Schrijfgroep Boom!

USAID!


Het United States Agency for International Development (USAID) werd ontmanteld in 2025.
Dit Amerikaans agentschap stond onder beheer van het United States Department of State (= ministerie van buitenlandse zaken). Dat departement werkt nauw samen met het Hoog Commissariaat voor de Vluchtelingen van de Verenigde Naties en het Wereldvoedselprogramma van de Verenigde Naties.
Het tweede deel van het acroniem USAID vormt het Engelse woord AID, dat 'hulp' betekent, en verwijst naar de functie van de organisatie, met name het verlenen van ontwikkelingshulp. In 2025 constateerde Verslaggevers Zonder Grenzen dat USAID in 2023 de opleiding en ondersteuning financierde van 6.200 journalisten en 707 niet-statelijke nieuwsuitzendingen. Bovendien werden 279 maatschappelijke organisaties in de mediasector bijgestaan die zich naar eigen zeggen inzetten voor de versterking van onafhankelijke media.
Binnen het buitenlands beleid van de Verenigde Staten bood het agentschap ondersteuning aan economische groei, landbouw en handel, gezondheidsbeleid, democratisering, conflictbeheersing en humanitaire hulp.
Het agentschap werd door president John F. Kennedy in 1960 opgericht, na het signeren van de Foreign Assistance Act, om zo de toen bestaande buitenlandse overheidsbijdragen in één agentschap onder te brengen. In 2023 was USAID een kostenpost op de Amerikaanse begroting van 40 miljard dollar op een budget van 6.134 biljoen (0,63%). En in 2025 kreeg Elon Musk van president Donald Trump de vrije hand om de organisatie op te heffen of grondig te reorganiseren.
Op 3 februari 2025 kondigde Musk via zijn platform X dan ook daadwerkelijk de opheffing van USAID aan. De hele reorganisatie werd gezien als een heroriëntatie van de buitenlandse politiek van de VS.

Sinds de besparingen op USAID zijn al meer dan 600.000 mensen overleden aan behandelbare ziekten, zo citeert 11.11.11 in haar rapport eind januari van de Boston University, "America first. Menselijkheid laatst". Volgens sommige bronnen kan het aantal bijkomende doden tegen 2030 oplopen tot 14 miljoen. Het Institute for Security Studies stelde dat Trumps besparingen op hulp volgend jaar nog eens 5,7 miljoen Afrikanen in extreme armoede kunnen duwen.
Nochtans is Vijay Prashad, directeur van het Tricontinental Institute for Social Research, eerder blij dat het Amerikaanse imperialisme zijn humanitaire arm verliest. Volgens hem zijn landen uit het Globale Zuiden afhankelijk van overheidsmiddelen uit de VS omdat zij hun eigen grondstoffen niet controleren en niet zelf de nodige structuren opzetten om belastingen te innen. Ze zouden hun eigen sociale welvaartsstaten moeten financieren in plaats van te hopen op humanitaire budgetten uit Washington. Dat was trouwens ook al de reden dat de toenmalige Boliviaanse president Evo Morales in 2013 USAID het land uitzette, en waarom zijn Filipijnse collega Rodrigo Duterte in 2017 dreigde hetzelfde te doen.
De sluiting van USAID lijkt alleszins niemand onbewogen te laten.
USAID was al controversieel nog voor de organisatie formeel boven de doopvont gehouden werd op 3 november 1961. Die wet op buitenlandse bijstand was een poging om eerdere programma's en initiatieven beter op elkaar af te stemmen en zo hulp te bieden aan zogenaamde onderontwikkelde naties. Maar tegelijk stond het Amerikaanse eigenbelang al van in het begin centraal. Immers, wijdverbreide armoede en chaos zouden kunnen leiden tot het ineenstorten van bestaande politieke en sociale structuren, wat onvermijdelijk zou resulteren in meer totalitarisme in elke zwakke en onstabiele regio.
USAID werd dus overduidelijk opgericht in de context van de Koude Oorlog. Zo werd de hulp aan Zuid-Amerika of Azië al snel doorspekt met inlichtingenwerk en acties om "interne vijanden" (lees: linkse of communistische bewegingen) te bestrijden.
Die samenhang tussen buitenlandse interventies en hulp werd trouwens een van de kenmerken van de Amerikaanse ontwikkelingssamenwerking. De vijf landen die tussen 1945 en 2023 de meeste Amerikaanse hulp ontvingen, zowel via USAID als langs andere programma's, waren Israël, Egypte, het vroegere Zuid-Vietnam, Afghanistan en Zuid-Korea. En in 2023 ging 14,4 miljard van de 18 miljard aan economische ontwikkelingshulp naar Oekraïne.
Er waren dus de onvermijdelijke schandalen. Zo investeerde USAID in Afghanistan bijvoorbeeld 1,46 miljard dollar in alternatieve landbouwontwikkeling om de papaverteelt en de opiumeconomie tegen te gaan, met verbeterde irrigatie en andere ingrepen. Maar het resultaat daarvan bleek juist een exponentiële verhoging van de opiumproductie!
En nog meer excessen: in 1967 weigerde USAID voedselhulp aan India, ook al was er sprake van hongersnood in enkele noordelijke deelstaten. Pas toen India een liberalisering doorvoerde in de landbouwsector, kwam de VS over de brug met graan en landbouwtechnologie. De Groene Revolutie die volgde maakte India voedselzeker maar maakte het ook tot een enorme invoerder van Amerikaanse kunstmest en pesticides.
Toen Musk en Trump met de sloophamer door de internationale hulpprogramma's gingen, waren heel wat analisten dan ook nauwelijks verrast.
Begin 2026 kondigde het Witte Huis aan dat de VS zich terugtrekt uit 66 internationale organisaties, waaronder Unctad (de VN-organisatie voor Handel en Ontwikkeling), UN-Habitat (de VN-organisatie voor menselijk wonen), UNFPA (het VN-Bevolkingsagentschap) en het Global Forum on Migration and Development.
Deze exit werd voorafgegaan door de aankondiging, eind december 2025, van een nieuw Memorandum of Understanding tussen de VS-regering en de VN, waarbij ze alvast 2 miljard dollar per jaar toezegt voor noodhulp. Deze nieuwe manier van werken laat de Amerikaanse regering toe te kiezen naar welke landen de middelen gaan. Een lijst van 17 landen werd bekendgemaakt, maar Afghanistan en Jemen zijn daar niet bij. Deze nieuwe wending moet ervoor zorgen dat elke dollar belastinggeld die uitgegeven wordt aan humanitaire hulp in ieder geval de Amerikaanse nationale belangen dient.

Landen in Afrika kunnen opnieuw hulp en geld van de VS krijgen, als ze het land daarvoor in ruil mineralen en medische data geven: dat is de zogenaamde America First Global Health Strategy. Trump heeft het over "zorgdeals" met 27 landen. Er wordt nog volop onderhandeld, maar volgens experts is deze werkwijze gewoon een vorm van uitbuiting. Het gaat overigens om de helft van het vroegere USAID-budget, dat Trump meer dan een jaar geleden schrapte.
Een voor een sluiten Afrikaanse leiders dit controversieel akkoord met de Verenigde Staten. Maar gelukkig buigen ze niet allemaal: Zimbabwe en Zambia weigeren te tekenen, en ngo's in Kenia trokken naar het Grondwettelijk Hof. Alternatieven zijn er nauwelijks, want ook andere rijke landen zoals België en Frankrijk snijden in hun budget voor ontwikkelingssamenwerking.
Eind 2025 was er bij de UNHCR nauwelijks 42 procent binnen van het geld dat voor dat jaar was begroot. De landen die het zwaarst getroffen zijn door Trumps internationale bezuinigingen zijn onder andere Zuid-Sudan, Somalië, de Democratische Republiek Congo, Liberia, Afghanistan, Sudan, Uganda en Ethiopië, allemaal landen die nog herstellen van koloniale uitbuiting of verwikkeld zijn in conflicten. De sectoren die het meest lijden zijn gezondheidszorg, humanitaire hulp, vluchtelingensteun, onderwijs, ziektepreventie (inclusief hiv/aids-programma's) en vredesmissies van de Verenigde Naties.

Journalistiek in het gedrang!
Wat grotendeels onder de radar blijft, is dat de bezuinigingen ook een impact hebben op de wereldwijde journalistiek.
USAID voorzag immers ook in financiële steun voor journalisten die zich bijvoorbeeld in oorlogssituaties bevinden of die door hun onderzoekswerk moeilijk middelen krijgen in eigen land. Het Amerikaanse parlement had voor 2025 een budget van 268 miljoen dollar goedgekeurd ter ondersteuning van 'onafhankelijke media en de vrije informatiestroom'. Welnu, het overgrote deel van die financiering is nu verdwenen en dat heeft wereldwijd een einde gemaakt aan veel onafhankelijke journalistiek. Financiering is geschrapt. Journalisten zijn hun jobs kwijtgeraakt. Media zijn gesloten. Gemeenschappen in crisis zijn de betrouwbare en vaak levensreddende informatiebronnen waarop ze steunden, verloren. De USAID-bezuinigingen kwamen letterlijk aan als een schokgolf.
Veel projecten in Oekraïne werden zwaar getroffen door het wegvallen van de Amerikaanse steun, want sinds de start van de Russische invasie zijn zo'n 90% van alle media in het land afhankelijk van subsidies om te overleven.
Oekraïne is voor verschillende donoren een prioritair land, dus er kwamen snel nieuwe middelen op gang. Maar die zijn niettemin lager en onvoorspelbaarder dan voordien. Er zijn ook heel wat Europese donoren maar die voorzien vooral kortlopende subsidies, van drie tot zes maanden. Deze nieuwe situatie heeft de hele sector in een soort permanente noodtoestand gebracht. Door het verslechteren van online platformen, op nauwelijks één jaar tijd, zien we overal veel desinformatie, veel polarisatie en veel aanvallen op vrouwen in de digitale ruimte.
Wat ook opvalt, is de zeer snelle toestroom van Russische en Chinese journalistiek. Media die voordien USAID-financiering kregen, zijn benaderd door China en Rusland en die bieden informatie en financiële steun aan in ruil voor redactionele invloed. Dit verandert de mondiale machtsverhoudingen op het gebied van informatie. En uiteindelijk tast het de journalistieke integriteit aan, omdat journalistiek nu erg dicht bij staatspropaganda komt te staan.
Die evolutie wordt ook opgemerkt in Kirgizië, bevestigt Dilbar Alimova, oprichtster van PolitKlinika, een onafhankelijk en veelgelezen online medium. Het staat bekend om zijn onderzoeksjournalistiek, die grote corruptiepraktijken aan het licht brengt, en om zijn factchecking van valse informatie en manipulatie door de overheid en van Russische propaganda in Kirgizië. Onmiddellijk nadat de Amerikaanse regering aankondigde dat ze de hulpgelden zouden stopzetten, begon Rusland een enorme en langdurige lastercampagne.
De overgebleven mediakanalen in het land zijn gedwongen hun toevlucht te nemen tot zelfcensuur. Enerzijds vanwege bezuinigingen en anderzijds door het gebrek aan vrijheid van meningsuiting, wat een gevaarlijke situatie heeft gecreëerd. Op dit moment kan geen enkel mediabedrijf in het land vrij opereren. Onderzoeken zijn stopgezet. Kritiek op de regering is uiterst gevaarlijk geworden. Elk mediabedrijf zoekt naar een manier om te overleven.
Het team achter de Moldavische onafhankelijke krant Ziarul de Gardă kent dezelfde uitdaging. Het is de meest gelezen krant in het land, en de redactie won in 2025 nog de European Press Prize voor het beste onderzoeksjournalistieke verhaal in Europa. Het probleem is dat onderzoeksjournalistiek geen geld oplevert. Verslaggeving over mensenrechten, corruptie, Russische invloed en misdaden is erg moeilijk en je hebt er tijd en een bekwaam team voor nodig. Helaas is Moldavië een arm land en plots was 40% van het loonbudget van het onderzoeksjournalistieke team geschrapt.
Dankzij de goede reputatie die de krant in haar 21-jarige bestaan had opgebouwd, kon ze uiteindelijk alternatieve middelen vinden bij andere donoren. De vrees bestaat alleszins dat de afwezigheid van USAID op lange termijn de Moldavische journalistiek zal verzwakken.
In Kenia zorgde de financiële ondersteuning door USAID voor een groter bereik voor media. Dat vertelt William Oloo Janak, programmadirecteur van de Kenya Correspondents Association en secretaris-generaal van het Congress of African Journalists. Journalisten konden zo de meest gemarginaliseerde gemeenschappen bereiken, zoals in het noorden, en onderwerpen behandelen als vluchtelingen, malariaprogramma's en hiv/aids. Toen de financiering stopte, trokken journalisten zich terug in de steden.
Om de impact van dat verminderde bereik te illustreren, geeft hij het voorbeeld van goudwinningsgemeenschappen. Daar zijn gevaren zoals kwikvergiftiging, en onderzoek is nodig om die aan het licht te brengen. Er zijn ook buitenlandse bedrijven die gemeenschappen van hun land willen verdrijven. De media zijn niet langer in staat om hen een stem te geven, omdat het zelfs moeilijk is om ernaartoe te reizen.
Het wegvallen van het USAID-geld heeft bestaande problemen verergerd. De mediasector in Kenia was robuust, maar heeft aanzienlijk aan kracht ingeboet wat betreft haar vermogen om als waakhond op te treden en een stem te geven aan de gemeenschappen die traditioneel gemarginaliseerd worden.
De media zullen waarschijnlijk niet volledig instorten, omdat ze ondanks al deze uitdagingen veerkrachtig lijken te blijven, zowel in Kenia als in Afrika in het algemeen. Er zijn eerlijke, geloofwaardige online media in opkomst. De Afrikaanse Ontwikkelingsbank, die tot nu toe vooral ondersteuning bood met infrastructuur, heeft nu financiering aangekondigd. En er wordt overwogen om zogenaamde mediaduurzaamheidsfondsen op te zetten. Lokale filantropen die voorstander zijn van mediavrijheid, kunnen daar dan geld in stoppen zonder dat ze direct controle hebben over de mediasector. Er is dus nog hoop. Inderdaad, veel journalisten geven niet graag op, ze zijn moedig en veerkrachtig en dus blijven ze proberen om oplossingen te zoeken. Misschien was het wel verkeerd om zo afhankelijk te zijn van Amerikaanse financiering, wat dus niet duurzaam bleek!