|
Staatloosheid, ook wel stateloosheid genoemd, betekent het ontbreken van een nationaliteit. In 1954 besloten de Verenigde Naties in verband met de onwenselijkheid van staatloze niet-vluchtelingen het Verdrag betreffende de status van staatlozen op te stellen. De definitie van een staatloos persoon volgens dit Verdrag is: "een persoon die door geen enkele staat, krachtens diens wetgeving, als onderdaan wordt beschouwd".
De gevolgen van staatloosheid zijn ernstig. Staatlozen bestaan als het ware juridisch niet. Wie geen nationaliteit heeft, wordt door geen enkele overheid erkend. Dit houdt onder andere in dat men geen paspoort of andere documenten krijgt waardoor men niet kan reizen. In principe betekent dit dat men ook niet in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning en dus door iedere overheid het land kan worden uitgezet. Verder heeft men geen recht op sociale voorzieningen en kan men zich niet registreren in het bevolkingsregister. Hierdoor zullen ook de betaalde banen in principe niet meer tot de mogelijkheden behoren en kan men zich niet verzekeren. Men is kortom vogelvrij en beroofd van iedere mogelijkheid om een deftig bestaan op te bouwen.
Tweeënveertig staten, waaronder ook België en Nederland, proberen staatlozen zoveel mogelijk rechten en vrijheden te verlenen die mensen met een nationaliteit ook hebben. In 1961 werd de Conventie voor het Verminderen van Stateloosheid van kracht: die bepaalde o.a. dat kinderen van staatlozen het recht kregen op de nationaliteit van het land van geboorte. In artikel 11 van deze Conventie wordt gesteld dat vluchtelingenorganisatie UNHCR een instantie moet oprichten die statelozen helpt bij het bewijzen van hun stateloosheid -een instantie die overigens nooit is opgericht. Beide verdragen bepalen dat staatlozen opgevangen moeten worden.
De Universele Verklaring van de Rechten van de Mens stelt in artikel 15 ten eerste dat iedereen het recht heeft op een nationaliteit en ten tweede dat niemand zomaar zijn nationaliteit mag worden ontnomen of het recht worden ontzegd om van nationaliteit te veranderen.
In 2006 kwam staatloosheid in het nieuws door de paspoortaffaire omtrent Ayaan Hirsi Ali. Toen men haar de Nederlandse nationaliteit wilde ontnemen, had ze staatloos kunnen worden. Uiteindelijk behield ze toch de Nederlandse nationaliteit.
Na de Russische Revolutie (1917) vluchtten heel wat Russen naar het buitenland en bij decreet werd hun Russisch staatsburgerschap ontnomen. Ook bij het uiteenvallen van de Sovjet-Unie in 1991 verloren haar inwoners de Sovjet-nationaliteit. Niet iedereen verwierf daarna de nationaliteit van de nieuwe staat waarin hij of zij woonde, o.a. wegens de eisen die aan taalvaardigheid gesteld werden. Met name in Estland en Letland werden daardoor veel leden van de Russische minderheid staatloos.
Vluchtelingen en illegalen verliezen vaak hun oorspronkelijke nationaliteit terwijl ze ook de nationaliteit van hun woonland niet kunnen verwerven. Ook hun kinderen krijgen vaak de nationaliteit van hun geboorteland niet. Daardoor zijn er veel Haïtianen in de Dominicaanse Republiek en Birmezen in Thailand staatloos geworden.
Lees zeker het artikel in het tijdschrift Mo* (mei 2012).