vlag Senegal S E N E G A L Wikipedia Landenweb
Opp.: 196.722 km² (6,5 x België)    Inw.: 13,7 miljoen (2009)   (70 inw./km²)       Regeringsvorm: republiek    Hoofdstad: Dakar   Religie: islam

locatie Senegal Senegal

Senegal is een land in Afrika dat grenst aan Mali, Guinee, Guinee-Bissau, Gambia en Mauritanië. De rivier de Sénégal vormt de grens tussen Senegal en Mauritanië.
Het noordelijk deel van Senegal maakt deel uit van de Sahel, het overgangsgebied met de Sahara.

Politiek
Senegal werd op 20 augustus 1960 formeel onafhankelijk van de Malifederatie, een losse federatie van Senegal en Mali. Dit gebeurde nadat op 4 april van dat jaar een onafhankelijkheidsverdrag met Frankrijk was getekend.
Senegal vormde tussen 1982 en 1989 een confederatie met het door Senegal ingesloten Gambia onder de naam Senegambia. De integratie tussen de twee landen kwam echter niet van de grond.
De ondergang van de veerboot Joola op 26 september 2002, met 1863 dodelijke slachtoffers, leidde vanwege de gebleken veronachtzaming van de veiligheidsvoorschriften, tot heftige kritiek op de regering. In reactie hierop ontsloeg president Abdoulaye Wade premier Mame Madior Boyé en verving haar door kabinetschef Idrissa Seck.
Tot de belangrijkste problemen van Senegal behoren de economische crisis en corruptie. Daarnaast is een gewapende onafhankelijkheidsbeweging actief in de provincie Casamance. De inwoners voelen zich onderdrukt door de Senegalese Wolof-meerderheid. In september 2002 kwam het tot een wapenstilstand en vredesbesprekingen, maar in januari 2003 waren er opnieuw gewapende conflicten tussen leger en rebellen. Op 31 december 2004 werd officieel een vredesverdrag tussen de rebellen en de regering getekend.
Internationaal profileert Wade zich als een voorvechter voor democratie en economische liberalisering in Afrika. Hij is onder meer medeontwerper van Nepad, een economisch hulpprogramma voor het Afrikaanse continent, en heeft vergeefs getracht te bemiddelen in de burgeroorlog in Ivoorkust.

Volgens het Ontwikkelingsprogramma van de Verenigde Naties leeft in Senegal 33,4% van de bevolking onder de armoedegrens.

In maart 2012 won Macky Sall de verkiezingen. Hij versloeg zittend president Wade tijdens de tweede ronde van de verkiezingen. Wade had de eerste ronde nog gewonnen, maar werd in de tweede ronde verslagen toen de oppositiekandidaten zich allemaal achter Sall schaarden.
Met de eedaflegging kwam er een einde aan de twaalfjarige heerschappij van Wade, die steeds meer dictatoriale neigingen vertoonde en steeds meer kritiek kreeg van de jongeren in zijn land. Wade gaf zijn nederlaag toe.
Sall is de vierde president van het Senegal sinds de onafhankelijkheid in 1960. Hij belooft een gloednieuw tijdperk.

Solidagro
(Solidagro zet zich in voor het recht op voedsel voor iedereen en ondersteunt het recht van volkeren en staten om autonoom hun eigen voedsel- en landbouwbeleid te bepalen.)
In de periode 2014-2016 voerde Solidagro een eerste programma uit in de regio Fatick. Op basis van de toen bereikte resultaten, het groeiend netwerk van Solidagro in deze regio en een meer uitgesproken rechtenbenadering werd vanaf april 2017 met nieuwe partners het programma 2017-2021 opgesteld.
De selectiecriterie voor de lokale partners hadden betrekking op het uitbreiden van de interventiezone in de regio Fatick. Het programma 2014-2016 beperkte zich tot de gemeente Toubacouta (gelegen ten noorden van Banjul, Gambia), op zich wel een gemeente met 35.000 inwoners verspreid over 52 dorpen. Het nieuwe programma 2017-2021 is actief in zeven gemeenten. De geselecteerde partners zijn daar al enkele tientallen jaren aanwezig.
De partner “Conseil National de Concertation et de Coopération des Ruraux” is de belangrijkste boerenorganisatie van Senegal.
Al de partners kennen een systeem van “relais villageois”: vrijwilligers die in de dorpen wonen en opgeleid worden rond een bepaalde thematiek. Na vormingen en een eventuele startinvestering zetten deze dorpsanimatoren de activiteit verder met de bevolking.

Op technisch vlak wordt gewerkt rond:
- agro-ecologische landbouw, die geïntroduceerd wordt via de intensieve groenteteelt in het droogseizoen;
- ondersteuning van de pluimveeteelt door de bestrijding van pseudovogelpest;
- interventies voor het beschikbaar stellen van zuiver drinkwater, met alle noodzakelijke sensibilisering rond hygiëne en sanitatie.
Het werk rond deze thema's laat toe om basisorganisaties en federaties van boerinnengroepen en beheerscomités voor water en hygiëne te versterken, zodat zij lokale overheden (gemeente, departement, regio) kunnen interpelleren om hun recht op voedsel en op drinkbaar water meer van harte te nemen.

De regionale dienst voor veeteelt van Fatick begeleidt de partners rond de bestrijding van pseudovogelpest (de ziekte van Newcastie). De inspecteurs van deze diensten zijn gedreven personen, die hun volle medewerking aan het programma van Solidagro verlenen. Bij deze diensten kunnen vaccins tegen de ziekte aangekocht worden aan een door de overheid gesubsidieerde prijs. De inspecteurs gaan mee met de partners in de dorpen om de mensen aan te leren hoe een vaccinatiecampagne te organiseren. Ze werken tevens mee aan beleidsbeïnvloeding op het niveau van de regio en de gemeenten. Aan deze lokale besturen wordt gevraagd om budgetten in hun begroting te voorzien zodat pseudovogelpest kan voorkomen of zelfs uitgeroeid worden door vaccinatie.
Het economische belang van pluimvee voor het armste deel van de bevolking is moeilijk te overschatten. Bijna alle gezinnen hebben pluimvee en bij nood aan cash geld, zoals bij een overlijden, bij ziekte of voor de scholing van de kinderen, wordt een kip op de lokale markt verkocht om die kosten te dekken.
Het werk van Solidagro en haar partners werd op het terrein bezocht door een kabinetsmedewerker van de minister van veeteelt en dierlijke productie. Vanuit het ministerie ontvingen de doelgroepen van het programma van Solidagro een schenking van 15.000 vaccins als steun aan de werking.

Het luik drinkwater wordt financieel ondersteund door de gsm-operator Ello-Mobile. Werken aan zuiver drinkwater geeft resultaten op korte termijn voor de ganse gemeenschap. In Toubacouta bijvoorbeeld worden de watercomités die in de verschillende dorpen actief zijn, gegroepeerd in een platform dat invloed wil uitoefenen op het beleid rond het recht op drinkbaar water, hygiëne en sanitatie.

Alfabetisering is van uitzonderlijk belang voor het slagen van het programma. Solidagro kiest ervoor om te werken in rurale zones met voedselonzekerheid, waar de partners vaststellen dat 90% van de vrouwen analfabeet zijn. Daarenboven brengt het programma de vrouwengroepen per dorp samen in federaties, met meer dan duizend leden. Om activiteiten in dergelijke structuren te kunnen uitvoeren op een participatieve wijze, is het nodig dat de alfabetiseringsgraad verhoogd wordt. Daardoor kunnen vrouwen meer dan enkel aanwezig zijn in een bijeenkomst: ze worden geactiveerd, nemen verantwoordelijkheden op en beslissen mee.
Via de federatie van vrouwengroepen wordt aan elke groep gevraagd om een animatrice naar de vorming te sturen. Zij worden begeleid om een alfabetiseringsklas in hun groep te starten. Een twintigtal kandidaten, in de eerste plaats vrouwen die verantwoordelijkheden opnemen, komt minimaal twee keer per week samen. Onze partner ELS zorgt voor didactisch materiaal, dat ze zelf in drie lokale talen ontwikkelde: Wolof, Sérer en Socé.

In 2017 werden 63.200 personen bereikt. 800 boerinnen startten in 2017 met de omschakeling naar de agro-ecologische productie van groenten, in 20 gemeenschappelijke groentetuinen van evenveel vrouwengroepen.
De vaccinatiecampagne tegen pseudovogelpest werd opgemerkt door het Ministerie van Veeteelt en er werd een dotatie van 15.000 vaccins aan het programma overgemaakt.
479 leden van de vrouwenfederatie nemen deel aan het alfabetiseringsprogramma.

Macky Sall
In 2012 daagde Macky Sall zittend president Wade uit door deel te nemen aan de presidentsverkiezingen. In de tweede ronde, op 25 maart 2012, wist Sall met ruim 65% van de stemmen een overduidelijke zege te boeken. Op 2 april 2012 trad hij aan als president.
Op 1 september 2013 ontsloeg Sall zijn eerste minister Abdoul Mbaye en diens regering om onbekende redenen.
Bij de presidentverkiezingen van 2019 werd Sall met overmacht herkozen voor een tweede termijn. Hij kreeg ruim 58% van de stemmen, waarmee een eventuele tweede ronde overbodig werd. Later dat jaar voerde hij enkele regeringshervormingen door, waaronder de afschaffing van het premierschap. Met het vervallen van deze functie, die vanaf 2014 in handen was geweest van Mohammed Dionne, beoogde Sall als president een directere en meer praktische aanpak te kunnen verwezenlijken.

Op woensdag 3 maart 2021 werd de vooral onder jongeren populaire oppositieleider Ousmane Sonko opgepakt op verdenking van verkrachting. Sonko ontkent de beschuldigingen en meent dat president Macky Sall hem de mond wil snoeren. Bij diverse protesten vielen al zeker vijf doden en werd er veel geplunderd.
In Senegal staat er opnieuw een onrustige week voor de deur. Een coalitie van politieke partijen en lokale organisaties heeft namelijk opgeroepen tot een antiregeringsbetoging van drie dagen.
In februari beschuldigde een medewerkster van een schoonheidssalon Sonko van verkrachting en doodsbedreigingen. De leider van de Pastef-partij en derde in de presidentsverkiezingen van 2019 zou naar het salon zijn gegaan voor een massage om zijn rugpijn te verlichten. Woensdagochtend werd hij voor een ondervraging bij de rechter verwacht, zoals de andere betrokkenen voor hem. Dat liep echter anders af. Zijn tocht uit Dakar stond onder zware politiebewaking. Er werd traangas afgevuurd om de groepen die hem vergezelden en de groepen die zich onderweg vormden uiteen te drijven. Dat leidde tot een urenlange krachtmeting tussen Sonko’s delegatie en de ordediensten op zijn route die eindigde met de arrestatie van Sonko.
Mensenrechtenorganisatie Amnesty International riep de regering al op te stoppen met het arresteren van tegenhangers. De president heeft aan France24 ontkend betrokken te zijn bij de zaak.
Hoewel de arrestatie van woensdag de katalysator was van de protesten, heerste er voordien al onvrede in Senegal. De vrijheidsbeperkingen en de economische problemen als gevolg van de coronapandemie worden de regering niet in dank genomen. Bovendien heerst het vermoeden dat de huidige president Macky Sall zich kandidaat zal stellen voor een derde ambtstermijn, wat niet toegelaten is onder de huidige Senegalese grondwet. Ook in de zuidelijke stad Diaobe vond een hevige confrontatie plaats tussen de politie en de demonstranten, die het gevoel hebben dat de democratie van Senegal op het spel staat. Tijdens de clash stierf een 17-jarige student.
In een poging de kalmte te doen terugkeren heeft de regering besloten om alle scholen een week te sluiten. Ouders werden opgeroepen hun kinderen niet te laten deelnemen aan de protesten.
11 maart werd afgeroepen als nationale rouwdag ter nagedachtenis van de mensen die omkwamen tijdens de antiregeringsprotesten.

Vrouwenrechten
Ondertussen vrezen sommige feministen dat de zaak hoe dan ook een negatief effect zal hebben op vrouwenrechten in het land. ‘Het huidige dominante discours riskeert de volgende slachtoffers van verkrachting of seksueel geweld te censureren’, schrijft de Senegalese Rama Salla Dieng, docent Afrikaanse Studies aan de Universiteit van Edinburgh, in een opiniestuk. De masseuse wordt een leugenaar genoemd die zich laat gebruiken door de overheid. De Washington Post bericht dat zelfs haar eigen adoptiemoeder de beschuldigingen heeft afgekeurd in een televisie-interview. Volgens haar advocaat krijgt de jonge vrouw doodsbedreigingen.
‘Zij en haar familie staan onder enorm veel media-aandacht’, aldus Ousmane Diallo, een West-Afrikaanse onderzoeker voor Amnesty International aan de Washington Post. ‘Mensen halen haar door het slijk, maar het zou aan de rechtbank moeten zijn om te beslissen wat in dit geval feit en wat fictie is.’ Een lokale campagne zette president Sall er vorig jaar toe aan een wet te ondertekenen die een veroordeling voor verkrachting gelijkstelde aan minimaal 10 jaar gevangenisstraf. Voordien werd verkrachting als een licht misdrijf beschouwd.

Verkiezingen in 2022
Voor het eerst sinds Senegal in 1960 onafhankelijkheid verwierf, verloor de regeringspartij van huidig president Macky Sall, Benno Bokk Yakaar (BBY), haar absolute meerderheid in de verkiezingen van 31 juli. Een ongezien scenario in de Senegalese democratische geschiedenis. De partij zal nu op andere partijen uit het parlement moeten vertrouwen om haar wetten te kunnen doorvoeren.
165 parlementaire zetels waren alvast de inzet van deze stembusgang. BBY behaalde 82 van die zetels, tegenover de vroegere 125, en 80 andere zetels gingen naar Yewwi Askan Wi (YAW), de coalitie van twee oppositiepartijen. Deze twee winnende formaties zullen nu moeten zien af te rekenen met de drie resterende afgevaardigden.
Vier dagen lang duurde het tellen en hertellen van de stemmen, omdat het Senegalese gemengde kiesstelsel een technische eigenheid heeft en er gevreesd wordt voor corruptie. Met de presidentsverkiezingen van 2024 in het achterhoofd is de inzet dan ook groot.
De grote vraag nu is of Macky Sall zijn meerderheid alsnog zal binnenhalen. Sall aast op de hereniging van de grote liberale familie. Hij heeft maar één zetel, en dus maar één bondgenoot nodig om de 83 zetels te halen voor een absolute meerderheid. Zijn oog liet hij daarom vallen op leden van de coalitie Wallu of Aar. Maar als zijn tegenstanders erin slagen om samen te spannen met de 3 resterende verkozen parlementsleden, verkrijgt de oppositie een absolute meerderheid.
Met dit resultaat in het achterhoofd is het ook nog afwachten: zal Macky Sall zich wagen aan een derde ambtstermijn als president? En zou zo’n derde ambtstermijn wel grondwettelijk zijn? Daarover bestaat nog onduidelijkheid.
Na de presidentverkiezingen van 2019 voerde Sall enkele regeringshervormingen door, waaronder de afschaffing van het premierschap. Met het vervallen van deze functie, die vanaf 2014 in handen was geweest van Mohammed Dionne, beoogde Sall als president een directere en meer praktische aanpak te kunnen verwezenlijken. In september 2022 voerde de president het premierschap weer in en werd Amadou Ba door hem tot premier benoemd.
Na de presidentsverkiezingen van 2024 werd Sall opgevolgd door oppositiekandidaat Bassirou Diomaye Faye (1980). Hij behaalde meer dan de helft van de stemmen in de eerste ronde. Dat was de eerste keer sinds de onafhankelijkheid.

Europa en Azië azen op Senegalese vis
Het is een absurde situatie: een viskwekerij verbruikt vaak meer vis dan ze produceert. Want ook die gekweekte vissen hebben eten nodig en dat bestaat doorgaans uit vismeel. Fabrieken in Senegal beweren dat ze daar enkel afval voor gebruiken, maar de realiteit is anders.
Drie jaar geleden werden sardines nog op het strand gesmeten, waar ze werden opgeraapt door lokale verwerkers die de vette vis droogden en in het binnenland verkochten aan de allerarmsten. Sardines leveren dierlijke eiwitten aan heel West-Afrika en vormen eigenlijk het basisvoedsel in Senegal. Vlees en eieren zijn lokaal immers erg duur. Zeventig procent van de eiwitten van de Senegalese bevolking komt van vis, zelfs in het zeer arme binnenland. Tachtig procent van de vis die daar wordt verkocht bestaat uit gedroogde sardines. Zonder vis zouden grote delen van de bevolkingen te kampen hebben met een tekort aan eiwitten.
Door de steeds stijgende vraag naar sardines in Europa, wordt deze vis schaars en daardoor ontstaat er steeds meer onenigheid. Inderdaad zijn de sardines die de lokale verwerkers eerst goedkoop konden krijgen, nu nauwelijks te betalen: in Europa wil men dus sardines maar eigenlijk vooral om ze te verwerken tot vismeel.
Hiertoe worden er al enkele jaren meer en meer vismeelfabrieken geopend in West-Afrika, van Mauritanië tot Senegal, Gambia en Guinee-Bissau: momenteel zijn dat er al meer dan vijftig. In de fabriek wordt visafval tot meel gemalen en tot olie geperst.
In de mondiale voedselproductie is visteelt de snelstgroeiende sector, met een omzet van 160 miljard euro. Wereldwijd is de helft van de vis voor consumptie afkomstig van viskwekerijen, van aquacultuur dus. Die wordt door natuurbeschermingsorganisaties gezien als dé oplossing voor het uitsterven van het leven in de oceanen. In de kwekerijen worden geen bedreigde diersoorten gevangen, is er geen overbevissing en geen bijvangst. De internationale ngo The Nature Conservancy eist dat de mensheid in 2050 het grootst deel van dierlijke eiwitten uit gekweekte vis haalt. "De visserij heeft een probleem en aquacultuur is de oplossing," zegt Barbara Janker, algemeen directeur voor Duitsland, Oostenrijk en Zwitserland bij Aquaculture Stewardship Council (ASC), die instaat voor de certificering van viskwekerijen. De oplossing voor oceaansterfte en overbevissing, en de basis daarvan zou de duurzame productie van vismeel uit visafval kunnen zijn.
In werkelijkheid verwerkt een vismeelfabriek geen afval, maar verse sardines. De fabriek maalt het eten van de Senegalezen dus tot vismeel en dat wordt vervolgens gebruikt om Europeanen te helpen bij de kweek van zalm, tilapia en pangasius. De visteelt in Europa en Azië veroorzaakt werkelijk een voedseltekort in West-Afrika.
Zo'n visfabriek verspreidt een afschuwelijke geur, waardoor het onmogelijk is door je neus te ademen. Meestal is ze volledig geautomatiseerd. De vis wordt in massa aangevoerd en door buizen geperst, verhit, gedroogd en gemalen. Vier kilo vis verandert in één kilo vismeel. Het rolt aan de andere kant van de fabriek van de band en is dan geurloos, ziet eruit als kerriepoeder en bevat ten minste zestig procent eiwit.
Een ton vismeel brengt tot 1200 euro op. Vismeel uit West-Afrika wordt gebruikt in kwekerijen in Duitsland, Spanje en Noorwegen. Van de bedrijfskosten van viskwekerijen gaat ongeveer zeventig procent naar visvoeding. Vismeel zit in alle soorten visvoeding en is in feite geen nieuw product. Vismeel en visolie worden immers al honderden jaren geproduceerd.
En ze kunnen zeer duurzame en hernieuwbare grondstoffen worden als ze maar goed beheerd worden, net als hout of biomassa. Goed beheer, dat wil zeggen in dit geval: vismeel gemaakt van afval en niet van andere vissen. En daar wringt het schoentje: kun je met enkel restafval wel vismeel maken dat voor zestig procent uit eiwitten bestaat?
In Senegal werken 600.000 mannen in de visserij en nog veel meer vrouwen in de visverwerking. Er wordt jaarlijks 430.000 ton vis geregistreerd in de havens van Senegal, waarvan een derde in Joal-Fadiouth, ten zuiden van Dakar. 97 procent van de vis die aan land komt zijn sardines. Maar het zijn juist die drie overige procenten die bijna de helft van de inkomsten van de haven uitmaken. De sardines waren economisch nooit interessant voor de vissers. Ze waren het niet waard om te verkopen. Er bestond een informele markt voor en alleen door ze te verwerken kreeg de waardeloze vis waarde. Door het succes van vismeelfabrieken voor de Europese markt worden veel vissers (uit Senegal, maar ook Guinee en zelfs Mali) gedwongen om te emigreren. Elk jaar stappen honderden van hen in hun prauw, met als doel de Canarische eilanden te bereiken. En tussen 2017 en 2019 vertrokken tweeduizend vissers naar Spanje.
Alle vismeelfabrieken in Senegal gebruiken dus verse vis. 33 procent van de visbestanden wordt overbevist, en zestig procent zit zelfs aan het maximum. Aquacultuur zou de oplossing moeten zijn, maar door de afhankelijkeheid van wilde vangst wordt het probleem alleen maar groter. Voor elke kilo vis uit aquacultuur gebruiken kwekers meerdere kilo's vismeel. Een zalm bijvoorbeeld eet tijdens de kweek vijftien keer zijn lichaamsgewicht aan wild gevangen, verwerkte vis. Dat leidt tot een absurde conclusie: een viskwekerij consumeert! Er is geen sprake van duurzame aquacultuur tot we stoppen met het kweken van vleesetende vissen, omdat die vismeel nodig hebben.

Talibé's
Op elke straathoek kom je ze tegen: een groepje, blootvoetse jongetjes met vuile en gescheurde kleren die grote tomatenblikken rondsleuren. Het zijn talibé's -leerlingen in de lokale taal Wolof- die voor een maraboet (hun geestelijke leider) de straten afschuimen op zoek naar geld of eten. Hier hebben we te maken met een systeem waar maraboets onder het mom van religie zichzelf verrijken op de rug van onschuldige kinderen. Heuse horrorverhalen zijn bekend over de lijfstraffen die talibé's ondergaan als ze terugkeren naar de daara’s (koranscholen en slaapplaatsen) met onvoldoende geld of eten.
Twee projecten die worden gefinancierd door Belgen maar helemaal door Senegalezen geleid: "Djar Djal" in Thiès en "ATAX" in Dakar. Het zijn opvangtehuizen, waar de talibé's dagelijks terecht kunnen voor het ontbijt, een douche, medische verzorging, lessen Frans en gewoonweg waar ze enkele uren per dag in een veilige en vertrouwde omgeving weer kind mogen zijn.
De meesten van hen zijn tussen 5 en 12 jaar oud. Ze zijn voornamelijk afkomstig uit Guinée Buisau en worden reeds op jonge leeftijd door hun ouders naar Senegal gestuurd om als talibé de koran te leren. Maar ook al worden ze verondersteld de islam te leren, brengen ze in werkelijkheid vele uren op straat door. De maraboet verwacht namelijk dat de kinderen dagelijks bedelen om geld, ongekookte (herverkoopbare) rijst en suiker om zo hun levensonderhoud in de daara’s te kunnen bekostigen.
De kinderen worden op die manier voortdurend blootgesteld aan gevaar. Ze moeten bovendien hun kostje bijeen zien te sprokkelen. Voor het ontbijt kunnen ze dan wel terecht in de opvangtehuizen, maar voor de rest van de dag zijn ze aangewezen op het eten dat ze van toevallige voorbijgangers op straat krijgen: overschotjes dus, maar nooit een echte, vitaminerijke maaltijd.
Op vaste tijdstippen, waaronder voor het gebed en het reciteren van de koran dienen ze naar de daara’s terug te keren. Wie niet op tijd is of op het einde van de dag onvoldoende geld of eten bij elkaar heeft gebedeld, krijgt het letterlijk en figuurlijk aan de stok met de maraboet. De kinderen leven hierdoor constant in angst en hebben, door hun uitzichtloze situatie, geen toekomstperspectief. Zij die weglopen van de daara’s of niet terugkeren omdat ze onvoldoende geld hebben verzameld, slapen op straat. Ze durven niet naar huis, aangezien ze bang zijn dat hun ouders hen terugsturen. In de daara’s wacht hen namelijk een zeer pijnlijke lijfstraf die ervoor moet zorgen dat het weglopen een eenmalige gebeurtenis blijft.
Heel deze problematiek is bijzonder ingewikkeld en is nauw verbonden zowel met de islamitische religie als met de Senegalese cultuur.
Meisjes kunnen dus nooit talibé's zijn. Het traditionele rollenpatroon houdt nog sterk stand in Senegal. Meisjes/vrouwen horen daarom thuis te zijn en van hun moeder te leren hoe ze het huishouden moeten doen voor wanneer ze in de toekomst intrekken bij hun schoonouders.
De oorsprong van de talibé's en daara’s vindt men terug in de koloniale geschiedenis van Senegal. Toen de Fransen hun weg zochten in Senegal en de missionarissen hun zinnen hadden gezet op het bekeren van de bevolking tot het christendom, wilden de Senegalezen niets liever dan zich hiertegen verzetten. Om hun islamitische geloof en bijhorende gebruiken zo goed mogelijk te beschermen, stuurden ze hun kinderen -zonen!- naar rurale gebieden om door een maraboet de islamitische leer aangeleerd te krijgen en deze in stand te houden.
In de oorspronkelijke rurale daara’s dienden de kinderen mee op het veld te werken in ruil voor koranlessen en voor kost & inwoon. Ze leerden zo cruciale waarden zoals geduld, nederigheid, vrijgevigheid en delen met anderen. De economische crisis zorgde ervoor dat de oorspronkelijk rurale daara naar een stadsomgeving verschoof. De extreme droogte waarmee Senegal geconfronteerd wordt zorgde er immers voor dat landbouw niet meer voldoende geld en voedsel opleverde.
Vele ouders die hun kind naar een daara sturen zijn zelf talibé geweest en baseren zich op hun ervaring op het plattenland. Talibé zijn is een wijze van religie beleven die men wenst voor het eigen kind en het wordt dus van generatie op generatie doorgegeven. De daara’s en talibé's in de context van een stad zijn echter helemaal anders. Terwijl kinderen in de daara’s op het platteland op het veld werkten, worden ze in de stad verplicht om op straat te bedelen.
Heel wat Senegalese gezinnen leven in extreme armoede. De islamitische religie schrijft voor dat de man met meerder vrouwen mag huwen. Zo mag een man die polygaam is met maar liefst 4 vrouwen huwen, indien hij er de fysieke en financiële mogelijkheid toe heeft. Vooral dit laatste wordt niet altijd gerespecteerd.
Gehuwd zijn met meerdere vrouwen leidt er ook toe dat Senegalese gezinnen groot zijn. Kinderen worden in de Senegalese cultuur bovendien als een investering gezien, die zijn vruchten zal afwerpen wanneer de ouders met pensioen gaan. Een gezin kan zodus al snel uit meer dan 20 gezinsleden bestaan. Een kind wegsturen om als talibé onder de hoede van een maraboet te leven en te studeren vormt dan ook een mooie uitweg.
Maar omdat talibé's geen regulier onderwijs genieten, levert dit op latere leeftijd altijd problemen op bij de zoektocht naar werk. En het is sowieso niet gemakkelijk om werk te vinden in Senegal. Een bewijs hiervan is de hoge emigratiegraad. Vele jongeren ontvluchten het plattenland om naar de stad of naar Europa te trekken. Met de beperkte capaciteiten die de talibé's hebben, wandelen ze al snel in de voetsporen van hun leraar. De koran reciteren is nu eenmaal iets dat ze met de paplepel is meegegeven.
Een marabout “verdient” maandelijks ongeveer 1300 euro, veel geld als je weet dat het wettelijke minimumloon in Senegal rond de 60€ ligt. Elke maraboet “ontfermt” zich nl. over zo’n 100 kinderen. Ongeveer een kwart van deze kinderen is vijf jaar en zij brengen dagelijks ieder 0,37€ binnen, de overige 75% is ouder en zorgt individueel voor een dagelijks bedrag van 0,75€. Per dag ontvangt de maraboet in totaal zo’n 65,5 euro. De talibé's zijn verplicht om vijf dagen per week te bedelen.
De onkosten die de maraboet maakt zijn daarentegen nihil. De maraboet investeert namelijk niet in de daara en voorziet ook geen water of elektriciteit. De daara’s zijn werkelijk smerig, slecht beschut tegen regen en muggen en onvoldoende uitgerust om er honderden kinderen te laten slapen. Als ze dan een of andere infectie of huidziekte oplopen, blijven die doorgaans onbehandeld.
Bij Atax hebben ze een nieuw project op poten gezet, namelijk “Un talibé, un métier”. De talibé's krijgen hierdoor de kans om aan te geven welk beroep ze graag zouden willen uitoefenen. Op donderdag en vrijdag, de dagen dat ze niet moeten bedelen, kunnen ze op die manier een echte stiel leren. Atax kiest hier voor een persoonlijke aanpak, praat met de jongeren over hun toekomst en noemt hen bij hun naam in plaats van dat ze steeds talibé genoemd worden zoals op straat. De kinderen leren begrijpen dat ze moeten werken voor hun geld.

Dak'Art
De Biënnale van Dakar werd in 1989 opgericht als een biënnale die literatuur en kunst afwisselde. De eerste editie in 1990 was gericht op literatuur en die van 1992 op beeldende kunst. In 1993 werd de structuur van het evenement aangepast en Dak'Art 1996 werd een tentoonstelling die specifiek gewijd was aan hedendaagse Afrikaanse kunst.
In 1998 werd de structuur geconsolideerd maar in 2000 vond er een aanzienlijke verandering plaats: Abdoulaye Wade werd enkele maanden voor de opening van het evenement verkozen tot president van Senegal. Hij bevestigde de steun van de Senegalese regering voor het evenement.
Dak'Art 2002 kenmerkte zich door nieuw personeel en nieuwe partners.
Dak'Art 2024 trok meer internationale bezoekers en kreeg bredere persaandacht. Tijdens de opening kondigde de president zijn voornemen aan om een nieuwe editie van het Wereldfestival van Zwarte Kunsten te organiseren.
Voor de editie van 2006 werd voor het eerst een artistiek directeur aangesteld en het evenement werd georganiseerd met de deelname van vele kunstenaars en een consistenter budget. In 2008 vertraagde de biennale. Het evenement vond plaats met een kleiner budget en werd op het laatste moment georganiseerd.
In 2010 steunde de Europese Commissie, een belangrijke financiële partner, het evenement niet. In december werd de derde editie van het Wereldfestival van Zwarte Kunsten in Dakar georganiseerd. De editie van 2014 werd samengesteld door Abdelkader Damani , Elise Atangana en Ugochukwu-Smooth Nzewi. De edities van 2016 en 2018 werden beide samengesteld door Simon Njami.
Dak'Art is het langstlopende grootschalige kunstevenement van het Afrikaanse continent. Vanaf 2000 moest een kunstenaar die in aanmerking kwam voor de Exposition Internationale de Afrikaanse nationaliteit bezitten, hetzij geboren in een van de landen van het continent, hetzij genaturaliseerd. In 2014 werd het festival voor het eerst opengesteld voor niet-Afrikaanse staatsburgers, met de tentoonstelling 'Cultural Diversity' in het IFAN Theodore Monod Museum, waaraan ook uitgenodigde internationale kunstenaars deelnamen.