|
S A O T O M E E N P R I N C I P E |
|
|
Sao Tomé en Principe, officieel de Democratische Republiek Sao Tomé en Principe, is een land voor de westkust van Afrika, in de Golf van Guinee. Er zijn meerdere eilanden, met Sao Tomé verreweg het grootste. Daarna komt het veel kleinere Principe en nog enkele niet of nauwelijks bewoonde eilanden. De eilanden zijn bergachtig en vulkanisch met een weelderige tropische plantengroei.
Politiek
Hoewel Portugal de slavernij in 1876 had afgeschaft, dwongen de plantagehouders Afrikanen tot het verrichten van arbeid, nu als contractarbeiders, tegen een zeer bescheiden loon. Dit leidde op de eilanden tot spanningen en een uiteindelijke opstand in 1953. Honderden Afrikanen werden hierbij gedood. Deze gebeurtenis staat bekend als het Bloedbad van Batepá (een dorpje in het noorden van Sao Tomé) en wordt nog steeds jaarlijks op 3 februari herdacht.
Eind jaren 50 van de twintigste eeuw werd de roep om onafhankelijkheid steeds groter en de socialistische Beweging voor de Bevrijding van Sao Tomé en Principe (MLSTP) werd opgericht.
Op 12 juli 1975 werd Sao Tomé en Principe onafhankelijk van Portugal. De eerste president werd Manuel Pinto da Costa, de secretaris-generaal van de MLSTP. Een maand later werd het land unaniem toegelaten tot de Verenigde Naties.
In eerste instantie haalde Da Costa vooral de banden aan met de Sovjet-Unie, Oost-Duitsland, Cuba en Angola, maar sloot zich tegelijk aan bij de Beweging van Niet-Gebonden Landen. Toen er in de jaren 80 een economische crisis uitbrak, werd het aantal buitenlandse communistische adviseurs scherp teruggebracht.
In 1988 werd een coup tegen president Da Costa afgewend en op 22 augustus 1990 werd een referendum gehouden voor een nieuwe grondwet die ook oppositiepartijen toestond. Van de geldige stemmen was 95,3% voor de wijziging en de grondwet werd aangepast. Een jaar later, in 1991, werden de eerste democratische parlements- en presidentsverkiezingen gehouden.
Op dinsdag 15 augustus 1995 pleegde een groep militaire officieren een staatsgreep, ze zetten president Trovoada gevangen en plaatsten de premier onder huisarrest. Officieel ging het om de door Trovoada afgedwongen inkrimping van het leger, maar ook de feiten dat de soldaten al een half jaar niet meer betaald waren en de algehele deplorabele staat van het leger leken een rol te spelen, evenals de slechte economische situatie van het land. Zes dagen later werd de staatsgreep vreedzaam beëindigd en werden de president en premier in hun functie hersteld.
Een tweede staatsgreep vond plaats in juli 2003 en werd beraamd door de leiders van het Frente Democrata Cristã (Christendemocratisch Front, FDC), een oppositiebeweging van wie de leden jarenlang in ballingschap in Zuid-Afrika hadden geleefd en daar onder het apartheidsregime hadden gediend. Het FDC en het leger betichtten de regering van corruptie, zelfverrijking, en een oneerlijke verdeling van mogelijke toekomstige olie-inkomsten. Vanuit de internationale wereld volgde een golf van protest tegen deze machtsgreep en er werd opgeroepen om de regering te herinstalleren. De Nigeriaanse president Olusegun Obasanjo bemoeide zich persoonlijk met het conflict, belde de leider van de putschisten en kondigde aan een konvooi naar Sao Tomé te sturen. Er werd dan maar onderhandeld...
In 2009 werd een nieuwe staatsgreep van het FDC verijdeld. Dit keer stonden de veiligheidstroepen aan de kant van de regering.
Bij de presidentsverkiezingen van 2011 werd Manuel Pinto da Costa, eerder president van het eenpartijregime, democratisch gekozen als nieuwe president van de republiek. Dit leidde tot zorgen over een mogelijke terugkeer naar een meer autoritair bewind.
In 2016 verloor Da Costa zijn herverkiezing van Evaristo Carvalho.