koolstofkringloop

'2020 is een kritiek jaar voor de toekomst van onze planeet.'
Met die zin opende de website voor de Klimaattop in november in het Schotse Glasgow. Het is niet de eerste keer dat een jaar, een conferentie of een keuze beslissend voor de toekomst genoemd wordt, maar deze keer is het echt wel waar. Op de klimaattop in Parijs, eind 2015, werd afgesproken dat de internationale gemeenschap er alles aan zou doen om de opwarming van de planeet ruim onder de 2 graden Celsius te houden, en liefst op 1,5 te mikken. Maar zelfs met alle gedane beloften komen we er niet: we stevenen dan nog af op een opwarming van 3 graden tegen 2100. In Glasgow moeten er nieuwe en ambitieuzere engagementen aangegaan worden. Want als de wereld de radicale ommekeer naar een economie zonder fossiele brandstoffen dit jaar niet inzet, zullen de doelstellingen van Parijs nooit meer haalbaar zijn.
In eigen land is vooral in het noorden van echte ambitie geen sprake. De Brusselse en Waalse regeringen stelden hun doelstellingen al bij: min 55 procent in 2030, netto nul in 2050. De Vlaamse regering daarentegen blijft aarzelen en tegenstribbelen. Toch is ook Vlaanderen heel kwetsbaar voor de gevolgen van klimaatverandering.
Tegelijk behoren we tot de grootste uitstoters van broeikasgassen per inwoner. Bovendien bestaat er ook zoiets als historische verantwoordelijkheid: België was het tweede land waar de Industriële Revolutie begon.
Op dit moment stoten we 42 miljard ton CO2 (koolstofdioxide) per jaar uit. Bovendien is de wereldwijde uitstoot in de voorbije dertig jaar met twee derde toegenomen, ondanks alle bewustmaking, technologische stapjes voorwaarts en beleidsplannen. Het grootste deel van de uitstoot van de voorbije decennia zit er dus nog steeds, en zal er nog tientallen jaren blijven. Het is net die opgestapelde hoeveelheid CO2 die bepaalt hoe snel de opwarming van de aarde zal verlopen, en tot welke temperaturen.
Een radicale omslag in productie-, distributie-, en consumptiebeleid in 1980 had ons veel meer tijd kunnen geven om naar de netto nuluitstoot te evolueren. De knik die we vandaag moeten maken, is veel ingrijpender, en de tijd om tot nuluitstoot te komen veel korter.
Bevolkingsaangroei draagt uiteraard bij tot meer uitstoot. Maar toch vormt de bevolkingsgroei een kleinere bedreiging dan de consumptiegroei bij de rijkste 25 procent van de wereldbevolking. Die groeit op dit moment met 1 procent per jaar, maar de consumptie neemt met 3 procent toe. De reden: de uitstoot van CO2 is ongelijk verdeeld over de wereld en over sociaal-economische groepen.
Het is niet dat er niets gebeurt, maar te weinig en te traag.
In het laatste decennium zien we dat de concentratie lineair toeneemt. Dat wil zeggen: er zijn jaarlijks stijgende en dalende bewegingen, maar de basiscurve stijgt gestaag. Niet te verwonderen, als je beseft dat er weinig CO2 verdwijnt, terwijl er wel steeds meer bijkomt.
Wat gebeurt er als er geen radicale breuk met de huidige uitstoot komt? Dan blijven we dus iedere tien jaar een temperatuurstijging van 0,2 graden registreren en wordt de grens van 1,5 graden overschreden vóór 2050.

Beton!
Beton is overal. Het zou na water het meest gebruikte materiaal op aarde zijn. Dat gaat gepaard met een serieuze kost voor het klimaat, want de productie van cement, het bindmiddel dat beton samenhoudt, is een grote bron van CO2-uitstoot. De grootste industriële uitstoter na de staalindustrie zelfs, verantwoordelijk voor acht procent van de wereldwijde CO2-uitstoot.
Als we de klimaatdoelstellingen van het Akkoord van Parijs willen halen, zal de cementindustrie dringend grondige veranderingen moeten doorvoeren. Volgens een rapport van de internationale denktank Chatham House hebben maatregelen in de sector er al voor gezorgd dat de CO2-uitstoot bij de productie van één ton cement daalde met 18 procent sinds de jaren negentig.
Toch stoot de industrie vandaag vijftig procent meer CO2 uit dan in de jaren negentig, omdat de cementproductie bijna verviervoudigd is, naar meer dan vier miljard ton per jaar. Men verwacht dat de productie de komende tien jaar zal blijven stijgen, met 500 miljoen ton per jaar, door economische groei, verstedelijking en bevolkingsgroei in onder meer India, Zuidoost-Azië en Afrika.

Hernieuwbare energie gebruiken is dus niet de oplossing bij uitstek, want het brandstofverbruik van de ovens veroorzaakt maar veertig procent van de totale uitstoot. Dat maakt het voor de cementsector moeilijk om de uitstoot ten gronde aan te pakken. Het goede nieuws is dat er al veel oplossingen bestaan, alleen is het vaak niet evident ze te implementeren.
Een veelbelovend alternatief is LC3, een cement op basis van klei dat een deel van het gewone cement vervangt. Het wordt op veel lagere temperaturen verhit. Sommige onderzoekers gaan nog een stap verder en gaan op zoek naar manieren om cement in zijn geheel te vervangen.
Ook bouwmaterialen uit sloop hergebruiken kan heel wat winst voor het klimaat genereren.
Een combinatie van alle bovenstaande maatregelen zou de CO2-uitstoot van de cementsector sterk kunnen doen dalen. Volgens een rapport van het EPFL in Lausanne zou de uitstoot zelfs met tachtig procent kunnen dalen als er niet enkel gekeken wordt naar de cementproducenten, maar naar alle spelers in de waardeketen.

Koolstoftaks
Een koolstoftaks is onmisbaar, maar niet voldoende. Het is zeker geen wondermiddel. Anderzijds is het onmogelijk een klimaattransitie door te voeren zonder een prijs op broeikasgassen. Dat kan met een taks of met verhandelbare emissierechten.
De taks zet een vaste prijs op uitstoot, de emissierechten begrenzen de uitstoot en laten de prijs fluctueren. In tijden van klimaatcrisis is het volgens de Gentse econoom Jonas Van der Slycken doeltreffender de uitstoot te plafonneren dan enkel de prijs te laten spelen.
Het doel van een taks en een emissieplafond is hetzelfde: mensen en bedrijven ervan overtuigen te kiezen voor klimaatvriendelijke alternatieven. Het heeft het voordeel van de duidelijkheid, maar het nadeel dat de kost zwaarder weegt voor wie het nu al moeilijk heeft.
Het is de paradox van iedere milieutaks. Mensen hebben een afkeer van belastingen en van alle belastingen zijn milieubelastingen het minst populair.
Het is een van de redenen waarom sommigen niet zozeer pleiten voor een koolstoftaks, dan wel voor een klimaat-taxshift: verlaag de belastingen op arbeid, verhoog de taks op broeikasgassen.
46 landen en 26 regio's hebben wereldwijd een of andere koolstoftaks ingevoerd. Het effect is onmiskenbaar. Zolang Australië liet betalen voor de uitstoot van CO2, daalde de nationale uitstoot. Toen onder politieke druk de taks weer in de koelkast verdween, ging de grafiek weer omhoog.
Ondertussen is Zweden een van de weinige Europese landen die met hun binnenlandse uitstootreductie op schema zitten -met dank aan een koolstoftaks. Het is nog wel zo dat die vooral wordt betaald door gezinnen, openbare diensten, de transportsector en kleine ondernemingen. De energie-intensieve sectoren die onder het Europese emissiehandelsysteem vallen, zijn vrijgesteld.

koolstofkringloop

Bossen!
Bossen zijn krachtige CO2-stofzuigers. Ze halen een derde van onze uitstoot weer uit de atmosfeer. Dat moet verdubbelen, maar daalt door houtkap. Bomen laten groeien, eerder dan nieuwe bomen planten, is de snelste oplossing, zeggen wetenschappers. En daarbij is een glansrol weggelegd voor onze oerbossen: eeuwenoude pareltjes die nuttiger diensten kunnen leveren dan verhakseld te worden tot papier en biobrandstof. We zouden de Mona Lisa toch ook niet verbranden om onze handen te warmen?
In de puurnatuurstukjes van het Zoniënwoud, ons wereldnatuurerfgoed omringd door autosnelwegen en bebouwde kommen, leren de traag groeiende bomenreuzen ons wat onthaasten betekent. Zolang ze groeien, zijn ze druk bezig CO2 uit de lucht te halen en om te zetten in zuurstof. De koolstof blijft opgeslagen in het hout. Gewoon door wat ze zijn en doen, matigen bossen de temperatuur op onze planeet.
De beste natuurlijke bossen onder strikte bescherming plaatsen, en in productiebossen de bomen pas op latere leeftijd kappen, dat is wat we moeten doen! Maar hiervoor ligt geen enkele EU-lidstaat op koers.

In het Roemeense Fagarasgebergte vind je nog ongerepte wildernis waar bomen van vierhonderd jaar oud geen uitzondering zijn. Van oude bomen werd decennialang aangenomen dat ze geen koolstof meer opslaan, omdat ze niet meer groeien, maar dat blijkt nu niet zo te zijn.
Dode bomen creëren dan weer een universum van nieuw leven: ze gaan al miljoenen jaren in de humuslaag op, waarna uit die bodem nieuwe bomen groeien. Vooral die bodems zijn schatkisten vol koolstof.
De kaarsrechte, aangeplante boskathedralen van het Zoniënwoud zijn ontzagwekkend, maar in de verwilderde, intacte Roemeense oerbossen zit nog veel meer koolstof, soms tot 1200 kubieke meter hout per hectare. In een aangeplant bos is dat gemiddeld 250 kubieke meter.

Climate Change Conference, COP26, Glasgow 2020 (maar verzet naar 2021)
(COP = Conference of the Parties in the Climate Convention)
Van 9 tot 19 november 2020 zouden alle staten van de wereld dus bijeenkomen voor een klimaattop die de mensheid tot meer ambitieuze klimaatdoelen moet bewegen. Het is misschien wel de top van de laatste kans om een dramatische klimaatverandering, en dus een stijging van de temperatuur met meer dan twee graden Celsius, te voorkomen.
Terwijl overal het ijs smelt en de bossen branden, nam de globale uitstoot van broeikasgassen in 2017 en 2018 fors toe. Voor 2019 zijn de cijfers nog onduidelijk, wellicht wordt het een kleinere stijging dan de voorbije jaren. Maar er is veel meer nodig. Willen we de temperatuurstijging onder twee graden Celsius houden, dan moet volgens het VN-milieuprogramma UNEP de uitstoot van broeikasgassen tegen 2030 dalen met 15 gigaton aan CO2-equivalenten, dat betekent: alle broeikasgassen samen. En dat tegenover een globale uitstoot van 55 gigaton in 2018. En naarmate de klimaatcrisis zich scherper laat voelen, zal die tot meer spanningen leiden tussen landen die grote inspanningen doen en landen die weinig doen.
Als China niet meedoet, is het erg moeilijk om de globale uitstoot beduidend te laten dalen. China is immers op een paar decennia veruit 's werelds grootste uitstoter van broeikasgassen geworden, met meer dan 10 gigaton CO2-uitstoot in 2019, goed voor 28 procent van de totale uitstoot.
India is met ruim 3 gigaton CO2-equivalenten de tweede grote uitstoter onder de ontwikkelingslanden, goed voor zeven procent van de globale uitstoot. Dat heeft vooral te maken met zijn grote bevolkingsaantal. Per hoofd van de bevolking is India nog een bescheiden uitstoter met ruim 2 ton broeikasgassen per Indiër. En ook India investeert massaal in zonne- en windenergie.
De EU wil zich opwerpen als klimaatleider en het eerste werelddeel worden dat naar een nuluitstoot gaat. De Europese Unie is met ruim 4 gigaton CO2-equivalenten de derde grootste producent van broeikasgassen ter wereld. De uitstoot werd de voorbije dertig jaar met een kwart verlaagd en is nu nog verantwoordelijk voor negen procent van de globale emissies.
De Verenigde Staten tekenen als tweede grootste uitstoter voor veertien procent van de mondiale emissies. Ze hielden onder het presidentschap van Donald Trump hun uitstoot min of meer stabiel. Dat is te danken de vervanging van kolencentrales door gascentrales, die gewoon goedkoper zijn en minder uitstoot veroorzaken dan de uiterst vervuilende steenkoolcentrales.
En Brazilië heeft een CO2-bom in handen. Dat land is verantwoordelijk voor iets minder dan 1,5 procent van de uitstoot, maar het herbergt vooral ook de eerste long van de wereld, het Amazonewoud. Het bevat immens veel CO2 en neemt elk jaar 1 gigaton CO2 uit de atmosfeer op. Het is bovendien vitaal voor de regionale waterhuishouding en weerspatronen. De wereld moet ervoor zorgen dat het die niet laat afgaan. Bolsonaro heeft al laten weten dat het Amazonewoud van de Brazilianen is en dat de rest van de wereld zich best niet bemoeit met de Braziliaanse interne keuken. Wellicht kan alleen een sterke Amerikaanse president Bolsonaro overtuigen dat het Amazonewoud voor heel de wereld belangrijk is en dat hij zijn beleid ten aanzien van de bosbranden moet stoppen.
Tot slot: wat te denken van landen als Saoedi-Arabië, Iran of Rusland, die een zeer groot deel van hun inkomen halen uit de verkoop van aardolie of aardgas? Hoe kunnen zij er ooit van overtuigd worden dat ze een deel van de rijkdom die ze dachten te hebben, gewoon in de grond moeten laten zitten?
En dan de tweede long van de wereld, het Congobekken, dat voor het grootste deel in de Democratische Republiek Congo ligt. Congo heeft per hoofd van de bevolking een van de laagste koolstofemissies ter wereld. Maar het land telt wel een van de snelst groeiende bevolkingen ter wereld.

Climate Change Conference, COP29, Bakoe 2024: alweer weinig aarde aan de dijk!
Rijke landen zullen tegen 2035 minstens 300 miljard dollar per jaar vrijmaken voor ontwikkelingslanden, zodat die zich beter kunnen wapenen tegen de gevolgen van de klimaatcrisis. Dat nieuwe financieringsdoel is op de valreep vastgelegd in het slotakkoord.
De meest kwetsbare landen die nu al volop de gevolgen van de klimaatverandering voelen, hadden gehoopt op een groter deel van de taart. Want ook al is de goedgekeurde klimaatsteun meer dan de huidige 100 miljard dollar, toch is het de vraag of het bedrag voldoende zal zijn voor ontwikkelingslanden om over te schakelen op schone energie en zich te wapenen tegen hitte, overstromingen en ander extreem weer.
Het Wereldnatuurfonds zegt alvast dat het bedrag niet in de buurt komt van wat de ontwikkelingslanden nodig hebben. Het WWF beschouwt de klimaattop als gefaald, omdat een sterk signaal is uitgebleven om de uitstoot te verminderen en fossiele brandstoffen snel uit te faseren.
Het nieuwe financieringsdoel van 300 miljard dollar wordt gefinancierd door de rijke landen, die daarnaast ook investeringen uit de particuliere sector willen aantrekken. Maar er moet alleszins veel sneller gehandeld worden om te voorkomen dat de klimaatverandering compleet uit de hand loopt. De toezegging van 300 miljard dollar per jaar tegen 2035 door de leiders van de G20 ligt in feite te ver in de toekomst. En ook al werd op het laatste moment een tekst toegevoegd om de financiering op te schalen naar 1300 miljard dollar, geeft dit weinig reden om erop te vertrouwen dat dit financieringsniveau ook daadwerkelijk zal worden gehaald.
Kortom, er was weinig animo te bespeuren om de klimaatverandering zo vlug mogelijk daadwerkelijk te temperen.
We kijken dus uit naar de volgende COP in Brazilië, de zoveelste in de rij!