vlag Tunesië T U N E S I E Wikipedia Landenweb
Opp.: 163.610 km² (5 x België)    Inw.: 11,72 miljoen (2020)   (72 inw./km²)    Regeringsvorm: republiek    Hoofdstad: Tunis    Religie: islam

locatie Tunesië Tunesië

Tunesië is een Arabisch land aan de Middellandse Zee met als buurlanden Algerije en Libië. Het behoort tot de Maghreblanden (Marokko, Mauritanië, Algerije, Libië en Tunesië).
Plaatselijke verschillen in het klimaat treden op door de invloed van de Middellandse Zee en door de ligging van het Atlasgebergte en van de zuidelijke Sahara. Noord-Tunesië heeft warme droge zomers en milde natte winters. Enkel de bergen in het noordwesten krijgen wel eens sneeuw. Naarmate je meer naar het zuiden gaat, wordt het uiteraard warmer en droger en verandert het landschap achtereenvolgens in steppe en woestijn.
Toeristisch gezien is Tunesië een prachtig en divers land met prachtige zandstranden, een woestijn, zoutmeren, bergen en wondermooie baaien om bij weg te dromen.

Politiek
De grondwet van Tunesië dateert uit 1959. Volgens die grondwet is het land een democratie met een republikeinse staatsvorm en de islam als staatsgodsdienst. Staatshoofd van de republiek Tunesië is de voor vijf jaar gekozen president (algemeen kiesrecht). Het kabinet van Tunesië wordt geleid door een minister-president. De hoogste wetgevende macht in Tunesië is de Nationale Vergadering (parlement), die door alle burgers van 20 jaar en ouder voor vijf jaar wordt gekozen.
De belangrijkste partij is de Rassemblement Constitutionel Démocratique (RCD). Hoewel het land een meerpartijenstelsel kent, is de RCD als regeringspartij erg machtig. De RCD kent een eigen vakbond, een vrouwen- en een jeugdbeweging en culturele verenigingen.
Eén van de andere partijen is het Front Islamique du Salut (FIS), een fundamentalistische islamitische beweging -in tegenstelling tot el-Nahda, die weliswaar streeft naar de invoering van de Sjaria, maar een levendige debatcultuur heeft (met name omtrent polygamie en echtscheidingsrecht) en scherp gekant is tegen het gebruik van geweld.
Tijdens de verkiezingen in 2004 werd president Zine al-Abidine Ben Ali herkozen met 94% van de stemmen. De uitslag werd sterk beïnvloed door de perscensuur, die de RCD had uitgeoefend. De oppositie was hierdoor bijna geheel afwezig in de landelijke media.

In Tunesië zitten duizenden mensen politiek gevangen. De meesten van hen zijn gewetensgevangenen en zitten enkel opgesloten omwille van hun opvattingen. In de gevangenissen komen marteling en mishandeling voor op grote schaal. Politieke processen voldoen vaak niet aan de internationale standaarden. Zo vormen bekentenissen die onder dwang werden afgelegd, in vele gevallen het enige bewijsmateriaal. De meeste politieke gevangenen zijn vermeende leden of sympathisanten van de verboden Islamitische groepering el-Nahda. Anderen werden opgesloten omdat ze oppositie voerden tegen de regering.
Zo is er het geval van Mahjouba Boukhris, een 35-jarige verpleegster en moeder van drie kinderen, die een gevangenisstraf uitzit van zeven jaar en drie maanden na het afleggen van een "bekentenis" die ze naar eigen zeggen onder dwang had ondertekend en die nooit had mogen worden toegelaten in een rechtszaal. In november 1996 werd ze veroordeeld voor het illegaal werven van fondsen voor families van gevangenen en voor het deelnemen aan activiteiten van een "terroristische" groepering.
Veroordeelden hebben in Tunesië geen recht op een volledig beroep. Het enige wat ze kunnen doen, is een verzoek indienen voor een herziening bij het Hof van Cassatie. Maar dit Hof kijkt niet naar de feiten van de rechtszaak en reageert alleen in geval van wetsmisbruik of procedurefouten. De advocaten van Mahjouba Boukhris dienden na de rechtszaak in 1997 een verzoek in bij het Hof van Cassatie, maar daar is nooit op geantwoord.
Overigens wordt politieke gevangenen vaak de toegang ontzegd tot hun advocaten en ze worden vaak in afwachting van hun rechtszaak voor lange tijd vastgehouden -in sommige gevallen langer dan de 14 maanden die maximaal zijn toegestaan onder de Tunesische wet.

Mensenrechten- en journalistenorganisaties beschuldigen de overheid ervan de persvrijheid te beperken. Dat is in tegenspraak met beloftes die de autoriteiten gedaan hebben om de vrije meningsuiting te bevorderen. De toegang tot het internet wordt vaak geblokkeerd en e-mails naar bepaalde adressen komen nooit toe. De leden van mensenrechtenorganisaties worden lastiggevallen en geïntimideerd.

Jasmijnrevolutie
Demonstraties begin dit jaar draaiden aanvankelijkheid om de hoge werkloosheid. Het waren de zwaarste onlusten sinds Ben Ali 23 jaar geleden aan de macht kwam. De protesten begonnen op 17 december met de zelfverbranding van de jonge werkloze Mohamed Bouazizi die wel een universitair diploma op zak had, maar doordat hij geen werk vond, was gestart met de verkoop van groente en fruit. Hij had hier echter geen vergunning voor en zo werd zijn koopwaar in beslag genomen. Hierbij zou een politie-officier hem ook een klap in zijn gezicht hebben gegeven. Bouazizi diende vervolgens een klacht in, maar vond geen gehoor. Ten einde raak overgoot de jongeman zichzelf met benzine en stak zichzelf in brand. Bouazizi wordt nu gezien als de nieuwe nationale held van Tunesië.
De demonstraties begonnen in Sidi Bou Said, Bouazizi's woonplaats. Hoewel de protesten in de door de staat gecontroleerde media weinig aandacht kregen, verspreidden ze zich over het hele land.
De bevolking eiste het ontslag van de president en dat kwam er uiteindelijk ook van op 14 januari. Eerst was Ben Ali van plan om naar Frankrijk te trekken maar daar was hij niet welkom en dus koos hij voor Saoedi-Arabië.
Ondertussen waren er overal plunderingen, berovingen en brandstichtingen. Vlak voor zijn vlucht benoemde Ben Ali nog vlug zijn premier en trouwe bondgenoot Mohamed Ghannouchi, maar daar stak het Constitutioneel Hof een stokje voor, omdat de aanstelling de deur op een kier hield voor een terugkeer van Ben Ali. Op verzoek van Ghannouchi en op basis van artikel 57 van de grondwet besloot de Grondwettelijke Raad om parlementsvoorzitter Mebazaa te benoemen tot president ad interim. De Raad ontnam alleszins Ben Ali de macht en bekrachtigde het politieke vacuüm aan het hoofd van de staat. De benoeming van Mebazaa moest de aanloop vormen naar nieuwe verkiezingen, 45 tot 60 later.
Bij zijn eedaflegging beloofde Mebazaa in een korte verklaring dat alle Tunesiërs, zonder onderscheid, bij de hervormingen zouden betrokken worden. In ieder geval is Ben Ali de eerste leider van een Arabisch land die door toedoen van het volk van de macht verdreven wordt.
In het hele land plunderden mensen eigendommen van hoge functionarissen uit het bewind van Ben Ali. Het leger en de politie probeerden de orde te handhaven. Ook patrouilleerden gewapende burgerwachten om criminaliteit te bestrijden.
Op 17 januari werd de nieuwe, tijdelijke regering van nationale eenheid gepresenteerd. Daarin waren ook drie leiders van de oppositiepartijen benoemd. De ministers van Binnenlandse Zaken, Buitenlandse Zaken en Defensie van de oude heersende partij van Ben Ali hielden echter hun post.
Oppositieleiders hadden uiteraard heel wat kritiek op de nieuwe regering. Een van hen, de als balling in Parijs wonende Marzouki, zei dat hij ging terugkeren en zich kandidaat stellen voor de presidentsverkiezingen.
In de hoofdstad Tunis waren ondertussen nog steeds zo'n duizend demonstranten op de been om te protesteren tegen de regeringsdeelname van de partij van de gevluchte Ben Ali. Alles samen werd de schade door de demonstraties geschat op ruim anderhalf miljard euro.

De Jasmijnrevolutie in Tunesië bleef nazinderen in de Arabische wereld. Er kwamen nog heel wat betogingen en opnieuw staken mensen zich in brand.
In Tunesië zelf vroegen de manifestanten om het aftreden van de overgangsregering. Vooral de figuur van Mohamed Ghannouchi, eerst nog eerste minister, wekte woede op. Ghannouchi kondigde weliswaar aan dat hij na de verkiezingen zou vertrekken, maar dat vonden de manifestanten niet genoeg: ze eisten zijn onmiddellijk ontslag.
Opmerkelijk was ook dat de ooit zo gevreesde Tunesische politie de kant van de demonstranten kiest.
Ondertussen was er ook onrust in Algerije, waar de jeugdwerkloosheid even hard toeslaat als in Tunesië, in Egypte, in Jemen en in Saoedi-Arabië, het land waar Ben Ali voorlopig een veilig onderkomen had gevonden.

Jabeur Mejri en Ghazi Beji werden veroordeeld omdat hun cartoons de islam zouden beledigd hebben.
Jabeur Mejri en Ghazi Beji werden in maart 2012 veroordeeld tot zeven en een half jaar cel en een boete van 1200 Tunesische Dinars (± 585 euro) wegens o.a. het plaatsen van cartoons van de profeet Mohammed op internet. Volgens de autoriteiten waren deze beledigend voor de islam.
Jabeur Mejri zit op het moment vast in de Mahdiagevangenis. Ghazi Beji is uit Tunesië gevlucht omdat hij vreesde voor zijn veiligheid. Hij werd veroordeeld bij verstek en heeft asiel aangevraagd in Frankrijk. De advocaten van de mannen zijn in beroep gegaan tegen het besluit van het gerechtshof, maar de straf bleef onveranderd.
Amnesty International beschouwt Jabeur Mejri als gewetensgevangene die gebruik maakte van het recht op vrije meningsuiting en daarvoor opgesloten werd. Wetten die godslastering strafbaar stellen, schenden het recht op vrije meningsuiting. Kritische berichten over religies zijn toegestaan in internationale mensenrechtenwetgeving zolang ze niet oproepen tot geweld.
Momenteel streeft Jabeur’s familie naar zijn vrijlating, wat enkel nog kan via een pardon van president Moncef Marzouki. Amnesty International staat voor het recht op vrijheid van meningsuiting, iets waar ook Jabeur recht op heeft.

Stel je voor: je hebt net een verkrachting overleefd. En dan word je geconfronteerd met een falende wetgeving, elke keer opnieuw.
In Tunesië ben je als slachtoffer van seksueel geweld vaak de schuldige. Je kan nergens terecht voor bescherming of ondersteuning. Je staat in de kou. De schendingen zijn hallucinant. Tienermeisjes worden gedwongen om te trouwen met hun verkrachter, verkrachting binnen het huwelijk bestaat volgens de wet niet, holebi’s worden aangevallen omwille van hun geaardheid en lijken eerder crimineel dan slachtoffer te zijn.
Gerechtigheid lijkt niet te bestaan voor deze slachtoffers. Volgens de overheid moeten ze er 'maar mee leren omgaan'. Hoog tijd dat de Tunesische autoriteiten seksueel en gendergerelateerd geweld bovenaan de agenda plaatsen.

December 2018: nieuwe rellen!
In Tunesië zijn protesten ontstaan nadat een jonge journalist zichzelf op 24 december in brand stak. Abderrazak Zorgui, verslaggever bij een lokaal tv-station in de stad Kasserine, zag de actie als een vorm van protest tegen de economische problemen in zijn land.
“Jullie laten de werkenden aan hun lot over en helpen degenen die de zaken beheren,” zei de 34-jarige journalist in een video waarin hij ook aangeeft zelf door de economische malaise geen werk te kunnen vinden.
Zorgui zou moedeloos zijn geworden van de situatie die ontstaan is na de Arabische Lente in 2011. Ondanks hervormingen verbeterde er nauwelijks iets aan de hoge armoede en werkloosheid in Tunesië.
De journalist overleed in het ziekenhuis aan zijn verwondingen. Met zijn actie riep Zorgui ook op tot protest. Die oproep leidde meteen tot onrust. Aan het begin van de week gingen betogers de straat op om te demonstreren. Ze gooiden daarbij met stenen naar de politie. Meer geweld volgde daarop...

Juli 2021: President Tunesië schorst parlement en ontslaat regeringsleider
President Kais Saied heeft de werkzaamheden van het parlement voor dertig dagen opgeschort en premier Hichem Mechichi van zijn functie ontheven. De ingreep volgde na de protesten van duizenden Tunesiërs in Tunis en andere steden tegen de regering. De demonstranten eisten de ontbinding van het parlement en het aftreden van de regering. Tunesië worstelt met de economische gevolgen van de coronapandemie.
"Het is volgens de grondwet niet toegestaan om het parlement te ontbinden, maar wel om de werkzaamheden op te schorten,” zei Saied na afloop van een spoedvergadering. De president citeerde een passage uit de grondwet die stelt dat dit wel mag in geval van “dreigend gevaar”. Hij kondigde aan de uitvoerende macht over te nemen met de hulp van een regering die aangevoerd zou worden door een nieuwe, door hem aan te stellen leider.
Bij de protesten klonken slogans tegen de regerende Ennahda-partij van parlementsvoorzitter Rached Ghannouchi. Die beschuldigde de president er meteen van een staatsgreep te plegen en riep het volk in een video op om de straat op te gaan om de vermoedelijke staatsgreep te beëindigen. Het werd zo erg dat aanhangers van Ghannouchi en van Saied elkaar bekogelden met stenen en flessen. Trouwens, sinds zijn aantreden in 2019 is president Saied verwikkeld in een strijd met de premier en de parlementsvoorzitter. Dat ging ten koste van de bestuurbaarheid van het land.
De grootste partij in het Tunesische parlement stelde voor om vervroegde verkiezingen te houden. Ondertussen werden ook de ministers van Justitie en Defensie de laan uitgestuurd. Inderdaad trekt de president steeds meer macht naar zich toe.

Vele Tunesiërs zijn al langer verbolgen over de wijze waarop de regering de coronacrisis heeft aangepakt. Het land kent één van de hoogste mortaliteitscijfers ter wereld en kampt nog steeds met hoge werkloosheidscijfers. De openbare infrastructuur gaat teloor. Ennahdha toont begrip voor de eisen van de bevolking en steunt de protesten tegen de regering, maar de conservatieve partij vraagt Saied ook om het parlement te heropenen en een nationale dialoog te lanceren.
Ondanks zetelverlies bleef Ennahdha na de laatste parlementsverkiezingen in 2019 de grootste partij in het parlement, met 19,6 procent van de stemmen. Partijleider Rached Ghannouchi is ook parlementsvoorzitter.

Op zondag 8 augustus werd een intensieve vaccinatiecampagne tegen het coronavirus gevoerd. Op één dag tijd kregen exact 551.008 mensen van veertig jaar en ouder een vaccin, zo meldt het Ministerie van Volksgezondheid. De vaccinatiemarathon kwam er op initiatief van president Kais Saied, die alle veertigplussers in het land opgeroepen had om voor een coronaprik af te zakken naar een van de 335 vaccinatiecentra.
Tunesië ontving de voorbije twee weken meer dan zes miljoen vaccindoses van Arabische en westerse landen. De komende dagen worden nog twee miljoen en vervolgens nog eens vier miljoen vaccins verwacht. Tunesië hoopt met die voorraad 50 procent van de bevolking te kunnen vaccineren tegen midden oktober.
Het Noord-Afrikaanse land wordt zwaar getroffen door de deltavariant van het virus. Bovendien is de vaccinatiecampagne er erg laat op gang gekomen. Het aantal coronadoden is er sinds maart meer dan verdubbeld, tot boven de 20.000.
Bij de bevolking heerst nog steeds grote onvrede over de manier waarop de coronacrisis werd aangepakt.

Laat Noureddine Bhiri en Fathi Beldi vrij!
Op 31 december 2021 arresteerden mannen in burgerkledij de voormalig minister van Justitie Noureddine Bhiri en een voormalig ambtenaar op het ministerie van Binnenlandse Zaken Fathi Beldi en namen hen mee naar niet nader genoemde locaties.
Minister Noureddine Bhiri is ook de vice-voorzitter van Ennahda, die de grootste partij was in het parlement, totdat die partij door President Kais Saied in juli 2021 werd opgeheven. Hij is de meest vooraanstaande figuur die sinds die opheffing werd aangehouden.
Geen van beide mannen werd officieel in beschuldiging gesteld. Ze kregen geen toegang tot hun advocaten en konden hun aanhouding niet aanvechten voor een rechterlijke instantie.

Advocaat vervolgd door militaire rechtbank!
Op 2 maart werd de vooraanstaande advocaat Abderrazak Kilani, voormalig voorzitter van de Tunesische Vereniging van Balies, opgesloten door een militaire rechtbank.
De vervolging was het gevolg van een ruzie op 2 januari tussen hem en politieagenten die hem de toegang ontzegden tot een ziekenhuis waar hij zijn arbitrair aangehouden cliënt, de voormalige minister van Justitie Noureddine Bhiri, wilde bezoeken.
Abderrazak Kilani wordt ervan beschuldigd de openbare orde te hebben verstoord, staatsambtenaren te hebben beledigd en hun werk te hebben verhinderd.
UPDATE 05/04/2022: Abderazzak Kilani kwam eerder deze week vrij! Amnesty verwelkomt dit nieuws, maar blijft zich verzetten tegen de valse aanklachten die Abderazzak nog steeds boven het hoofd hangen. Zijn advocaat liet weten dat het onderzoek verderloopt en de volgende hoorzitting plaats zal vinden op 12 mei. Als hij schuldig bevonden wordt, riskeert hij 7 jaar cel.

Referendum!
In Tunesië konden de inwoners op maandag 25 juli 2022 in een referendum stemmen over een nieuwe grondwet. Die zou, net zoals in de tijd van de dictatuur, opnieuw zo goed als alle macht verschuiven van het parlement naar de president. De facto zou een goedkeuring de machtsgreep van president Kais Saied een jaar geleden wettig maken.
De grondwet is opgesteld door een klein select clubje van academici, maar lijkt op het lijf geschreven van president Kais Saied. Die is in 2019 democratisch verkozen, maar stuurde vorig jaar de premier en het parlement naar huis en regeert sindsdien op eigen houtje.
De nieuwe grondwet zou die "machtsgreep" van de president wettelijk maken. Het belangrijkste is dat de macht verschuift van het parlement naar de president. Concreet zou die de regering kunnen benoemen en het parlement zou die pas met een tweederdemeerderheid kunnen ten val brengen. De president zou ook wetsvoorstellen kunnen opstellen, ministers en hoge rechters benoemen en het parlement kunnen ontbinden. De president zou ook twee ambtstermijnen van vijf jaar krijgen, maar dat zou langer kunnen worden "als het land in gevaar is".
De opkomst was bijzonder laag en Said vierde zijn overwinning al direct met zijn aanhangers na een exit-poll die weinig aan de verbeelding overlaat. Volgens tegenstanders gaat het hier om een machtsgreep, die het begin van een nieuwe dictatuur kan inluiden.

Achtergelaten in de woestijn (juli 2023)
Het tragische beeld van een moeder en haar kind, dood aangetroffen in de woestijn, gaat de wereld rond. Matyla Dosso (30), haar man Mbenge Crepin (29) en hun dochter Marie (6) hoopten op een beter leven in Tunesië, maar werden zonder eten en drinken achtergelaten in de woestijn om te sterven.
De vader kon nog gered worden door andere migranten, maar moeder en dochter kwamen om van honger en dorst.
Tot vijfmaal toe probeerde het gezin naar Italië te trekken, maar dat lukte niet. Ze hoopten dan om in Tunesië een beter leven te vinden, maar ze werden tegengehouden door de Tunesische autoriteiten.
Het gezin is lang niet het enige slachtoffer van het Tunesische grensbeleid. Elke dag worden uitgeputte of overleden groepjes Afrikanen aangetroffen in de woestijn. Nochtans tekende de Europese Unie eerder deze maand nog een akkoord met president Kais Saied. In ruil voor 1 miljard euro moet het land migranten tegenhouden. Ook tijdens de onderhandelingen over die deal arresteerden de Tunesische autoriteiten meer dan duizend zwarte migranten en brachten hen naar de woestijn.
"De beelden van migranten die worden achtergelaten in de woestijn zijn verschrikkelijk. Het is onaanvaardbaar dat zoiets gebeurt en de EU moet dat duidelijk maken aan Tunesië," reageert staatssecretaris voor Asiel en Migratie Nicole de Moor. Toch blijft ze achter de deal met Tunesië staan. "We kunnen het ons niet permitteren om de landen los te laten waar mensen in bootjes stappen en mensensmokkelaars grof geld." De Moor heeft alleszins Europees Commissaris voor Binnenlandse Zaken Ylva Johansson een brief gestuurd waarin ze vraagt om het respect voor de mensenrechten nauw in de gaten te houden bij de uitvoering van de EU-Tunesiëdeal.

Abir Moussi
Presidentskandidaat Abir Moussi (48) is advocaat, voorzitster van de ‘Vrije Destourpartij’ en een vooraanstaande figuur in de oppositie tegen President Kais Saied. Ze was lid van het parlement van 2019 tot 2021.
Op 3 oktober 2023, enkele dagen nadat ze had aangekondigd zich kandidaat te willen stellen, werd ze door leden van de veiligheidsdiensten aangehouden. Ze had geprobeerd beroep aan te tekenen tegen bepaalde presidentiële decreten over de komende plaatselijke verkiezingen wegens een gebrek aan transparantie van de verkiezingsprocedure. Veiligheidsagenten pakten haar op en brachten haar naar een onbekende locatie. Op 5 oktober werd ze door een onderzoeksrechter ondervraagd met betrekking tot een aantal aan veiligheid gerelateerde aantijgingen. De rechter besliste dat ze in voorlopige hechtenis zou blijven.
De aanklachten zijn uitsluitend gebaseerd op de vreedzame uitoefening van haar recht op vrije meningsuiting en vreedzame samenkomst.
Amnesty wil dat de Tunesische autoriteiten Abir Moussi onmiddellijk vrijlaten en de aanklachten tegen haar intrekken.
In juni 2025 werd ze veroordeeld tot twee jaar gevangenis.
Haar advocaten zeggen dat haar gezondheid sinds haar aanhouding achteruitgaat en het zou nog erger kunnen worden gezien ze sinds 28 november in hongerstaking is.
Volgens de tenlastelegging zou ze ijveren om “de regeringswijze te veranderen”, “geweld op het Tunesische grondgebied te bevorderen” en “aanvallen te lanceren om onrust te bevorderen”. Verder zou ze “persoonlijke gegevens verwerken zonder toestemming van de betrokken personen” en “het recht om te werken in het gedrang brengen”.
Op 12 december werd Moussi dan veroordeeld tot twaalf jaar celstraf. Overigens is ze een van de vele prominente politici die de afgelopen jaren achter de tralies zijn verdwenen vanwege hun kritiek op de Tunesische president.
Reeds in november werd een ander belangrijk lid van de oppositie, Ahmed Najib Chebbi, veroordeeld tot 12 jaar cel vanwege samenzwering tegen de staat. Chebbi is zo'n 40 jaar actief in de Tunesische oppositie en speelde een belangrijke rol in de Arabische Lente van 2010.

Mustapha Djemali en Abderrazek Krimi
Begin mei 2024 arresteerden de Tunesische autoriteiten mensenrechtenverdedigers Mustapha Djemali en Abderrazek Krimi. Beiden zijn actief in de Conseil Tunisien pour les Réfugiés (CTR), een bekende lokale organisatie die samenwerkt met het UNHCR (Hoog Commissariaat voor vluchtelingen van de VN) en de rechten van vluchtelingen verdedigt. Hun arrestatie maakt deel uit van een bredere aanval op organisaties die vluchtelingen en migranten steunen. Mustapha en Abderrazek werden uitsluitend ondervraagd over hun legitieme activiteiten als mensenrechtenverdedigers.
De Tunesische autoriteiten moeten Mustapha Djemali en Abderrazek Krimi onmiddellijk vrijlaten, alle aanklachten laten vallen en de garantie geven dat mensenrechtenverdedigers kunnen werken in een veilige en gunstige omgeving zonder angst voor vervolging.
Begin mei 2024 lanceerde de Tunesische regering beperkende maatregelen tegen vluchtelingen, migranten en de organisaties die hun rechten verdedigen. President Kaïs Saïed beschuldigde de organisaties ervan de definitieve vestiging van migranten te bevorderen en hij bestempelde hen als “verraders”. De openbare aanklager van Tunis kondigde vervolgens een onderzoek aan naar verenigingen die hun mandaat misbruiken om financiële steun te verlenen aan irreguliere migranten. Sindsdien hebben de autoriteiten de leiding en de werknemers van minstens 15 ngo’s en voormalige ambtenaren waarmee ze samenwerkten gedagvaard, gearresteerd of onderzocht.
De 80-jarige Mustapha Djemali lijdt aan de ziekte van Horton (zeer ernstige hoofdpijn) en heeft dus medicatie nodig om gezondheidscomplicaties te voorkomen. Sinds september 2024 hebben de gevangenisautoriteiten hem ondanks veelvuldige verzoeken geen medicijnen bezorgd. Ook aan Abderrazek Krimi hebben de gevangenisautoriteiten noodzakelijke medische verzorging ontzegd.

Ahmed Souab
De Tunesische advocaat en voormalige rechter Ahmed Souab (68) staat bekend om zijn felle kritiek op de aantasting van de rechtsstaat en de machtsuitoefening van president Saied sinds diens machtsgreep op 25 juli 2021.
Sinds 21 april 2025 wordt hij onrechtmatig vastgehouden omdat hij de slachtoffers van mensenrechtenschendingen verdedigde en zijn wettelijk recht op vrije meningsuiting uitoefende. Hij wordt vervolgd op basis van ongegronde beschuldigingen van terrorisme.
De Tunesische autoriteiten moeten hem onmiddellijk vrijlaten en alle aanklachten tegen hem laten vallen.
Ahmed Souab is een vooraanstaand Tunesische advocaat en mensenrechtenverdediger die bekend staat voor zijn uitgesproken kritiek op de schendingen van eerlijke rechtsprocedures, de inmenging van de uitvoerende macht bij de rechtsgang en de excessen van die uitvoerende macht. Vroeger was hij rechter in het Administratief Hof en liet hij zich zeer kritisch uit over de afbraak van de rechtsstaat na de machtsgreep van President Saied.
Amnesty International heeft een patroon vastgesteld van misbruik van de antiterreurwetgeving om vreedzame dissidenten te vervolgen. Er is ook een verontrustende tendens om advocaten te viseren die leden van de politieke oppositiegroepen, activisten en mensenrechtenverdedigers in Tunesië verdedigen.
De laatste jaren hebben de Tunesische autoriteiten verschillende advocaten vervolgd en lastiggevallen, alleen maar omdat zij mensen die vastzitten omwille van hun politieke overtuiging verdedigden of in het openbaar de gerechtelijke en uitvoerende instanties bekritiseerden.

Ayachi Hammami
Ayachi Hammami, mensen­rechtenadvocaat, verdedigt al decennialang slachtoffers van onrecht. Ook komt hij op voor mensenrechten en de onafhankelijkheid van de rechtspraak.
Sinds president Kais Saied in 2021 de macht greep, uitte Ayachi openlijk kritiek op de groeiende onderdrukking en het machtsmisbruik in Tunesië. Hij hielp advocaten, rechters, journalisten en oppositieleden die een doelwit werden door hun vreedzame kritiek. Hij verdedigde ook oppositieleden in een groot proces over ‘samenzwering tegen de staat’. Door zijn werk werd hij in dezelfde zaak beschuldigd van aan ‘terreur’-gerelateerde feiten.
In april 2025 werd Ayachi veroordeeld tot acht jaar cel, na een schijnproces van enkele minuten. In beroep werd zijn straf teruggebracht tot vijf jaar. Uit protest tegen zijn willekeurige detentie ging hij 45 dagen in hongerstaking.
Ayachi’s gevangenschap toont hoe de Tunesische autoriteiten het strafrecht steeds vaker misbruiken om critici te straffen, advocaten te intimideren en iedereen die misbruik van macht aankaart tot zwijgen te brengen.
Maar ook al zit hij enkel vast om zijn vreedzame werk voor mensen­rechten, hij blijft anderen inspireren door zijn moed en integriteit, ook vanuit de gevangenis.

Onze schrijfactie voor oktober: laat mensenrechtenverdediger Saadia Mosbah vrij!
Op 19 maart 2026 veroordeelde een rechtbank in Tunis mensenrechtenverdediger Saadia Mosbah, voorzitter van de antiracisme-organisatie Mnemty ("Mijn droom"), tot een gevangenisstraf van acht jaar.
Ook vijf andere medewerkers en partners van Mnemty werden veroordeeld tot celstraffen. Op 23 juni werd de straf voor Saadia bevestigd door een rechtbank in eerste aanleg. Saadia en haar collega's worden vervolgd voor zogenaamde financiële misdrijven, maar daar werd geen bewijs voor voorgelegd. De Tunesische autoriteiten treden hardhandig op tegen hun legitiem mensenwerk en dat van andere actoren uit het middenveld en hanteren een racistisch discours. Saadia meldde racistisch misbruik tijdens haar detentie, inclusief een fysieke aanval.
De autoriteiten moeten hun veroordelingen vernietigen en Saadia Mosbah en de anderen vrijlaten.
Op sociale media, met name op regeringsgezinde accounts, vond een xenofobe en racistische lastercampagne plaats. Die richtte zich vooral op de antiracisme-organisatie Mnemty en haar oprichtster Saadia Mosbah. Tegelijkertijd beschuldigde de Tunesische president Kais Saied organisaties die zich bezighouden met migratie ervan "verraders" en "agenten van het buitenland" te zijn. De president heeft het maatschappelijk middenveld er herhaaldelijk van beschuldigd corruptie te financieren en samen te spannen met buitenlandse partijen om Tunesië in een kwaad daglicht te stellen.
Uit analyse van de dossierstukken, inclusief het door de rechtbank bevolen rapport van financiële experten, blijkt dat de zogenaamde financiële misdrijven van "onrechtmatige verrijking" en witwassen van geld ongegrond zijn. Het onderzoek heeft geen bewijs opgeleverd van een origineel misdrijf dat met witgewassen geld zou zijn toegedekt, noch bewijs van enige "verrijking" zoals gedefinieerd in de Tunesische wetgeving.


Stuur een brief naar:
Président de la République, Kaïs Saïed

email: contact@carthage.tn

Ook naar de ambassade van Tunesië kun je een brief schrijven:
Ambassadeur Sahbi Khalfallah
Tervurenlaan 278
1150 Sint-Pieters-Woluwe

email: at.belgique@diplomatie.gov.tn


(Boom, le … octobre 2026)

Monsieur le Président,

Depuis le mois de mai 2024 Saadia Mosbah, militante antiraciste, est détenue arbitrairement et cela uniquement en raison de son travail en faveur des droits humains et contre le racisme et les discriminations.

Sans aucun fondement Saadia Mosbah et huit membres de Mnemty ont été accusés de blanchiment d’argent et d’enrichissement illicite. En réalité l’enquête n’a révélé aucune source illégale de financement.

En prison Saadia Mosbah souffre d’hypertension, de goutte et d’autres problèmes de santé et de mobilité. Une surveillante pénitentiaire l’a soumise à des insultes et des moqueries racistes à plusieurs reprises, a bloqué l’un de ses rendez-vous médicaux et l’a agressée physiquement en février 2026.

Pour cette raison, Monsieur le Président, j'aimerais vous demander de mettre Saadia Mosbah immédiatement en liberté et d'annuler les peines prononcées contre elle et ses collègues, vu qu'elles découlent uniquement de leur travail en faveur des droits humains. Entretemps les autorités ne lui ont toujours pas fourni les médicaments et les soins dont elle a besoin. Pour conclure, une enquête indépendante, impartiale, transparente et efficace devrait être menée dans cette affaire afin de pouvoir vérifier et sanctionner toutes les allégations de mauvais traitement et même de torture.

Veuillez agréer, Monsieur le Président, l’expression de ma très haute considération.

Yours sincerely,

(Naam, adres en handtekening)



Mijnheer de President,

Saadia Mosbah, een militante tegen racisme, zit al sinds mei 2024 zonder geldige reden in de gevangenis, enkel en alleen omwille van haar werk voor de mensenrechten en tegen racisme en discriminatie.

Zonder dat daar enige aanleiding voor was, werden Saadia Mosbah en acht leden van Mnemty beschuldigd geld te hebben witgewast en zich onwettelijk verrijkt te hebben. In werkelijkheid heeft een onderzoek geen enkele onwettelijke bron van financiering gevonden.

In de gevangenis ondervindt Saadia Mosbah last van haar hoge bloeddruk en van jicht en heeft ze daarnaast nog andere problemen met haar gezondheid en mobiliteit. Een bewaakster van de instelling heeft haar herhaaldelijk op racistische wijze beledigd en bespot, een van haar doktersvisites geblokkeerd en haar zelfs fysiek aangevallen in februari 2026.

Daarom, Mijnheer de President, had ik u graag verzocht Saadia Mosbah onmiddellijk in vrijheid te stellen en de straffen die tegen haar en haar collega's werden uitgesproken, kwijt te schelden, aangezien die er enkel gekomen zijn omwille van hun werk voor de mensenrechten. Ondertussen hebben de autoriteiten haar nog altijd niet de nodige medicatie en verzorging gegeven. Om af te ronden: er zou een onafhankelijk, onpartijdig, transparant en afdoend onderzoek moeten gevoerd worden in deze zaak om na te gaan hoe het zit met de aantijgingen van mishandeling en zelfs foltering is en die dan te bestraffen.

Hoogachtend,