|
L I B A N O N |
|
|
Libanon is een klein en dichtbevolkt land gelegen aan de uiterste oostkust van de Middellandse Zee. In het zuiden grenst het aan Israë en in het oosten en noorden aan Syrië.
De naam Libanon komt van het Aramese lbn, wat "wit" betekent, waarschijnlijk een verwijzing naar het besneeuwde Libanongebergte. Julius Caesar noemde Libanon Lub Na'a, wat "Wit Land" betekent.
Dit gebergte loopt parallel met de vlakke kuststrook. De oostgrens met Syrië wordt gemarkeerd door het gebergte van de Anti-Libanon.
De hoogste berg van Libanon is de Qurnat as Sawda (3088 m). Tussen de twee gebergtes bevindt zich de Bekavallei.
Libanon heeft door zijn hoge bergen geen gebrek aan water. De belangrijkste rivieren zijn de Litani en de Orontes (of Asi).
Al sinds de tijden van de Feniciërs is Libanon een belangrijke leverancier van hout. De Libanonceder is nog steeds het symbool van het land en is opgenomen in de vlag. De ceders zijn thans (gezien hun geringe aantal) beschermd en mogen niet meer gekapt worden.
Politiek
Vergeleken met andere landen is de politiek hier bijzonder complex vanwege de representatie van de verschillende etnisch-religieuze groepen in de regering.
In het zogenaamde Nationale Pact van 1943 is vastgelegd dat de belangrijkste functies in de politieke macht verdeeld zijn over de belangrijkste etnisch-religieuze groepen:
- de president is een Maronitisch christen
- de premier is een soennitische moslim
- de parlementsvoorzitter is een sjiitische moslim
- de opperbevelhebber van het leger is een Maronitisch christen
De verhouding qua politieke macht tussen moslims en christenen in het parlement is min of meer gelijk, maar aangezien de president en de bevelhebber van het leger christen (Maronieten) zijn, valt het in hun voordeel uit. Deze verhoudingen zijn gebaseerd op een volkstelling uit 1932 en later herzien bij het Vredesakkoord van Taif van 1989. Inmiddels vormen de moslims de meerderheid van de Libanese bevolking. Tijdens de verkiezingen van 2005 was de verdeling van de stemgerechtigden tussen christenen en moslims ruwweg 40% versus 60%.
Geen der partijen heeft ooit een absolute meerderheid behaald, waardoor in Libanon altijd coalities gesmeed moeten worden om te kunnen regeren.
In 1973 vond er een uitbarsting van geweld plaats tussen regeringsmilities en de in Libanon verblijvende Palestijnen van de PLO. Daarnaast brak er een strijd uit tussen de falangisten van Pierre Gemayel en diverse islamitische partijen. In 1975 brak de Libanese Burgeroorlog uit. De verschillende partijen in de burgeroorlog raakten onderling verdeeld, wat de onoverzichtelijkheid in het conflict deed toenemen. In 1976 trokken Syrische troepen Libanon binnen, later gevolgd door VN-troepen en het Israëlische leger (1977 en 1982).
In 1989 werd uiteindelijk onder druk van Arabische landen het Vredesakkoord van Taif gesloten. De Israëlische troepen vertrokken in mei 2000 uit het zuidelijke deel van Libanon, na herhaalde aanvallen van Hezbollah (militie en partij, zie verder) en de overtuiging dat het geweld zou afnemen als Israël zou vertrekken uit Libanon.
Op 14 februari 2005 werd oud-premier Rafik Hariri bij een bomaanslag gedood. Hierna ontstonden enorme massademonstraties, waarin de terugtrekking van Syrische troepen geëist werd. Deze demonstraties en de bijbehorende protesten worden de Cederrevolutie genoemd. Hierop verlieten de Syrische troepen Libanon.
In 2006 brak opnieuw een oorlog uit met Israël. In juli van dat jaar vuurde de Hezbollah-militie Katjoesjaraketten af op Israëlisch grondgebied en wist het bij een aanval op een grenspost meerdere Israëlische militairen te doden en anderen tot krijgsgevangene te maken. Israël bracht in reactie hierop met luchtaanvallen ernstige schade toe aan de civiele infrastructuur in Libanon (inclusief de luchthaven van Beiroet). Vervolgens trokken grondtroepen de door Hezbollah militair gecontroleerde delen van Libanon binnen. Hierop volgde een conflict dat een maand lang duurde en waarin 3.970 door Hezbollah afgevuurde raketten in het noorden van Israël, veelal stedelijke gebieden, landden en 1.200 burgers (voornamelijk Libanezen) en 160 soldaten (voornamelijk Israëli's) om het leven kwamen. Het conflict kwam officieel op 14 augustus 2006 tot een einde, toen de VN-Veiligheidsraad in Resolutie 1701 opriep tot een staakt-het-vuren tussen Hezbollah en Israël.
In het voorjaar van 2008 waren er gevechten waarbij Hezbollah belangrijke delen van Beiroet innam als gevolg van de regeringsbeslissingen die Hezbollah beperkingen oplegden in Libanon. Hezbollah beschouwde dit als verraad van deze regering, omdat dit alleen voordelig zou zijn voor Israël. Bij dit geweld kwamen 80 mensen om het leven.
Op 4 augustus 2020 vond een verschrikkelijke explosie plaats in het havengebied van Beiroet, dicht bij het centrum. Ongeveer 2750 ton ammoniumnitraat, dat al enkele jaren in een loods was opgeslagen, explodeerde en vernietigde grote delen van de hoofdstad. Er waren meer dan 190 doden en duizenden gewonden. Nog geen week later, op 10 augustus, trad de Libanese regering af na grote protesten volgend op de ramp.
Stuwmeer van de Bisri
Sinds in 2019 Libanezen de straat op gingen met de roep om verandering, kreeg het land alleen maar slecht nieuws te verwerken. Regeringen traden af en aan, de nationale munt kelderde, banken bevroren alle tegoeden en daar kwam op 4 augustus 2020 de explosie in Beiroet nog eens bovenop.
Het enige lichtpuntje in een absoluut rampjaar kwam op conto van de Wereldbank, die op 4 september de lening van 206 miljoen euro voor de bouw van de Bisri-dam bevroor. Daarmee is de gelijknamige vallei voorlopig gered van een toekomst als stuwmeer. En dat vooral dankzij Amani Beani, een juriste die in 2015 een campagne begon tegen de dam. Eerst had ze over de kwestie online gepubliceerd maar dat resulteerde in de Red de Bisri Vallei-beweging.
Volgens experts mist de Bisri-rivier volume voor een stuwmeer. De vallei ligt 35 kilometer ten zuidoosten van Beiroet en kent een typisch Libanees cultuurlandschap: dorpjes op de heuvels en velden met olijven, bonen en sinaasappels langs de rivier. Er zijn restanten van een Romeinse weg en tempel. En het is een belangrijke tussenstop voor migrerende vogels.
Doel van de dam was een stuwmeer aan te leggen dat Beiroet van meer drinkwater moest voorzien. Maar tegenstanders riepen dat de stad eerst de lekkende waterleidingen maar eens moet opknappen. Recentelijk werd in het noorden ook een dam gebouwd. Maar dat stuwmeer ligt bijna het hele jaar droog...
In november 2019 trachtte de overheid een doorbraak te forceren. Een aannemer begon met het kappen van pijnbomen. Beani en 1400 anderen blokkeerden de weg. Ze kregen klappen, maar wisten de aannemer te verjagen. Een aantal van hen kampeert sindsdien in de vallei.
Het incident maakte Bisri tot een speerpunt in landelijke protesten. Een belangrijk politicus, aanvankelijk voorstander, keerde zich tegen het project, gevolgd door de Wereldbank.
Vrede is ver te zoeken!
Het Zuid-Libanese stadje Marjayoun was ooit vredig en welvarend, maar ligt nu in een economisch ingestort en gemilitariseerd grensgebied. Sinds de stichting van Israël in 1948 is er veel geweld in de hele regio -de zogeheten Levant- en werden de inwoners gescheiden van handel en dierbaren aan de andere kant van de grens. In het oosten kijkt Marjayoun uit op de door Israël bezette Syrische Golanhoogten, en in het zuiden op Israëlische dorpen.
Wat sinds 1948 Israël heet, heette vroeger Palestina. Voor alle bewoners in deze regio gold toen dat ze in nauwer contact stonden met Noord-Palestijnse steden dan met de eigen Libanese hoofdstad Beiroet.
De komst van de Britten in 1920 en daarna de staat Israël veranderde alles. De koloniale machten maakten de grens met Palestina steeds strikter: handelsroutes werden beetje bij beetje afgesloten, families van elkaar gescheiden. Zo'n honderdduizend vluchtelingen zochten onderdak in Libanon als gevolg van de Nakba ('de catastrofe'), de etnische zuivering van Palestijnen in 1948.
Ook Libanon werd dat conflict ingetrokken en vooral het zuiden moest dat bekopen met veel geweld. Palestijnse en Libanese verzetsgroepen gebruikten het gebied als uitvalsbasis om Israël aan te vallen, en er waren Israëlische invasies en bezettingen. Wat ooit een open landschap was waarin mensen uit de hele regio te vinden waren, is nu een geïsoleerd grensgebied, van Israël gescheiden door hoge muren, mijnenvelden en surveillanceapparatuur.
Dat Zuid-Libalon sterk gemilitariseerd is geraakt en veel bewoners naar Beiroet zijn verhuisd, betekent niet dat plaatsen als Marjayoun helemaal zijn verlaten. Na elke verwoesting bouwen mensen hun huizen weer op en veel inwoners keren in het weekend en voor hun vakantie terug naar hun ouderlijk huis. Overigens komen ook Libanezen uit Beiroet hierheen om te ontsnappen aan de hitte en drukte in de hoofdstad, en mensen uit de diaspora komen van over de hele wereld op familiebezoek.
Het boek 'Bladzijden uit de geschiedenis' vertelt over de verbondenheid van Marjayoun en Zuid-Libanon met de bredere regio, van Palestina tot Jordanië en Syrië. In het voorwoord wordt de streek omschreven als de voorhoede van het verzet tegen de opdeling van de Levant, want al in 1920 was er in Syrië en Libanon een opstand tegen de Franse overheersing van Syrië.
De afgelopen jaren escaleerden de gevechten tussen het Libanese Hezbollah en het Israëlische leger. Het begon allemaal op 8 oktober 2023, een dag na de aanval van Hamas op Israël. Hezbollah, Libanons grootste sjiitische gewapende militie en politieke partij, en bondgenoot van het Iraanse regime, vuurde enkele raketten af op posities van het Israëlische leger in de Syrische Golanhoogten, die door Isaël bezet worden. Sindsdien liepen grote delen van Zuid-Libanon leeg. In 2024, na bijna een jaar van wederzijds geweld, escaleerde het conflict nog maar eens. Israël voerde grootschalige bombardementen uit, doodde bijna het hele leiderschap van Hezbollah en viel Zuid-Libanon binnen, met als gevolg meer dan 4000 doden enruim zestienduizend gewonden in Libanon. En ondanks de wapenstilstand waarmee Hezbollah en Israël eind 2024 instemden, voert Israël ook nu nog vrijwel dagelijks aanvallen uit.
In Marjayoun raakten zo'n tachtig gebouwen beschadigd, wat meevalt in vergelijking met veel andere plaatsen in Zuid-Libanon. Wie door de regio rijdt, ziet hoe vergaand de verwoesting is.
Tientallen grensdorpen zijn bijna volledig met de grond gelijkgemaakt door bombardementen of massale ontploffingen van dynamiet, veroorzaakt door het Israëlische leger. Met graafmachines en speciaal hiervoor ontworpen bulldozers heeft dat leger ook kilometers aan wegen, waterleidingen en elektriociteitskabels vernietigd, landbouwgrond omgewoeld, gewassen platgewalst, en duizenden olijfbomen ontworteld of omgehakt. Het zijn praktijken die Israël al decennia in Palestina toepast, en in de huidige genocide op grotere schaal dan ooit tevoren.
Ook de inwoners van Marjayoun halen desgevraagd verhalen op over de jaren vóór 1948, verhalen die hun ouders en hun grootouders hun vertelden. Veel mensen uit deze streek leefden en werkten in Palestijnse steden als Haifa en Jaffa, waar soms meer werk was, bijvoorbeeld in de olieraffinaderijen die de Britten in de jaren dertig openden. Sommige rijke families uit Marjayoun bezaten grond in Palestina, bouwden er huizen, trouwden met Palestijnen en kregen kinderen. De open grensen zorgden er niet alleen voor dat de inwoners van Marjayoun gemakkelijk naar hun buurland konden verhuizen, maar droegen ook bij aan de economische bloei van de stad.
Na 1948 veranderde Marjayoun van een bruisende stad in een plek die langzaam leegliep. De economie viel in duigen en de handel kwam stil te liggen. Mensen vertrokken naar Beiroet, Europa of de Verenigde Staten.
Palestijnse en Libanese verzetsgroepen gebruikten Zuid-Libanon als uitvalsbasis voor aanvallen op Israël, en ook lokale gemeenschappen kregen te maken met onderdrukking en geweld.
Israël viel herhaaldelijk binnen en bezette het gebied vanaf 1982 achttien jaar lang, terwijl het er een guerrillaoorlog uitvocht met voornamelijk sjiitische groepen. Die bezetting en het gewelddadige bewind worden gezien als de belangrijkste voedingsbodem voor de opkomst van Hezbollah, dat met geld, wapens en trainingen van Iran uitgroeide tot een van de machtigste gewapende bewegingen in de regio.
Veel Libanezen hebben dan ook gemengde gevoelens over de Palestijnen: sommigen verwijten hen dat hun verzetsgroepen de oorlog hebben binnengebracht. Toch wijzen veel inwoners uiteindelijk Israël en het Westen aan als de voornaamste verantwoordelijken. Bovendien werkte de zwakke overheid corruptie en nepotisme in de hand. Sinds 2019 gaat Libanon door een hevige financiële crisis: als gevolg van langdurig mismanagement van de staatsfinanciën zagen vele Libanezen vrijwel al hun spaargeld in rook opgaan.
Ondanks dat Zuid-Libanon nu voor de zoveelste keer een invasie en oorlog ondergaat, zijn veel mensen terugekeerd naar hun oude woonplaats, als er nog iets van over is. Ze ruimen puin, voeren het in vrachtwagens af en repareren de straten. Staatssteun voor de wederopbouw laat echter nog op zich wachten.
Het gebied blijft tot op de dag vandaag het toneel van oorlog en onderdrukking. Israël bezet sinds eind 2024 vijf nieuwe delen van Zuid-Libanon, surveilleert intensief en voert aanvallen uit met drones en vliegtuigen. Zelfs herders en kinderen zijn doelwit. Dorpen die pal aan de grens liggen, zijn voorlopig te onveilig om ernaar terug te keren.
Israël richt zijn pijlen op Hezbollah
Bij de oorlog tussen Israël en de VS enerzijds en Iran anderzijds -lees trouwens meer hierover bij die landen- had Israël na een tijdje ook Zuid-Libanon in het vizier.
Hezbollah is een sjiitische militante beweging die banden heeft met Iran en herhaaldelijk vanuit Zuid-Libanon aanvallen lanceert op Israël. Deze militie is al zwaar gehavend door de jarenlange guerillastrijd, maar blijft niettemin sterk actief in kleine cellen.
Israël richtte zich aanvankelijk op Hezbollah-doelen in het zuiden van buurland Libanon, maar ging al vlug over tot bombardementen op delen van Beiroet. Ook tankstations die de militie voor financiering gebruikt, werden aangevallen. De tankstations worden geëxploiteerd door Al-Amana, een organisatie die banden heeft met Hezbollah.
De Israëlische regering wil het grensgebied met Libanon bezetten om naar eigen zeggen de mensen in het noorden van Israël te beschermen. Defensieminister Israel Katz wil zo naar eigen zeggen een 'veiligheidszone' creëren. Honderdduizenden inwoners van Zuid-Libanon die naar het noorden zijn geëvacueerd, mogen nu niet terugkeren naar het gebied ten zuiden van de Litani-rivier.
De campagne tegen Hezbollah is dus onderdeel van de grotere Iran-oorlog in het Midden-Oosten. Die begon op 28 februari met een gezamenlijke aanval van Israël en Amerika op Iran, en verspreidt zich sindsdien als een inktvlek naar omringende landen, met als gevolg een wereldwijde energiecrisis.
Hezbollah, dat wordt gesteund door Iran, vuurt raketten en drones af op Israël. De leden van Hezbollah zijn door hun leiders aangespoord om 'zonder beperkingen van geweld' te strijden tegen de 'tirannen van deze tijd', aldus een brief die de Hezbollah-top schreef aan hun militanten. Die zijn goed getraind en staan te popelen om te vechten. Volgens bepaalde bronnen zou Hezbollah nog altijd zo'n 30.000 militanten kunnen inzetten, waaronder hun elite-eenheid Radwan.
De dodelijke aanval op de Iraanse opperleider Ali Khamenei en de voortdurende luchtaanvallen op Iran hebben tot intense woede geleid binnen Hezbollah. De organisatie begint nu naar eigen zeggen aan de 'laatste oorlog' en is vastbesloten tot een lange en pijnlijke confrontatie.
Opvallend is dat Israël oorlog voert op steeds meer fronten. Hoe lang kan het land dit volhouden? Het legt in ieder geval een zware druk op wapens en manschappen:
Het conflict tussen Israël en Hezbollah voert trouwens terug tot 1982, toen de groepering werd opgericht als reactie op de Israëlische invasie van Libanon. Sinds oktober 2023 is de onderlinge strijd weer in alle hevigheid losgebarsten. Hezbollah kreeg daarbij in september 2024 een enorme klap te verwerken van de Mossad, de Israëlische geheime dienst. Die wist in heel Libanon duizenden beepers en walkietalkies vanop afstand tot ontploffing te brengen. Daarbij vielen zeker 42 doden, onder wie twaalf burgers, en raakten ruim 3500 mensen gewond en verminkt.
Kort daarop begon Israël met het bombarderen van Hezbollah-doelen in Libanon en reageerde Hezbollah met raketaanvallen. Een van de bommen op hoofdstad Beiroet maakte een einde aan het leven van Hezbollah-leider Hassan Nasrallah. Hij werd opgevolgd door zijn rechterhand Naim Qassem.