Aids en HIV


Aids in 2020!

Aids (acquired immunodeficiency syndrome - verworven immunodeficiëntiesyndroom) is een ziektebeeld dat wordt veroorzaakt door het Human Immunodeficiency Virus (HIV, menselijk immunodeficiëntievirus).
De map hierboven dateert van 2020. (Hoe lichter de kleur, hoe minder vaak aids voorkomt, gaande van <0,2% tot >19% van . Grijs betekent data onbekend.)

Aan het eind van de jaren 70 stak een tot dan onbekende ziekte de kop op in Amerika en iets later in Europa. Kenmerkend aan de ziekte was dat de weerstand van de getroffen personen aangetast werd, dat negen van de tien patiënten homoseksueel waren en 98 % man. Het leek een 'homoziekte', zoals veel kranten toen berichtten, maar later bleek deze aanduiding onjuist te zijn. In 1982 werd duidelijk dat ook gebruikers van verdovende middelen en lijders aan de bloedziekte hemofilie de ziekte konden krijgen. Deze laatsten hadden bloedtransfusies gekregen met bloed dat besmet bleek te zijn.
Dokters veronderstelden dat de ziekte te maken had met het afweersysteem, omdat een belangrijke groep bloedcellen die onze immuniteit regelen afnam bij mensen met aids. Hierdoor krijgen de patiënten infecties die gezonde mensen niet krijgen, maar die zich kunnen ontwikkelen bij een verzwakte afweer. Verder bleken infecties die gezonde mensen meestal doorstaan, dodelijk te zijn voor personen die getroffen waren door de onbekende ziekte.
Het aidsvirus is oorspronkelijk een apenziekte. Het virus zou bij de mens zijn terechtgekomen door een toegenomen contact tussen mensen en apen: door de jacht op en de handel in apen, het kappen van het Afrikaanse regenwoud en de kolonisatie van Afrika. Hiv is een virus en heeft dus gastheren nodig. Het aidsvirus stapte van de ene gastheer, de aap, over naar een andere gastheer, de mens, en evolueerde verder.
Aids komt wereldwijd voor, maar de prevalentie verschilt van land tot land. Bij de Wereldgezondheidsorganisatie wordt aids als een belangrijk probleem beschouwd, wat tot de oprichting geleid heeft van UNAIDS. Duidelijk is dat aids een wereldwijd probleem vormt en dat een land of een regio waar de besmettingsgraad hoog is met grote sociale en economische problemen te maken krijgt.
Aids was in de eerste decennia na de ontdekking een ziekte die in de meeste gevallen vrij snel een dodelijke afloop had. De ziekte wordt overgedragen wanneer een slijmvlies of de bloedsomloop in aanraking komt met een hiv-besmette lichaamsvloeistof, zoals bloed, sperma, vaginale afscheiding, voorvocht of moedermelk. Overdracht van besmetting kan dus plaatsvinden tijdens anale, vaginale of orale seks, een bloedtransfusie met besmet bloed, het gebruik van besmette injectienaalden en overdracht van moeder op kind tijdens de zwangerschap, de geboorte of bij borstvoeding. Een virus heeft een incubatietijd, m.a.w. de tijd tussen de besmetting en het uitbreken van de ziekte. Bij aids is de gemiddelde incubatietijd 9 à 10 jaar. Na deze periode wordt men dus pas echt ziek en heeft men aids. De eerste 9 à 10 jaar is men seropositief. Teken van aids

Het gebruik van een condoom maakt de kans op besmetting door aids veel kleiner maar het gevaar blijft, zoals ook zwangerschappen bij het gebruik van condooms niet uitgesloten zijn. Bij zeer massaal, langdurig en zorgvuldig condoomgebruik worden het aantal besmettingen uiteindelijk zo laag dat de epidemie zou stoppen. Het bevorderen van het gebruik van condooms in onder andere derdewereldlanden is een middel om ervoor te zorgen dat aids en hiv zich minder verspreiden. Exclusieve en wederzijdse trouw aan de partner is een effectieve maatregel tegen besmetting met hiv. Er is dan geen mogelijkheid van seksuele infectie tenzij een van de partners via naalden (bijvoorbeeld door intraveneus druggebruik of na een bloedtransfusie) besmet is geraakt.
In ieder geval bestaat er nog steeds geen afdoend vaccin tegen aids en er zijn geen medicijnen die aids kunnen genezen. Er zijn wel medicijnen die de werking van het virus afremmen, de zogeheten aidsremmers of antiretrovirale geneesmiddelen. Een therapie met verschillende van die aidsremmers is zeer effectief, zodat in de Westerse wereld de levensverwachting van hiv-positieve patiënten tegenwoordig de normale levensverwachting benadert. Een hiv-besmetting is hierdoor veranderd in een chronische ziekte. In veel derdewereldlanden en met name in zuidelijk Afrika, waar de ziekte de grootste ravage aanricht, zijn aidsremmers echter zeer moeilijk verkrijgbaar en vaak onbetaalbaar. De farmaceutische industrie heeft onder druk van de politiek en aidsorganisaties wel de prijzen voor haar aidsremmers verlaagd. Maar daarmee wordt de therapie nog niet voor alle mensen betaalbaar en zijn de logistieke problemen nog niet opgelost.
Aidsremmers hebben trouwens een bijkomend voordeel: wie aidsremmers neemt, zal de ziekte minder gemakkelijk verspreiden na seksueel contact of bij geboorte/borstvoeding.
Eind 2007 waren wereldwijd 33 miljoen mensen geïnfecteerd met hiv, waarvan 22 miljoen in zuidelijk Afrika. Dat jaar stierven ongeveer 2 miljoen mensen aan de gevolgen van hiv.
Op 1 december is het Wereld Aidsdag, sinds 1998 een internationale dag georganiseerd door de Wereldgezondheidsorganisatie en gesteund door de Verenigde Naties.
Het rode lint staat symbool voor de strijd tegen aids.