Sporten voor een betere maatschappij

Geen Olympische Spelen in de zomer van 2020. Maar de olympische geest leeft: in het Afghaanse vrouwenvoetbal, rolstoelbasket in Zuid-Soedan en bij nzangospeelsters in Congo. Deze kampioenen zouden sowieso niet op de Spelen geraakt zijn, maar de olympische spirit vaart wel door hun sportieve doen en laten.

Afghanistan

Het levensverhaal van Khalida Popal is de verpersoonlijking van de olympische waarden: respect en excelleren. Als kind speelde ze voetbal op straat met haar jongere broertjes. Als enig meisje in de familie merkte ze aanvankelijk weinig verschil. Dat werd pas anders toen haar lichaam veranderde in dat van een vrouw. Vanaf die dag begonnen de bedreigingen en intimidaties. Maar met de steun van haar moeder richtte ze in haar middelbare school toch een ploegje op. Ze stampte samen met haar schoolvriendinnen zelfs een vrouwenvoetbalcompetitie uit de grond en werkte zich op tot het bestuur van de nationale voetbalbond.
Sportende vrouwen staan symbool voor de Afghaanse samenleving na de Taliban. In 2001 verdreef een internationale troepenmacht onder leiding van de Verenigde Staten de Taliban van de macht. Verhalen van sportief succes geven westerlingen hoop dat het oorlogsleed niet allemaal voor niets was. Maar in werelijkheid controleert de islamistische beweging nog steeds de helft van het land. Hun invloed is voelbaar tot in de hoofdstad.

Khalida Popal

Om de slaagkansen van vrouwen in de sport te verhogen, werden kleinschalige, maar oprechte en moedige initiatieven gelanceerd met Amerikaanse dollars. Cameraploegen streken neer om de strijd van de sportvrouwen te delen met de wereld. Maar de steunbetuigingen hebben vaak een averechts effect. De zichtbaarheid doet ook de weerstand toenemen. En de royale financiële middelen maken van de vrouwen een prooi voor corruptie en misbruik.
Voetbalster Khalida Popal ondervond dat alles aan de lijve. Ze legde uiteindelijk zelf een bom onder de hele werking van de nationale voetbalbond door een waanzinnig misbruikschandaal naar buiten te brengen.
Als ambiteuze tiener zocht ze steun en erkenning bij de nationale voetbalbond. Ze ving bot tot de bond zich realiseerde dat de FIFA (internationale voetbalbond) extra financiering evoorziet voor federaties met een vrouwencompetitie.
In 2007 werd Khalida Popal kapitein van de nationale ploeg. Twee jaar later werd ze zelfs aangeworven als financieel medewerkster bij de voetbalbond. Ze was de eerste vrouwelijke medewerkster in de geschiedenis van de bond.
De boekhouding bleek vol gaten te zitten, en ook de middelen voor het vrouwenvoetbal van de FIFA kwamen duidelijk niet op de juiste plaats terecht. Toen ze het wanbeheer openlijk aan de kaak stelde in de media, werd haar positie onhoudbaar. Uiteindelijk moest ze Afghanistan zelfs ontvluchten.
Na haar vertrek werd de nationale voetbalploeg opgedoekt. Om te vermijden dat haar werk verloren ging, stelde Popal zich vanuit haar nieuwe thuisland Denemarken diplomatischer op. Tegen 2016 had ze het vertrouwen van de bond opnieuw gewonnen en kreeg ze voor een tweede keer een nationale ploeg bijeengespeeld. Een ploeg met Afghaanse speelsters van overal, die enkel nog buiten Afghanistan speelde. De trainingen en oefenwedstrijden werden drie keer per jaar georganiseerd tijdens een buitenlandse stage. De bond had er ook financieel belang bij dat de ploeg bleef bestaan.
Tot 2018 liep alles goed. De speelsters die nog in Afghanistan woonden, werden bij elk trainingskamp begeleid door een medewerker van de voetbalbond. Maar tijdens de laatste stage gingen verontrustende geruchten de ronde: het bleek toen dat de medewerkers de speelsters onder druk zetten en zelfs dwongen tot seks!
De voorzitter van de voetbalbond beloofde de mannen bij hun terugkeer te straffen, maar juist het omgekeerde gebeurde: niet de mannen, maar wel de speelsters werden gesanctioneerd en geschorst, omdat ze zogezegd lesbisch waren. Zo'n beschuldiging kan je in Afghanistan het leven kosten.
Popal besliste om het misbruik te documenteren. Tijdens dit onderzoek kreeg ze nog meer verontrustende informatie. Want ook bij het mannenteam bleek meer aan de hand: uit gesprekken met verschillende spelers bleek dat de voorzitter en enkele nauwe medewerkers mannelijke spelers misbruikte en verkrachtte.
Het rapport van Popal werd rechtstreeks aan de FIFA bezorgd. Omdat een reactie op zich liet wachten, lekte ze het ook naar de internationale pers. Zowel de Afghaanse overheid als de FIFA ondernamen uiteindelijk actie. De voorzitter van de Afghaanse voetbalbond, Keramuudin Karim, werd levenslang geschorst door de FIFA en ontslagen door de nationale voetbalbond. De secretaris-generaal, Sayed Ali Reza Aghazada, kreeg een internationale ban van vijf jaar opgelegd omdat het misbruik in de vrouwenploeg nooit onderzocht was. Maar kijk: alle betrokkenen zijn vandaag nog steeds op vrije voeten en zullen wellicht nooit juridisch gestraft worden.
In Denemarken richtte Popal de organisatie Girlpower op, waarmee ze vrouwen met een migratieachtergrond aan het sporten wil zetten. Sporten blijft voor haar een emanciperend wapen. Geen tegenslag kan haar van dat geloof afbrengen.

Democratische Republiek Congo

'Femme et...?' Met deze vraag begroet een vrouw haar ploeggenote op het stoffige terrein naast de landbouwschool van Butembo, een bergstad in het oosten van de Democratische Republiek Congo. Ze gooit beide handen in de lucht. 'Sacrée!, antwoordt de andere vrouw, terwijl ze krachtig haar handen tegen die van haar teamgenote slaat. Tijdens deze ochtendtraining zijn vrouwen hier gezegend, en heel even ongenaakbaar. Nzango moderne kwam vanuit het westen van het land en maakte op erg korte tijd furore. Een sport die mooi is om naar te kijken.
Een groepje van vijftien loopt zich warm. Elk om beurt springen ze over het danstouw dat een halve meter boven de grond strak gespannen staat.

Nzango moderne

Het spel gaat tussen twee groepen. De vrouwen aan het begin van de rij van hun ploeg dansen richting middellijn. Twee vrouwen komen zo klappend en zingend tegenover elkaar staan. Op dezelfde tel, die alle vrouwen duidelijk in de benen hebben, springen ze in de lucht.
De vrouw van de ene ploeg gooit eerst haar benen open als in een schaarsprong voor ze met het linkerbeen een korte trap in de lucht geeft. Haar tegenspeelster draait eerst rond haar as en zwaait op hetzelfde moment haar rechterbeen de lucht in. De uitgestrekte benen van de speelsters vliegen zo dezelfde richting uit-maar het had net zo goed in de andere richting kunnen zijn. De scheidrechter roept dan 'gelijk' of 'ongelijk'. Nzango-speelsters moeten proberen inschatten naar welke kant hun tegenspeelster zal schoppen en daar tijdig op inspelen. Er komt wel degelijk techniek aan te pas om je tegenspeler te misleiden. Letterlijk op het verkeerde been zetten, betekent dat in deze unieke danssport.
Nzango moderne is geen kinderspel, het is een jonge vrouwensport die het laatste decennium een snelle opmars kent in Centraal-Afrika. De aanvullende benaming moderne is geen verkoopsargument, maar benadrukt het verschil tussen het kinderspel waar de sport op geïnspireerd is en de nieuwe competitiesport.
Het traditionele spel is onder verschillende namen in de regio bekend en behoort tot het collectieve geheugen. Kange, onder die naam is het spel gekend in het oosten. Nzango, zo noemen ze het in Kinshasa en ook in Brazzaville.
In 2005 gaf het Ministerie van Sport in Brazzaville de sportdiscipline voor het eerst erkenning. De Democratische Republiek Congo volgde vier later. Toen Congo-Brazzaville in 2015 de Afrikaanse Spelen mocht organiseren werd nzango moderne er aan het continent voorgesteld. Vanaf dat moment zou deze acrobatische danssport ook buiten de Congo's beoefend worden.
Volgens sommigen werd het kinderspel opgewaardeerd om conflicten tussen gemeenschappen op te lossen, vollgens anderen om het toenemende probleem van obesitas onder vrouwen aan te pakken. In de twee pionierslanden wist nzango in elk geval te doen wat weinig andere ploegsporten verwezenlijkten: vrouwen van alle leeftijden en verschillende afkomsten massaal in beweging brengen.
Dat de meeste vrouwen zich de regels herinneren uit hun kindertijd, maakt de sport laagdrempelig. Enkele lijnen trekken op de grond en je bent vertrokken. Het kost je niets. Dat het enkel door vrouwen beoefend wordt, verkleint volgens sommige speelsters de weerstand die wel vaker ontstaat wanneer een vrouw wil sporten.
Toch valt het op dat een minderheid van de speelsters gehuwd is, en dat heeft weinig te maken met de gemiddelde leeftijd van de speelsters. Op lokaal niveau ligt de gemiddelde leeftijd op het eerste zicht behoorlijk hoog. Op nzango staat immers geen leeftijdsgrens.
Sommige echtgenoten hebben schrik dat hun vrouw met haar sportbroek te veel aandacht trekt van andere mannen. Een broek accentueert bepaalde delen van het lichaam, zeggen ze dan. Omdat de sportkledij door sommigen als te uitdagend ervaren wordt, hangen vrouwen na het huwen de sportschoenen nog te vaak aan de haak.

Zuid-Soedan

Paralympiër en basketspeler Peter Bol had wel degelijk de ambitie in Tokio het olympisch toneel te betreden, al zou de deelname finaal afhangen van de politieke situatie in zijn land.
Van het nieuwe coronavirus was toen nog geen sprake. Maar in Zuid-Soedan maak je beter geen plannen voor gebeurtenissen die nog maanden verwijderd zijn, dat was voor Bol vanzelfsprekend. De jonge republiek wordt immers al sinds 2013 verscheurd door een politieke machtsstrijd.
In een van de vluchtelingenkampen in de hoofdstad Djoeba, waar hij sinds het begint van het conflict noodgedrongen woont, werkt Bol werkt als gemeenschapswerker voor de ngo Handicap International. Hij is helemaal vergroeid met zijn kunstbeen en weet zich vlot door het kamp te verplaatsen. Maar wie niet over gepaste hulpmiddelen beschikt, kan soms niet eens vlot het sanitair gebruiken. Peter Bol is een getalenteerd speler. Hij maakte als vluchteling in buurland Kenia al kennis met de sport. In de jaren negentig werd de toen nog jonge tiener ingelijfd bij de strijdende rebellen die het zuiden van het land wilden lostrekken van Soeda. Net achtien was hij, toen een kogel zijn been verbrijzelde. Zijn been werd geamputeerd.

rolstoelbasket

Uiteindelijk bracht Peter Bol veertien jaar door in het Keniaanse vluchtelingenkamp Kakuma. Daar maakte hij kennis met rolstoelbasket. In 2011 werd Zuid-Soedan onafhankelijk en keerde Peter Bol huiswaarts. Samen met andere spelers uit Kakuma zet hij nu in Zuid-Soedan rolstoelbasket op de kaart. Ook zijn leven kreeg weer richting. Als gewonde strijder kon hij aan de slag bij de overheid. Maar in 2003 zou de machtsstrijd tussen de president en de vicepresident ontaarden in etnisch geweld. In Djoeba werden op straat burgers gedood omdat ze behoren tot de Nuer, de etnische groep van de in ongenade gevallen vice-president.
Ook Bol werd opgepakt en vastgehouden. Zijn beperking zou zijn leven redden. Toen ze zagen dat hij een been miste, besloten ze dat hij niet vermoord moest worden.
Samen met 24.000 anderen, hoofdzakelijk Nuer, woont hij sindsdien in POC3, Protection of Civilan Site 3. VN-blauwhelmen houden er tot op de vandaag de wacht. Enkel voor het rolstoelbasket waagt Peter Bol zich buiten het kamp. In zijn basketploeg maakt etnische achtergrond niets uit. Verschillende etnische groepen, verschillende beperkingen, iedereen is welkom. Hier doet men niet aan tribalisme.

België

Voetbal in het sportpark van de Blaarmeersen is voor de leden van de Gantoise Plantrekkers meer dan ontspanning, maar sporten in groep ligt voorlopig weer buiten bereik. Wie het voordien al moeilijk had, wordt extra hard getroffen door de coronacrisis. Het voetbalveld is immers niet enkel een plaats om te ontspannen, maar ook om te ontmoeten. Door de sluiting van de horeca en allerhande ontmoetingsplekken worden sommige kwetsbare mensen uit het oog verloren.
De trainers van de KAA Gent Foundation hebben steeds een laagdrempelige training in petto. Enkele straathoekwerkers staan klaar voor de gebruikelijke babbel. Ook Pascal, vrijwilliger van het eerste uur, is er om het drinkwater en de ontsmettingsgel aan te reiken.
De Gantoise Plantrekkers zijn geen doorsnee voetbalploeg. Het is een van de 28 teams van Younited, vroeger beter bekend als de Belgian Homeless Cup, een sportief project voor mensen die niet makkelijk aansluiting vinden bij andere vrijetijdsactiviteiten.
Bij het woord homeless dachten veel mensen aan Zakkenman, een bekende Gentse dakloze man die vaak in het centrum van de stad verblijft. Maar de spelers hebben een veel diverser profiel en zijn niet altijd thuisloos. Wat ze gemeenschappelijk hebben, is dat ze hun plan moeten trekken om telkens opnieuw de dag door te komen.
Samen met haar twee dochters komt Cathy van de bushalte gewandeld, helemaal vanuit Eeklo. Ze is een speelster van het eerste uur. Tien jaar geleden leefde ze een paar maanden op straat. Via het SOC, een sociaal inloopcentrum, is ze daar beginnen voetballen. En nu speelt ook haar oudste dochter mee. Intussen heeft Cathy weer een dak boven haar hoofd en verhuisde ze van Gent naar Eeklo. Maar elke dinsdag trekt ze voor negentig minuten voetballen naar Gent.
Door de coronacrisis is het nog moeilijker geworden om de doelgroep te bereiken. Tot voor kort werden ze nog gehuisvest in sportzaal Dracuna in de Bloemekenswijk maar COVID-19 dwong hen uit dat warme nest. Dat de ploeg tijdelijk dakloos speelt is beter dan niets, maar verre van ideaal. De zes kilometer afstand naar het nieuwe voetbalveld vertaalt zich met het openbaar vervoer in 48 minuten onderweg zijn, een dik uur stappen of twintig minuten fietsen. De afstand en het guurdere weer zijn extra drempels die er in de overdekte Dracunazaal niet waren.
Dat er geen plaats is om de spelers te laten douchen baart hen wel zorgen. Er zijn in Gent immers weinig publieke wasplaatsen, en hier op de Blaarmeersen zijn ze nu ook gesloten. Er werd gevraagd om een uitzondering, maar helaas zonder resultaat. Gantoise Plantrekkers
Maar liefst 80 procent van de Belgische armoedeorganisaties zag tijdens deze gezondheidscrisis de doelgroep groter worden, blijkt uit een uitgebreide bevraging door de Koning Boudewijnstichting. Uit diezelfde bevraging blijkt dat 67 procent van de bevraagde personen in armoede een verergering van de problemen ervaart en bijna de helft met nieuwe problemen wordt geconfronteerd.
Voetbal is hier een uitlaatklep. En door hier te komen spelen leer je ook de sociaal werkers op een andere manier kennen. Als iemand een vraag heeft, zal die hier sneller gesteld worden. Echt dakloze mensen verlaten spijtig genoeg moeilijk het centrum van de stad. Tijdens die eerste lockdown hadden ze allemaal blaren op hun voeten doordat ze steeds van hun bankjes werden weggejaagd. En elke dag vechten om je eigen stek, waar dan ook, te kunnen behouden, is stresserend.
De economische gevolgen van de gezondheidscrisis treffen deze doelgroep bijzonder hard. Sommigen verdwijnen van de radar van hulpverleners. Andere oud-spelers van de Plantrekkers duiken soms na jaren onverwacht weer op. En hoewel velen van hen risicopatiënten zijn, is dat voor hen een argument om thuis te blijven.
Enkele dagen later werd duidelijk dat het voorlopig de laatste training van de Plantrekkers zou zijn. De begeleiders beraden zich nu over creatieve oplossingen om het contact toch niet helemaal te verliezen.