Landmijnen!

Antipersoneelsmijnen ofwel antipersoonsmijnen worden vlak onder de grond begraven en ontploffen als er een persoon overheen loopt. Men plaatst zoveel explosieven in een mijn dat het slachtoffer verminkt maar niet gedood wordt. De bedenkelijke strategie hierachter is dat twee kameraden het slachtoffer in veiligheid gaan brengen zodat drie man buiten gevecht gesteld zijn!
Bij het onschadelijk maken van landmijnen worden onder meer genie-eenheden, speciaal opgeleide ratten (met als beroemd voorbeeld de Afrikaanse reuzenrat Magawa), metaaldetectoren en voertuigen gebruikt.
Soms worden kinderen of krijgsgevangenen een mijnenveld ingestuurd, maar dat is uiteraard een oorlogsmisdaad.

Op 18 maart 2025 kondigden de ministers van Defensie van Polen, Litouwen, Letland en Estland aan dat ze hun landen willen terugtrekken uit het Verdrag van Ottawa, dat het gebruik van antipersoonsmijnen verbiedt -zie verder. Het Letse parlement stemde met een grote meerderheid voor die maatregel. Polen heeft zelfs al plannen om een miljoen antipersoonsmijnen te produceren. Met deze beslissing stellen de vier landen militaire strategieën boven de bescherming van burgers. Ze aanvaarden massale burgerslachtoffers en moedigen andere landen aan om hetzelfde te doen. Dit toont een schrijnende minachting voor menselijk lijden.
Antipersoonsmijnen zijn ontworpen om te ontploffen zodra er iemand op stapt. Ze maken geen enkel onderscheid tussen een soldaat of een kind. Een explosie veroorzaakt levenslange verwondingen, amputaties en leidt soms tot de dood. Antoine Sépulchre, algemeen directeur van Handicap International, is terecht verbolgen over die plannen. De ngo zet zich in voor mensen met een beperking maar ook voor andere personen in een kwetsbare situatie.
De huidige geopolitieke spanningen roepen begrijpelijke veiligheidsvragen op, zeker in Oost-Europa. Maar decennia van strijd tegen landmijnen bewijzen dat deze wapens geen duurzame veiligheid bieden. Ze doden zonder onderscheid, blijven jarenlang na een conflict slachtoffers maken en vernietigen de toekomst van hele gemeenschappen. Elk jaar vallen er 5000 nieuwe slachtoffers. In totaal werden al zo'n half miljoen mensen getroffen door antipersoonsmijnen, waarvan 90% burgers. Dat is onaanvaardbaar en meteen de hoofdreden waarom deze wapens verboden zijn.
Landen die landmijnen opnemen in hun defensiestrategie, beschermen noch hun bevolking, noch hun grondgebied. Integendeel, ze veroordelen burgers -zowel de eigen als die van andere landen- tot een toekomst vol gevaar, lijden en verwoesting.
Ook België, het eerste land ter wereld dat via een nationale wet in 1997 een verbod op antipersoonsmijnen implementeerde, moet zich duidelijk hiertegen uitspreken en opnieuw een voorbeeld zijn voor de internationale gemeenschap.

Wat houdt dat Verdrag van Ottowa (1998) nu in?
Het Verdrag van Ottowa is een internationale overeenkomst die de productie, het gebruik, de overdracht en de opslag van antipersoonsmijnen verbiedt. Het trad in 1997 in werking en is ondertussen door 164 staten ondertekend. Landen als de Verenigde Staten, Rusland en China hebben het Verdrag van Ottowa spijtig genoeg niet ondertekend. Rusland heeft trouwens al meermaals landmijnen gebruikt in de oorlog met Oekraïne.
Sinds het verdrag in werking trad, is de wereldwijde productie van antipersoonsmijnen vrijwel tot stilstand gekomen en is de inzet ervan drastisch verminderd. Meer dan 40 miljoen voorraden antipersoonsmijnen zijn vernietigd en er is hulp verleend aan overlevenden en de bevolking in de getroffen gebieden.
Toch vielen in 2023 nog 5757 slachtoffers door incidenten met antipersoonsmijnen, vooral in Myanmar, Syrië en Afghanistan. Het wapen wordt nog steeds door verschillende landen en gewapende groeperingen ingezet.

De terugtrekking van o.a. Letland treedt nog niet meteen in werking. Eerst moet het land de Verenigde Naties officieel op de hoogte stellen van zijn beslissing. Pas 6 maanden later zal de terugtrekking worden doorgevoerd. Vanaf dan kan Letland dus opnieuw -als het daarvoor kiest- landmijnen inzetten.
Naast Handicap International is bijvoorbeeld het Rode Kruis erg bezorgd rond de terugtrekking uit het verdrag. Volgens hen druist de terugtrekking in tegen het internationaal humanitair recht en verhoogt ze het risico op burgerslachtoffers tijdens maar zeker ook lange tijd na conflicten.