|
|
A F R I K A
|
|
|
|
|
Opp.: 30.244.050 km² (1000 x België; 54 landen) Inwoners: 1,5 miljard (2024) 50 inw./km²
Wanneer verwierven de Afrikaanse landen hun onafhankelijkheid?
De Afrikaanse bevolking wordt in de komende decennia zo groot dat het continent, wat er ook gebeurt, zwaarder zal gaan wegen op het wereldgebeuren. De hoop is dat dit vooral om positieve redenen zal zijn.
In de meeste van de 55 landen is zowat de helft jonger dan twintig jaar. Veel van die 750 miljoen kinderen en jongeren zullen ook nog relatief kinderrijke gezinnen beginnen, zodat Afrika het enige continent is waar de bevolking deze eeuw nog snel zal toenemen.
De Verenigde Naties verwachten dat de bevolking er tegen 2050 zal stijgen van de huidige 1,5 miljard naar meer dan 2,5 miljard. Nigeria zou dan zowat evenveel inwoners tellen als de EU. Tegen het einde van de eeuw zou Afrika 3,5 miljard inwoners hebben, waardoor een derde van de wereldbevolking een Afrikaan zal zijn.
Die bevolkingscijfers zullen wat er op het continent gebeurt, belangrijker maken voor de rest van de wereld. Of het nu de omvang van de Afrikaanse markt, de impact van Afrika op klimaatverandering, of de migratie vanuit Afrika is, de getalsterkte zal wegen. Er zal in de toekomst meer naar Afrika gekeken en geluisterd (moeten) worden.
Momenteel is China al erg actief in Afrika, waardoor de Verenigde Staten ook weer geïnteresseerd raken en de dominante positie van de Europeanen bedreigd wordt. Maar ook Rusland, India, Brazilië, Turkije … zijn aanwezig. Afrika, dat is immers meer dan een vierde van alle stemmen in de VN, dat zijn immense natuurlijke rijkdommen, een snel groeiende markt, en dat is de creativiteit van een op de vier jongeren in 2030. Welke grootmacht wil daar afwezig blijven?
Maar dat betekent niet dat Afrika een grootmacht of zelfs maar een eenheid wordt. Of dat Afrika het continent wordt waar zijn jongeren van dromen.
Dat Afrika zoveel kinderen telt, is niet alleen een voordeel. Het zogenaamde demografisch of bevolkingsdividend waar vaak naar verwezen wordt, is niet hetzelfde als een sterke bevolkingstoename of een grote bevolking. Dat dividend ontstaat pas als een bevolkingstoename zich vertaalt in een grote actieve bevolking tegenover een laag aantal ‘afhankelijken’, kinderen en ouderen die van de actieve bevolking afhangen.
Meestal wordt aangenomen dat het bevolkingsdividend ontstaat als het aantal mensen tussen de 15 en 64 jaar meer dan 1,7 keer zo hoog is als dat van de jongeren en ouderen. Toen Zuid-Korea of China hun economische sprong voorwaarts maakten, lag die verhouding zelfs hoger dan 2,5. Die situatie ontstaat alleen maar als het aantal kinderen per vrouw afneemt. Dat is in veel Afrikaanse landen nog niet of te weinig het geval. In Niger vertegenwoordigen ‘de actieven’ slechts 48 procent van de bevolking. Gemiddeld werken momenteel 13 Afrikanen voor 10 afhankelijken.
Vanaf nu komen er alsmaar meer actieven bij en steekt er dus een gunstige demografische wind op, zij het tegen een laag tempo, want het aantal kinderen per vrouw daalt maar heel geleidelijk.
Bevolkingscijfers hebben een nauwe band met het inkomen van staten en mensen. Uiteraard beïnvloedt het aantal werkenden de economische groei. Als meer mensen bijdragen tot de economie, groeit die meer. Het verbaast dus niet dat de Afrikaanse economie de voorbije twintig jaar vrij sterk groeide. Alleen die van Azië groeide sneller.
Als we evenwel kijken naar het inkomen per hoofd zien we dat Afrika steeds meer achterop hinkt in vergelijking met andere continenten. Dat heeft veel te maken met de verhouding tussen het aantal werkenden en niet-werkenden. Die grote Afrikaanse inkomensgroei moet immers verdeeld worden onder haast evenveel niet-werkenden als werkenden. Terwijl wereldwijd het inkomen per hoofd de laatste 30 jaar met 75 procent steeg, nam het in Afrika slechts met een kwart toe. Het Afrikaanse inkomen per hoofd bedraagt een vijfde van het wereldgemiddelde en die kloof zal waarschijnlijk nog tot 2040 groeien. Daarom pleit men voor een grotere beschikbaarheid van voorbehoedsmiddelen, en een betere scholing van vrouwen, zodat het aantal kinderen per vrouw sneller daalt.
Of de gunstige demografische wind in Afrika de komende decennia economisch wordt benut, hangt af van de mate waarin de jongeren een bijdrage tot de welvaart kunnen leveren. Het continent moet daarom jaarlijks 23 miljoen banen scheppen. Dat vereist dat de Afrikaanse economie structureel verandert, stelt de Afrikaanse Ontwikkelingsbank (AOB), die in 1964 werd opgericht door de Afrikaanse Unie. In haar African Economic Outlook 2024 beschrijft de AOB hoe in 25 Afrikaanse landen het grootste deel van de bevolking nog in de landbouw werkt. Het gemiddelde jaarinkomen in die landen bedraagt zo’n 800 euro.
Zoals Europese jongeren mee aan de basis van de Green Deal lagen, kan de Afrikaanse jeugd in de komende decennia misschien voor een verbetering van het bestuur in Afrika zorgen.
In slechts tien Afrikaanse landen, zoals Zuid-Afrika, Marokko, Egypte of Mauritius, werken meer mensen in de industrie dan in de landbouw. Daar bedraagt het jaarinkomen gemiddeld 3500 euro. Daartussenin zitten twintig landen waar meer mensen werken in de dienstensector dan in de landbouw. Verder halen negen op de tien Afrikaanse landen minstens 60 procent van hun exportinkomsten uit de verkoop van (doorgaans enkele) grondstoffen. Dat maakt hen kwetsbaar voor schommelingen van wereldmarktprijzen. Net zoals in alle andere continenten betekent economische ontwikkeling in Afrika dat minder mensen in de landbouw zullen werken. Een geslaagd ontwikkelingstraject veronderstelt ook een meer diverse economie die niet afhangt van enkele producten. De weg daarnaartoe hangt af van vele factoren.
Leren van economisch meer ontwikkelde landen blijkt daarbij cruciaal. De Franse econoom en mondiaal onderzoeker van ongelijkheid, Thomas Piketty, noemt de verspreiding van kennis en technologie de belangrijkste verklaring voor de afname van de inkomensverschillen tussen landen. De voorbije decennia kregen succesvolle staten in Azië dat voor elkaar door zich in te schuiven in globale productieketens. Op die manier haalden ze technologie en kennis in huis en schiepen ze vele, aanvankelijk slecht betaalde banen. Die aanpak lukt beter als de ondernemingen die de internationale productieketens vormgeven er brood in zien om in een bepaald land te produceren.
Heel wat Afrikaanse landen willen graag hun kritieke grondstoffen voor de energietransitie als hefboom gebruiken om zelf batterijen en elektrische voertuigen te produceren. Maar kan dat lukken als lokale energievoorziening en transport gebrekkig zijn, en als multinationale ondernemingen de grondstoffen even goedkoop kunnen ontginnen in landen die hun niet opleggen lokaal te produceren?
Marokko slaagt er alvast in zich op te werken in de autosector. In 2024 produceert het land al 800.000 wagens en volgend jaar worden dat er al meer dan één miljoen, mede dankzij Chinese investeringen. Dat Marokko vrijhandelsakkoorden heeft met zowel de EU als de VS maakt het land een interessant productieplatform voor die enorme markten.
Het blijft natuurlijk maar de vraag of industrie anno 2024 nog even noodzakelijk is voor ontwikkeling als vroeger. Door de automatisering schept industrie minder banen dan voorheen, en de scherpe competitie vanuit Azië maakt het Afrika moeilijk om zijn plaats op te eisen. Bovendien creëren in heel wat Afrikaanse landen diensten meer jobs dan industrie. Toerisme en transport lopen daarbij voorop, gevolgd door digitale en financiële diensten.
Veel Afrikaanse overheden blijven industrie echter belangrijk vinden omdat die veel bijkomende banen in de toelevering en logistiek creëert. Wel geloven velen dat dit het best begint met de uitbouw van een agro-industrie die een grotere lokale voedselproductie verwerkt om zo de eigen voedselvoorziening te verzekeren en niet langer elk jaar miljarden te moeten besteden aan voedselinvoer. Belangrijk is ook de uitbouw van de African Continental Free Trade Area (AfCFTA), de eengemaakte Afrikaanse markt. Die laat Afrikaanse ondernemingen toe om op grote schaal, en dus efficiënter, te produceren. Het zal ook de intra-Afrikaanse handel, die nog altijd erg beperkt is, bevorderen.
Vanuit het oogpunt van economische transformatie zoekt men vooral naar investeringen in de zogenaamde SDG’s met betrekking tot infrastructuur, onderwijs en energie: zie hiervoor ook ons betreffend dossier. Dat vraagt veel middelen, want Afrika behaalt tegen 2030 gemiddeld slechts 56 procent van de SDG’s, het laagste cijfer van alle regio’s. De armoede steeg er van 33 procent in 2013 naar 38 procent in 2023. Een derde van de kinderen is ondervoed en daardoor onvolgroeid. 600 miljoen Afrikanen hebben geen toegang tot elektriciteit. Wat betreft onderwijs en gezondheid is de voorbije vijf decennia wel grote vooruitgang geboekt, maar ook op dat vlak loopt Afrika achter op de rest van de wereld.
Die slechte SDG-prestaties wijt men onder meer aan het feit dat Afrikaanse landen gemiddeld maar 13,6 procent van hun inkomen aan belastingen ophalen, tegenover 15,4 procent in andere ontwikkelingslanden, en meer dan 30 procent in rijke landen. Er moeten dus zeker meer inkomsten komen uit belastingen.
Hoewel Afrika bijna niets bijdroeg tot de klimaatverandering, maar er wel volop de gevolgen van draagt, ontving het maar 4,5 procent van de 625 miljard aan internationale klimaatfinanciering die in 2019-2020 werd gemobiliseerd. Afrika heeft immense investeringsnoden en komt op de geldmarkten dus het moeilijkst aan geld. Het zal aan regeringen en internationale instellingen zijn om de financiële achterstelling van Afrika bij te sturen. Paradoxaal genoeg kan de klimaatverandering daartoe misschien bijdragen.
De klimaatverandering zal mee de toekomst van Afrika bepalen. Volgens de VN is de Sahel wereldwijd de regio waar de neerslaghoeveelheid het meest gedaald is. Mogelijk verklaart dat mee de politieke instabiliteit in de Sahel. Mensen praten voortdurend over het feit dat het klimaat veranderd is, dat de seizoenen onbetrouwbaar zijn, dat het warmer is, en dat er overstromingen zijn. Spijtig genoeg ondergaat Afrika niet alleen het klimaat, het wordt zonder sterke bijsturing de komende decennia ook een van de grootste CO2-uitstoters ter wereld.
Toch biedt de klimaatverandering ook kansen. Natuurlijke rijkdommen zoals het regenwoud van het Congobekken leveren belangrijke globale publieke goederen, zoals de opslag van koolstof en het behoud van biodiversiteit. De waarde daarvan wordt niet verrekend in de Afrikaanse rijkdom. Als dat wel gebeurde, zou Afrika goedkoper en meer kunnen lenen.
Koolstofkredieten, vergoedingen voor de opslag van koolstof in de Afrikaanse natuur, kunnen volgens de AOB en het Institute for Security Studies een van Afrika’s voornaamste exportproducten worden, op voorwaarde dat ze staten en bedrijven wereldwijd een betrouwbare manier bieden om hun emissies te compenseren. Daarmee kan Afrika twee vliegen in één klap slaan: het kan zijn ecosystemen in stand houden omdat de lokale bevolking ervoor wordt vergoed, én het biedt het nodige kapitaal om te investeren in groene energie.
Dat biedt grote kansen, want Afrika beschikt over 39 procent van het mondiale potentieel voor wind- en zonne-energie. Zowel voor het uitbouwen van de koolstofmarkt als voor het massaal investeren in groene energie is het cruciaal dat een zo zeker mogelijke omgeving wordt geschapen. Vraag is of de EU deze uitdaging kan aangrijpen om een diepgaande samenwerking met Afrika op poten te zetten.
Niet langer een vreselijke plek!
Nog in 2000 werd Afrika afgeschilderd als hopeloos en niet in staat tot economische groei en ontwikkeling. Door wanbestuur, corruptie en allerlei conflicten zou er niet direct sprake kunnen zijn van een heropleving. Maar kijk, nauwelijks 25 jaar later is dat ronduit pessimistisch beeld helemaal bijgespijkerd.
De huidige evolutie is er waarschijnlijk gekomen dankzij ambitieuze projecten als de African Continental Free Trade Area (AfCFTA). Dit project draait niet alleen om een Afrikaanse vrijhandelszone, maar ook om eenheid binnen het continent. Een visie om voorgoed een einde te maken aan de versnippering van de Afrikaanse economie.
Meer dan 40 Afrikaanse landen ondertekenden in 2018 de overeenkomst van de AfCFTA, in Kigali. In 2025 hebben dat zelfs al 54 van de 55 lidstaten van de Afrikaanse Unie gedaan -op Eritrea na. 49 van hen gingen zelfs over tot ratificatie, dus ze kan nu zeker in werking treden.
En zo is de slotsom dat, waar steeds meer landen teruggrijpen naar handelsbarrières, tarieven en andere protectionistische maatregelen (Brexit, America First, ...), het Afrikaanse continent gewoon ijverig timmert aan de grootste vrijhandelszone ter wereld. Met een bevolking van 1,4 miljard mensen is Afrika simpelweg een aantrekkelijke handelspartner.
Iedereen weet wel dat de politieke onrust en de armoede niet van de ene dag op de andere zullen verdwijnen, maar pessimisme is een slechte raadgever: als niet-Afrikanen voortdurend moeten horen dat Afrika toch zo'n vreselijke plek is, waarom zouden ze daar dan zaken willen doen?
Lange tijd zochten zakenlui van het Afrikaanse continent vooral toenadering tot rijke landen in de hoop toegang te krijgen tot hun markten. De bedwongen handelsovereenkomsten hadden echter niet de verhoopte structurele vooruitgang. Afrika vertegenwoordigt ongeveer 17% van de wereldbevolking, maar zijn aandeel in de globale export bedraagt niet eens 3%. Bovendien bestaat de export voornamelijk uit onverwerkte grondstoffen, zoals ruwe olie, metalen, mineralen en landbouwproducten, wat geenszins de werkgelegenheid ten goed komt. Verder is men erg afhankelijk van de import van allerlei producten die ook in Afrika zelf kunnen gemaakt worden.
Om dit te verwezenlijken bepaalt de AfCFTA-overeenkomst dat Afrikaanse landen hun invoertarieven voor 90% van de goederen moeten opheffen. Daarnaast zal ze ernaar streven om gezondheids- en milieunormen te stroomlijnen en ingewikkelde douaneprocedures en tekorten op vlak van infrastructuur weg te nemen. Tegelijkertijd wil de AfCFTA ook de industrialisatie bevorderen, bijvoorbeeld door regionale waardeketens te versterken. Dat betekent producten in Afrika zelf bewerken, zodat ze nadien met een meerwaarde kunnen uitgevoerd worden. En die export moet net zo goed naar landen buiten Afrika gaan als naar Afrikaanse landen onderling.
Afrika zou volgens sommigen nog steeds te weinig handel drijven met zichzelf, ook al bestaan er intussen 8 regionale economische gemeenschappen. De betreffende landen spreken daarin af om onderling handelsbarrières af te bouwen, vrij verkeer van goederen, diensten en personen mogelijk te maken en samen hun infrastructuur te verbeteren. Bekend samenwerkingsverband is ECOWAS, de Economische Gemeenschap van West-Afrikaanse landen. Niet in het minst omdat het ook optreedt als regionale vredesmacht om in te grijpen bij politieke instabiliteit en conflicten, zoals in 2017 in Gambia.
We moeten ons wel soms vragen stellen over het succes van deze gemeenschappen. Zo trokken Mali, Burkina Faso en Niger zich vorig jaar nog terug uit ECOWAS. Verder is er binnen de South African Development Community een kortstondig handelverbod geweest tussen lidstaten Tanzania, Malawi en Zuid-Afrika. En is het maar moeilijk voor te stellen dat Congo en Rwanda iets goeds kunnen verwezenlijken binnen dezelfde East African Community!
De koloniserende staten legden in 1884 lukraak grenzen vast en daardoor werden eeuwenoude handelsroutes doorgeknipt. Nu, 150 jaar later, hebben Afrikanen nog altijd moeite om vrij door hun continent te reizen. Los van de AfCFTA werd in Kigali daarom het Free Movement Protocol voorgesteld. Dit FMP bepaalt dat Afrikanen zonder visum, maar wel met de nodige reisdocumenten, maximaal 90 dagen in een andere lidstaat mogen verblijven. Spijtig genoeg werd het protocol nog maar door vier landen geratificeerd: er zijn immers te veel obstakels, onder de vorm van grensdisputen, ziektes, mensenhandel, terrorisme en smokkel. Op dit punt liggen immigratiediensten en veiligheidsinstanties vaak dwars.
Niettemin worden er successen geboekt: zo bijvoorbeeld in de East African Community waar bezitters van een nationale identiteitskaart vrij kunnen reizen en in bepaalde gevallen zelfs gratis onderwijs genieten. Veel landen versoepelen ook op eigen houtje hun visumbeleid om buitenlands talent of toeristen aan te trekken.
Inderdaad, migranten dragen bij aan hun nieuwe gemeenschappen. Intra-Afrikaanse migratie kan helpen om nijpende tekorten aan vaardigheden op te vangen. Dankzij een betere mobiliteit kunnen de juiste profielen makkelijker gevonden worden.
Een Afrikaanse eenwording op economisch vlak is voorlopig nog toekomstmuziek. Noord-Afrikaanse landen bijvoorbeeld zijn lid van organisaties die veeleer een pan-Arabische eenheid promoten.
Wie wil investeren in Afrika?
Van alle werelddelen trekt Afrika veruit het minst investeringen aan. Dat is geen goede zaak voor Afrika, maar ook niet voor Europa.
Volgens het Wereldinvesteringsrapport 2025 van de VN-organisatie voor Handel en Ontwikkeling (Unctad) trok Afrika in 2024 nauwelijks zes procent van de wereldwijde buitenlandse investeringen aan -voor in totaal 1636 miljard dollar. En dat terwijl dit continent toch goed is voor 20 procent van de wereldbevolking. In 2023 bijv. bedroegen de totale buitenlandse investeringen in Afrika slechts 55 miljard dollar.
Zelfs op een terrein waar Afrika een groot potentieel heeft -het beschikt over 39 procent van het mondiale potentieel aan zonne- en windenergie- bleef het in 2023 ver onder zijn potentieel, met 1,6 procent van de wereldwijde investeringen in hernieuwbare energie.
Als er minder geïnvesteerd wordt in Afrika, is dat omdat de risico’s er veel hoger worden ingeschat. Daardoor betalen Afrikaanse landen gemiddeld 11,6 procent op hun leningen -acht keer zoveel als Duitsland! Buitenlandse bedrijven hebben doorgaans geen toegang tot de financiële wereld. Het grootste deel van hun groei moeten ze financieren met eigen middelen.
Het grootste probleem is de politieke en economische instabiliteit. Bedrijven willen geen risico nemen om reputatieschade op te lopen bij eventuele betrokkenheid bij misbruiken.
De vraag is in hoeverre die inschatting van het risico realistisch is. Ondernemers zijn het gewend om te werken in een beschermde omgeving met veel en duidelijke regels. Ze vermijden Afrika omdat de regelgeving er onvoorspelbaar of arbitrair is. Ze hebben het moeilijk om in Afrika te investeren, omdat ze vinden dat er te weinig rechtszekerheid is.
China echter gaat daar anders mee om en dat biedt hen voordelen. Jammer genoeg geldt dat ook voor de omgang met corruptie: voor China maakt dat deel uit van het zakendoen, voor ons is dat een heel grote hindernis.
Mensen tewerkstellen in Oost-Congo bijv. brengt bepaalde uitdagingen met zich mee maar er zijn ook nieuwe mogelijkheden. Veiligheid is zeker een probleem, maar toch vooral voor de lokale mensen. Het klopt dat de toepassing van het recht soms onzeker is. Je hebt er bijgevolg alle belang bij de regels te volgen. Maar kijk, vaak staat de bevolking achter jou als je aantoont dat je hen vooruithelpt. Tegelijk zijn grote delen van Afrika nog braakliggend terrein: met een beetje boerenverstand kan je er veel realiseren.
Bitange Ndemo, de ambassadeur van Kenia in België, noemt conflicten de belangrijkste rem op investeringen. Nochtans heeft Afrika intussen ook een markt van 400 miljoen koopkrachtige middenklassers. Ndemo is ervan overtuigd dat alleen economische vooruitgang en jobs daarvoor kunnen zorgen: werkloze jonge mensen worden immers makkelijk verleid tot geweldplegingen.
Ndemo vindt ook dat de rijke landen, en Europa in het bijzonder, ervoor moeten zorgen dat grondstoffen voor de groene revolutie niet alleen in Afrika ontgonnen worden, maar ook daar verwerkt. Zoals Indonesië doet met zijn nikkel: Chinese ondernemingen bouwen er batterijen en elektrische voertuigen. Spijtig genoeg is het Westen nog steeds vooral gericht op het weghalen van grondstoffen.
Vanop een afstand bekeken heeft Europa er alle belang bij om hoop en toekomst te genereren voor de jonge generatie Afrikanen. Dat kan helpen om migratie en klimaatverandering onder controle te houden.
China lijkt de voorbije jaren actiever in Afrika dan Europa. Als Afrikanen moeten kiezen tussen China en Europa, zullen ze altijd voor Europa kiezen: ze zijn tenslotte buren, delen een geschiedenis, kennen elkaar… Maar feit is dat China meer investeert in Afrika dan Europa. Zo investeert het in 2025 maar liefst 6,5 miljard dollar in batterijproductie in Marokko.
Reeds voor de vierde keer werd de Chinees-Afrikaanse Economische en Handelsbeurs georganiseerd. China gaat duidelijk voor productie in Afrika. Tijdens de beurs kondigde China aan dat alle Afrikaanse landen, behalve Eswatini (want daar erkent men Taiwan wel), voortaan tariefvrij kunnen exporteren naar China.