|
K E N I A |
|
|
Kenia is een staat in Oost-Afrika. Het land grenst in het noorden aan Ethiopië, in het oosten aan Somalië, in het zuidoosten aan de Indische Oceaan, in het zuiden aan Tanzania, in het zuidwesten aan het Victoriameer, in het westen aan Uganda en in het noordwesten aan Soedan.
Kenia heeft een oppervlakte van 582.646 km², waarvan ongeveer 13.400 km² water is. De hoogste berg in Kenia is de Mount Kenya (5199 meter), de op een na hoogste berg in Afrika na de Kilimanjaro in Tanzania. Het gebied van Mount Kenya is zeer vruchtbaar en daarom worden de lagergelegen gebieden dan ook gebruikt voor landbouw.
De fauna en flora in Kenia zijn zeer gevarieerd: zo zijn er meer dan 80 wilde diersoorten en over de duizend verschillende vogels. De vele natuurparken hebben een grote aanwezigheid van leeuwen, zebra’s, giraffes, nijlpaarden, olifanten en luipaarden. In de nabijheid van het Victoriameer zijn er veel flamingo’s en leven er nog heel wat neushoorns.
Het tropische klimaat wordt beïnvloed door de Indische Oceaan en locatie -de evenaar. Daardoor is het praktisch even lang donker als licht. En zijn de dagen bijna het hele jaar door even lang. Aan de kust is er dag en nacht een constante hoge temperatuur en een hoge luchtvochtigheid.
Neerslag valt in Kenia in twee periodes, van maart tot en met mei en eind oktober tot en met december. Meestal valt de neerslag in korte stortbuien of tijdens een storm die duidelijk voorspelbaar is door het snel samentrekken van de wolken. Vaak veranderen de niet verharde wegen na een regenbui in modderpoelen. De wegen zijn trouwens barslecht en zitten vol kuilen.
Politiek
Op 12 december 1963 werd Kenia onafhankelijk. Kenyatta werd president. Na zijn dood in 1978 werd hij opgevolgd door Daniel Arap Moi die in totaal vier keer werd herkozen.
In het begin van de jaren negentig vonden stammenconflicten plaats waarbij duizenden doden vielen en tienduizenden mensen dakloos raakten. De verkiezingen van 1997 werden geplaagd door corruptie en fraude maar Moi werd weer herkozen.
Bij de verkiezingen van 27 december 2002 was Moi niet herkiesbaar en werd oppositieleider Mwai Kibaki gekozen tot president. In 2007 stelde Kibaki zich verkiesbaar voor een tweede termijn.
Volgens het verkiezingscomité versloeg hij zijn opponent Raila Odinga met een marge van 232.000 stemmen. Odinga beschuldigde Kibaki evenwel van verkiezingsfraude en op enkele plekken in Kenia brak geweld uit. President Kibaki werd hierna meteen beëdigd voor een tweede termijn. Het geweld breidde zich hierna verder uit. Kibaki en aanhangers van Odinga beschuldigden elkaar onderling van etnische zuiveringen.
De Europese Unie, aanwezig met een verkiezingscommissie, nam duidelijk afstand van de verkiezingsuitslag vanwege geconstateerde fraude. Reisorganisaties haalden toeristen terug en gaven restitutie aan mensen die al een reis geboekt hadden. De protesten en de daarmee samenhangende gewelddadigheden bleven tot in februari aanhouden, zonder dat een oplossing in zicht leek te komen. Er vielen uiteindelijk 1500 doden, onder andere in het westen van het land en in de sloppenwijken van Nairobi. Ook raakten er als gevolg van de onlusten zo'n 600.000 Kenianen ontheemd.
Een bemiddelingspoging van oud-secretaris-generaal van de Verenigde Naties, Kofi Annan, werd eind januari ingezet, wat uiteindelijk eind februari tot een compromis leidde. Dit compromis hield onder andere in dat er een coalitieregering zou komen, waarbij Kibaki president bleef en Odinga premier werd. Op 13 april 2008 werd deze nieuwe coalitieregering gepresenteerd.
Kenia heeft zich de voorbije decennia opgewerkt tot een bloemengrootmacht. Het land is de grootste exporteur van snijbloemen naar de EU. Maar na meer dan twintig jaar groei gaat het nu opeens hard bergaf in de sector. Volgens de Keniaanse Bloemenraad hebben de telers in Kenia van januari tot eind augustus 2009 maar 80.000 ton bloemen geproduceerd, 40.000 ton minder dan tijdens dezelfde periode vorig jaar. De verwachting is dat de negatieve groei zich de komende maanden nog doorzet.
Volgens verschillende rapporten heeft de crisis de vraag naar bloemen met ongeveer 30 procent doen teruglopen. Bovendien voert Colombia, na Nederland de grootste exporteur van bloemen in de wereld, meer bloemen uit naar Europa omdat de markt in de VS is ingestort.
Telers uit de streek van Naivasha, de belangrijkste bloemenregio in Kenia, moesten hun productie ook verminderen omdat ze geen irrigatiewater genoeg meer hebben. Het waterpeil in het meer van Naivasha daalt schrikbarend en de overheid heeft een rantsoeneringsprogramma opgezet om dat tegen te gaan. Water voor huishoudelijk gebruik krijgt daarbij voorrang. Het meer viel in het verleden al twee keer droog.
In de Keniaanse tuinbouwsector werken een half miljoen mensen. Bloementelers zeggen dat ze de komende maanden mensen zullen moeten afdanken. Ze vrezen echter conflicten met de machtige vakbonden. Op sommige plantages zijn er arbeiders naar huis gestuurd met de belofte dat ze mogen terugkeren als de vraag weer aantrekt. Andere bloementelers kweken nu groenten in een deel van hun serres. De droogte heeft de groentenprijzen immers doen stijgen. Dat gaat ten koste van de honderdduizenden kleine landbouwers, die traditioneel de groententeelt voor hun rekening nemen.
Om ontslagen zoveel mogelijk te vermijden, overweegt de Keniaanse overheid de bloemenplantages het statuut van Speciale Economische Zone toe te kennen. Dat zou de belastingdruk op de bedrijven verminderen.
Overigens kreeg de Keniaanse bloemensector ook vorig jaar al een klap door het geweld dat in het land uitbrak na lang aanslepende betwistingen over de uitslag van de presidentsverkiezingen van december 2007. Het land zag ook twee grote bloementelers uitwijken naar Ethiopië. Daar liggen de lonen lager, al is de transportinfrastructuur er veel slechter. Voor Kenia staat er veel op het spel. De bloemensector is een belangrijke deviezenbron en vertegenwoordigt vijf procent van het Keniaanse bruto binnenlands product.
In de Keniaanse hoofdstad Nairobi wonen meer dan 2 miljoen mensen in sloppenwijken. Ze leven er in erbarmelijke omstandigheden.
De bewoners van de sloppenwijken hebben onvoldoende toegang tot water, klinieken en scholen. Ze zijn steeds bang onder dwang uit hun huis gezet te worden, omdat ze plaats moeten ruimen voor infrastructuurpojecten zoals het Nairobi River Basin Programme.
De overheid heeft plannen om de sloppenwijken te verbeteren, maar doet tot nu toe veel te weinig om de onmiddellijke noden van de bewoners te lenigen en houdt geen rekening met hun bezorgdheden bij het opstellen van de plannen.
|
Uit het jaarrapport 2010 van Amnesty International (2009) Doodstraf: afgeschaft in de praktijk. Levensverwachting: 53,6 jaar. Sterftecijfer onder 5 jaar (m/v): 112/95 per 1000. Alfabetisme onder volwassenen: 73,6 %. De autoriteiten toonden weinig politieke wil om de verantwoordelijken voor mensenrechtenschendingen begaan bij het verkiezingsgeweld in 2007/2008 voor de rechter te brengen en om slachtoffers schadeloos te stellen. Staatsveiligheidsagenten die zich schuldig hadden gemaakt aan onwettige moordpartijen en marteling liepen nog altijd vrij rond. Mensenrechtenverdedigers stonden bloot aan grote risico’s en bedreigingen. Geweld tegen vrouwen en meisjes kwam veel voor. Duizenden mensen werden onder dwang uit hun huizen gezet. De president zette de doodstraf van ruim vierduizend gevangenen die al jarenlang in de dodencel zaten, om in levenslang. Rechtbanken bleven doodvonnissen opleggen, maar er vonden geen terechtstellingen plaats. |
Op 8 maart 2011 brak brand uit in de sloppenwijk van Deep Sea, Nairobi. Ongeveer 90% van de woningen verdwenen in de vlammen. Volgens het Keniaanse Rode Kruis zijn tot 10.000 mensen getroffen: de meesten werden dakloos, tientallen werden gewond.
Het vuur verspreidde zich snel, soms via de elektriciteitsdraden tussen de woningen. Brandweerwagens hadden moeite om het gebied te bereiken omdat er slechts één toegangsweg is en die is dan nog erg smal en oneffen.
Veel gezinnen in Deep Sea verloren al hun bezittingen in de brand, met inbegrip van persoonlijke documenten. Dit heeft soms verstrekkende gevolgen. De uiterste inschrijfdatum voor de nationale examens in het basisonderwijs is 31 maart, maar om in te schrijven heb je je geboorteakte nodig en die is vaak samen met andere belangrijke documenten in de brand verloren gegaan.
In de afgelopen weken brak naar verluidt ook brand uit in andere sloppenwijken en informele nederzettingen waaronder Kibera, de grootste sloppenwijk in Nairobi.
In de sloppen van Nairobi loert het gevaar van brand altijd om de hoek. De kwaliteit van de gebruikte materialen en de constructie van de woningen is er ronduit slecht. Dit brandrisico wordt nog verhoogd door overbevolking en gevaarlijke elektriciteitsdraden. De slechte wegen beperken de mogelijkheden van de brandweer en het gebrek aan toegang tot water zorgt ervoor dat branden zich zeer snel verspreiden.
De snelheid waarmee de brand zich verspreidde, illustreert duidelijk dat de Keniaanse regering dringend werk moet maken van de gebrekkige huisvesting in informele nederzettingen in Nairobi. Ze moet ervoor zorgen dat iedereen zijn recht op een leven in veiligheid en waardigheid kan uitoefenen, ook de sloppenwijkbewoners.
Somalische vluchtelingen
"In Kenia hebben we geen vrijheid. We hebben geen documenten, we kunnen ons niet verplaatsen en de politie kan ons lastigvallen. We worden als vluchtelingen gezien en niet als mensen. De politie is door en door slecht, ze zien dat we Somaliërs zijn en ze arresteren ons. Ze vernietigen onze documenten en vragen vervolgens geld. Ik kan zelfs niet uitdrukken wat voor een zware emotionele last we als vluchteling dragen. Het zal ons altijd achtervolgen."
Aan het woord een 17-jarig meisje uit Mogadishu, Somalië. Ze ontvluchtte haar land in de hoop bescherming te vinden in het naburige Kenia. Ze maakt als Somalische deel uit van één van de grootste vluchtelingengroepen ter wereld. Het gewapend conflict in Zuid- en Centraal Somalië dreef volgens de VN vluchtelingenorganisatie (UNHCR) sinds 2007 al 600.000 Somaliërs over de grens, op zoek naar bescherming. Buurland Kenia herbergt het grootste aantal Somalische vluchtelingen.
Begin 2007 werd de grens tussen Kenia en Somalië door de Keniaanse regering uit veiligheidsoverwegingen officieel gesloten. Als gevolg daarvan werd een 'transit centrum' van UNHCR in Liboi, een stad op 15 km van de grens, noodgedwongen gesloten. Het centrum voorzag in registratie, medische onderzoeken en transport van Somalische vluchtelingen naar het Keniaanse vluchtelingenkamp Dabaab. Amnesty International is bezorgd om de impact van de grensblokkade op de bescherming en medische begeleiding van Somalische vluchtelingen.
Kenia moet haar internationale verplichtingen tegenover vluchtelingen vervullen. Geregeld dwingen de Keniaanse autoriteiten Somalische vluchtelingen terug te keren, ook al is hun veiligheid niet gegarandeerd. Daarnaast worden vluchtelingen en asielzoekers ook willekeurig opgesloten. Vaak worden ze pas vrijgelaten na het betalen van een geldsom.
Amnesty International klaagt ook de schrijnende humanitaire omstandigheden in het vluchtelingenkamp Dabaab aan. De enorme overbevolking maakt van het kamp één van de grootste vluchtelingenkampen ter wereld: meer dan 300.000 vluchtelingen worden er opgevangen in een kamp met een capaciteit van 90.000 vluchtelingen. De erbarmelijke omstandigheden in het kamp leiden onder andere tot onveiligheid, seksueel geweld en incidenten tussen verschillende nationaliteiten.
De UNHCR kreeg toestemming om Dabaab uit te breiden met kamp Ifo II, maar door tussenkomst van de Keniaanse regering werd de constructie van het kamp in maart dit jaar stilgelegd. Er is dus nog steeds geen oplossing in zicht om de overbevolking tegen te gaan.
Op 4 augustus 2010 werd een referendum gehouden over een nieuwe Keniaanse grondwet, die onder meer de macht van de president moest inperken ten gunste van het parlement en de regio's, en hervormingen op het gebied van landverdeling nastreefde. De bestaande grondwet gaf de president volgens velen te veel macht, wat werd gezien als een erfenis van de alleenheerschappij van Kenyatta en Moi. Zo kwam er een Senaat en 47 kiesdistricten, die elk een eigen bestuur en veel autonomie hebben. De regering mag maximaal 22 ministers tellen, die geen lid mogen zijn van het parlement. Ook regelt de nieuwe constitutie de instelling van een commissie die moet bepalen of de uitgiften van land in het verleden wettig waren. Deze commissie heeft ook het recht zo nodig land te herverdelen. Het 'ja'-kamp won met grote meerderheid. Het referendum verliep vreedzaam.
De presidentsverkiezingen in maart 2013 ontwikkelden zich in een strijd tussen premier Raila Odinga en Uhuru Kenyatta, zoon van Kenia's eerste president Jomo Kenyatta. Kenyatta won, maar deze overwinning werd in eerste instantie door Odinga aangevochten. Uiteindelijk legde hij zich bij de uitslag neer.
Kenyatta was intussen in 2011 aangeklaagd bij het Internationaal Strafhof op verdenking van betrokkenheid bij het geweld in 2007 en 2008, samen met andere vooraanstaande leden van beide kampen. Ondanks de aanklacht werd hij dus tot de nieuwe president gekozen, maar dat een zittend staatshoofd verdachte was, droeg in de jaren hierna bij aan de wrijving tussen sommige Afrikaanse regeringen en het hof. In 2015 werd de zaak geseponeerd wegens gebrek aan bewijs – waarbij tegenwerking van de Afrikaanse regering en de veiligheid van getuigen mogelijk een rol speelde.
In 2017 gingen de presidentsverkiezingen wederom tussen Uhuru Kenyatta en Raila Odinga. Nadat Kenyatta was uitgeroepen tot winnaar van de op 8 augustus gehouden verkiezingen, verklaarde het Hooggerechtshof deze uitslag op 1 september ongeldig vanwege verschillende onregelmatigheden. Dit besluit werd in binnen- en buitenland begroet als een blijk van onafhankelijke rechtspraak. Binnen twee maanden moesten nieuwe verkiezingen worden gehouden. Odinga trok zich echter terug omdat er volgens hem niet genoeg aanpassingen werden gedaan aan de kiesraad en het verkiezingsproces om te garanderen dat de nieuwe stembusgang eerlijker zou verlopen. Hij riep op tot een boycot. Het gevolg was dat Kenyatta bij de nieuwe verkiezingen op 26 oktober een overweldigende meerderheid van 98% behaalde, maar dat de opkomst minder dan 39% was. Op 20 november keurde het hooggerechtshof de herstemming goed waarna Kenyatta op 28 november beëdigd werd voor een tweede termijn.
Veilig bevallen in het containerdorp van Likoni
In mei 2018 opende Artsen Zonder Grenzen een nieuw gezondheidscentrum in Likoni, net buiten Mombassa. Om medische zorg te kunnen garanderen tijdens de opbouw van dit centrum beheerde de organisatie een tijdelijk ziekenhuis, volledig opgetrokken uit zeecontainers. Eens samengesteld vormden ze een volledig functioneel ziekenhuis, uitgerust met een operatiekamer. Dit 'containerdorp' werd een toebluchtsoord voor veel moeders om op een veilige plek te kunnen bevallen.
Voordat Artsen Zonder Grenzen met haar activiteiten begon, was er in het nochtans dichtbevolkte district geen verloskundige spoedafdeling of neonatale zorg te vinden. Hoogzwangere vrouwen moesten de veerboot nemen over het kanaal om de kraamkliniek op Mombassa -een eiland van ongeveer 15 km²- te bereiken. In geval van nood kon zo'n overtocht zowel voor de moeder als voor haar kind een fatale afloop kennen. Daarom werd besloten om het voormalige gezondheidscentrum van Mrima in Likoni te herstellen en uit te breiden.
In mei, na twee jaar herstellingswerken, opende Artsen Zonder Grenzen officieel het nieuwe centum. Het telt 31 bedden en biedt professioneel ingerichte verloskamers, met veel ruimte en met verbeterde medische apparatuur.
Alle diensten werden sindsdien verplaatst naar de nieuwe structuur en het 'containerdorp' is nu leeg en buiten gebruik.
De Sengwer!
De Sengwer, die een spirituele band hebben met het woud waar ze leven, worden gewelddadig van hun land verdreven door de overheid.
De Sengwer leven in het prachtige Embobutwoud in het westen van Kenia, niet zo heel ver van het Victoriameer. Ze hebben er een diepe, spirituele band mee. Het is het land van hun voorvaders waar ze al eeuwen op leven en werken.
Maar woudwachters en politieagenten hebben sinds 2012 minstens 2.600 huizen platgebrand. Duizenden mensen hebben het meegemaakt dat ze van de ene dag op de andere dakloos werden. In 2018 schoot de politie zelfs een man dood.
Deze acties worden door de overheid gerechtvaardigd door haar strijd tegen ontbossing. Er is echter geen enkel bewijs dat de Sengwer schade toebrengen aan het woud.
China in Kenia
De 'Weg naar Nergens’, zo wordt deze gloednieuwe, maar onaangeroerde Keniaanse spoorlijn genoemd. De aanleg begon in 2018 om hoofdstad Nairobi te verbinden met de honderdtwintig kilometer meer naar het noordwesten gelegen stad Naivasha, bekend van onder meer de door Nederlanders gedreven sierteeltsector. Maar sinds 2019 stopt het spoor halverwege, middenin een slaapstadje, omdat China geen geld meer wil steken in dit project van 1,3 miljard euro.
De eveneens door China betaalde en aangelegde, bijna vijfhonderd kilometer lange lijn tussen Nairobi en haven- en toeristenstad Mombasa werkt wél: sinds 2017 vervoert die trein jaarlijks vele passagiers en goederen tussen de twee grootste steden van Kenia, met een reistijdverkorting van normaal twaalf uur naar vierenhalf uur. Binnen hetzelfde project moeten alle oude en vervallen Keniaanse treinsporen, ruim een eeuw geleden aangelegd door de Britse kolonisator, vervangen worden en weer als vanouds doorrijden naar buurland Uganda. Het geheel kost omgerekend 4,4 miljard euro.
Sinds het aantreden van de Chinese president Xi Jinping in 2013 is China Afrika letterlijk op het spoor en maakt het Keniaans-Chinese treinsysteem onderdeel uit van een veel groter Chinees miljardenproject dat de hele Oost-Afrikaanse regio moet verbinden: ook Rwanda, Burundi, Ethiopië en Zuid-Soedan moeten met treinverbindingen ontsloten worden. Dit is onderdeel van het zogeheten Road and Belt Initiative, een wereldwijd Chinees infrastructureel megaplan voor spoor, weg, scheepvaart en elektriciteitscentrales) op meerdere continenten, ook bekend als de ‘Nieuwe Zijderoute’.
De Chinese miljardeninvesteringen werden en worden verwelkomd door zowel de leiders als het volk: infrastructurele vernieuwing is immers hard nodig voor de snelgroeiende bevolking. Van het in financiële crisis verkerende Europa zou het niet komen. En voor China werden de steeds stabielere Afrikaanse landen ook interessante afzetmarkten voor Chinese producten. Het spoor nieuw leven inblazen, leek een schone en betaalbare optie.
Maar anno 2020 zijn deze projecten omgeven door kritiek. De vele miljarden die erin zijn gestoken door China waren leningen die Afrikaanse landen nu in een sterke Chinese greep houden. Daarbij zou China via deze projecten buitenproportioneel veel zakelijke, (geo)politieke en militaire grip hebben op Afrikaanse overheden. Nu blijkt dat de Nairobi-Mombasalijn veel minder oplevert dan verwacht, stopt China ineens ook met projecten waarvan wordt gevreesd dat ze niet rendabel zijn, zoals de doodlopende Nairobi-Naivashalijn.
Gerechtigheid voor gedwongen uithuiszetting!
Op 5 februari, om 22u30, werden 3500 inwoners van Kibos, Kisumu County (aan het Victoriameer), op brute wijze uit hun woonst gezet door de Kenya Railways Corporation.
De gewapende politie gebruikte traangas om de bewoners uit hun huizen te dwingen. Toen een bulldozer de huizen verwoestte, kwam een kind vast te zitten onder het puin en stierf.
De bewoners beweren dat er geen schriftelijk ontruimingsbevel is uitgegeven. Deze onwettige daad is in strijd met het presidentieel moratorium van 11 mei 2020 op uitzettingen tijdens de COVID-19-pandemie.
Het eigendomsrecht van Kibos is herhaaldelijk aangevochten. De Kenya Railways Corporation eiste het land als eigendom op. De gemeenschap had met succes een petitie ingediend in kortgeding zodat ze niet uitgezet konden worden totdat door de Environment and Land Court (ELC) vastgesteld werd wie eigenaar is van het land. Dit bevel werd op 5 februari verscheurd door de commissaris, bevoegd voor Kenya Railways en de County, die daarna het bevel gaf tot de uithuiszetting.
Kenia, de vergeten internationale draaischijf voor heroïne
Als het Keniaanse parlement binnenkort een nieuwe drugswet aanneemt, zullen veroordeelde drugscriminelen worden uitgesloten van publieke functies, voor een periode van dertig jaar. Het voorstel heeft duidelijk te maken met de enorme verwevenheid tussen de Keniaanse politieke wereld en de internationale heroïnesmokkel. Ondertussen stijgt het gebruik van heroïne in Mombasa en Nairobi.
Als het gaat over drugs in Afrika, zijn de ogen steeds gericht op West-Afrika. Die regio staat bekend als tussendepot voor Zuid-Amerikaanse drugs op weg naar de Europese markt. Veel minder aandacht gaat naar Oost-Afrika. Maar volgens experts is de kust vanaf het Somalische Kismayo tot het Zuid-Afrikaanse Kaapstad minstens even belangrijk voor internationale criminele organisaties. De heroïne komt uit Afghanistan, Pakistan en Zuidoost-Azië en vindt vandaar zijn weg naar West-Afrika, Europa en de Verenigde Staten.
Er zijn opvallende gelijkenissen. Zowel West- als Oost-Afrikaanse kusten die nu dienst doen als door- en invoerhavens voor drugs waren enkele eeuwen geleden doorvoerhavens van slaven, in de omgekeerde richting. En steeds blijken Afrikaanse politieke elites steeds meer verwikkeld te raken met de handel.
Het rapport 'The Heroin Coast' van onderzoeksinstituut ENACT uit 2018 traceert gedetailleerd hoe dat gebeurt. Volgens de auteurs van de studie is de toename van politieke invloed van de georganiseerde misdaad in Kenia 'exponentieel'. En, interessant: ze situeren die toename in het ontstaan van een meerpartijenstelsel. Campagne voeren is duur en een groot deel van de kosten wordt nu blijkbaar betaald met fondsen van illegale oorsprong, waaronder heroïne.
Zo'n campagnefinanciering werkt als een filter. Wie op eerlijke wijze campagne wil voeren, is eraan voor de moeite, want eerlijk geld kan niet concurreren met misdaadgeld. Enkel wie zich in een gecompromiteerde positie bevindt en dus toegang heeft tot de nodige fondsen, kan zich verkiesbaar stellen. De verwevenheid van politiek en heroïnesmokkel creëert zo een barrière voor nieuw bloed en politieke vernieuwing.
Het is veel gemakkelijker om zaken te doen met illegale kartels dan met reguliere donoren. Politici die beleidsveranderingen of investeringen willen uitvoeren, moeten daar coalities en besprekingen voor opzetten. Dat kan jaren in beslag nemen.
Een van de bekendste namen in deze context is de Keniaanse familie Akasha. Die verscheen op de internationale radar toen Ibrahim Akasha, de patriarch van de familie, in 2000 vermoord werd in Amsterdam na een mislukte deal. Akasha controleerde de haven van Mombasa en een groot deel van de kust -die hij deelde met de Italiaanse maffia. Hij stond bekend als de belangrijkste spilfiguur van Oost-Afrika. De kinderen van de patriarch, de broers Baktash en Ibrahim, werden in 2014 gearresteerd, na samenwerking van de Keniaanse politie met het Amerikaanse Drugs Enforcement Agency. Er was bewijs van de smokkel van honderden kilo's heroïne naar de VS en wapendeals met Al-Shabaab in Somalië.
Ondanks het bewijsmateriaal kwam het in Kenia nooit tot een echt proces. Volgens politiebronnen dicht bij het onderzoek werd er veel invloed uitgeoefend door prominente Kenianen om een proces tegen te houden. Na drie jaar wachten en een opeenstapeling van bewijzen dat de broers het justitieapparaat aan het omkopen waren, werden ze op aandringen van de VS het land uitgezet en in 2019 berecht in New York.
Enkele dagen voor de uitspraak bestormde de politie het huis van Ali Punjani, een zakenman met erg dichte connecties met zowel de Akasha's als de politieke top. Punjani werd niet thuis aangetroffen en is sindsdien spoorloos. Zijn naam dook op in een rapport van de Amerikaanse ambassade in Kenia uit 2010. Dat noemde de namen van zes vooraanstaande politici of ex-politici die van nabij betrokken zouden zijn bij de drugshandel. Punjani zou samen met andere traffikanten de verkiezingscampgne gefinancierd hebben van Alli Hassan Joho, momenteel gouverneur van Mombasa.
Ook de naam van ex-presidentskandidaat Harun Mwau dook op in het rapport. Die wordt gezien als iemand die als geen ander zijn politieke rol verbonden heeft met de onderwereld. Na steun aan de presidentscampagne van Mwai Kibaki werd hij viceminister van Transport. Daardoor kreeg hij de controle over het containertransport en over de Kenya Ports Authority, die toeziet op alle invoerhavens en containerterminals in het buitenland. Bovendien stond hij aan het hoofd van de Keniaanse anticorruptiewaakhond!
Het wetvoorstel, net als de arrestatie van de Akasha's en de publieke vernedering van de Keniaanse politici in het Amerikaans rapport, zijn waarschijnlijk niet veel meer dan politiek theater. Bestemd voor de buitenwereld, een afleidingsmanoeuvre voor wat zich binnen de grenzen van het land afspeelt. Het probleem is echter fundamenteel en structureel: Kenia functioneert momenteel dankzij corruptie, een perfecte omgeving voor de georganiseerde misdaad. De zwaktes van het systeem worden uitgebuit en oplossingen worden alleen maar moeilijker. Iemand die het wil veranderen, een politicus van goede wil, moet het opnemen tegen het systeem.
Een bekend fenomeen in landen die doorvoerhavens zijn voor drugs is de spillover, de drugs die achterblijven in het doorgangsland. Voor het laden en lossen, verdelen, opslaan en transporteren is mankracht nodig, en die moet betaald worden. Uitbetalen in drugs is gemakkelijk, snel en logisch. Lokale traffikanten lopen liever niet rond met grote sommen geld om iedereen te betalen die de handen uit de mouwen steekt. Grote geldtransacties doen zich enkel voor in de hoogste echelons van de handel. En zo wordt Kenia sinds midden jaren '90 overspoeld door onder andere heroïne. Het is er goedkoop en steeds voorradig. Een overheidsonderzoek uit 2018, waarin één derde van de Kenianen werd bevraagd, telde 27.000 gebruikers. En de pandemie en de bijhorende stijgende werkloosheid zouden gezorgd hebben voor een nieuwe golf van verslaving. Meisjes en jongens gebruiken openlijk op straat. Een van de grootste zorgen is misdaad door jongerenbendes, met vaak leden van amper tien jaar oud. Schoolkinderen worden niet gecontroleerd door de politie. Dus zetten lokale drugsbarons hen in om te dealen. Ze nemen de drugs mee naar school in de lunchbox, en aan de schoolpoort komen de gebruikers ze halen, dikwijls met medeweten van de ouders.
Protesten van 2024
In augustus 2022 won vice-president William Ruto nipt de presidentsverkiezingen van Raila Odinga. Een maand later werd hij beëdigd als de vijfde president van Kenia.
Op 25 juni 2024 bestormden duizenden demonstranten het parlementsgebouw in Nairobi als reactie op de goedkeuring van de Kenya Finance Bill 2024. De aanvallen maakten deel uit van een grotere reeks protesten tegen de voorgestelde belastingverhogingen, die nodig zouden zijn om de begrotingstekorten weg te werken. Het protest escaleerde toen de politie het vuur opende en zeker 60 demonstranten doodde.
Het leger werd zelfs ingezet om de onlusten te beteugelen. De president beloofde om "de chaos te beëindigen", maar aftreden was zeker geen optie. Dat was nochtans wat de betogers wilden.
Vooral jonge mensen rebelleerden tegen de geplande invoering van nieuwe belastingen. Een deel van het parlementsgebouw werd in brand gestoken, net als het kantoor van de gouverneur van Nairobi. Later die dag hield president William Ruto een toespraak waarin hij de onlusten "een bedreiging van de nationale veiligheid" noemde. Hij beloofde de "anarchie te beëindigen tegen om het even welke kost". Volgens Ruto waren de betogingen gekaapt door "criminelen". Hij en zijn regering gingen zeker aanblijven, naar eigen zeggen om Kenia te beschermen.
De betoging kreeg o.m. steun van Auma Obama, de halfzus van de Amerikaanse oud-president Barack Obama. Verder meldden verschillende media berichten dat het internet minder toegankelijk was tijdens de betogingen. De regionale omroep KTN News liet ook weten dat medewerkers bedreigd werden vanwege hun live-verslaggeving.
Protesten van 2025 (eveneens op 25 juni)
Vreedzame betogingen tegen de regering naar aanleiding van de herdenking van de onlusten van vorig jaar liepen op meerdere plaatsen volledig uit de hand. Demonstranten en politie raakten alweer slaags. En weer vielen er veel doden en gewonden (resp. 16 en 400), zowel onder de betogers als bij de politie en de media.
Aanvankelijk verliep alles dus rustig. Demonstranten kwamen massaal op straat om te betogen tegen de regering van president William Ruto. Ze riepen slogans aan zijn adres en zwaaiden met gebladerde takken, waarmee ze hun vredevolle intenties duidelijk wilden maken. Maar zoals gewoonlijk draaide het protest uit op geweldplegingen. De politie gebruikte wapenstokken, traangas en het waterkanon.
Uit voorzorg bleven overheidspanden en scholen in Nairobi dicht. Volgens de Daily Nation -de grootste krant in het land- vonden er protesten plaats in minstens 20 van de 47 county's.
Naast de dodelijke slachtoffers zouden nog eens 400 mensen gewond zijn geraakt. Het ziet er niet naar uit dat de situatie snel zal kalmeren.
Intussen werden verschillende grote televisiezenders uit de lucht gehaald nu de regering een verbod op liveverslaggeving van de protesten had opgelegd. De particuliere zenders NTV en KTN zeggen dat politie en communicatieambtenaren een inval hebben gedaan in hun zendcentra en hun signalen hebben uitgeschakeld. Een andere particuliere zender, Citizen TV, vertelde dat dezelfde ambtenaren naar hun zendstation kwamen, vermoedelijk om het uit de lucht te halen. De uitzendingen van de zenders gingen alvast door op YouTube en socialemediaplatforms. Daarentegen liet een rechter weten dat het verbod op nieuwsverslaggeving illegaal is en teruggedraaid moet worden.
In ieder geval, sinds Ruto in 2022 aan de macht kwam, heeft hij al sterk aan populariteit moeten inboeten. Een van zijn bijnamen is 'Zakayo', wat Swahili is voor de naam Zaccheus, een bijbels figuur die wordt afgeschilderd als een gierige belastinginner.
De dood van blogger en leraar Albert Ojwang (31) in politiehechtenis heeft de spanningen verder aangewakkerd. Zes verdachten, onder wie drie politieagenten, werden aangeklaagd voor moord. Ojwang werd aanvankelijk doodverklaard door zelfmoord, maar een autopsie toonde aan dat hij zwaar was mishandeld.
Aflatoxines
Molenaars in Nairobi hebben het niet makkelijk. Veel van hun klanten houden het hoofd boven water met verschillende baantjes. Aan het eind van de dag hebben ze vaak maar net genoeg geld om een beetje maïs te kopen, het te laten malen en er ugali van te maken, een gekookte pap van maïsmeel die erg vullend is.
Maar molens waar mensen vaak hun eigen graan malen dat ze op de zwarte markt hebben gekocht, kunnen aflatoxines (een soort schimmels) bevatten die zich langs deze weg verspreiden. Aflatoxine is een natuurlijke gifstof die geproduceerd wordt door schimmels, voornamelijk Aspergillus flavus en Aspergillus parasiticus, die kunnen groeien op gewassen zoals noten, granen, peulvruchten en gedroogd fruit. Deze toxines kunnen dus in voeding terechtkomen en zijn schadelijk omdat ze het risico op leverkanker vergroten en leverschade kunnen veroorzaken, zelfs bij heel kleine innames. Koken of bakken maakt de gifstof niet onschadelijk, omdat die hittebestendig is.
In zeldzame gevallen leidt de inname van voedsel besmet met aflatoxines tot een snelle dood.
Deze schimmels verspreiden zich vooral in gebieden met een vochtig en warm klimaat, zoals Latijns-Amerika en Oost-Afrika. Maar door de klimaatcrisis kunnen aflatoxines binnenkort ook de oogsten van boeren in Centraal- en Zuid-Europa bederven.
De eerste berichten over aflatoxines zorgden ervoor dat de molenaars geen gevaarlijke maïs meer wilden importeren. Het grootste probleem is wel dat aflatoxines geur- en smaakloos zijn. Besmette maïs kan vaak niet met het blote oog worden gedetecteerd als de schimmels zich alleen binnenin een korrel verspreiden. Bovendien is testapparatuur erg duur.
Ondertussen heeft Kenia de import uit buurland Oeganda verboden omdat te veel maïs was besmet. Spijtig genoeg wordt veel maïs goedkoop op informele markten gekocht, en net
daar verspreidt de besmetting zich vaak. Maar men neemt dat risico omdat het enige alternatief honger is.
Kenia wordt al lange tijd beschouwd als aflatoxine-hotspot. De eerste gedocumenteerde meldingen dateren van 1981. Maar mensen herinneren zich vooral de dodelijke uitbraak in 2004 in de county Kitui ten oosten van Nairobi. Daar vergiftigde besmette maïs meer dan 300 mensen en meer dan een derde van hen stierf aan de gevolgen.
Uitbraken zoals die in Kitui trokken de aandacht van Keniaanse onderzoekers. In 2024 besloot mycotoxicologe Sheila Okoth haar onderzoek aan de faculteit Biologie van de prestigieuze universiteit van Nairobi te richten op aflatoxines om te voorkomen dat soortgelijke incidenten opnieuw zouden plaatsvinden. Samen met haar team ging ze op zoek naar soorten pinda's die resistent zijn tegen ziekten en schimmelaantastingen.
Granen met schimmelsporen consumeren is relatief onschadelijk voor de gezondheid. Het wordt pas gevaarlijk als die schimmels aflatoxines geproduceerd hebben en dat doen ze waarschijnlijk
bij een stijging van de temperatuur en de vochtigheid. En die productie kan op elk punt in de keten gebeuren, vaak op slechts een paar dagen tijd: op de boerderij, tijdens de oogst of tijdens de opslag. Daarom is het belangrijk dat de maïs na de oogst voldoende gedroogd wordt en later op een droge, koele plaats wordt opgeslagen.
De klimaatcrisis maakt het evenwel moeilijk voor kleine Keniaanse boeren om gewassen goed te drogen. Vroeger was het weer cyclisch: boeren wisten precies wanneer het zou regenen en stemden zaaien en oogsten daarop af. Maar de afgelopen vijftig jaar is het klimaat veranderd: de minimum- en maximumtemperaturen zijn in het hele land, met uitzondering van de kustgebieden, sterk gestegen.
Verder gaat maïs in Kenia door vele handen voordat het de consument bereikt, met meer risico dus op contaminatie. Sheila Okoth zou daarom graag zien dat de Keniaanse
regio's gecentraliseerde droog- en opslagsystemen beschikbaar stellen voor alle boeren.
Er zijn ook radicalere benaderingen, bijvoorbeeld een product dat Aflasafe heet. Het verspreidt een schimmel in de grond die geen gifstoffen kan produceren en die het leefgebied van gevaarlijke schimmels wegneemt. Keniaanse boeren gebruiken Aflasafe nog maar een paar jaar en er is nog geen onderzoek gedaan naar de effecten op lange termijn.
Bij een andere bestrijdingsmethode worden stoffen aan de maïs toegevoegd om de giftige stoffen te binden. Op die manier worden ze niet door de darmen opgenomen. Momenteel worden onderzoeken uitgevoerd op gevogelte.
De Belgische mycotoxicologe Sarah De Saeger van de Universiteit Gent coördineert van haar kant Up-Rise, een gezamenlijk project van de Europese en de Afrikaanse Unie. Het onderzoeksproject werkt onder andere met handelaars op informele markten in Kenia, Ivoorkust, Benin, Nigeria en Zuid-Afrika om te kijken of maïs en gierst veiliger zijn als ze worden gefermenteerd. Gefermenteerd voedsel is een populair onderdeel van sommige Afrikaanse keukens en er wordt nu onderzocht hoe dit proces de vorming van aflatoxines kan beï:nvloeden.
Aflatoxines zijn overigens ook in Europa een terugkerend probleem. In juli 2024 werden nog potjes babyvoeding van twee Duitse biologische merken uit de rekken gehaald nadat bij testen verhoogde gehaltes waren aangetroffen.
Volgens een onderzoeksrapport uit 2016 in het prestigieuze tijdschrift Nature zullen gevaarlijke schimmels zich verspreiden in Zuid- en Oost-Europa als de gemiddelde temperatuur wereldwijd met 2 graden Celslus boven het pre-industriële niveau uitstijgt.
Vandaag worden vooral mensen in armoede aan dit gevaar blootgesteld. Dat is te zien in Nairobi, de rijkste stad van Oost-Afrika, waar de ongelijkheid extreme vormen heeft aangenomen. In de
wijken rond Dandora, een enorme vuilnisbelt aan de rand van de stad, verdienen afvalverzamelaars hun brood door elke dag urenlang plastic uit de afvalhopen te vissen. Aan het eind van de dag hebben ze net genoeg geld voor wat maïsmeel van de zwarte markt, dat volgens onderzoeken vaak besmet is met aflatoxines.
Vrouwen bouwen aan de toekomst
De klimaatcrisis slaat hard toe in Noord-Kenia en de meeste kleine boeren lijden fors onder de aanhoudende droogte.
En toch is er veerkracht en hoop. Met de steun van Oxfam leren vrouwen er hoe spaarsystemen, duurzame landbouw en onderlinge solidariteit een echt verschil kunnen maken in hun dagelijks leven.
Na een langdure droogte tussen 2021 en 2023 volgden verwoestende overstromingen. De tol was immens: mensen sloegen op de vlucht, oogsten en veestapels gingen massaal verloren, de handel viel stil, inkomsten stelden niks meer voor en de infrastructuur raakte zwaar beschadigd.
Oxfam bood er broodnodige humanitaire hulp. Daarnaast werd ook ingezet op langtermijnprojecten met partners om de gemeenschappen veerkrachtiger te maken. Vooral belangrijk voor zogeheten pastoralisten: kleine boeren die echt afhankelijk zijn van landbouw en vee.
Met de steun van hun donateurs en NORAD (het Noorse Agentschap voor Ontwikkelingsssamenwerking) lanceerde Oxfam een inclusief en duurzaam project in de county Marsabit. Samen met PACIDA (Pastoralist Community Initiative and Development Assistance), de partner ter plaatse, werd getracht om de voedselzekerheid verbeteren, de gemeenschappen weerbaarder maken en vrouwen te helpen om financieel op eigen benen te staan.
De aangeboden opleidingen en middelen maakten een wereld van verschil voor de Manyata Konso Women Group: een lokale groep vrouwen die samen een spaargroep hebben opgericht, inclusief een kredietdienst, een leningsysteem en een sociaal fonds voor tijden van nood.
De vrouwen volgden opleidingen in financieel beheer en duurzame landbouw. Ze leerden hoe ze voedzame groenten zoals boerenkool, spinazie en bonen kunnen telen en kregen zaden en bijenkasten om hun eigen voedsel en honing te produceren. Ook leerden ze hoe ze waterputten konden graven en vullen. Daardoor hebben ze nu genoeg water voor het huishouden en voor gewassen.
Door de nieuwe inzichten in landbouwtechnieken en voeding zijn ze voortaan beter bestand tegen de droogte.
Het project bood dus niet alleen een antwoord op dringende noden zoals water en voedselzekerheid, maar hielp vrouwen ook om economisch en sociaal onafhankelijker te worden.