vlag Peru P E R U Wikipedia Landenweb
Opp.: 1.285.220 km² (42 x België)    Inw.: 27,3 miljoen (2006)   (22 inw./km²)    Regeringsvorm: republiek    Hoofdstad: Lima   Religie: katholiek

locatie Peru Peru

Peru is een bergachtig land aan de westkant van Zuid-Amerika, grenzend aan de Stille Oceaan. Voor de komst van de Spaanse veroveraars was Peru het hart van het Inca-rijk.
Grosso modo kan men drie gebieden onderscheiden, met name het Amazonelaagland (selvas) met een subtropisch tot tropisch klimaat, de kuststrook die vooral uit steen en zandwoestijn bestaat en waar door de verstedelijking ongeveer de helft van de bevolking woont en het bergland dat een ontoegankelijk reliëf heeft (tot 6768m hoogte) met lage of betrekkelijk lage temperaturen. In dit laatste deel woont nog steeds 40 % van alle Peruvianen, die in grote meerderheid indiaans zijn.

Politiek
In Peru bestaan verschillende economische systemen naast elkaar. Vooral de mensen van buiten de staden kennen nog steeds een ruilsysteem en voorzien in hun eigen behoeften. De twee grote pijlers van de economie zijn de visserij en de mijnbouw, maar spijtig genoeg leeft de helft van de Peruvianen onder de armoedegrens. Politieke onlusten en onzekerheden belemmeren al jarenlang buitenlandse investeringen en Peruviaans privékapitaal ontbreekt.

Alle burgers van 18 jaar of meer hebben het recht te stemmen. Er is stemplicht in die mate dat diegene die niet stemt, een boete moet betalen.

In de jaren-90 leidde Fujimori met harde hand het in oorlogstoestand verkerend land naar een situatie van relatieve stabiliteit. Door hem verdween de terreur van de bloeddorstige, extreemlinkse beweging "Lichtend Pad", een beweging die als doel had de bestaande orde omver te werpen. De brute willekeur waarmee dit gepaard ging heeft aan zeker dertigduizend mensen het leven gekost en voor een geschatte 29,5 miljard euro aan materiële schade aangericht. Het Lichtend Pad vormde op het einde van de twintigste eeuw de grootste rem op de ontwikkeling van Peru, tot de leiding in 1992 gevangen werd gezet.
De inflatie bedroeg 4500 procent voor Fujimori de teugels in handen nam. In 1999 was die teruggebracht tot 3,7 procent. De economische groei, waarvoor hij de omstandigheden schiep, kelderde evenwel door onder meer de gevolgen van het rampzalige natuurverschijnsel El Nino.
Fujimori was verzot op macht. In 1992 pleegde hij min of meer een coup tegen de wetgevende macht en later verbouwde hij de grondwet om zijn eigen macht te vergroten en te verlengen. Anders mocht hij niet voor een derde maal meedingen naar het hoogste ambt. Hij wilde dus kost wat kost aanblijven, maar zijn populariteit was dalende na tien jaar autoritair bewind.
Na het afhaken van Fujimori, die beticht werd van corruptie en naar Japan vluchtte om de rechter te ontlopen, zou het in 2001 nog een onverwachte nek-aan-nekrace worden tussen de twee kandidaten voor het presidentschap: Alan Garcia (52, behoudsgezinde strekking, president van 1985 tot 1990) en Alejandro Toledo (55, centrumlinkse strekking). Toledo won de tweede en definitieve ronde met 51,8% van de stemmen.
Met Alejandro Toledo verwierf voor het eerst een indiaan de hoogste macht in Peru. Deze "cholo" kwam uit een straatarm boerengezin in de Andes. Zijn bijnaam verwijst tevens naar zijn opvliegendheid. Hij werd dankzij zijn indrukwekkende academische loopbaan en zijn huwelijk met de "Belgische sprookjesprinses" Eliane Karp een ideaal voor veel arme indiaanse Peruanen. Als beursstudent kon hij secundair onderwijs en later economie volgen aan de universiteit van Stanford in de VS. Daar leerde hij zijn vrouw kennen. Karp is inmiddels een internationaal befaamde antropologe. Ze beheerst zeven talen, waaronder het Quechua, de taal van de Peruviaanse indianen.
Het koppel was erg begaan met het lot der armen en dat zijn er nogal wat: van de 26 miljoen Peruanen zou de helft onder de armoedegrens leven! Het was evenwel niet gemakkelijk om de economie weer op de rails te plaatsen, want voorganger Fujimori had een ware puinhoop achtergelaten.

Mensenrechtenactivisten, aanklagers en getuigen zijn het voorwerp van bedreigingen en aanvallen. Militairen en politieagenten, beschuldigd van foltering en mishandeling, worden veroordeeld op basis van lichtere misdrijven. Er is een schrijnend gebrek aan gezondheidszorg, vooral voor arme gezinnen.
Pamela Huaringa Félix had juridische stappen ondernomen tegen de politieagenten die in november 2004 haar broer in elkaar hadden geslagen met de dood tot gevolg. Twee agenten hielden zich met hun slachtoffer bezig, een derde belette de buren om tussenbeide te komen.
De agenten werden beschuldigd van "marteling met de dood als gevolg". Hierdoor zouden ze veroordeeld kunnen worden tot twintig jaar gevangenisstraf. Maar toen het proces begon in mei 2006 luidde de beschuldiging enkel "marteling", wat gelijkstaat met acht jaar. De familie ging hiertegen in beroep.
In november 2005 werd Pamela enkele uren gekidnapt en geslagen. Ze liep op straat in Lima toen enkele mannen haar in een auto duwden, blinddoekten en meenamen. Ze sloegen haar met een stomp voorwerp en lieten haar dezelfde avond gaan in een buitenwijk van Lima.
In augustus 2006 kwamen twee van de beschuldigde agenten vrij omdat ze langer in voorhechtenis hadden gezeten dan de wettelijk voorziene 18 maanden. Twee weken later begon Pamela dreigtelefoontjes te ontvangen.
Later kreeg ze dan toch de politiebescherming waarvoor in december 2006 nog geschreven werd.
Op 18 juni jl. veroordeelde het Strafhof in Lima uiteindelijk twee politieagenten tot straffen van 4 en 8 jaar voor het "folteren met de dood als gevolg" van Ricardo Huaringa Félix.

Mijnbouw
Verschillende Latijns-Amerikaanse landen hebben hun spectaculaire economische groei van de laatste jaren te danken aan de hoge prijzen voor metalen, olie en aardgas op de internationale markten. De bodenrijkdommen van het continent zijn van cruciaal belang voor de wereldeconomie. Niet alleen voor nieuwe grootmachten als Brazilië, India en China, ook voor de Europese industrie. In deze regio vinden we 44% van de wereldreserves van koper; voor tin is dat eveneens 44%, voor nikkel 23% en voor lithium 65%. Overheden laten al die rijkdommen uiteraard niet onbenut: 56% van alle buitenlandse investeringen was in 2011 bestemd voor de primaire sector (olie, metalen, aardgas, agro-industrie). Het budget dat bedrijven investeerden in exploratie van minerale voorraden verzestigvoudigde in twintig jaar tijd. 'Extractivisme' noemen critici dit economische model: de massale ontginning en export van ruwe grondstoffen, die echter weinig toegevoegde waarde creëert ter plaatse, tot sociale conflicten leidt, ecologisch niet duurzaam is en leidt tot meer accumulatie van kapitaal en grotere ongelijkheid.
Nog steeds leeft bijna een derde van de totale bevolking hier in armoede. Sinds 2012 stokt de armoededaling, alle sociale programma's ten spijt. De enorm winstgevende mijnbouwsector schiep slechts een halve baan voor elke geïnvesteerde miljoen dollar tussen 2003 en 2013. Nu de prijzen voor olie en metalen voor het eerst in lange tijd weer erg laag staan als gevolg van de wereldwijde economische crisis en het overaanbod op de markt, worden overheden uitgedaagd om oplossingen te zoeken voor hun afhankelijkheid van de grondstoffenexport.
In Peru, de “Tijger van de Andes”, zet de centrale regering volop in op mijnbouw als motor van de economie. Nieuwe wetten, die investeringen vergemakkelijken, moeten het land aantrekkelijk maken. Maar van die mijnbouw worden echt niet alle Peruanen beter van.
De privé-investeringen in de mijnbouwsector stegen van 1,6 miljard dollar in 2006 tot 9,7 miljard dollar in 2013. Die stijging ging hand in hand met een toename van conflicten. In juli 2006 registreerde de nationale ombudsdienst 82 sociale conflicten in verband met de mijnbouw, in maart 2014 waren er dat al 211. Tussen 2011 en 2014 vielen in Peru 34 doden en 949 gewonden bij dergelijke conflicten.
20% van het totale grondgebied is vandaag in concessie gegeven aan mijnbouwbedrijven. De concessies bevinden zich hoofdzakelijk in het Andesgebergte, waar de grootste armoede heerst en de afwezigheid van de staat het grootst is.
In Cajamarca in het noorden van de Andes wordt sinds 1993 de grootste goudmijn van Latijns-Amerika ontgonnen maar is tevens de armste regio van Peru: meer dan de helft van de bevolking leeft er in armoede.

Transvrouwen in Lima
In Peru worden transgendervrouwen sterk gediscrimineerd en gemarginaliseerd. Nu er een uitspraak is gedaan over een zaak uit 2008 is er hoop.
Van alle moorden op transgenderpersonen vindt 80 procent plaats in Latijns-Amerika, waar conservatieve en religieuze normen en waarden op veel plekken bepalend zijn. Transpersonen passen niet binnen die normen en hun leven in Peru is dan ook een harde realiteit vol geweld, verdovende middelen en prostitutie. Het is de reden dat in maart 2020 het Inter-Amerikaanse Hof voor de Rechten van de Mens de Peruaanse overheid verantwoordelijk stelde voor het in 2008 willekeurig opsluiten, mishandelen en verkrachten van transvrouw Azul Rojas Marin door de politie. Het hof eist publieke erkenning, medische en psychologische hulp aan het slachtoffer en het opstellen van een protocol voor onderzoek tijdens strafprocedures bij lhbti-geweld.
De genderidentiteit van transpersonen wordt in Peru niet erkend en stigmatisering begint vaak al op school en thuis. Velen maken hun opleiding niet af en verlaten hun familie om naar de stad te trekken. Door een gebrek aan financiële steun belanden velen van hen noodgedwongen in de prostitutie. Hun kwetsbare positie maakt de vrouwen vatbaar voor ziektes, partner- en politiegeweld en middelenmisbruik.
Verschillende overheden in Latijns-Amerika slagen er niet in de basale mensenrechten van transvrouwen te beschermen. Zelfs bij de dokter worden ze gediscrimineerd, waardoor ze bij ziekte medische hulp als laatste redmiddel zien. Een rapport van het Inter-Amerikaans Hof voor de Rechten van de Mens uit 2015 stelde dat transvrouwen in de regio een gemiddelde levensverwachting hebben van 35 jaar. Maar ondanks de alarmerend lage levensverwachting, blijven de vrouwen trouw aan zichzelf.
Omdat op een ID-kaart het geboortegeslacht staat vermeld, dat niet overeenkomt met de genderidentiteit van transvrouwen, hebben ze meestal geen ID bij zich. Dit leidt vaak tot problemen of zelfs arrestaties.

Maria Elena Carbajal, activiste en slachtoffer van gedwongen sterilisatie
Maria Elena Carbajal werd als twintiger tegen haar wil gesteriliseerd na haar vierde bevalling. Ze bleek een van de vele slachtoffers van de massale sterilisatiecampagne van de Peruaanse oud-president Alberto Fujimori in de jaren ’90. Nu, 25 jaar later, is Carbajal in Lima voorzitster van een steeds grotere groep vrouwen die dat onrecht durft aan te klagen.
Op een septemberavond in 1996 kwam ze bij van een moeizame bevalling in een ziekenhuis in Lima. Haar pasgeboren zoon bleek nergens te bespeuren. Het verplegend personeel vroeg haar het hoeveelste kind het was en toen ze antwoordde dat het het vierde was, zeiden ze haar dat ze zich voortplantte als een konijn en dat ze haar eileiders moest laten afbinden. Ze verstopten zelfs het kind, zodat ze akkoord zou gaan. En omdat dat ziekenhuis de reputatie had dat er kinderen verdwenen, gaf ze toe en liet ze zich steriliseren.
Carbajal is een van de meer dan 314.000 vrouwen en 24.000 mannen uit de armste delen van het land die tegen hun wil werden gesteriliseerd in het kader van het ‘Programma voor Reproductieve Gezondheid en Gezinsplanning’. Ze werden verkeerd of helemaal niet geïnformeerd, en in de ergste gevallen werden ze bedreigd of mishandeld om hen te dwingen zich te laten opereren. Het programma werd gefinancierd door USAID, het agentschap voor ontwikkelingssamenwerking van de Verenigde Staten, en was gericht op het bestrijden van armoede door geboortebeperking. Het werd ook breed gesteund door de internationale gemeenschap en door feministische organisaties, want het zou arme vrouwen in het zuidelijk halfrond toegang geven tot anticonceptie.
De vrouwen werden vaak ook onder onhygiënische omstandigheden geopereerd, zonder enige voor- of nazorg, in geïmproviseerde operatiekamers in de afgelegen regio’s van het Andesgebergte. Minstens 18 vrouwen overleden kort na de ingreep als gevolg van complicaties. Overigens was het programma vooral bedoeld om het geboortecijfer bij de armste delen van de Peruaanse bevolking terug te dringen. Zo werden met name inheemse Quechua-vrouwen in de Andes misleid of gedwongen om zich te laten steriliseren, net als de inheemse volkeren in het Amazonegebied. Maar ook vrouwen uit de laagste sociaal-economische klassen in de steden ondergingen de ingreep, al dan niet gedwongen.
De gebeurtenis zou een stempel drukken op de rest van Carbajals leven. Ze werd wakker met een scherpe pijn in haar onderbuik. Toen ze het laken optilde, zag ze dat er een snee was gemaakt. Op dat moment kwam haar man binnen, en hij vroeg wat er gebeurd was. Toen ze hem vertelde dat ze haar eileiders hadden afgebonden, ontstak hij in woede. Hij beschuldigde haar ervan dat ze het had gedaan om hem te kunnen bedriegen met andere mannen, want anticonceptie was volgens hem iets voor vrouwen van de straat. Hij vertrok en kwam nooit meer terug! Ook haar nieuwe partner zou haar, vijf jaar later, verlaten toen hij erachter kwam dat ze geen kinderen meer kon krijgen. De vrouwen kregen gewoonlijk zelf de schuld van de sterilisatie en moesten dan zien te leven met de discriminatie binnen de maatschappij.

Uiteindelijk ontstond er een beweging, de Vereniging voor Peruaanse Vrouwen die Slachtoffer werden van Gedwongen Sterilisaties (AMPAEF), die vrouwen uit alle delen van het land vertegenwoordigde. Carbajal sloot zich aan bij de groep en is nu voorzitster van de afdeling in hoofdstad Lima. De eigenlijke bom barstte in 2002, met een rapport van een onderzoekscommissie van het Peruaanse Congres over de vermeende gedwongen sterilisaties tussen 1990 en 2000.
De vrouwen strijden al jaren onophoudelijk voor gerechtigheid. Ze dienden talloze aanklachten in tegen ex-president Fujimori en zijn toenmalige ministers van Volksgezondheid, organiseerden protesten bij het gerechtshof en vroegen aandacht voor de zaak bij internationale instanties zoals de Verenigde Naties en de Inter-Amerikaanse Commissie voor de Mensenrechten. Carbajal reisde in 2019 naar Genève, waar ze haar verhaal deed bij de VN tijdens een workshop over seksueel en gendergerelateerd geweld. Maar tot op de dag van vandaag wil de regering niet accepteren dat de gedwongen sterilisaties een misdaad tegen de menselijkheid zijn.
Daar komt nu hopelijk verandering in. Het Openbaar Ministerie heropende de zaak in 2018, gebaseerd op de aanklachten van meer dan 2000 slachtoffers. En in 2021 kwam de zaak eindelijk voor de rechter: 182 bewijzen van de betrokkenheid van ex-president Fujimori en verschillende ministers bij de gedwongen sterilisatie van 1312 slachtoffers werden voorgelegd. Deze beklaagden worden beschuldigd van misdaden tegen ‘het lichaam, het leven en de gezondheid, leidend tot ernstige verwondingen en de dood.’
Fujimori zit momenteel al een gevangenisstraf van 25 jaar uit voor misdaden tegen de menselijkheid en corruptie tijdens zijn bewind. Hij ontkent dat er sprake was van een gericht overheidsbeleid of van dwang. Zijn advocaten dreven tijdens de hoorzittingen de spot met de slachtoffers, die volgens hen een soap opvoeren over de ‘zogenaamde’ gedwongen sterilisaties.
De onzekerheid blijft groot, want de beslissing van de rechter laat al maanden op zich wachten, en keer op keer stelt hij ook de hoorzittingen uit.
Ook de opeenvolgende Peruaanse regeringen hebben weinig animo getoond om de zaak ernstig te nemen. De enige uitzondering was president Ollanta Humala, die in 2015 een register opende voor de slachtoffers. Ruim 8000 slachtoffers schreven zich daar tot nu toe voor in. In theorie hebben ze daarmee recht op rechtsbijstand en psychologische hulp, maar in de praktijk is die hulp voor weinigen toegankelijk.
Ondanks alle tegenslagen is Carbajal niet van plan de handdoek in de ring te werpen. Het allerbelangrijkste voor haar is dat de slachtoffers verenigd zijn.

Noodtoestand (december 2022/januari 2023)
Al minstens voor de komende dertig dagen werd de noodtoestand afgekondigd na aanhoudende protesten tegen de recente politieke ontwikkelingen. Op tal van plekken werd gedemonstreerd tegen de arrestatie van oud-president Pedro Castillo, waarbij in confrontaties met de politie tientallen mensen zijn omgekomen. De noodtoestand moest een einde maken aan "vandalisme, geweld en wegblokkades".
Castillo's opvolger Dina Boluarte riep op tot kalmte. Om de betogers tegemoet te komen stelde ze voor om al in december 2023 vervroegde verkiezingen te houden, ook al had ze juist nog een wetsvoorstel ingediend om de stembusgang in april 2024 te laten plaatsvinden.
Het is de vraag of de aankondiging van Boluarte een einde maakt aan de onrust. De demonstranten willen alleszins liever verkiezingen dan dat Boluarte tot in 2026 aan de macht blijft, wanneer de termijn van haar afgezette en opgepakte voorganger Pedro Castillo afloopt. Ook de vrijlating van Castillo werd geëist.
Castillo werd afgezet op 7 december omdat hij het parlement probeerde te ontbinden in een poging een afzettingsprocedure te voorkomen na beschuldigingen van corruptie. Hij werd aangehouden en zijn aanklagers wilden dat hij achttien maanden in voorarrest zou blijven.
In januari werden de onlusten alleen maar erger en liep het dodental snel op. Het parket opende een onderzoek naar “genocide” tegen presidente Dina Boluarte en verschillende ministers. Daarnaast werd voor drie dagen een avondklok ingesteld voor de regio Puno, bij de grens met Bolivië. Bij gewelddadige protesten tegen de regering vielen daar immers op enkele dagen achttien doden. Ook werd een dag van nationale rouw afgekondigd.

GenZ
Als gevolg van de langlopende politieke crisis is Peru in een spiraal van geweld terechtgekomen. Daarbij worden de mensenrechten vaak ernstig geschonden, vooral ten aanzien van demonstranten in Lima en andere belangrijke steden. Volgens het bureau van de ombudsdienst zijn tot nu zeven mensen, waaronder twee tieners, omgekomen. Tientallen demonstranten en journalisten raakten gewond. De politieke crisis is de laatste maand sterk geëscaleerd.
De 18-jarige Romario Quispe Garfias en een andere 15-jarige jongen werden op 11 december 2024 gedood in Andahuaylas, een stad in Zuid-Peru, terwijl de media meldden dat nog twee mensen stierven bij protesten. Tientallen mensen, onder wie burgers en politieagenten, zijn ook gewond geraakt door vuurwapens en slagen van stompe voorwerpen.
Lange tijd was het geweld onderhuids aanwezig, maar protesten werden alsmaar grimmiger en werden geleid door jongeren van Generatie Z, transportarbeiders en burgerbewegingen, in een reactie op de toenemende corruptie en criminaliteit in het land.
De protesten schakelden een versnelling hoger in oktober 2025 na de nachtelijke afzetting van voormalig president Dina Boluarte, die zelf al maanden onder vuur lag. Duizenden mensen trokken de straat op in verschillende steden, waarbij het epicentrum zich bevond rond het Congres in Lima. Daar probeerden betogers metalen barrières neer te halen, waarop de politie traangas inzette.
Interimpresident José Jerí, die pas enkele dagen in functie was, reageerde op het incident via sociale media en beloofde een objectief onderzoek. Hij stelde dat “criminele infiltranten” verantwoordelijk waren voor het geweld en zou het Congres vragen om extra bevoegdheden op het vlak van openbare veiligheid. Daarbij zou ook gevangenishervorming op de agenda staan, al bleef het onduidelijk wat dat precies inhield.
De nieuwe minister van Binnenlandse Zaken, Vicente Tiburcio, kondigde aan dat de regering werk wil maken van een grondige hervorming van de nationale politie. Tijdens de protesten raakten volgens officiële cijfers al 89 agenten en 22 burgers gewond, en werden 11 mensen gearresteerd.
Jerí, die tot juli 2026 aanblijft tot de volgende verkiezingen, heeft van criminaliteitsbestrijding zijn prioriteit gemaakt. Zijn start wordt echter overschaduwd door eerdere beschuldigingen van corruptie en een geseponeerd onderzoek naar seksueel misbruik. Hij ontkent beide aantijgingen.
Bij protesten tegen de nieuwe regering en de ongeziene golf van moorden in het land viel al direct een nieuw dodelijk slachtoffer, neergeschoten door de politie. De noodtoestand werd uitgeroepen voor de regio rond Lima.
Ernesto Álvarez, de nieuwe premier, sloot zelfs niet uit dat er een avondklok kwam.