|
O E G A N D A |
|
|
Oeganda of Uganda is een land op de evenaar dat grenst aan Soedan, Kenia, Tanzania, Rwanda en de Democratische Republiek Congo.
In het zuidoosten bevindt zich het grootste meer van Afrika, het Victoriameer. Dit meer behoort voor bijna de helft tot het grondgebied van Oeganda, de rest tot de buurlanden Tanzania en Kenia.
Het land heeft een aantal indrukwekkende wildparken met zeer uiteenlopende landschappen (tropisch regenwoud, savanne, moeras, kratermeren, ...).
Politiek
Oeganda is een republiek die staatkundig in 77 districten onderverdeeld is, verspreid over vier geografische regio's. Het land werd op 9 oktober 1962 onafhankelijk van het Verenigd Koninkrijk en het ontleent zijn naam aan het koninkrijk Boeganda, dat een deel van het zuiden van het land beslaat waaronder de hoofdstad Kampala. Naast Boeganda zijn er in Oeganda nog vier andere koninkrijken.
De al te grote verschillen tussen de verschillende groeperingen verhinderden een goed werkende politieke gemeenschap. Het dictatoriale regime van Idi Amin (1971-1979) was verantwoordelijk voor de dood van ca 300.000 tegenstanders; guerrillaoorlog en schendingen van de mensenrechten onder Milton Obote (1980-1985) kostten nog eens minstens 100.000 levens.
Het bewind van Yoweri Museveni sinds 1986 bracht eindelijk (relatieve) stabiliteit en economische groei. Nochtans leeft volgens het Ontwikkelingsprogramma van de Verenigde Naties bijna 40% van de bevolking nog steeds onder de armoedegrens.
Tijdens een vier dagen durende raid eind 2009 in het noordoosten van Congo doodden Oegandese rebellen van het Verzetsleger van de Heer (Lord's Resistance Army) minstens 321 burgers. Dat blijkt uit een rapport van Human Rights Watch. Het zou een van de zwaarste moordpartijen zijn in de 25-jarige geschiedenis van het LRA. De moordpartij vond plaats van 14 tot 17 december in het district Haut-Uélé, maar de berichten erover bleven maanden uit. De rebellen zouden ook 250 mensen ontvoerd hebben, van wie minstens 80 kinderen.
Nog volgens het rapport overvielen de rebellen minstens tien dorpen en brachten er vooral volwassen mannen om. De slachtoffers werden geboeid en dan afgemaakt met machetes en bijlen. Bij de slachtoffers waren ook minstens dertien vrouwen en drieëntwintig kinderen. Het jongste slachtoffer was een meisje van drie, dat verbrand werd. Kinderen die konden ontsnappen, getuigden dat ze gedwongen werden andere kinderen te doden.
Het LRA is berucht voor het massaal inzetten van kindsoldaten. Het werd eind jaren tachtig gevormd in Oeganda. Hun leider, Joseph Kony, wil een staat stichten op basis van de tien geboden uit de bijbel. De rebellengroep werd in 2002 uit het land en naar Congo en Soedan verdreven. Ze zouden naar schatting 20.000 kinderen ontvoerd hebben om te dienen als kindsoldaten of seksslaven.
Homorechten
In januari 2011 werd homorechtenactivist David Kato op brute wijze doodgeslagen in zijn huis.
Sinds oktober had hij meerdere doodsbedreigingen ontvangen nadat zijn foto op de voorpagina van de Oegandese krant Rolling Stone was geplaatst met daaronder de tekst "Hang ze op". In het dagblad stond een lijst met honderd homoseksuelen. Kato en twee anderen klaagden de krant aan en werden in het gelijk gesteld. De rechter bepaalde dat Rolling Stone een schadevergoeding van 485 euro plus de juridische kosten moest betalen aan elk van de drie activisten die het dagblad hadden aangeklaagd. Daarnaast verbood de rechter het publiceren van namen van veronderstelde homoseksuele mannen en vrouwen.
Homoseksualiteit is illegaal in Oeganda. Veel Oegandezen beschuldigen homo's en lesbiennes ervan kinderen te werven voor een homoseksuele levensstijl. Vorig jaar probeerde de regering nog een wet in te voeren om homoseksualiteit met de dood te bestraffen, een voorstel dat na internationale woede geruisloos weer werd ingetrokken.
Op 8 augustus 2015 vierden zo’n 200 Oegandese activisten tijdens een Gay Pride in Entebbe de afschaffing van de wet tegen homoseksualiteit. Toch blijven ze op hun hoede want de angst dat de draconische wet in het homofobe Oeganda terugkeert, is er nog steeds.
In 2014 stelde de Oegandese overheid een wet op die stelde dat homoseksuelen een levenslange gevangenisstraf moeten krijgen. Het Grondwettelijk Hof wees de wet gelukkig af na zes maanden.
Homoseksualiteit is nog steeds een misdrijf in Oeganda. Er staat een aantal jaar gevangenisstraf op, maar Oegandezen zijn niet langer verplicht om homoseksuelen te melden bij de autoriteiten. Anderzijds dienden politici een nieuw wetsvoorstel in dat de overtreding van ‘bevordering van’ homoseksualiteit weer invoert.
Aids en tuberculose
In de drukke files in en rond Kampala staan ook heel veel vrachtwagens. De hoofdstad is immers een belangrijk knooppunt op de noordelijke corridor, de transportroute die de Oost-Afrikaanse landen zonder kust verbindt met de Keniaanse havenstad Mombasa. Hier rijden vele auto's ook verder naar Soedan, Congo, Rwanda en Burundi op een tocht die hen soms maandenlang van huis houdt.
Vrachtwagenchauffeurs blijken in heel het land -en zelfs in heel het continent- een risicogroep te zijn voor infecties en besmettelijke ziektes. In Oeganda wordt het percentage hiv-infecties onder hen geschat op 25 tot 30%, bijna vier keer hoger dan het landelijk gemiddelde. Die verhoogde kans op hiv maakt hen bovendien een risicogroep voor tuberculose: hiv verzwakt immers het immuunsysteem.
Vroeger gold Oeganda als voorbeeldland in de strijd tegen hiv en aids, nadat hier in 1982 het eerste aidsgeval was vastgesteld en het landelijke infectiepercentage begin jaren '90 was gestegen tot een hoogtepunt van 18%. Een intensieve overheidscampagne die aanspoorde tot medische behandeling en vermindering van het aantal seksuele partners zorgde voor een sterke verbetering. De laatste jaren is de situatie evenwel terug verslechterd. Oeganda staat zelfs in de top drie van Afrikaanse landen met de meeste nieuwe hiv-infecties.
De chauffeurs overnachten vaak onderweg en zoeken dan dikwijls (veelvuldig) vrouwelijk gezelschap op, met het risico op hiv en andere soa's. Bordelen zijn er langsheen alle verschillende routes. Maar ook al weet iedereen wel dat onveilige seks gevaarlijk is, toch is de houding van velen van hen laks, met alle gevolgen van dien.
Fort Portal
Van alle landen in sub-Saharaans Afrika is Oeganda een van de snelst groeiende. Een Oegandese vrouw krijgt gemiddeld 5,6 kinderen: ruim drie keer meer dan een Belgische. De overheid verwelkomt de bevolkingsgroei als economische groeifactor. Maar in Fort Portal, een snelgroeiende provinciestad in het westen van het land, belooft de bevolkingsexplosie overal problemen. Inderdaad onder de rust en de groene heuvels groeit een conflict dat over twintig jaar tot honger, ziekte of massamigratie kan leiden. Grote toekomstplannen van het stadsbestuur baren immers zowel dromen als grote zorgen.
Met 57.000 inwoners is Fort Portal naar Oegandese verhoudingen een middelgrote stad. Om investeerders te lokken en banen te creëren wil het stadsbestuur flink uitbreiden. Het wil de omringende dorpen, nu nog landbouwgebied, binnen de stadsgrenzen trekken. Maar dan zou het inwonersaantal tot bijna 300.000 stijgen.
Het idee van een voedseltekort in de graanschuur van Afrika is paradoxaal. Elke dag denderen in Fort Portal grote trucks met landbouwgewassen over de hoofdweg in de richting van de hoofdstad. Maar enkele modderpaadjes verder, in het heuvelachtige landbouwlandschap rond de ontluikende stad, worden nu al de contouren van een hongersnood zichtbaar. Om de stijgende kosten van levensonderhoud te betalen, zien boeren zich genoodzaakt om dure voedzame producten als eieren en vlees op de markt te verkopen. Zelf eten ze elke dag bananenpuree met rijst. Veertig procent van de kinderen in de regio is nu al ondervoed. De ernst van het probleem met marktgewassen is ook te merken in andere delen van Oeganda. Als er massaal wordt overgeschakeld op bijvoorbeeld suikerbiet of cacao, al dan niet voor de export, is er geen plaats of tijd meer over voor de eigenlijke voedingsgewassen.
President Yoweri Museveni ziet die snelle bevolkingsgroei niet als probleem. In het langetermijnplan voor zijn beleid, Vision 2040, zet hij uiteen hoe hij verstedelijking wil gebruiken zodat Oeganda over 25 jaar geen ontwikkelingsland meer zal zijn. Zijn toekomstbeeld van het idyllische Fort Portal: de nationale toeristische trekpleister bij uitstek, met goede wegen, vijfsterrenhotels en een bloeiende toeristenindustrie.
De plannen voor Fort Port als grote stad liggen klaar in het gemeentehuis. Een consultancyburaeu heeft minutieus uitgetekend waar nieuwe woonwijken, winkelcentra en wegen moeten komen. Goede plannen trekken immers goede investeerders. Het gemeentebestuur wil door langetermijnplanning kost wat kost voorkomen dat de stad hetzelfde lot beschoren is als Kampala, 300 kilometer verderop, dat berucht is om zijn drukte en eindeloze fileleed. Echter, de middelen om ook maar één van die ambitieuze plannen uit te voeren zijn er voorlopig niet.
De inwoners van Fort Portal hadden een plek nodig om handel te drijven. Toen het bestuur niks deed, besloten ze het zelf te regelen. Ze gooiden de vochtige vlakte dicht met grote stenen en aarde. Van toen af ging het snel: de wijk Kabundaire is tegenwoordig niet enkel meer een markt, maar een volwaardig stadsdeel. Er is zelfs een campus van de universiteit gevestigd. Van het moeras blijft niks meer over, maar dat is dan weer gevaarlijk: het diende als natuurlijke filter voor het water in de stad. Nu het moeras er niet meer is, is de kans op ziekten in de stad aanzienlijk groter. Na elke regenbui blijven dagenlang grote plassen stilstaand water staan: de ideale broedplaats voor muggen. Bovendien leefden in het moeras veel zeldzame insecten en vogels, precies die dingen waarvoor toeristen naar Portal Fort komen.
Door de verdere verstedelijking zullen de groene heuvels meer en meer verdwijnen. Wat men lijkt te vergeten, is dat westerse toeristen, dé inkomstenbron voor de stad, precies die ongerepte heuvels mooi vinden. De oplossing ligt misschien in agritoerisme, de combinatie van landbouw en toerisme: zo wordt de voedselvoorziening in stand gehouden en profiteert de gemeenschap van de economische voordelen van toerisme.
Het beste land ter wereld voor vluchtelingen?
Geen enkel Afrikaans land vangt meer vluchtelingen op dan Oeganda: anderhalf miljoen. Na de massale instroom van Zuid-Soedanezen, steken er sinds begin 2018 weer meer Congolezen de grens over. Ze vluchten voor dodelijk geweld in hun land en komen terecht in wat weleens ‘het beste land ter wereld voor vluchtelingen’ wordt genoemd. Maar dat beeld verhult een minder idyllische werkelijkheid.
Anders dan buurland Kenia stopt Oeganda zijn vluchtelingen niet weg in afgerasterde gruweloorden diep in de woestijn. In principe zijn de Oegandese “vluchtelingenkampen” open gemeenschappen, die contact hebben en handel drijven met hun autochtone buren. Om dat verschil in de verf te zetten spreekt men in Oeganda over settlements (nederzettingen).
Centraal staan de principes zelfredzaamheid en solidariteit. Het heet dat de Oegandese regering haar ‘Afrikaanse broeders in nood’ niet louter een stuk vis toewerpt, maar hun een hengel wil geven. Concreet: een stuk Oegandees land waarop de vluchteling aan landbouw kan doen. Dankzij de solidariteit van het Oegandese volk kan die zo opnieuw zelfredzaam door het leven.
Zo ook dus in Kyaka II Refugee Settlement, een van de oudste van het land. Het grootste deel van de bewoners is er al jaren, sommigen zelfs al decennia. Maar de voortdurende vluchtelingenstroom leidt soms tot spanningen. De druk neemt toe nu er meer vluchtelingen aankomen. Het zijn mensen die regelrecht uit oorlogsgebied komen, met alle gevolgen vandien.
In de kampen moesten de stukjes land die de vluchtelingen ter beschikking werden gesteld, verkleind worden van een hectare naar een elfde van een hectare. Welke familie kan daarvan leven?’
Het vervolg laat zich raden: nog voor de trucks van de voedselbedeling tot stilstand kunnen komen, worden ze al bestormd door de hongerende menigte.
Oeganda staat te boek als een straatarm land dat bovendien diep in de schulden zit. En dus kruipt het bloed waar het niet gaan kan: de gevallen waarin Oegandezen zich registreren als vluchtelingen zijn intussen niet meer te tellen. Ze hopen daarbij een graantje mee te pikken van de land- en voedselbedelingen. Het zet de al gespannen relaties tussen vluchtelingen en gastgemeenschappen verder op scherp. En die relatie dreigt nog slechter te worden door de ebola-epidemie die aan de andere kant van de grens in Congo woedt.
Het “Oegandese model” mag er op papier dan zeer gul en progressief uitzien, bij nader toezien vertoont het enkele grote, structurele mankementen, met o.m. een gebrek aan langetermijnvisie. Wat gaat er gebeuren als er donormoeheid optreedt en de internationale gemeenschap zich financieel volledig terugtrekt? Anderhalf miljoen mensen dreigen dan overgeleverd te worden aan de opbrengst van een miniem lapje grond -dat dan bovendien eigenlijk het eigendom blijft van de staat Oeganda.
Een terechte vrees: in 2013 verwijderde Oeganda een groep van 1700 Rwandese vluchtelingen van zijn grondgebied. Het Oegandese leger werd daarin bijgestaan door zijn Rwandese evenknie. Bij de gewelddadige operatie vielen twee doden.
Ook de vatbaarheid voor corruptie is een groot zeer. In de context van al gespannen relaties barstte begin 2018 een corruptieschandaal zonder weerga uit. In een poging geld, materiaal en land achterover te drukken, overdreven hooggeplaatste topambtenaren van het ministerie voor Vluchtelingen systematisch het aantal vluchtelingen. Aner pijnpunt: het onderwijs. Theoretisch gezien is het onderwijs gratis, maar dat is alleen een slogan. In de praktijk vragen de leraren geld.
In de nasleep van het corruptieschandaal dreigde de internationale gemeenschap stilzwijgend om de geldkraan dicht te draaien. En dat gebeurde ook: op de Refugee Solidarity Summit, georganiseerd door president Museveni halverwege 2017, werd slechts 358 miljoen van de beoogde 2 miljard dollar opgehaald. Ongetwijfeld een dikke streep door de rekening van Museveni.
De Oegandese regering neemt dus geen vluchtelingen op uit altruïsme. Door een gul vluchtelingenbeleid te voeren koopt Museveni krediet bij de internationale gemeenschap om zijn autoritaire beleid door de vingers te zien. En de internationale gemeenschap wil zich blijkbaar niet meer vragen stellen dan strikt noodzakelijk!
Human Gorilla Conflict Group (HUGO)
De Oegandese regering besteedt veel aandacht aan de wilde dieren én de toeristen in het zuidwesten van het land. Gorilla Doctors is een ngo die zich ontfermt over de met uitsterven bedreigde berggorilla in de Bwindi Mgahinga Conservation Area, aan de grens met Rwanda en met het woelige oosten van de Democratische Republiek Congo (DRC). Meer dan 60 procent van Oeganda's inkomsten uit toerisme komt uit deze regio. Niet verwonderlijk dus dat de Oegandese regering fors investeert in veiligheidsmaatregelen. Ze wil koste wat het kost vermijden dat conflicten uit de DRC overslaan en die inkomsten in het gedrang brengen.
Maar wat met de behoeften van de lokale bewoners? De regio is immers een actieve broeihaard van virussen en andere ziekteverwekkers. Investeren in een betere opsporing van nieuwe ziektes zou de bevolking echt kunnen behoeden voor een volgende pandemie. Door het intense contact tussen mens en dier is het risico groter dat nieuwe zoönotische ziektes zich ook onder mensen verspreiden. En zoönosen, ziektes die van dieren op mensen kunnen overgaan, zijn niet alleen in Oeganda een probleem. Inderdaad zouden wel twee derde van alle besmettelijke ziektes in de wereld afkomstig zijn van dieren, voor het merendeel van niet-menselijke primaten of van vleermuizen. Denk maar aan de apenpokken: die ziekte is endemisch in Centraal- en West-Afrika sinds de jaren zeventig, toen daar een einde kwam aan het vaccinatieprogramma tegen pokken. Sindsdien hebben de apenpokken zich verspreid over ten minste 27 andere landen.
Om zulke zoönosen te bestrijden pleit een aantal organisaties voor investeringen in vaccins en toegankelijke diagnostische tests.
Nu, de gezondheidssector in Oeganda is grotendeels ondergefinancierd. In sommigen gevallen is ze afhankelijk van westerse donoren.
Volgens welingelichte bronnen heeft bijna niemand hier voldoende geld om het park zelf te kunnen bezoeken. Om een trektocht te maken en berggorilla's te spotten betaalt een buitenlandse toerist 666 euro. Dergelijke kosten zijn behoorlijk hoog voor een gemiddelde inwoner die niet in staat is om genoeg te eten en gezondheidszorg en andere sociale diensten te bekostigen. Dat betekent dat de meerderheid van de toeristen die de gorilla's gaan bezichtigen, buitenlanders zijn.
De huidige regeling in het Bwindi-natuurpark is nog altijd de beste optie, meent dr. Gladys Kalema-Zikusoka, dierenarts en vicevoorzitter van de African Primatology Society. De wilde dieren kunnen naast de mensen overleven en de kans op ziekteverspreiding wordt heel klein gehouden.
Met 409,8 mensen per vierkante kilometer is dit deel van Zuidwest-Oeganda een van de dichtsbevolkte gebieden van het land. De vrees van vele natuurbeschermers is dat steeds meer mensen druk zullen uitoefenen op het leefgebied van de dieren.
De vraag naar landbouwgrond is nu al bijzonder groot. Ondertussen heeft de overheid de gemeenschappen aangespoord om theeplantages aan te leggen rondom de nationale parken.
Hoewel thee een laagwaardig gewas is dat goed gedijt in gebieden bestemd voor commerciële landgrond, werd hij geïntroduceerd als buffer tussen de mens en de wilde dieren. En de plaatselijke bevolking verbouwt eigenlijk noodgedrongen thee omdat olifanten en berggorilla's alle andere gewassen vernietigen. Ze ontvangt dan wel een bescheiden vergoeding via opbrengsten uit toerisme. Ook wijst de Oegandese regering een deel van het park toe aan de gemeenschappen om er ecotoerismehotels en -lodges te zetten.
Al bij al slaagt Oeganda er nu al niet in om voldoende financiële middelen te vinden voor bestaande gezondheidsproblemen zoals malaria, hiv/aids, tuberculose en ondervoeding. En ook al is het aantal sterfgevallen dankzij donaties uit het Westen aanzienlijk gedaald, blijft de broodnodige financiering nog altijd ontoereikend. Wat ook niet helpt, is de gebrekkige gezondheidsinfrastructuur in Bwindi Mgahinga. Het gebied ligt niet alleen aan de grens -wat voor Oeganda doorgaans betekent dat er weinig dienstverlening is- maar het is ook nog eens ingesloten door bossen en bergketens, die de toegang tot nabijgelegen infrastructuur moeilijk maken. De dichtstbijzijnde intensievezorgdienst is die van Buhoma, een klein stadje met heel wat toeristische voorzieningen vanwege de ligging aan de rand van het park. De dienst ligt op zes uur rijden, over een hobbelige weg.
De leden van HUGO vinden dat de opbrengsten van het toerisme op zijn minst de (gratis) gezondheidszorg van de gemeenschap moeten financiëren.
29 mei 2023: president Museveni ondertekent een werkelijk draconische wet!
In Oeganda kan je voortaan de doodstraf krijgen voor homoseksualiteit. President Museveni heeft immers zonet een van de meest ingrijpende anti-homowetten ter wereld ondertekend. Relaties met een partner van hetzelfde geslacht waren al illegaal in Oeganda, maar nu kan je er in sommige gevallen ook de doodstraf voor krijgen. Inderdaad, als het gaat om zogenaamde "aggravated homosexuality", letterlijk te vertalen als verzwarende homoseksualiteit, kan je in Oeganda voortaan de doodstraf krijgen. Dit houdt in dat mensen seks hebben met een minderjarige van hetzelfde geslacht, of seks hebben terwijl men Hiv-positief is. Ook incest met iemand van hetzelfde geslacht is vanaf nu strafbaar met de dood. Tevens is het verplicht om mensen die de "verzwarende homoseksualiteit"-wet overtreden hebben, te melden bij de autoriteiten.
In meer dan 30 Afrikaanse landen is het verboden om een relatie te hebben met een partner van hetzelfde geslacht. Vandaag wordt homoseksualiteit dus nog verder gecriminaliseerd.
Er komen bovendien strengere straffen op "het promoten" van homoseksualiteit. Concreet houdt dat in dat seksuele voorlichting i.v.m. de homogemeenschap gecriminaliseerd wordt. Je kan er een gevangenisstraf van 20 jaar voor krijgen.
De wet roept ook op tot "rehabilitatie", een omstreden conversietherapie voor homoseksuele delinquenten.
Project TotalEnergies bedreigt bevolking, milieu en ecosysteem
Een investering van meer dan tien miljard dollar zou moeten resulteren in de nog geplande Oost-Afrikaanse en langste verwarmde oliepijpleiding ter wereld (East African Crude Oil Pipeline, EACOP), die zou lopen van de oevers van het Albertmeer in Oeganda tot aan de Indische Oceaan in Tanzania. De projectleiding is in handen van het Franse oliebedrijf TotalEnergies.
Het project heeft als doel om ongeveer 216.000 vaten ruwe olie per dag te produceren voor de export. Tegen de huidige prijs van 80 euro per vat zou dat 17,2 miljoen euro per dag opleveren. Ondertussen werden al 13.161 mensen officeel erkend als getroffen burgers, maar de compensaties voor hen blijken ondermaats. Trouwens, ngo's zoals Les Amis de la Terre schatten dat het megaproject uiteindelijk meer dan 100.000 Oegandezen en Tanzanianen zal benadelen.
Landroof is een van de grootste humanitaire gevolgen van deze pijpleiding. En die inbreuken op landeigendom hebben een rechtsteekse inpact op het recht op onderwijs, voedsel, veiligheid en gezondheid, vooral dan in Oeganda, waar de landbouw om in de eigen behoeften te voorzien dagelijkse kost is voor een groot deel van de lokale bevolking.
Maar de belangrijkste kritiek op de EACOP komt voort uit de impact op het milieu en het ecosysteem. De pijpleiding zal een CO2-uitstoot genereren van ongeveer 34 miljoen ton, het dubbele van de huidige uitstoot in Oeganda en Tanzania samen. Ze zal bovendien twaalf beschermde natuurlijke habitats treffen.
Op het Tilenga-olieveld in het nationaal park van Murchison Falls zal TotalEnergies 32 bronnen boren. De aanleg van de pijpleiding en bijbehorende wegen in het park zal meer dan 76 soorten zoogdieren treffen, waaronder bedreigde dieren die alleen in Oost-Afrika voorkomen, zoals de rothschildgiraf. De eerste kilometers pijpleiding doorkruisen natuurlijke corridors die voor chimpansees cruciaal zijn voor hun voortplanting. De vrouwelijke dieren bewegen zich meestal tussen verschillende populaties in het Bugoma-regenwoud en het Wambabya Central Forest-reservaat. Dat garandeert genoeg genetische mutatie voor een gezonde voortplanting. De pijpleiding zal deze corridors afsnijden.
Naast de oliewinning zullen dagelijks 2000 vrachtwagens ingezet worden om de Tilenga-putten in het noorden te verbinden met de Kingfisherputten in het zuiden. Volgens Inclusive Development International en de Nederlandse Commissie voor de milieueffectenrapportage zal de pijpleiding ongeveer 2000 vierkante kilometers aantasten.
Het project heeft ook impact op drie grote wateren. Zo bevinden de Tilenga-oliebronnen zich dicht bij het Albertmeer, loopt de pijpleiding verder langs het Victoriameer, waar ruim 40 miljoen mensen leven en werken, en eindigt ze bij het Pemba-kanaal in Tanzania, waar een van de gezondste koraalriffen in de westelijke Indische Oceaan ligt. Dit beschermd natuurgebied ligt op slechts tien kilometers van de toekomstige haven van Chongoleani in Tanga, vanwaar ruwe olie zal worden verscheept voor de internationale markt.
De kritiek op de EACOP klinkt door tot in het Europees Parlement. Dat nam in september 2022 een resolutie aan dat de schendingen van de mensenrechten in het project veroordeelt en TotalEnergies aanmoedigt om de plannen te heroverwegen. De resolutie moet ook druk uitoefenen op de Oegandese en de Tanzaniaanse regering.
In Parijs spanden ngo Les Amis de la Terre en enkele Oegandese organisaties in 2020 een rechtszaak aan tegen TotalEnergies, in een poging het bedrijf een halt toe te roepen. Maar op 28 februari achtte de rechtbank de zaak 'niet-ontvankelijk' omwille van een procedurekwestie en dat betekende een zware klap voor de inspanningen om het project te stoppen. En ondertussen veroordeelt de Oegandese overheid al die mensen die de plannen voor de pijplijn proberen te dwarsbomen. 'Als het bedrijf ervoor kiest om naar het Europees Parlement te luisteren', meent president Museveni, 'dan gaan wij op zoek naar een andere partner'. Veel Oegandesen hebben ook kritiek op de hypocrisie van Europa: men wil de EACOP stoppen, maar anderzijds besloot Duitsland bijvoorbeeld om zijn kolencentrales te heropenen tot 2024! Trouwens, historisch gezien is Afrika slechts verantwoordelijk voor 3 procent van de wereldwijde uitstoot, terwijl de EU-landen goed zijn voor 23 procent en de Verenigde Staten de leiding nemen met 25 procent. Het EACOP-project zou de uitstoot van Tanzania en Oeganda verdubbelen, maar beide landen samen stootten in 2021 nog altijd tot tien keer minder uit dan Frankrijk.
Volgens lokale activisten zal de economische kostprijs voor Oeganda en Tanzania op de lange termijn veel groter zijn dan de inkomsten van de pijplijn. De 15 procent aandelen van de nationale oliemaatschappijen is te weinig in verhouding tot de impact die het project hopelijk zal hebben. Ondanks de verklaringen dat de pijplijn meer energie zal genereren voor binnenlands gebruik is het in werkelijkheid de bedoeling om de gewonnen ruwe olie te exporteren. Oeganda en Tanzania zullen dan ook een hogere prijs moeten betalen om die olie weer te importeren. Tanzania zal bovendien geen druppel olie voor de eigen bevolking kunnen behouden.
Naast de waarde van hun aandelen hebben beide landen weinig andere mechanismen om economische voordelen te kunnen halen uit de pijplijn. De Oegandese en Tanzaniaanse regering hebben speciale belastingsafspraken gemaakt met de projectontwikkelaars om de realisatie ervan te garanderen. Bedrijven die bij het project betrokken zijn, zijn gedurende tien jaar vrijgesteld van dertig procent vennootschapsbelasting en btw. Bij de verschillende stadia van de realisatie zijn multinationals uit maar liefst elf landen betrokken -waarvan nauwelijks vier Afrikaans zijn. Zelfs het juridische hoofdkantoor van EACOP bevindt zich in Londen.
Bovendien komen de beloofde jobs er niet. Lokale werknemers komen moeilijk in aanmerking omdat ze niet beschikken over de vereiste kwalificaties, waardoor de beter betaalde banen in buitenlandse handen zijn terechtgekomen. Maar zelfs de slechtst betaalde banen krijgen de Afrikanen moeilijk te pakken. Zo waren in Chongoleani aannemers op zoek naar twintig vrachtwagenchauffeurs, maar daarvoor was wel een internationaal goedgekeurd rijbewijs vereist, wat velen niet hebben. Voor Oeganda is EACOP een neokoloniaal bedrijfsproject, dat moet worden stopgezet.
Interne bedreigingen door groepering ADF
Oeganda is de laatste jaren verschillende keren het slachtoffer geworden van terroristische aanslagen. Deze kunnen willekeurig zijn of gericht tegen buitenlanders of plaatsen die door buitenlanders worden bezocht. Reizigers worden daarom aangeraden om onder alle omstandigheden uiterst waakzaam en voorzichtig te zijn.
In de districten ten zuiden van het Albertmeer is deze dreiging des te groter omwille van mogelijke invallen van terroristische cellen vanuit de Democratische Republiek Congo (zie aldaar). Sinds 30 november 2021 voeren Oeganda en de DRC bovendien een gezamenlijke militaire operatie tegen de ADF in de provincies Ituri en Noord-Kivu in het oosten van de DRC. Oegandese troepen zijn hierdoor actief aan beide kanten van de grens.
De Allied Democratic Forces (ADF) is in 1996 ontstaan uit een alliantie van verschillende gewapende groepen -waaronder het Nationale Leger voor de Bevrijding van Uganda (Armée Nationale de Libération de l'Ouganda of NALU), dat in Oeganda streed tegen marginalisering van de Oegandese moslimgemeenschap. Na haar oprichting pleegde ADF zes jaar lang aanslagen in Oeganda, tot ze in 2002 door het Oegandese leger naar het oosten van de Democratische Republiek Congo (DRC) werd gedreven. De ADF bleef Oegandese doelen aanvallen vanuit haar bases in het oosten van de DRC, en pleegde ook steeds meer aanslagen in de DRC zelf.
In 2017 ontstonden sterkere banden tussen de ADF en Islamitische Staat (IS). Dit bracht grootschalige militaire acties vanuit de DRC teweeg, die veel schade aan de organisatie aanrichtte. Sindsdien is ze versplinterd over verschillende landen in de regio, maar staat ze nog steeds bekend als een jihadistische terreurgroep, die zich tot doel gesteld heeft om overal in Oeganda de sharia in te voeren. De ADF is tevens berucht om zijn gewelddadige en wrede methoden. Hun leden voeren aanvallen uit op burgerdoelen, zoals dorpen en scholen, waarbij ze vaak willekeurig mensen doden, ontvoeren en verminken.
In juni 2023 vielen er nog tientallen doden bij een brutale aanval op twee dorpen in Oost-Congo. De groepering is dan wel afkomstig uit Oeganda, maar nadat ze werd teruggedrongen door het Oegandese leger, heeft ze nu haar activiteiten (ook) daar verdergezet.
Mensenrechtenadvocaat Eron Kiiza
Tijdens een hoorzitting in de militaire rechtbank op 7 januari 2025 weigerden soldaten mensenrechtenadvocaat Eron Kiiza toegang te geven tot zijn cliënten die werden voorgeleid. Hij protesteerde door te roepen en op de afsluiting te kloppen. Daarop werd hij uit de rechtbank gehaald en fysiek aangevallen door de soldaten. Vervolgens arresteerden ze hem en plaatsten hem op de beklaagdenbank, naast zijn eigen cliënten. Diezelfde dag nog werd hij veroordeeld door een militaire rechtbank, zonder eerlijk proces, tot een gevangenisstraf van 9 maanden voor “minachting van het hof”.
Amnesty eiste dat de Oegandese autoriteiten Eron Kiiza onmiddellijk zouden vrijlaten omdat hij geen eerlijk proces kreeg. Daarnaast moet het land ook stoppen burgers te vervolgen in een militaire rechtbank en advocaten aan te vallen terwijl die uitsluitend hun werk proberen te doen.
Eron Kiiza is de medeoprichter van een advocatenbureau en hoofd van Environmental Shield Limited, een grassroot ngo gespecialiseerd in klimaat-, grondstoffen-, en milieurecht. Zijn recht op een eerlijk proces werd geschonden. Zo werd niet voorgelezen wat hem precies ten laste werd gelegd en mocht hij zichzelf niet verdedigen. Hij kreeg op het moment van het proces geen toegang tot een advocaat die hem wel kon verdedigen.
Sinds hij in de cel is beland, is Eron verzwakt. Zijn advocaten die hem twee weken na zijn veroordeling konden bezoeken, zeggen dat hij op die korte tijd al veel gewicht heeft verloren en blauwe plekken op armen en benen had. Voor Amnesty International is duidelijk dat het om een schijnproces ging, wat een schending is van de grondwet van Oeganda.
Uiteindelijk werd hij op 4 april op borgtocht vrijgelaten. Hij zat 88 dagen gevangen.
Sarah Bireete!
Op 30 december 2025 werd dr. Sarah Bireete, mensenrechtenadvocaat en deskundige op het gebied van constitutioneel recht, willekeurig gearresteerd. Op 2 januari 2026 werd ze beschuldigd van het onrechtmatig verkrijgen of openbaar maken van persoonsgegevens. Ze is op 27 januari vrijgelaten onder voorwaarden, maar de aanklachten tegen haar lopen nog steeds.
Sarah Bireete spreekt zich regelmatig uit over verkiezingskwesties. Mogelijk heeft de aanklacht te maken met het feit dat ze publiekelijk informatie heeft gedeeld over het nationaal kiezersregister. Nochtans is dat een openbaar document en wat ze erover te zeggen zou hebben, valt onder het recht op vrije meningsuiting.
Amnesty International roept de Oegandese autoriteiten op om de aanklachten tegen haar onmiddellijk en onvoorwaardelijk te laten vallen.
Dr. Bireete is directeur van het Center for Constitutional Governance en voorzitster van het East and Horn of Africa Election Observation Network (E-HORN). E-HORN is een regionaal platform dat organisaties die verkiezingen waarnemen uit acht landen in Oost-Afrika en de Hoorn van Afrika verenigt. De organisatie wil zo de normen voor verkiezingswaarneming, regionale coördinatie en het leren van ambtsgenoten versterken.
Uit onderzoek van Amnesty International blijkt dat de Oegandese autoriteiten in de aanloop naar de verkiezingen van 15 januari 2026 een brutale onderdrukkingscampagne zijn begonnen tegen de oppositie en de aanhangers daarvan, evenals tegen critici van de regering. Daardoor wordt het voor hen uiterst moeilijk om hun recht op vrijheid van meningsuiting, vereniging en vreedzame vergadering uit te oefenen. Het harde optreden heeft sinds september 2025 geleid tot meer dan 400 willekeurige arrestaties.