vlag Jordanië J O R D A N I E Wikipedia Landenweb
Opp.: 89.328 km² (3 x België)      Inw.: 10,3 miljoen (2006)   (115 inw./km²)      Regeringsvorm: parlementaire monarchie
Hoofdstad: Amman     Religie: islam

locatie Jordanië Jordanië

Jordanië is een land in het Midden-Oosten en gelegen ten oosten van Israël en de Westelijke Jordaanoever (onderdeel van de Palestijnse Gebieden), met als grens de rivier de Jordaan en de Dode Zee (een zoutmeer, gedeeld met Israë:l en Palestina). Verder is het land gelegen naast Syrië in het noorden, Irak in het noordoosten en Saoedi-Arabië in het zuidoosten. In het zuiden is er via de Golf van Akaba toegang tot de Rode Zee.
Door watergebruik voor irrigatie is de Jordaan bijna geheel opgedroogd en is de monding verzand.
90% van het grondgebied is woestijn. Een nauwe strook langs de oostelijke oever van de Jordaan is, vooral dankzij irrigatie, een vruchtbare streek waar aan land- en vooral tuinbouw wordt gedaan. Verder zijn in het noordwesten enkele bossen te vinden.
Het noordwesten van het land behoort tot het mediterrane gebied, de rest van het land is woestijn.

Politiek
In 1997 probeerde Koning Hoessein een bemiddelende rol in het stagnerende vredesproces in Israël te vervullen, maar in zijn eigen land werd dat niet erg gewaardeerd. Het conflict tussen regering en oppositie verdiepte zich toen de Moslimbroederschap en haar politieke tak, het Islamitisch Actiefront, besloten de verkiezingen voor het Huis van Afgevaardigden in november 1997 te boycotten. Linkse en pan-Arabische politieke partijen en vele bekende Jordaanse politieke persoonlijkheden sloten zich hierbij aan, waarmee voorlopig een einde kwam aan het Jordaanse experiment met de democratie.
In 1998 nam het verzet in Jordanië tegen Israël toe door de tegenwerkende Israëlische premier Netanyahu. Koning Hoessein bleef zich evenwel inspannen om het vastgelopen vredesproces tussen Israël en de Palestijnen weer op gang te brengen, ondanks zijn behandeling van kanker.
Begin 1999 maakte koning Hoessein een einde aan een paleiscoup; zijn broer kroonprins Hassan werd als troonopvolger ontslagen ten gunste van zijn zoon Abdoellah. Op 7 februari overleed Hoessein en zijn zoon werd als Abdoellah II beëdigd tot de nieuwe koning. De oudste zoon van Hoessein en koningin Noor, Hamza, werd de nieuwe kroonprins. Abdoellahs benoeming van de conservatief Abd al-Rauf al-Rawabdeh tot premier betekende een tegenvaller voor progressief Jordanië, maar in de tweede helft van het jaar leek Abdoellah zijn democratiseringsbelofte waar te maken.
Op 30 augustus 1999 sloot Jordanië alle kantoren van HAMAS en werden verschillende leiders opgepakt en later het land uitgezet.
Abdoellah II zette het buitenlands beleid van zijn vader in grote lijnen voort en ondersteunde het vredesproces tussen Israël en de Palestijnen. Hij bemoeit zich intensief met de samenstelling van de regering. Het kabinet dat de koning na de parlementsverkiezingen in het najaar van 2003 samenstelde onder leiding van premier Faisal Fayez wijzigde hij een jaar later ingrijpend. Op 7 april 2005 verving de koning het kabinet opnieuw door een hervormingsgezinder regeringsploeg onder leiding van premier Adnan Badran. Prioriteiten van de opeenvolgende kabinetten zijn bestuurlijke hervormingen, verbetering van de effectiviteit van het overheidsbeleid en verbetering van de economische situatie geweest.
In november 2007 waren er parlementsverkiezingen waar regeringsgetrouwe groeperingen wonnen en de politiek gematigde Nader Dahabi tot premier werd gekozen.
In augustus 2008 bezocht koning Abdoellah Irak als eerste Arabische leider sinds de Amerikaanse bezetting van 2003.
In juli 2009 veroordeelde een militair tribunaal een Al-Qaedamilitant tot de doodstraf vanwege de moord op een Amerikaanse diplomaat in Amman.
In november 2010 werden parlementsverkiezingen gehouden en die werden door de regeringskandidaten gewonnen.
In 2011 bereikte de Arabische lente ook Jordanië en werden verschillende wijzigingen in de regeringsploeg doorgevoerd door de koning. In april 2012 trad de nieuwe premier Fayez al-Tarawneh aan.
In september 2014 nam Jordanië als een van de vier Arabische landen deel aan bombardementen op IS in Syrië. In februari 2015 werd de wereld opgeschrikt door beelden van het levend verbranden van een gevangen genomen piloot door IS. Jordanië reageerde door de strijd tegen IS op te voeren.

Zaatari
Sinds het uitbreken van de oorlog in Syrië heeft Jordanië gigantische hoeveelheden vluchtelingen opgevangen, maar in februari 2016 verklaarde koning Abdullah dat het verzadigingspunt bereikt was. In augustus 2017 werd de grens tussen Irak en Jordanië weer geopend na successen in de strijd tegen IS. Nog in augustus van dat jaar bestond Zaatari, het grootste vluchtelingenkamp in het land, vijf jaar. Wat begon als een tijdelijk kamp was geëvolueerd naar een semipermanente stad met meer dan 80.000 Syrische vluchtelingen.
Bovendien hebben al ongeveer 600.000 vluchtelingen asiel aangevraagd!
Samen met de toestroom aan vluchtelingen kwamen er ook meer hulporganisaties en medewerkers om de levensomstandigheden te verbeteren. Ondertussen hebben de tenten plaats geruimd voor caravans en wooncontainers. De erbarmelijke omstandigheden worden aangepakt met de aanleg van straten, waterleidingen, rioleringen en een elektriciteitscentrale op zonne-energie.
Daarbovenop is er ook een bruisende economie ontstaan met een paar duizend informele winkels en bedrijven. Er zijn kappers, restaurants, tapijtverkopers, groothandelaars, ziekenhuizen, maar vooral: scholen en kinderdagverblijven. Bijna 21.000 kinderen krijgen er een educatieve opleiding.
Ondanks de vele vorderingen staat het kamp nog voor grote uitdagingen. 25 procent van de kinderen in het kamp zit nog niet aan de schoolbanken. De bevolking blijft stijgen, met ongeveer 80 boorlingen per week.
Onder de mensen is armoede troef. Volgens UNICEF werken meer dan 3.300 kinderen voltijds om zichzelf en hun familie in leven te kunnen houden. Die financiële nood leidt op zijn beurt ook tot gedwongen kindhuwelijken op vaak nog heel jonge leeftijd. Het leven in Zaatari is dus nog niet te vergelijken met een normaal leven en de meest vurige wens is en blijft het einde van de Syrische oorlog, zodat iedereen weer naar huis kan en kinderen weer kind kunnen zijn.

In de cel voor bericht op social media!
De 17-jarige Jemenitische vluchteling Tujan al-Bukhaiti wordt in Jordanië aangeklaagd voor godslastering. Ze plaatste berichten op sociale media over religieuze en intellectuele onderwerpen. Tujan al-Bukhaiti kan bij veroordeling een maand gevangenisstraf krijgen.
Op 11 december 2019 werd Tujan uit haar klas gehaald. Ze moest van de school onmiddellijk ophouden met het delen van online berichten ‘die niet stroken met de overtuigingen van de school’. Ze weigerde en werd geschorst. Tujan deelde haar verhaal online en de school reageerde op Facebook met een uitspraak dat ze giftige gedachten aan het verspreiden was.

Syrische vluchteling Atiya Mohammad Abu Salem!
Op 9 april 2024 werd de Syrische vluchteling en student journalistiek/freelance filmmaker Atiya Mohammad Abu Salem gearresteerd door Jordaanse veiligheidsdiensten. Hij was die dag op weg om pro-Gazaprotesten in Amman te filmen. Aan zijn advocaat werd gemeld dat er een uitwijzingsbevel was uitgevaardigd met de bedoeling hem terug naar Syrië te sturen. In afwachting daarvan wordt hij vastgehouden in een detentiecentrum. Syrië is geen veilig land: als de uitwijzing wordt uitgevoerd, loopt hij een groot risico op ernstige mensenrechtenschendingen.
Amnesty International verzet zich tegen elke gedwongen terugkeer naar Syrië en vraagt aan Jordanië om de uitwijzing van Atiya Mohammad Abu Salem tegen te houden. Syriërs die terugkeren naar hun land lopen inderdaad groot gevaar. Amnesty International heeft aangetoond dat de Syrische overheid specifiek mensen viseert die het land eerder ontvlucht zijn. Ze worden het slachtoffer van folteringen en willekeurige opsluiting, of verdwijnen.
Het door Jordanië bekrachtigde Verdrag inzake de Bescherming van alle personen tegen foltering en andere wrede, onmenselijke of onterende behandeling of bestraffing stelt dat een lidstaat nooit iemand mag uitwijzen, terugsturen of uitleveren naar/aan een andere staat indien er gegronde redenen zijn om aan te nemen dat die persoon daar gevaar loopt om gefolterd te worden. Volgens de internationale wetgeving moet Jordanië dus de uitwijzing van Atiya Mohammad Abu Salem stopzetten en hem vrijlaten, tenzij hij in beschuldiging gesteld wordt van een erkend misdrijf. In dat geval moet er een formele beschuldiging komen, gevolgd door een eerlijk proces.
Na 50 dagen willekeurige detentie werd hij op 29 mei vrijgelaten.

Syrische vluchtelingen (2025-2026)
Jordanië vangt meer dan een miljoen vluchtelingen op uit buurland Syrië. De Amerikaanse besparingen op USAID zijn een zware klap voor hen en voor de Jordaanse hulporganisaties.
Vluchtelingen in Jordanië moeten roeien met de riemen die ze hebben, en die riemen zijn eerder fragiel te noemen. De beslissling van VS-president Trump om vanaf begin 2025 alle buitenlandse hulp drastisch te verminderen, heeft een grote impact op dit land met zijn beperkte middelen, een zwakke economie en, op Libanon na, het hoogste aantal vluchtelingen ter wereld per hoofd van de bevolking. 2026 belooft catastrofaal te worden, vooral voor vluchtelingen in Jordanië.
De grootste groep vluchtelingen in Jordanië, de Palestijnen buiten beschouwing gelaten, zijn de Syriërs. In totaal gaat het volgens de Jordaanse overheid om meer dan 1,3 miljoen mensen, verspreid over het hele land. Van de 437.000 vluchtelingen die vandaag in Jordanië geregistreerd staan bij UNHCR, zijn ongeveer 90 procent Syriërs. En verder zijn er ook nog vluchtelingen uit Irak, Somalië, Jemen en Soedan. Slechts 20 procent van de geregistreerde vluchtelingen woont in de twee grote kampen, Zaatar en Azraq. Zij kampen met een zorgwekkende voedselonzekerheid, terwijl hun aantal een ongekende druk legt op de begroting, de natuurlijke hulpbronnen, de infrastructuur en de arbeidsmarkt.
Dat de impact van de vermindering van de Amerikaanse hulp meteen voelbaar is, blijkt uit de vragen die vluchtelingen elkaar stellen op sociale media. Voor velen is bijvoorbeeld documenten vernieuwen in de regio niet langer mogelijk. Twee UNHRC-registratiecentra, in Mafraq en Irbid, moesten noodgedwongen hun deuren sluiten. Wat overblijft, is een registratiecentrum in de hoofdstad Amman. Vluchtelingen moeten daardoor lange afstanden afleggen om hun documenten te vernieuwen.
En dat is slechts een van de gevolgen van de verminderde hulp. Het programma is in 2025 met ongeveer 30 procent teruggeschroefd ten opzichte van wat oorspronkelijk gepland was en wat nodig was voor de vluchtelingen in Jordanië.
Ook het veldwerk buiten de kampen werd afgebouwd. Vroeger ondersteunde het zogeheten community support committees, die bestonden uit zowel Jordaniërs als vluchtelingen. Zij vormen een schakel tussen de lokale gemeenschappen en de UNHCR, zodat men een goed zicht hield op wat er leefde onder vluchtelingen. Door de financieringstekorten moest de ondersteuning van deze comités stopgezet worden. Daarnaast is ook de financiële steun gedaald voor basisbehoeften die de VN-organisatie aan vluchtelingen verstrekt. In het afgelopen jaar zakte het aantal gezinnen dat deze steun ontving spectaculair en organisaties die met vluchtelingen en in andere humanitaire contexten actief zijn, worden nu geconfronteerd met financieringskortingen.
De terugval was in feite al eerder ingezet. In 2025 werd dat proces vooral versneld doordat verschillende landen hun visie en beleid aanpasten. Sommige landen wilden zich richten op nieuwe geopolitieke situaties, andere hebben een deel van hun middelen verschoven naar defensie-uitgaven of naar nieuw beleid.
De hulp die naar de vluchtelingenorganisaties ging, is slechts een klein deel van de jaarlijks steun van de VS aan hun strategische bondgenoot Jordanië. Het land heeft een vredesakkoord met Isaël en het biedt onderdak aan ongeveer 4000 Amerikaanse soldaten.
Wat alleszins zwaar werd getroffen, is het middenveld. Lopende projecten die door USAID werden opgezet, worden niet verlengd. Geplande projecten gaan niet meer van start. Programma's voor ontwikkeling, democratie, mensenrechten, transparantie en goed bestuur zijn er dus niet meer. De VS steunen wie ze willen steunen op politieke basis, dat is het criterium.
USAID vormt een derde tot 40 procent van de totale hulp die aan ngo's wordt verstrekt. Er is geen enkele ngo die geen medewerkers heeft moeten ontslaan of geen programma's heeft stopgezet, sommige hebben de deuren gesloten. De grote organisaties zoals IOM en UNHCR zijn verhuisd naar kleinere locaties. Bij sommige organisaties bestaat de naam nog, maar er is nog vaak maar één persoon die de winkel opent en weer sluit.
En zo wordt de last voor Jordanië alleen maar groter. Het is het op één na armste land ter wereld als het gaat om de beschikbaarheid van water. En de openbare scholen zijn overbevolkt. In de steden draaien ze twee shiften, een in de voormiddag en een in de namiddag. In de gezondsheidssector is er geen algemene ziekteverzekering. Veel mensen hebben leningen die ze nu door het verlies van hun werk niet meer kunnen betalen. Veel mensen kunnen de school van hun kinderen niet meer betalen. In Jordanië is zowat een derde van de scholen privé.
De afschaffing van de Amerikaanse hulp viel ongeveer samen met de val van het Assad-regime in Syrië, en op een moment dat de vraag naar terugkeer van Syrische vluchtelingen naar hun land het luidst klonk. Begin 2025 zijn inderdaad meer dan 180.000 Syriërs teruggekeerd. Het aantal zou groter zijn mocht de situatie in Syrië verbeteren op vlak van veiligheid en als er economische vooruitzichten zouden zijn.
De Jordaanse staat beschouwt de kwestie van de vluchtelingen als een verantwoordelijkheid van de internationale gemeenschap. Alleszins heeft de regering vrij snel het voortouw genomen voor een inclusieve dienstverlening op vlak van onderwijs en gezondheidszorg voor vluchtelingen.
Begin 2025 vond men het nog belangrijk dat alle vluchtelingen zo rap mogelijk zouden terugkeren naar hun thuis in Syrië, maar ondertussen wil men toch nog waar nodig steun en diensten blijven verlenen aan de achterblijvers.
De regering-Trump stelde in februari 2026 voor om een nieuw Bureau voor Rampen- en Humanitaire Hulp op te richten, maar het is nog afwachten wat dat concreet betekent voor het middenveld en voor de vluchtelingen in Jordanië.