Wapens te koop!


Wapenhandel!

De wereld der wapenexporteurs: geen fraai gezicht!

De term wapenhandel wordt niet alleen gebruikt voor de internationale handel in militaire goederen tussen landen, maar ook voor alle gelijkaardige handel door regeringen in eigen land. Wereldwijd wordt er tussen landen elk jaar voor naar schatting 45 miljard euro aan wapens verhandeld. Het grootste deel hiervan komt uit de Verenigde Staten, het Verenigd Koninkrijk, Rusland, Frankrijk en Duitsland.
Ten minste 500.000 mensen komen jaarlijks om als gevolg van ongecontroleerde wapenhandel en miljoenen anderen raken ontheemd of worden misbruikt als gevolg van gewapende conflicten.

Elk jaar exporteert België voor miljoenen euro's aan wapens -en jammer genoeg ook naar landen die op dat ogenblik worden verscheurd door burgeroorlogen, ernstige gewapende conflicten of zware interne spanningen, zoals Algerije, Colombia, de Democratische Republiek Congo, de Filipijnen, India, Israël, Marokko, Nigeria, Rusland en Turkije. Of landen die te kampen hebben met ernstige en systematische mensenrechtenschendingen: Argentinië, Brazilië, Chili, Dominicaanse Republiek, Egypte, Maleisië, Syrië, Venezuela, enz.
In juli 2003 werd de Belgische staat zelfs gedagvaard om alle wapenexportlicenties openbaar te maken.

Wetgeving in België
In België zijn er twee wetten die de handel in wapens regelen: die van 3 januari 1933 en die van 5 augustus 1991.
De wet van 1933 regelt vooral het wapenbezit en de wapenverkoop. Ze bevat echter ook een regeling betreffende "verboden wapens". Zo worden elektroshockwapens krachtens de gebruikelijke interpretatie en ten gevolge van een instructie van de minister van Justitie beschouwd als "verdoken aanvalswapens", één van de categorieën verboden wapens die in de wet voorzien zijn. Ook anti-persoonsmijnen worden ten gevolge van een wijziging van de wapenwet in 1991 als verboden wapens beschouwd.
De wet van 5 augustus 1991 regelt de invoer, doorvoer en uitvoer van militair materieel en de daarmee verbonden technologie. Vooral van belang is het feit dat de licentie ingetrokken wordt wanneer ze zou leiden tot "een klaarblijkelijke schending van de rechten van de mens".
Terwijl het in België nog duister blijft rond een specifieke controle op de akkoorden voor productie onder licentie, zijn er in Duitsland, Finland, Zweden, Groot-Brittannië en de Verenigde Staten wel al betere wetten opgesteld die een specifieke reglementering en controle eisen op deze praktijk. Amnesty International Vlaanderen, samen met het Vlaams Netwerk Lichte Wapens, ijvert dan ook voor een sterkere opvolging en controle op Belgische wapens die in het buitenland geproduceerd worden.

In een rapport uit 2010 beschrijft Amnesty hoe transportbedrijven uit VN-lidstaten wapens en munitie vervoeren naar landen die ze mogelijk gebruiken voor mensenrechtenschendingen en oorlogsmisdaden.

Eind juli 2012 gingen, na drie weken onderhandelingen over een historisch Wapenhandelsverdrag, de finale besprekingen van start bij de VN in New York.
Volgens Amnesty International had de VS als grootste wapenexporteur de sleutel in handen om de achterpoortjes die momenteel opgenomen zijn in het ontwerpverdrag te schrappen. Zo zijn munitie en bepaalde soorten wapens niet opgenomen in het ontwerpverdrag. Bovendien sprak het ontwerp enkel over internationale handel en niet over andere transfers zoals schenkingen van de ene overheid aan de andere. Een Wapenhandelsverdag kan echter pas nuttig zijn als het van toepassing is op álle conventionele wapens en álle soorten transfers.
Kleine en lichte wapens waren wel opgenomen in het voorstel, alsook regels om overdrachten van wapens te stoppen indien deze wapens zouden gebruikt kunnen worden om misdaden tegen de mensheid, oorlogsmisdaden en ernstige mensenrechtenschendingen te plegen.
De onderhandelingen werden echter een waar hindernissenparcours en het verdrag sneuvelde net voor de finish omdat de VS, China en Rusland meer tijd wilden.

De VN-lidstaten kwamen in maart 2013 opnieuw samen voor een grote diplomatieke conferentie die moest leiden tot een sluitend en juridisch afdwingbaar Internationaal Wapenhandelsverdrag. Daartoe was op 7 november 2012 besloten tijdens het Eerste Comité van de Verenigde Naties. 157 lidstaten stemden voor, 18 onthielden zich en geen enkele lidstaat stemde tegen. De conferentie had tot doel om de internationale wapenhandel, jaarlijks goed voor 70 miljard dollar, aan strikte regels te onderwerpen.
Na intens lobbywerk door verschillende mensenrechten- en vredesorganisaties werd op de valreep gelukkig nog een voorbehoud opgenomen dat stelde dat de VN het verdrag op de agenda zou houden als de lidstaten er niet in slagen om in maart tot een akkoord te komen. Dit zou tot gevolg hebben dat de tekst kon worden gestemd op de Algemene Vergadering later in 2013.

Op 2 april 2013 namen de Verenigde Naties tijdens de Algemene Vergadering bijna unaniem het internationaal Wapenhandelsverdrag aan. Het verdrag verbiedt de export van conventionele wapens wanneer deze gebruikt kunnen worden voor genocide, misdaden tegen de menselijkheid of oorlogsmisdaden. De goedkeuring kwam er slechts enkele dagen nadat Iran, Noord-Korea en Syrië het verdrag nog trachtten te blokkeren.
"Dit is een historisch moment. Na jaren campagnevoeren is een meerderheid van staten het nu eens geworden over een wereldwijd verdrag dat de transfers van wapens naar landen waar zij zullen worden gebruikt om gruweldaden te plegen, kan voorkomen", aldus Brian Wood, wapen-expert van Amnesty International. "Ondanks de zeer cynische poging van Iran, Noord-Korea en Syrië om het verdrag te dwarsbomen, heeft de wereld nu zijn uitgesproken steun gegeven aan dit levensreddend verdrag met de bescherming van mensenrechten in de kern."

September 2013, de Verenigde Staten, de grootste wapenexporteur ter wereld, staat eindelijk op het punt het Internationale Wapenhandelsverdrag te ondertekenen.
"De handtekening onder het verdrag van de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken John Kerry is een absolute mijlpaal", aldus Salil Shetty, secretaris-generaal van Amnesty International. "Maar naast de handtekeningen van de VS en de 86 andere landen die het verdrag hebben ondertekend, is het nu tijd voor de volgende stap".
Nu moet het verdrag nog worden geïmplementeerd om de toestroom van wapens te stoppen naar landen die deze mogelijk gebruiken voor genocide, misdaden tegen de menselijkheid of oorlogsmisdaden.
De rol van mensenrechten- en ontwikkelingsorganisaties is cruciaal geweest bij de totstandkoming van het Wapenhandelverdrag.

‘Zero tolerance’ voor VN-lidstaten die Wapenhandelverdrag aan hun laars lappen (augustus 2016)
Van Jemen tot Zuid-Soedan tot Syrië. Elke dag worden burgers gedood door wapens die zijn geproduceerd door landen die het Internationaal Wapenhandelverdrag hebben ondertekend of geratificeerd. Aan het begin van de tweede conferentie over het verdrag roept Amnesty lidstaten op elkaar te houden aan de gemaakte afspraken.
Het Internationaal Wapenhandelverdrag kan miljoenen levens redden. Het verdrag verbiedt de export van wapens als bekend is dat deze kunnen worden misbruikt voor het plegen van ernstige mensenrechtenschendingen. Het is alarmerend dat landen die het verdrag hebben ondertekend of zelfs geratificeerd, ongestoord doorgaan met het leveren van wapens aan regeringen en groeperingen die zich schuldig maken aan ernstige mensenrechtenschendingen of zelfs oorlogsmisdrijven.
De Verenigde Staten en sommige EU-lidstaten, waaronder Bulgarije, Tsjechië, Frankrijk en Italië, leveren nog steeds kleine wapens, munitie, pantserwagens en politie-uitrusting aan Egypte. Dat terwijl het land zich sinds 2013 schuldig heeft gemaakt aan buitensporig geweld bij demonstraties. Hierbij vielen honderden doden, werden duizenden gearresteerd en werden gevangenen gemarteld.
Ook zijn er ondertekenaars van het verdrag die hebben bijgedragen aan bloederige burgeroorlogen. Zo gaf Oekraïne in 2014 exportvergunningen af voor 830 lichte machinegeweren en 62 zware machinegeweren aan Zuid-Soedan. Zes maanden na het ondertekenen van het wapenverdrag gaven de Oekraïense autoriteiten een exportlicentie voor een onbekend aantal gevechtshelikopters. Drie van deze helikopters worden momenteel gebruikt door Zuid-Soedanese regeringstroepen.
Het is onmogelijk dat deze landen hebben gedacht dat wapenleveringen aan landen als Zuid-Soedan en Egypte in lijn zouden zijn met het Internationaal Wapenhandelverdrag. Lidstaten zijn trouwens onder het wapenverdrag verplicht om te rapporteren welke maatregelen ze nemen om het verdrag te implementeren (nationale wetten, administratieve maatregelen). Bovendien moeten ze jaarlijks een overzicht maken van de geautoriseerde of werkelijke wapenexport. Maar liefst 27% van de lidstaten heeft nog niet voldaan aan deze rapportageplicht. Ook hebben landen als Moldavië en Slowakije hun rapporten wel ingeleverd maar niet openbaar gemaakt. Zolang regeringen nog steeds ervoor kunnen kiezen om de details over wapenimport en -export te verzwijgen, is het onmogelijk voor parlementen, media en maatschappelijke organisaties om na te gaan of afspraken worden nagekomen.
Volgens het Wapenhandelverdrag moeten lidstaten telkens een uitgebreide risicoanalyse uitvoeren van de wapenleveringen. Als het risico bestaat dat de eindgebruiker de mensenrechten of de rechtsstaat niet zal respecteren, dan mogen er geen exportvergunningen worden afgegeven. Momenteel voeren landen onvoldoende van dit soort risicoanalyses uit. Zo gaven de Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk exportvergunningen af ter waarde van miljarden euro’s uit voor wapenleveringen aan Saoedi-Arabië. Deze vergunningen werden afgegeven toen de door Saoedi-Arabië geleide coalitie buitensporige en willekeurige aanvallen op burgers in Jemen uitvoerde.
Na twintig jaar lobby en acties door Amnesty International en partnerorganisaties werd het Internationaal Wapenhandelverdrag op 2 april 2013 aangenomen. Op 24 december 2014 trad het verdrag in werking. Binnen twee jaar hadden 130 staten het verdrag ondertekend en 87 van die landen ratificeerden het verdrag.
Van 22 tot 26 augustus lobbyt een delegatie van zeven Amnesty-medewerkers op de tweede conferentie van lidstaten in Genève voor betere naleving van het verdrag. Ook zal de delegatie informatie verzamelen over de landen die het verdrag nog niet hebben ondertekend of geratificeerd.