|
E C U A D O R |
|
|
Ecuador is een land in het noordwesten van Zuid-Amerika en grenst in het noorden aan Colombia, in het oosten en zuiden aan Peru en in het westen aan de Stille Oceaan. Het land is genoemd naar de evenaar (in het Spaans: ecuador), die het land doorsnijdt.
De lengte van de landsgrenzen is 2010 km, met een kustlijn van 2237 km.
Ecuador wordt in vier zones verdeeld: de kust (Costa), de Andes (Sierra), het Amazonebekken (Oriente) en de Galápagoseilanden (met hun unieke flora en fauna).
De kust bestaat uit vruchtbare grond die voor landbouw wordt gebruikt. Het gebied bevindt zich slechts enkele meters boven de zeespiegel en bijgevolg zijn de temperaturen er hoog (tot 40°C).
De Andes loopt door het midden van het land, van noord naar zuid. De Chimborazo is met 6310m het hoogste punt. In het hooggebergte liggen de hoofdstad Quito en de derde stad Cuenca, op een hoogte van 2500 meter. Het klimaat is daar mild. In het gebergte liggen ook enkele vulkanen die een hoogte van 5000 tot 6000 meter bereiken. Een aantal daarvan is nog actief.
Het Amazoneregenwoud ligt in het oosten van het land. Het klimaat is er tropisch: warm en vochtig. De vele rivieren in dit gebied zijn allemaal vertakkingen van de Amazone.
Politiek
Sinds de jaren tachtig hadden verschillende presidenten bij hun aantreden tot doel de corruptie te bestrijden en de economie weer tot bloei te brengen. De meesten slaagden daar niet in. In april 2005 werd de meest recente staatsgreep gepleegd, waarbij president Lucio Gutiérrez plaats moest maken voor zijn vicepresident Alfredo Palacio.
In 1973 was Ecuador toegetreden tot de OPEC, maar op 31 december 1992 trok het land zich weer terug, omdat het de contributie niet kon of wilde betalen en omdat het de wens had om meer olie te produceren dan het OPEC-quotum toestond. In november 2007 trad Ecuador terug toe tot de OPEC.
Ecuador is een van de landen van Zuid-Amerika met de meeste armoede. Volgens het Ontwikkelingsprogramma van de Verenigde Naties leeft 45,2% van de bevolking onder de armoedegrens.
Het huidige staatshoofd is president Rafael Correa, die op 26 november 2006 de presidentsverkiezingen won. In de eerste ronde kreeg Correa 22,84% van de stemmen, waarmee hij tweede werd achter de rechtse Álvaro Noboa, een ondernemer in bananen en bovendien miljardair. In de tweede ronde wist hij echter meer stemmen te halen dan Álvaro Noboa en werd hij gekozen tot de nieuwe president.
Correa, die goede banden onderhoudt met Hugo Chávez, de president van Venezuela en vaak wordt beschouwd als anti-Amerikaans, omschrijft zijn programmapunten als een vorm van revolutie op de volgende terreinen: grondwet, ethiek, economie en productiviteit, onderwijs en gezondheidszorg, waardigheid, soevereiniteit en Latijns-Amerikaanse integratie. .
ITT
In juni 2009 deed Ecuador officieel het voorstel om de belangrijke reserves zware olie die zich in een gedeelte van het oostelijk gelegen Nationale Park Yasuní bevinden, niet te exploiteren, maar juist ongemoeid te laten. Daarvoor wil het land wel gecompenseerd worden door de rijke landen. Met andere woorden, geld ontvangen om alles in de oorspronkelijke staat te laten. Tijdens een conferentie over Klimaatverandering in Quito in oktober, onderstreepte president Correa nog eens hoe innovatief het project is op energetisch gebied.
Het Nationale Park Yasuní heeft een oppervlakte van bijna een miljoen hectare en is dankzij een rijkdom aan flora en fauna door de UNESCO uitgeroepen tot Wereld Biosfeerreservaat. De Ecologische Reserve Yasuní is het gebied met de grootste culturele en biologische diversiteit van het planeet. Er wordt beweerd dat een hectare meer plantensoorten herbergt dan in de hele Verenigde Staten en Canada te vinden zijn.
Het Project waarvan sprake is het ITT-project (Itschpingo-Tambococha-Tiputini). Het betreft een gebied met een geschatte voorraad zware olie van 920 miljoen vaten. Door die olie voor een stuk in de grond te laten zou Ecuador een bijdrage leveren aan de reductie van uitstoot van broeikasgassen wereldwijd. Hierdoor zou Ecuador wel jaarlijks meer dan 720 miljoen dollar dreigen mis te lopen en het is nu (een groot deel van) dat bedrag dat de internationale gemeenschap zou moeten ophoesten. Het gekregen geld zou dan kunnen gebruikt worden om een nieuwe visie van ontwikkeling toe te passen, die ten goede moet komen aan de arme bevolking van het land en aan de productie van alternatieve energiebronnen.
Een heel mooi initiatief, maar ondertussen worden al fracties van het gebied voor exploitatie opengesteld! De onderhandelingen over het project sprongen haast helemaal af toen Correa in januari tijdens een toespraak voor de nationale televisie ineens doodleuk verklaarde dat hij de opbrengst uit het Yasuni-fonds naar eigen inzicht wil besteden. In het buitenland was men zeer verbaasd, maar ook in eigen land regende het woedende reacties. Minister van Buitenlandse Zaken Fander Falconí nam ontslag. Eerder was hij in binnen- en buitenland nog een ware pleitbezorger van het concept geweest. Roque Sevilla, een bekend zakenman in Ecuador en voorzitter van het campagnecomité voor het initiatief, legde voor de televisiecamera’s met tranen in de ogen de voorzittershamer neer. Als de onderhandelingen over het Yasuni-initiatief spaak lopen, komt de exploitatie van olie in het ITT-gebied een stap dichterbij. In dat geval moet rekening gehouden worden met (vreedzame) protesten van o.a. de Waorani-Indianen die daar wonen.
Opkomen voor het Amazonewoud
Alleen vrouwen kunnen de aarde begrijpen, en redden.
Het Amazonegebied dankt zijn naam aan de mythe van de Amazonas: vrouwelijke strijders die volgens de verhalen altijd het gebied hebben bewoond en beschermd. Deze mythe staat inderdaad niet zo ver af van de huidige realiteit. Vrouwen nemen de taak op zich om het regenwoud te beschermen tegen de mijnbouw en de olie-industrie. In de oorspronkelijke Sarayaku-gemeenschap bijvoorbeeld is de politieke strijd van de vrouwen vervlochten met hun dagelijks leven en spirituele overtuigingen.
Wanneer de mannen overwegen om toch maar een deal te sluiten met de oliebedrijven, zijn zij het die alles in het werk gaan stellen om de achterliggende realiteit te onderzoeken en hen ervan te overtuigen van hun voornemens af te zien.
In 1992 organiseerden vrouwen van verschillende oorspronkelijke gemeenschappen een protestmars naar Quito, waarbij ze een oproep deden aan de president voor erkenning en bescherming.
In 2012 wonnen vrouwen een zes jaar durende rechtszaak tegen de staat, die oliebedrijven illegaal toegang had verleend tot hun grondgebied.
Deze vrouwen halen hun doorzettingsvermogen uit hun geloof. Ze geloven dat de aarde een vrouw is en dat zij daarom beter aanvoelen wat de aarde nodig heeft. Ze geloven dat alle dieren en planten in het regenwoud met elkaar verbonden zijn en ze zien zichzelf als een deel van die keten.
Repressie van inheems protest
Op 14 juni rond half één 's nachts arresteerden veiligheidstroepen Leónidas Iza, de voorzitter van de Confederatie van Inheemse Nationaliteiten van Ecuador, in de centraal gelegen provincie Cotoraxi.
Eerst werd hij vastgehouden op een onbekende locatie en officieel beschuldigd van “belemmering van de openbare dienstverlening”, maar later diezelfde nacht werd hij weer vrijgelaten. Zijn arrestatie is blijkbaar willekeurig en de strafrechtelijke aanklachten kunnen wijzen op criminalisering van protestacties.
Mensenrechtenorganisaties maakten melding van meerdere willekeurige arrestaties, buitensporig gebruik van geweld en criminalisering van demonstranten.
Wat begon als boerenprotest tegen de stijgende brandstofprijzen en levensduurte is uitgegroeid tot een massaal volksprotest dat almaar gewelddadiger en grimmiger wordt. Minstens drie betogers kwamen al om het leven, bijna honderd raakten gewond en nog eens honderd werden opgepakt. In 9 van de 24 Ecuadoraanse provincies geldt de noodtoestand.
Gasbranders en kanker!
In de noordoostelijk gelegen provincie Orellana zijn de gasbranders van het staatsoliebedrijf Petroecuador bijna continu te horen. Lange gasbranders steken uit tussen het tropisch gebladerte. Een enorme vlam, die 24 uur per dag gas uit de oliewinning verbrandt, kleurt het landschap. Het verbranden van gas veroorzaakt een monotoon geruis, dat de rust van het woud en de omwonenden verstoort. Rond de gasbranders groeien geen bomen of gras. Wanneer regen de vlammen dooft en het gehoor en zicht rust vinden, neemt een indringende geur van gas het over. Heel wat mensen moeten, telkens de vlammen van de gasbranders doven, hun huis verlaten en evacueren. Velen van hen worden ziek.
Negen meisjes uit het Amazonewoud namen het op tegen de Ecuadoraanse staat en de olie-industrie. Op 26 januari 2021 wonnen Dannya Bravo, Leonela Moncayo, Rosa Valladolid, Skarlett Naranjo, Yamileth Jurado, Denisse Nuñez, Mishell Mora, Jeyner Tejena en Kerly Herrera een rechtszaak tegen het Ecuadoraanse ministerie van Energie en Niet-hernieuwbare Natuurlijke Rijkdommen en het ministerie van Omgeving en Water. Ze stelden dat de gasbranders van de olie-industrie hun recht op water, gezondheid, voedselveiligheid en een gezonde en natuurlijke omgeving schaden. Ze eisten dat alle gasbranders in de noordelijke Amazoneprovincies Sucumbíos en Orellana weggehaald worden. De provinciale rechtbank van Sucumbíos gaf hen, in tweede instantie, gelijk.
Bravo en de andere meisjes stonden er niet alleen voor in de rechtszaak. Ze ondernamen hun juridische stappen samen met de Unie van Slachtoffers van de petroleumoperaties van Texaco (UDAPT). Gemeenschappen die getroffen worden door de ontginningsindustrie kloppen doorlopend aan bij die organisatie. Klimaatactivist en advocaat Pablo Fajardo vertegenwoordigt de meisjes. Hij verwierf internationale bekendheid in de rechtszaak tegen oliegigant Texaco (die vandaag Chevron heet) en de historische vervuiling die dat bedrijf veroorzaakte in het Ecuadoraanse Amazonewoud.
Volgens het collectief Eliminen los Mecheros y Enciendan la Vida (‘Doof de Gasbranders, Steek het Leven Aan’) wordt op 447 plaatsen in de Ecuadoraanse Amazone gas afgefakkeld dat afkomstig is van de exploitatie of productie van fossiele brandstoffen. De UDAPT en het project voor sociaalecologisch herstel Clínica Ambiental doen al jaren onderzoek naar de gezondheidssituatie van de gemeenschappen waar oliebedrijven opereren en de gasbranders staan. Inderdaad komen in de zones waar Texaco-Chevron opereerde en er installaties van de olie-industrie zijn, meer kankers voor bij de bevolking. Van de 1579 ondervraagde families waren er bij 384 families in totaal 479 personen met kanker. Het onderzoek vond ook dat bijna twee op de drie mensen met kanker vrouwen zijn. Zij werken vaker op het land en komen meer in contact met het water van vervuilde rivieren.
Het jaar 2022 markeerde de kaap van 55 jaar olieontginning in het Ecuadoraanse Amazonewoud. Maar als je naar de economische kaart van Ecuador kijkt, kan je zien dat juist die plaatsen van ontginning de hoogste armoedecijfers hebben.
In juli 2021 maakte president Lasso plannen bekend om de olieproductie in het land te verdubbelen, tot een miljoen vaten per dag. Vooral het zuidelijke deel van de Ecuadoraanse Amazone zou hiervan de gevolgen dragen. Dat alarmeerde milieuactivisten. In april 2022 bood het ministerie van Energie en Niet-hernieuwbare Natuurlijke Rijkdommen openlijk verontschuldigingen aan voor vervuiling die de gasbranders verorzaakt hebben, maar dat maakte weinig indruk op de meisjes en hun sympathisanten.
In juni 2022 kwam er een vervolg op de nationale staking van 2019. Achttien dagen lang kwamen mensen de straat op, onder leiding van de inheemse gemeenschap, uit protest tegen de economische politiek van president Lasso. Eén van de tien actiepunten was de afschaffing van de decreten die de petroleum- en mijnbouwgrenzen zouden uitbreiden. Een ander punt was het herstel van alle veroorzaakte milieuschade. Na onderhandelingen tussen de inheemse leiders en de regering kwam er een einde aan de staking. Olieontginning zou worden afgeschaft en het decreet rond mijnbouw worden hervormd. Maar de overheid had blijkbaar geen zin om de uitspraak van het gerecht na te leven.
Het akkoord zorgde vooral dat er geen nieuwe ontginningsvergunningen mogen worden toegekend zonder dat lokale gemeenschappen worden betrokken en geraadpleegd. Voor licenties die al werden verleend, veranderde evenwel niets. Zes maanden na de veroordeling van de staat in de rechtszaak die de negen meisjes aanspanden, kwam er in juli 2021 ook een geschreven uitspraak. Daarin werd opgenomen dat alle gasbranders in de buurt van bewoonde centra 18 maanden na het vonnis weggehaald moeten zijn. Tegen december 2030 moeten alle overige gasbranders ontmanteld zijn. Voorlopig is nog nergens iets te zien van die plannen! Meer nog, de staat wil nieuwe olievelden, mét gasbranders, openen in de Noordelijke Amazone. De meisjes trokken dan maar samen met het collectief Eliminen los Mecheros y Enciendan la Vida naar het Hooggerechtshof om af te dwingen dat de uitspraak nageleefd wordt.
Op 26 februari 2023 werd Eduardo Mendúa, lid van de inheemse gemeenschap Aí Kofán, door gewapende mannen op zijn land vermoord. Mendúa nam de internationale relaties van CONAIE voor zijn rekening. In januari had hij de Ecuadoraanse overheid en Petroecuador publiek ter verantwoording geroepen voor de verdeeldheid en conflict binnen zijn gemeenschap over de ontginning van 30 olieputten.
Ook leden van slachtoffersvereniging UDAPT kregen al bedreigingen. Voor de organisatie is het duidelijk: de overheid is verantwoordelijk voor de moord op Mendúa. Ze eist nu een uitgebreid onderzoek naar de moord en de onmiddellijke opschorting van ontginning op het land van Aí Kofán.
Meer dan drie vierde van de moorden op land- en klimaatactivisten in 2021 vond plaats in Latijns-Amerika, aldus de ngo Global Witness. Een alliantie van mensenrechtenorganisaties in Ecuador waarschuwde in november 2022 dat de situatie ook in Ecuador onrustwekkend is. Het geweld tegen activisten en mensenrechtenverdedigers nam ook daar fors toe.
Dat jonge meisjes zoals Moncayo, Valladolid, Naranjo, Jurado, Nuñez, Bravo, Mora, Tejena en Herrera de strijd aangaan voor een gezonde leefomgeving in een regio waar milieu- en klimaatactivisten bedreigd worden, is op zijn minst dapper te noemen. De overwinning die ze behaalden in de rechtbank is historisch, maar het is de werkelijkheid die hen dwong tot vechten. Familieleden ziek, toekomst gehypothekeerd. Het was nooit hun droom om vooraanstaande klimaatactivistes te worden.
Balsa!
De laatste jaren werd wereldwijd een recordaantal windmolenparken bijgebouwd. Dat heeft vernietigende gevolgen voor het Ecuadoraanse Amazonegebied: daar is een stormloop op balsa ontstaan, de tropische houtsoort die wordt gebruikt voor de wieken van windmolens. Er zijn moorden gepleegd, er kwam prostitutie en dat alles werd veroorzaakt door de handel in balsa. Deze houtsoort is zowel vederlicht als extreem sterk en is daardoor de ideale grondstof voor de wieken, die tot wel 100 meter lang kunnen zijn. Het balsahout wordt verwerkt in de binnenkant van de wieken, in een composietmateriaal van koolstof- of glasvezels, hars en balsahout.
In de uithoeken van het Amazonegebied bestaat geen enkele controle op de vaak illegale kap door deze handelaars. De enige wet is die van het dollarbiljet. Er werden overal wegen aangelegd en met die wegen kwamen de handelaars, maar die brachten niet alleen geld maar ook conflict en criminaliteit met zich mee.
Normaal gesproken komt het balsahout van plantages in het kustgebied van Ecuador, al meer dan een halve eeuw 's werelds belangrijkste exporteur van deze houtsoort. Balsa kent vele toepassingen, zoals in surfplanken, modelvliegtuigen, muziekinstrumenten en dus ook in de industrie, voor bijv. windenergie.
Maar in 2019 steeg de vraag naar balsa zo snel dat de bestaande plantages de vraag niet meer aankonden. Dat kwam vooral door China, waar de overheid bedrijven subsidieerde om windmolenparken te bouwen. Maar ook Europa en de Verenigde Staten hebben de afgelopen jaren flink ingezet op windenergie. Zo bouwde de Europese Unie in 2021 een recordaantal windmolenparken bij.
Die ontwikkeling zal zich de komende jaren vermoedelijk doorzetten. Hernieuwbare energie is nodig om de klimaatdoelstellingen te behalen om de CO2-uitstoot terug te dringen. Daarnaast is ze ook van strategisch belang om niet meer afhankelijk te zijn van landen als Rusland voor de toelevering van energie.
En zo trokken de handelaars naar de Amazone, om daar balsabomen in het wild te kappen. Aanvankelijk deden ze dat in de buurt van de wegen, waar het het makkelijkst is om de bomen te vervoeren. Daarna trokken ze steeds dieper het oerwoud in.
De handelaars geven dikwijls een bescheiden voorschot voor iemands bomen en beloven een heel grote som, van soms wel duizenden dollars. De zogenaamde balsero begint dan te werken op zijn grond en kapt waarschijnlijk elke balsaboom die hij tegenkomt. Aan de rivieroevers, op de eilanden in de rivieren, in de gebieden van de inheemse gemeenschappen: geen boom blijft overeind. Sommige handelaars zetten zelfs vliegtuigjes in om het hout weg te krijgen uit de meest afgelegen gebieden. De vele dollars die werden beloofd, worden bijna nooit uitbetaald.
Misschien nog erger dan de oplichting zijn de sociale problemen en de criminaliteit die veroorzaakt worden door de houtkap en alle economische activiteit daaromheen. Mensen van buitenaf brengen drugs en alcohol naar de plaatselijke gemeenschap. De jongeren vallen voor de verleiding en gaan niet meer naar school: dat stelt Tito Vargas vast, de verantwoordelijke voor Economie in de inheemse organisatie Nacionalidad Achuar de Ecuador (NAE).
De ongecontroleerde kap heeft ook uiteenlopende gevolgen voor het ecosysteem van de Amazone. Balsa heeft in tropische ecosystemen een pioniersfunctie. De boom koloniseert open plekken en faciliteert daarmee het herstel van het bos. Kap je de balsabomen voortijdig, dan doorbreek je deze cyclus en verander je de natuurlijke habitat. Zoals die van de vogels die nestelen in de balsa’s. Daarbij introduceer je de menselijke soort, mensen van buiten die enkel komen voor de kap en die niet voor het bos zorgen. En hoewel de balsaboom op zich geen onderdeel van oerbossen vormt, leidt de balsakoorts wel tot nieuwe ontbossing van het regenwoud. Midden in het bos zijn tientallen hectares land “schoongemaakt” om er balsa te laten groeien, zo tonen satellietbeelden. Om nog maar te zwijgen van de tonnen afval die er worden achtergelaten.
De Waorani’s zijn Ecuadors laatste inheemse volk dat in contact kwam met de westerse wereld, en dat was pas in de jaren 1950. De 4000 Waorani’s bewonen ruim 800.000 hectare regenwoud, waarvan een deel beschermd natuurgebied is. Een klein deel van hen leeft nog zonder contact met de westerse wereld.
Als een gemeenschapsleider de kap wil verbieden in zijn territorium, leidt dat vaak tot bedreigingen van malafide balseros, maar ook tot protesten van andere gemeenschapsleiders, die wel hun hout willen verkopen. En dat is begrijpelijk, want de mensen hebben geld nodig. Spijtig genoeg zien ze niet dat de balseros misbruik van hen maken.
Ook de Achuar, die met 87 gemeenschappen in een territorium van 680.000 hectare tropisch regenwoud wonen, probeerden op een bepaald moment de kap te verbieden. Lang hield dat verbod niet stand: op een paar uitzonderingen na verkocht uiteindelijk elke gemeenschap haar balsabomen. Op een jaar tijd, tussen juli 2020 en juni 2021, zouden via de “haven” van Copataza -niet meer dan een modderige aanlegplaats aan de rivier- zo’n 71.000 balsabomen het gebied verlaten hebben, volgens een onderzoek van het Wereld Natuur Fonds (WWF).
De laatste tijd lijkt de balsaboom overal en nergens op de plantages te groeien. Van veehouders tot kleine inheemse boeren: allemaal planten ze balsabomen, in de hoop grote winsten te maken zodra de bomen volgroeid zijn. Akkers van ongeveer een hectare groot waar de families normaliter hun bakbanaan, cassave en mais verbouwen, staan nu vol met balsa.
Daarom is men nu op zoek gegaan naar een alternatief, naar een economisch model voor een duurzame productie van balsa, zodat elke producent inkomsten kan genereren met het balsa dat hij zelf verbouwt. Zonder de bomen op de eilanden zomaar te kappen. En door malafide handelaars de toegang tot het gebied te verbieden.
Dat alternatief kreeg mee vorm in een samenwerking met Soluciones Estructurales Renovables Ecuador (SERE), een initiatief van de Ecuadoraanse onderzoeker en geograaf Rodrigo Sierra. Die laatste heeft decennialange ervaring met het werken met Amazone-volken en met het opzetten van productieprojecten in inheemse gemeenschappen. Zijn bedrijf biedt de gemeenschappen onder andere een legaal contract voor de verkoop van het hout.
Een ander probleem is de manier waarop het hout gekapt wordt, door arbeiders die van buiten komen. Zo blijven alle winsten bij de tussenpersonen en de exporterende bedrijven. Om die reden gaat men nu de bewoners trainen in het kappen en verzagen van de bomen, om zo meer te verdienen aan hun balsa. Of hen organiseren in groepen van producenten, zodat ze zelf de vergunning voor de kap kunnen aanvragen.
Er zijn wel heel wat praktische obstakels bij zo'n “duurzame kap”. Er zijn de territoriale conflicten tussen gemeenschappen over wie waar mag kappen. Andere gemeenschappen maken deel uit van een overheidsprogramma om het bos te beschermen, wat lastig samengaat met de kap van balsabomen. Weer andere gemeenschappen hebben inkomsten uit toerisme, die ze zagen verdampen door de komst van de houthakkers.
De exploitatie van balsa zorgt dus voor verdeeldheid. Het introduceert een ieder-voor-zich-mentaliteit in inheemse gemeenschappen, die breekt met de traditionele gemeenschapszin.
De Achuars bijv. eten voornamelijk wat ze zelf verbouwen op hun akkers binnen de gemeenschap. Alleen voedingsmiddelen als rijst, olie en zout halen ze uit de stad, acht uur reizen over de rivier en de weg. Af en toe slachten ze een kip of schieten ze een vogel of aap in het bos. Maar dat bos heeft door de komst van wegen, oliemaatschappijen en houthakkers steeds minder te bieden. Veel Achuars komen daarom voedingsstoffen tekort. En dat probleem is verergerd nu de bewoners hun akkers volgezet hebben met balsa in plaats van hun gebruikelijke gewassen.
Zo’n 75% van de wereldmarkt voor balsa komt uit Ecuador. Het is een paradoxale situatie: de groene energie-ambities in Europa leiden tot ontbossing en sociale problemen aan de andere kant van de wereld. Fabrikanten van windturbines gebruiken steeds meer synthetische stoffen voor de wieken van windmolens, maar de industrie kan voorlopig nog niet zonder het tropische hout.
Naar verwachting zal de wereldwijde vraag naar balsa de komende jaren blijven toenemen. Zo kondigden Nederland, België, Duitsland en Denemarken onlangs aan om voor 2050 het aantal windparken op zee flink uit te breiden, waarvan 65 gigawatt al voor 2030 klaar moet zijn. Ter vergelijking: in het afgelopen recordjaar 2021 werd wereldwijd zo’n 100 gigawatt windenergie in gebruik genomen.
Een ander probleem is de levensduur van de wieken. Die moeten na 20 à 25 jaar vervangen worden. Een geschatte 14.000 bladen van windmolens zullen vanaf 2023 ontmanteld en vervangen moeten worden.
Zolang de vraag naar balsa hoog blijft, zullen de wantoestanden in Ecuador blijven bestaan. Controle van de overheid op de oorsprong van het hout is gebrekkig en eenvoudig te omzeilen.
Traceerbaarheid is een groot probleem. Zo bezweert het grootste exportbedrijf van balsahout in Ecuador, het Zwitserse Plantabal/3A Composites, dat het bedrijf nooit hout uit het Amazonegebied heeft afgenomen. 3A Composites was het eerste bedrijf met FSC-gecertificeerde balsaplantages in Ecuador en levert onder andere aan energieleveranciers Vestas, Siemens Gamesa en andere grote Europese windturbinefabrikanten.
Uit een enquête onder 19 chauffeurs van ladingen balsahout in de Amazone, uitgevoerd gedurende 42 dagen in 2021 in de haven van Copataza in opdracht van het WWF, blijkt echter dat zij wel degelijk het hout aan dit bedrijf verkochten.
Het blijft lastig om de exporterende bedrijven verantwoordelijk te houden voor de weinig duurzame praktijken in de Amazone, en dat komt dus door het gebrek aan controle en regelgeving. Bovendien, zolang de Amazonevolken geen andere reële economische alternatieven hebben, kunnen de handelaars hun immorele gang blijven gaan.
Vrouwen zijn het kwetsbaarst
Alles wat ons ziek maakt, komt van buitenaf!
Zo luidt het moto van Patricia Gualinga, milieuactiviste en gemeenschapsleider van de Kichwa-gemeenschap van Sarayaku, een gebied van ruim 135.000 hectare aan regenwoud in de oostelijke provincie Pastaza. Zij sleepte dan ook met haar inheemse gemeenschap de Ecuadoraanse regering voor de rechter, zette protestmarsen op touw en … ontving hiervoor doodsbedreigingen. Met haar collectief Mujeres Amazónicas verenigt ze inheemse vrouwen in hun strijd tegen de brutale ontginning van grondstoffen in de Amazone en het geweld dat eruit voortvloeit.
Maar wat hebben de verwoestende ontginning van grondstoffen en geweld tegen vrouwen in de Amazone met elkaar te maken? Wel, het is immers een feit dat de vernieling die bedrijven aanrichten, vrouwen altijd het hardst treft. Vele vrouwen werden seksueel misbruikt werden door medewerkers van de oliemaatschappijen. In het verleden deden deden ze nooit hun mond open, uit vrees om gestigmatiseerd te worden.
De 1400 leden van de gemeenschap leven sinds jaar en dag in harmonie met de natuur, die ze als een levend wezen beschouwen. Als kind hoorde ze van haar ouders praten over hun waardigheid als inheems volk en het contact met de natuur. Ze weten zich rijk, al zegt de buitenwereld dat ze arm zijn. Ze hebben immers een groot leefgebied, biologisch eten dat ze op een houtvuur koken. Hun huizen zijn gebouwd met natuurlijke materialen, zodat ze niet doodgaan van de hitte onder het dak van zink. Ze hebben schone lucht en kunnen zonder problemen verdwalen in het bos. Ze kunnen blootsvoets lopen, in verbinding met Moeder Aarde, en een rustig leven leiden. De armoede die de gemeenschap tegenwoordig ervaart, alles dus wat hen ziek maakt, komt van buitenaf. Zoals de invloed van het kolonialisme op hun cultuur, de Ecuadoraanse staat die inheemse gemeeenschappen aan hun lot overlaat, de verwoesting van de natuur.
De Kichwa-gemeenschap van Sarayaku voert al decennialang verzet tegen iedereen die het gemunt heeft op de natuurlijke rijdommen van haar leefgebied. Lees: zij die op haar grond naar olie komen boren.
Begin jaren '90 gaf de Ecuadoraanse staat het grondgebied van Sarayaku in concessie aan een Argentijns oliebedrijf, zonder de bewoners daarover te consulteren. Het leger werd zelfs naar daar gestuurd bij de allereerste boringen. Maar dat was buiten het verzet van Gualinga en haar gemeenschap gerekend. In 2003 brachten ze de zaak naar het Inter-Amerikaanse Hof van de Mensenrechten. Dat zou in 2012 leiden tot een historische uitspraak tegen de Ecuadoraanse staat. De rechter besliste dat Ecuador in het gebied van Sarayaku geen olieconcessie had mogen toestaan. Het bedrijf moest vertrekken en het Hof oordeelde dat de inheemsen gemeenschappen voortaan bij nieuwe plannen geconsulteerd moeten worden.
Gualinga speelde een belangrijke rol in de zaak. Ze getuigde tegen de staat en trad op als vertaalster van het Kichwa naar het Spaans. Toch zou de vreugde niet lang duren: in 2013 gaf de staat groen licht voor de ploitatie van nog eens 120 miljoen vaten ruwe olie in de Amazone, waarvan driekwart in inheems gebied. Ook deze keer was de beslissing genomen zonder de inheemse
gemeenschappen naar behoren te consulteren.
De linkse president Correa was in 2006 aan de macht gekomen, mede dankzij de steun van de inheemse bevolking. De president van het volk bleek echter een wolf in schaapskleren. De rechten van de natuur die hij in de grondwet van 2018 had laten verankeren, waren holle woorden. Ook het ambitieuze plan om een miljard vaten olie in het Nationaal Park Yasuní -een natuurreservaat met de grootste biodiversiteit op aarde- onaangeroerd te houden, zwierde hij in 2013 overboord. De protesten van inheemse gemeeenschappen en sociale bewegingen werden
onder zijn regime harder dan ooit onderdrukt.
Daarom besloot de groep om hun vrouwelijke stem te laten horen, om duidelijk te maken dat ze tegen oliewinning in ons territorium was. Mujeres Amazónicas was geboren.
De eerste actie van het vrouwencollectief was een protestmars tegen president Correa's plannen voor oliewinning in het zuidoosten van de Amazone. Meer dan honderd vrouwen namen deel aan de 250 kilometer lange tocht van Puyo, in het hart van de Amazone, naar Quito. De president weigerde de vrouwen te ontvangen, maar in het parlement waren ze een paar dagen later welkom. Daar luisterde men naar hun eisen: geen oliewinning en waardering voor het hele Amazonegebied.
President Correa zette zijn plannen desondanks door: in 2016 begonnen de omstreden olieboringen in het nationaal park van Yasuni (provincies Orellana, Napo en Pastaza). En vijf jaar later, in 2021, besloot huidig president Guillermo Lasso om de olieproductie nog verder op te drijven.
Sinds een paar jaar richten de Amazonevrouwen zich op een gevolg van de roofbouw dat vaak onderbelicht blijft: het geweld tegen vrouwen door de komst van bedrijven die het gemunt hebben op de natuurlijke rijkdommen in het gebied. Volgens cijfers van de Wereldbank heeft bijna zeven op de tien vrouwen in de Amazone al te maken gehad met gendergerelateerd geweld. Gerechtigheid zoeken voor deze vormen van geweld is doorgaans zinloos. Corruptie, seksisme en de afwezigheid van de staat in het gigantische Amazonegebied maken het lastig om de daders
veroordeeld te krijgen. Ook erover praten blijft nog altijd taboe. In inheemse culturen heeft de vrouw nog altijd een dienende rol en het mannelijke vertoon is sterk aanwezig. Vrouwden hebben weinig
te zeggen en weten niet beter dan die rolverdeling te accepteren.
In sommige culturen, zoals de Kichwa, komen vrouwen wel in opstand. Maar die veranderingen gaan langzaam. Inheemse organisaties zijn nog altijd een patriarchaal bolwerk. Vrouwen mogen hooguit de symbolische rol van vicepresident vervullen. Vrouwen worden niet serieus genomen. Terwijl een man daar alleen maar man voor hoeft te zijn!
De vrouwelijke invloed werpt zijn vruchten af. Naast de overwinnig in de rechtszaak over oliewinning, zei de Kichwa-gemeenschap van Sarayaku ook "neen" tegen de kap van balsahout in haar grondgebied. De toegenomen vraag naar het hout leidde de voorbije jaren tot een ongecontroleerde kap. Met name vrouwen boden weerstand tegen de balsahandel, omdat zij het hardst getroffen worden door de impact daarvan. De houtkappers brachten alcohol, drugs en covid naar de gemeeenschap. Ook zijn minstens elf meisjes verdwenen, van wie nog altijd geen spoor is. Daarnaast was de milieuschade erg groot. De bomen zorgen ervoor dat rivieren niet overstromen bij hevige regenval, doordat ze een natuurlijke barrière tegen het water vormen. Maar door erosie treden
rivieren nu buiten hun oevers en worden huizen, bruggen en gewassen verwoest. In Europa beschouwt men windmolenparken dan wel als duurzaam, maar ze kijken niet naar wat er gebeurt aan de andere kant van de wereld.
Bendegeweld!
Augustus 2023: voor de derde keer in vier weken tijd werd een politicus doodgeschoten. Het uit de hand gelopen bendegeweld is het hoofdthema bij de presidentsverkiezingen van zondag 20 augustus. De week daarvoor werd kandidaat Fernando Villavicencio geliquideerd na een campagnebijeenkomst.
"Ecuador beleeft zijn bloedigste periode ooit," zei Luisa González op sociale media. De presidentskandidaat voor Revolución Ciudadana betuigde haar medeleven aan de familie van "kameraad Pedro Briones", het laatste slachtoffer in rij. Hij was partijleider in de noordwestelijke provincie Esmeraldas.
González weigert een kogelwerend vest te dragen, maar ze heeft wel haar beveiliging herzien vanwege de aanslag op haar partijgenoot.
Ecuador wordt geteisterd door een golf van geweld. In de eerste helft van dit jaar zijn er ruim 3500 mensen door geweld om het leven gekomen. Vorig jaar waren het er in totaal 4600, het dubbele van 2021. Het land is een logistiek centrum geworden voor de internationale drugshandel.
De geliquideerde presidentskandidaat Villavicencio was een uitgesproken criticus van criminele bendes. Vlak voor zijn dood verklaarde hij te zijn bedreigd door onder meer Los Choneros, een bende die gelieerd is aan het Mexicaanse Sinaloakartel. De leider van die bende werd onlangs overgeplaatst naar een extra beveiligde afdeling binnen gevangeniscomplex Litoral. Er werd gezegd dat dit om veiligheidsredenen is gedaan. Gedetineerden hebben sindsdien actiegevoerd om 'Fito' terug te krijgen naar de minder beveiligde afdeling. Met de hulp van 4000 agenten en militairen werd Fito naar een andere cel gebracht.
Presidentskandidaat González stelt dat er geen controle meer is over de gevangenissen. In plaats daarvan zijn detentiecentra werk- en ontspanningslocaties geworden voor bendes.
Leonela Moncayo!
Op 26 februari ontplofte een geïmproviseerd explosief voor het huis van de veertienjarige klimaatactiviste Leonela Moncayo. Dat gebeurde vijf dagen nadat Leonela samen met acht andere meisjes door de minister van Energie en Mijnbouw in het nationaal parlement agressief werd aangepakt vanwege hun activisme. De meisjes voerden actie tegen het routinematig affakkelen van gas. Leonela, haar familie en de acht andere jongerenactivisten zijn wellicht in gevaar.
Amnesty wil dat de Ecuadoriaanse autoriteiten onderzoeken wat er is gebeurd en dat ze jongerenactivisten beschermen zodat ze hun acties op een veilige manier kunnen voeren.
Het affakkelen van gas is een proces bij aardoliewinning dat sterk bijdraagt aan de klimaatcrisis. Het wordt ook in verband gebracht met negatieve gevolgen voor de gezondheid van mensen die in de buurt wonen. In 2021 behaalden Leonela en andere activisten een overwinning toen de rechtbank concludeerde dat de overheid effectief het recht op gezondheid heeft genegeerd en niet genoeg heeft gedaan om de klimaatverandering aan te pakken. De overheid moest het affakkelen geleidelijk stopzetten in de buurt van bewoonde gebieden en schadevergoedingen uitkeren aan de getroffen gemeenschappen. Dat is tot op vandaag nog niet gebeurd.
De Ecuadoriaanse autoriteiten doen te weinig om mensenrechtenverdedigers te beschermen. In 2018 documenteerde Amnesty International een reeks aanvallen en bedreigingen gericht tegen mensenrechtenverdedigers. In februari 2023 werd Eduardo Mendúa, een uitgesproken tegenstander van oliewinning in het gebied, gedood. Deze voorbeelden en de betreurenswaardige situatie van Leonela tonen aan dat de Ecuadoriaanse autoriteiten nog steeds nalaten om een veilige omgeving te creëren voor activisten.
Verkiezingen april 2025
In aanloop naar deze verkiezingen werd Narciso Saldarriaga, lid van de Nationale Democratische Actie (ADN) van president Daniel Noboa, vermoord op zaterdag 22 maart. Hij was een voormalige verkozene in de gemeente Canuto, in het westen van het land, en “afgevaardigde” van de partij in het noorden van de provincie Manabí.
Noboa neemt het op tegen zijn linkse uitdager Luisa Gonzalez in een tweede stemronde van de presidentsverkiezingen. Door het aanhoudende drugsgeweld staat de veiligheidsituatie in Ecuador hoog op de agenda. Beide presidentskandidaten willen de georganiseerde misdaad aanpakken.
Sinds 2024 voert Noboa een oorlog tegen drugshandelaars. Het aantal moorden daalde dat jaar naar zes op de 100.000 inwoners, nadat het cijfer in 2023 een recordhoogte van 47 op de 100.000 inwoners bereikt had.
Gedwongen verdwijningen!
Een lokale ngo meldt in een recent onderzoek dat nog steeds 23 mannen niet gelokaliseerd zijn na de militaire operaties van 2024 in de provincies Los Rios, Esmeraldas en Guayas. Families en getuigen duiden leden van het leger aan als verantwoordelijken en laten weten dat alle zoekacties gestaakt zijn.
Amnesty roept het Openbaar Mijisterie op om de slachtoffers onmiddellijk te lokaliseren en de betreffende gebeurtenissen te onderzoeken als mogelijke gevallen van gedwongen verdwijning.
Na een militaire operatie in Guayaquil in de provincie Guayas op 8 december 2024 werden vier kinderen (11, 14, 15 en 15 jaar oud) als vermist opgegeven. Deze kinderen werden op 24 december 2024 dood aangetroffen. Hun lichamen vertoonden sporen van foltering.
Op 31 december klaagde het Openbaar Ministerie 16 leden van de strijdkrachten aan voor deze gedwongen verdwijningen. Na deze gebeurtenissen benaderden de families van nog eens 23 vermiste personen de organisatie CDH Guayaqui, die de zaak van de 4 kinderen op zich had genomen, met het verzoek om ook hun zaken te behartigen.
Het geweld in Ecuador is de laatste jaren sterk toegenomen. Dat komt door confrontaties tussen georganiseerde criminele groepen die met elkaar vechten over de controle van bepaalde gebieden. Amnesty International is bezorgd over meldingen van mogelijke mensenrechtenschendingen en misdrijven tegen het internationaal recht sinds het uitroepen van de noodtoestand als reactie op het binnenlands gewapend conflict en toegenomen geweld. Het middenveld klaagt de toename in mensenrechtenschendingen aan, het gaat o.a. om foltering, gedwongen verdwijning en buitengerechtelijke executies.