze geen politiek bedrijven. Tijdens de zondagse dienst wordt er niet over partijen gesproken en lijkt de scheiding tussen kerk en politiek intact. Maar zodra verkiezingen naderen, verschuift die grens en zie je zelfs politici op het spreekgestoelte verschijnen.
MIRA toont dat religieus geïnspireerde politiek niet noodzakelijk ondemocratisch of fanatiek hoeft te zijn, maar wel structureel anders functioneert dan seculiere partijen. De pinksteropmars heeft ook voordelen, direct meetbaar in het Colombiaanse gezin. Studies tonen aan dat mannen die zich bekeren minder alcohol drinken, wat zich vertaalt in een daling van het huiselijk geweld, want dat is nog steeds een groot probleem in het zo machistische Colombia.
Centraal op elk dorpsplein in Colombia staat een kerk, en die is tot op vandaag katholiek van inslag. Het is vooralsnog de enige, echte landsreligie, en ze ontleent haar morele autoriteit aan een historische nabijheid tot de staat, al sinds de Spaanse opmars vanaf de 16de eeuw. Dat is het grote verschil met de pinksterkerken. Hun macht is recent, en opgebouwd van onderuit, via gemeenschap, politieke mobilisatie en emotie.

Op pad door de graffitiscène van Bogotá
De graffitiscène in hoofdstad Bogotá wordt wereldwijd gezien als bijzonder levendig, divers en sociaal geladen. Artiesten spreken zich met hun werk uit tegen de stad, en tegen de macht.
Bogotá draagt zichtbaar de sporen van haar complexe geschiedenis. Eeuwen van kolonisatie, ongelijkheid en conflict hebben littekens nagelaten, maar ook een uitzonderlijke creativiteit losgemaakt. De graffiti zijn rauw, politiek, creatief en diep verweven met de sociale gebeurtenissen van de stad en in feite ook heel het land.
Jarenlang voerde de overheid nochtans een streng repressief beleid tegen graffiti, maar de dood van de jonge graffitikunstenaar Diego Felipe Becerra in 2011 betekende een kantelpunt. De daaropvolgende publieke verontwaardiging dwong de autoriteiten tot een wijziging in hun beleid, waarna graffiti met tegenzin gedoogd werden als legitieme kunstvorm en expressiemiddel.
Wie door Bogotá's straten dwaalt, ervaart de stad als een levend lichaam, een lichaam dat nu eens slaat, dan weer zalft. En achter elke hoek schuilt een nieuw idee.

El Tigre!
Advocaat, zakenman, miljonair en mediafiguur Abelardo 'el Tigre' de la Espriella wil het bendegeweld hardhandig aanpakken. Met 99,9 procent van de stemmen geteld werd hij de nieuwe president. (Tussen haakjes: als advocaat heeft hij vaak omstreden cliënten, zoals bijv. voormalig president Alvaro Uribe, die beschuldigd wordt van banden met drugskartels en paramilitaire groepen.)
Verder staat hij bekend om zijn luxueuze levensstijl. Hij reist met privéjets, draagt Italiaanse maatpakken en dure horloges en toont dat graag op sociale media. Zaken doet hij in wijn, rum, vastgoed en kleding (onder de naam 'de la Espriella style').
De afgelopen jaren woonde hij in Miami, met zowel de Amerikaanse als de Italiaanse nationaliteit.
Hoewel hij geen eerdere politieke ervaring heeft, behaalde de la Espriella met zijn beweging Defensores de la Patria (Verdedigers van het Vaderland) de overwinning. Hij profileert zich als anti-establishment en financiert zijn campagne naar eigen zeggen volledig zelf. Tegelijk bouwt hij via zijn juridische carrière nauwe banden op met de rechtse politieke elite van Colombia.
In zijn campagne beloofde de la Espriella een breuk met het beleid van de huidige linkse president Gustavo Petro. Op economisch vlak kondigde hij ingrijpende neoliberale hervormingen aan. Zo wil hij het overheidsapparaat fors inkrimpen met het ontslag van 700.000 ambtenaren. Ook wil hij opnieuw investeren in fossiele brandstoffen en de olieproductie bijna verdubbelen tot 1,3 miljoen vaten per dag.
Het centrale thema van zijn campagne was veiligheid. Colombia registreerde in 2025 meer dan 14.780 moorden, het hoogste aantal sinds 2015. Gewapende groeperingen tellen bovendien nog steeds meer dan 27.000 leden.
Waar Petro eerder inzette op dialoog, belooft de la Espriella een harde veiligheidsaanpak. "Wanneer ik aantreed, geef ik het leger de opdracht om narcokampen te bombarderen", stelde hij in aanloop naar de verkiezingen. Daarnaast wil hij 10 megagevangenissen bouwen om de "kakkerlakken en ratten", zoals hij gewapende groepen noemt, uit te roeien.
Met zijn strenge verkiezingsbeloftes ligt de vergelijking met de Salvadoraanse president Nayib Bukele voor de hand. De naam 'Bukele' staat intussen symbool voor de harde aanpak van criminelen en bendegeweld. In El Salvador liet Bukele sinds de noodtoestand van 2022 al meer dan 90.000 mensen arresteren, zeer tegen de zin van mensenrechtenorganisaties.
Als uitgesproken Trump-supporter steunt de la Espriella de Amerikaanse bombardementen op de vermeende drugsboten in de Caribische Zee. "Ik zal de luchtmacht opdracht geven om iedere drugsvlucht neer te halen en iedere drugsboot tot zinken te brengen," verklaarde hij.
De afgelopen weken sprak de Amerikaanse president Trump zijn steun uit voor de la Espriella. Naast de gedeelde harde lijn tegen criminaliteit en migratie betekent zijn verkiezing dat Colombia zich aansluit bij het rijtje Trump-gezinde landen in Latijns-Amerika. Die landen zetten in op nauwere samenwerking om drugshandel en migratiestromen in te perken.
Trump wil met die samenwerking de groeiende Chinese invloed in Latijns-Amerika afremmen. China speelt daar immers een steeds belangrijkere rol als handelspartner en investeert fors in infrastructuurprojecten.
Met de overwinning van de la Espriella lijkt de 'rechtse golf' in Latijns-Amerika zich verder door te zetten. Eerder dit jaar koos Costa Rica met Laura Fernández opnieuw voor een rechtse president.
Ook in Peru stevent de presidentscampagne af op een mogelijke overwinning voor de uiterst rechtse kandidaat Keiko Fujimori. De beloftes om misdaad en drugsgeweld hard te bestrijden stonden ook bij die kandidaten centraal.

Onze schrijfactie voor augustus: onderzoek de aanvallen tegen Cleiner Almanza!
Cleiner Almanza is een mensenrechtenactiviste uit Colombia die haar in 1998 vermiste broer zoekt. Op 8 juni werd ze gedwongen tot een ontmoeting met onbekenden in een afgelegen deel van Cartagena. Ze werd geslagen, gefolterd en onderworpen aan gendergerelateerd geweld.
Cleiner Almanza overleefde ternauwernood. Ze kreeg al eerder te maken met aanvallen en schendingen van haar rechten vanwege haar activiteiten.
Amnesty wil dat de openbare aanklager een onderzoek voert naar deze aanvallen. Daarnaast moet hij ook beloften nakomen die zijn gedaan tegenover vrouwen die verdwenen familieleden zoeken.
In Colombia zijn gedwongen verdwijningen al decennialang schering en inslag. Vrouwen nemen vaak het voortouw in de zoektocht naar hun vermiste geliefden. Maar zij krijgen regelmatig te maken met stigmatisering, fysiek geweld (vaak gendergerelateerd), pesterijen en dreigementen, soms zo ernstig dat ze gedwongen worden om hun land te verlaten en in ballingschap te leven. Ook kunnen ze in armoede terechtkomen doordat ze hun leven besteden aan hun zoektocht, terwijl ze vaak ook een gezin te onderhouden hebben. Jaren na de gedwongen verdwijning, en na jaren van geweld tegen deze vrouwen, blijft het vaak wachten op gerechtigheid.
Colombiaanse vrouwen die dierbaren zochten, slaagden er in 2024 in om een wet goedgekeurd te krijgen met daarin erkenning voor hun werk en bescherming voor henzelf. Maar twee jaar na de inwerkingtreding van die wet, zijn veel beloften dode letter gebleven. Dit ondanks het feit dat de openbare aanklager in 2024 wel degelijk heeft beloofd om uit te voeren wat in de wet staat.


Stuur een brief naar:
Luz Adriana Camargo
Fiscalía General de la Nación
Avenida Calle 24 No. 52 – 01
Bogotá D.C.

email: direccion.derechoshumanos@fiscalia.gov.co

Ook naar de ambassade van Colombia kun je een brief sturen:
Daniel Ernesto Prado Albarracin, ambassadeur
Franklin Rooseveltlaan 96A
1050 Elsene

email: ebruselas@cancilleria.gov.co


(Boom, el ... de agosto de 2026)

Estimada Fiscal General,

El 8 de junio Cleiner Almanza de la región de Montes de María sufrió intimidación, tortura, violencia de género e intento de asesinato en Cartagena. Esta activista por los derechos humanos está buscando a su hermano desaparecido en 1998.

Actualmente miles de mujeres están buscando a víctimas de desaparición forzada en el país y quieren descubrir su paradero y la verdad sobre los delitos que sufrieron. Todas quieren justicia, reparación y garantías de no repetición.

Querría que la Fiscalía General de la Nación investigue exhaustivamente los ataques contra Cleiner Almanza y que duplique sus esfuerzos para identificar a los responsables y levarlos ante la justicia en juicios justos. Lo mismo debería aplicarse en general: entonces a todas las mujeres buscadoras de Colombia.

Atentamente,

(Naam, adres en handtekening)



Mevr. de Hoofdaanklager,

Op 8 juni in Cartagena werd Cleiner Almanza uit de regio Montes de María het slachtoffer van intimidatie, foltering, gendergerelateerde geweldpleging en poging tot moord. Deze activiste voor de mensenrechten is op zoek naar haar in 1998 verdwenen broer.

Op dit moment zijn duizenden vrouwen in Colombia op zoek naar slachtoffers van gedwongen verdwijning. Ze willen te weten komen waar ze zich bevinden en de waarheid kennen omtrent de misdaden die ze moesten ondergaan. Al die vrouwen zoeken gerechtigheid, compensatie en de garantie dat deze feiten zich nooit meer zullen voordoen.

Graag had ik gehad dat uw ambt de aanvallen gericht tegen Cleiner Almanza ten gronde zou onderzoeken en alle inspanningen zou verdubbelen om de schuldigen te identificeren en voor het gerecht te brengen in eerlijke processen. Hetzelfde zou dan moeten gelden in het algemeen, voor alle vrouwen dus die momenteel zoekende zijn in Colombia.

Hoogachtend,