Talibé's

Talibé is een Arabisch woord dat "hij die leert" betekent: leren om de Heilige Koran te lezen in een koranschool. Deze koranscholen worden Daara's (huizen, leecentra) genoemd in het Wolof, een West-Afrikaanse taal. De Daara's zijn daarmee instellingen die ondersteuning bieden voor de godsdienstige opvoeding van kinderen. De Talibé leert een aantal waarden van de gemeenschap zoals hoffelijkheid, solidariteit, uithoudingsvermogen, doorzettingsvermogen en gehoorzaamheid. De Daara's liggen in de sociale omgeving waar de Talibé's leven onder de verantwoordelijkheid van hun koranleraar of Marabout.
Voor nieuwe leerlingen reist een Marabout vaak naar afgelegen, arme gebieden en zelfs naar het buitenland. De ouders geven het kind aan hem mee, erop vertrouwend dat hij hun kind goede en gratis scholing zal geven. De koranleraar neemt de verantwoordelijkheid voor het kind over, voor de gehele duur van zijn verblijf in de Daara.

De feiten zijn onbetwistbaar: het gaat hier om honderdduizenden kinderen van 3 tot 15 jaar die a.h.w. overgeleverd worden aan zelfbenoemde leerkrachten die van een traditie profiteren om de kinderen te exploiteren. De tijd die besteed wordt aan het leren is zeer kort, twee tot drie uur per dag. Door economische omstandigheden zijn het de koranleerkrachten zelf die afhankelijk zijn van hun Talibé's om te overleven. En zo moeten de kinderen dan gaan bedelen om te voorzien in hun eigen onderhoud en in dat van de Marabouts.
Tegenwoordig ziet men hen vaak aan de rand van de steden, overal waar mensen binnen hun bereik komen. Ze smeken en sommigen reciteren verzen van de Koran. voornamelijk gekleed in lompen als verkooptruc. Ze worden niet gezien als een gevaar, maar eerder als een schande. Volwassenen doen alsof ze niets zien of opmerken.
Zelfs als er een toelage van de staat is, levert dat geen verbetering op van de levens van deze kinderen. Dit onderwijs, deze niet-erkende, ongesubsidieerde instelling, laat de kinderen leren door de Koran te memoriseren en de waarden van de islam te lezen, maar is verder waardeloos.
In de Daara wordt het stimuleren van kinderen om koranleerkracht of Marabout te worden het belangrijkste. De Talibé's kunnen later Marabout worden en ze zijn dan verantwoording schuldig aan hun grote Marabout voor het openen van een school.
Ondertussen groeien deze straatkinderen op zonder geboortebewijs, soms zonder dat ze de eigen ouders kennen, zonder het recht op vrije tijd, rust, voedsel, gezondheid, huisvesting of ontwikkeling. En zonder bescherming tegen mishandeling, marteling, druggebruik, seksuele uitbuiting en kinderarbeid. Geen wonder dat de term Talibé voortaan gelijkstaat met kindermisbruik! Uit verschillende onderzoeken die uitgevoerd zijn door ngo's zoals UNICEF bleek dat bedelen de ergste vorm van gedwongen kinderarbeid is.
In Senegal alleen al zouden meer dan 300.000 kinderen bedelaars zijn. Maar het fenomeen is al even berucht in Gambia, Guinee, Mauritanië, Guinee-Bissau en Mali.

Talibé!


Kinderdorpen!
1.500 van deze bedelkinderen in Senegal en Mali krijgen eindelijk toekomstperspectieve dankzij een ondersteuningsnetwerk.
In 2005 besloot SOS Kinderendorpen om, samen met de Europese Unie, een project op te starten om het lot van de kinderen te veranderen. Samen kan je zoveel meer dan alleen. Daarom gaan ze altijd aan de slag met alle mensen, organisaties en overheden die een rol kunnen spelen in het omkaderen van kinderen. In dit geval: de families van de kinderen, de kinderen zelf, religieuze scholen, verenigingen uit de buurt en de lokale gemeenschap.
In Senegal organiseren veel vrouwen zich bijvoorbeeld spontaan om kinderen in moeilijkheden te ondersteunen. Ze wassen kleren, bereiden maaltijden, bieden verzorging... En ook in Mali vind je dit soort lokale verenigingen terug.

Die organisaties worden nu ondersteund door SOS Kinderdorpen zodat er op termijn een duurzaam ondersteuningsnetwerk ontstaat van mensen en organisaties die zich het lot van deze kinderen aantrekken. Op die manier nemen er vandaag al 125 invloedrijke mensen, van journalisten tot lokale autoriteiten, deel aan het verdedigen en promoten van de rechten van talibé's, steeds met het doel voor ogen hen van de straat af te halen.
Externe leerkachten komen na hun uren lesgeven in de religieuze scholen. En voor kinderen die al wat ouder zijn, zorgt de vereniging voor heel gerichte opleidingen, die waardevol zijn op de arbeidsmarkt, zoals bijvoorbeeld mechaniek of houtbewerking. Momenteel heeft 82% van de kinderen toegang tot formeel onderwijs.

Waar mogelijk proberen de kinderen ook te herenigen met hun oorspronkelijke familie. Dat veronderstelt natuurlijk dat er nog familie is en dat deze ook in staat is om een dergelijke zorg te bieden. Voor 96% van de kinderen is de vereniging in dat opzet geslaagd. Dat wil niet zeggen dat de kinderen ook altijd terug kunnen naar hun familie, want veel families hebben het moeilijk om te overleven. Er wordt alvast gezorgd voor psychologische begeleiding en socio-educatieve activiteiten, zodat ze op z'n minst een luisterend oor hebben, hun verhaal kwijt kunnen, hun situatie kunnen plaatsen.
Uniek aan de aanpak is dat dit project vertrekt vanuit een vertrouwensrelatie met de daara's en hun meesters. En dat is ook de basis van het succes: hun medewerking is cruciaal als je echt een impact wilt hebben op het leven van de kinderen.