|
B U R K I N A F A S O |
|
Burkina Faso (= "land van de eerlijke mensen") is een republiek in West-Afrika. Het land grenst aan Benin, Ivoorkust, Ghana, Mali, Niger en Togo.
Burkina Faso is volledig door land omsloten en heeft bijgevolg geen zeehavens.
Er is veel natuurschoon te bewonderen, vooral in het zuiden, zoals de watervallen van Banfora, de pieken van Sindou, en het meer van Tengrela. De hoogste berg is Tena Kourou (749 meter).
Het Burkinees klimaat is van het Sahelisch type in het Noorden en tropisch in het Zuiden. Er is een droog en koud seizoen van november tot februari (gemiddelde temperatuur van 25°C) en een heet seizoen van maart tot mei (gemiddelde temperatuur tussen 40 en 45°C). Het regenseizoen loopt van juni tot oktober (gemiddelde temperatuur van 28°C). De wintermaanden zijn de aangenaamste en daarom vormen ze ook het toeristische seizoen.
Burkina Faso maakt geen deel uit van aardbevingszones.
Politiek
Na de komst van de Fransen in 1896 werd het land een Franse kolonie en op 5 augustus 1960 verkreeg het toenmalige Opper-Volta zijn onafhankelijkheid.
Op 4 augustus 1984, precies een jaar nadat de marxist-leninist Thomas Sankara door een staatsgreep aan de macht kwam, werd de naam van het land veranderd in "Burkina Faso". De inwoners worden Burkinabe (eerlijke mensen) genoemd.
De geschiedenis van het land is zeer vreedzaam te noemen in vergelijking met andere landen. De verscheidene staatsgrepen zijn zonder bloedvergieten verlopen en het land heeft, behalve met Frankrijk tijdens de kolonisatie, in moderne tijden geen oorlog gekend. Het land is ondanks de armoede redelijk zelfvoorzienend en hongersnood is er vrijwel onbekend. Tijdens de burgeroorlog in Ivoorkust dreigde wel hongersnood in het zuiden van Burkina Faso door de toestroom van Ivoriaanse vluchtelingen maar door internationale hulp werd die bezworen.
Het noorden van Ivoorkust behoorde vroeger ook toe aan Burkina Faso, wat af en toe leidt tot wrijvingen. Tijdens de laatste Ivoriaanse burgeroorlog werd Burkina Faso er door de Ivoriaanse regering van beticht de noordelijke rebellen te steunen, hoewel hiervoor nooit formeel bewijs is geweest.
Parlementsverkiezingen en presidentsverkiezingen worden gescheiden georganiseerd. Tijdens de laatste parlementsverkiezingen van 2007 kwamen er 50 partijen op over het ganse land. Er was een opkomst van 56% van de kiesgerechtigden en de verkiezing werd door ruim 4000 nationale en internationale waarnemers opgevolgd.
Sankara werd vermoord in 1987 bij een staatsgreep en opgevolgd door Blaise Compaoré en hij werd in 2010 voor de vierde keer tot president verkozen.
Nog in 1987 richtte hij een Volksfront op waarin diverse linkse en gematigde partijen zitting namen. Hij werd zelf voorzitter van het Volksfront en zijn Organisation pour la Democratie/Mouvement du Travail (OD/MT) bezette er de belangrijkste plaats.
Twee jaar na de staatsgreep liet Compaoré de majoors Henri Zongo en Jean-Baptiste Boukary-Lingani terechtstellen omdat zij op hun beurt hadden geprobeerd een staatsgreep te plegen.
In 1991 werd in Burkina Faso een referendum gehouden over de invoer van een meerpartijenstelsel. Het grootste deel van de bevolking bleek voorstander. Naast de in het Volksfront georganiseerde partijen werden er ook oppositiepartijen toegestaan. De OD/MT werd opgeheven en vervangen door het Congres voor Democratie en Vooruitgang. In 1991 zegde president Blaise Compaoré tevens het marxisme min of meer vaarwel en voerde de markteconomie in. Het marxisme werd echter pas in 1997 officieel als politieke leer van Burkina Faso afgeschaft.
Hoewel het land sedert 1991 een democratie is, regeerde Compaoré met harde hand en voor al te veel oppositie was er geen plaats, evenmin voor een vrije pers. In oktober 2014 braken hevige onlusten uit nadat een wet was aangenomen waardoor de 63-jarige president zich opnieuw verkiesbaar zou kunnen stellen. Compaoré kondigde eind oktober de noodtoestand af en trad af. Hij vluchtte daarop naar Ivoorkust.
Compaoré werd opgevolgd door luitenant-kolonel Yacouba Isaac Zida.
Burkina Faso is een van de armste landen van de wereld. 80% van de bevolking is afhankelijk van de landbouw die gesubsidieerd wordt door de VN. Droogte, slechte bodem en infrastructuur, maar ook slechte opleiding zijn de voornaamste problemen. Het land is sterk afhankelijk van steun van westerse landen en van multilaterale instellingen als de VN.
De campagne van Broederlijk Delen van 2007 focuste onder meer op dit land. In de campagnefilm kon je zien dat er op de plaatselijke markt Nederlandse uien en aardappelen verkocht werden. Dat was echter geen steun aan, maar eerder een ontwrichting van de plaatselijke economie. De plaatselijke boeren konden -en kunnen- hun uien niet meer verkopen door de dumpingprijzen van de Nederlandse goederen.
De exportproducten van het land zijn vooral sperziebonen en katoen. Het noorden van Ivoorkust verwelkomt veel gastarbeiders uit het zuiden van Burkina Faso, die daar op bananen- en cacaoplantages werken. Meestal gaan deze gastarbeiders uit vrije wil naar Ivoorkust, maar het komt ook voor dat Burkinese kinderen en jonge mannen door Ivorianen geronseld worden met een goed salaris in het verschiet, maar eenmaal in Ivoorkust worden ze gedwongen om tegen barslechte voorwaarden te werken.
Moedersterfte
Elk jaar sterven vele Burkinese vrouwen onnodig in het kraambed of tijdens hun zwangerschap. Dat komt omdat vrouwen onvoldoende toegang hebben tot de gezondheidszorg. Discriminatie, financiële hindernissen, armoede en corruptie onder het gezondheidspersoneel werken die beperkte toegang sterk in de hand. Dit stelt Amnesty International in een nieuw rapport.
Volgens cijfers van de Burkinese overheid sterven elk jaar meer dan 2000 vrouwen aan complicaties tijdens de zwangerschap en de bevalling. In haar rapport "Giving Life, Risking Death" geeft Amnesty echter aan dat veel van die slachtoffers te vermijden waren als men vrouwen tijdig toegang zou verlenen tot degelijke gezondheidszorg.
"Elke vrouw heeft het recht op leven en het recht op degelijke gezondheidszorg. De overheid zou haar inspanningen ter preventie van moedersterfte moeten verdubbelen," vindt Karen Moeskops, directeur van Amnesty International in Vlaanderen. "Vrouwen in Burkina Faso zijn het slachtoffer van zware discriminatie waardoor zwangerschap of bevalling voor hen een mogelijk dodelijke afloop kent."
Ondanks de juridische gelijkheid tussen man en vrouw in het land worden de meeste Burkinese vrouwen onderdrukt. Ze hebben weinig of niets te zeggen over het aangewezen tijdstip om een dokter te raadplegen of over het moment waarop ze zich klaar voelen voor een nieuwe zwangerschap. Ook genitale verminking en gedwongen huwelijken blijven een dagelijkse realiteit voor de meisjes van Burkina Faso.
Sleutelfactor in het verhaal van moedersterfte is armoede. Zeker voor erg arme vrouwen op het platteland is gezondheidszorg vaak te duur en liggen gezondheidscentra te ver weg. In 2006 kondigde de Burkinese overheid aan om de zwangerschap- en geboortekosten voor 80 percent te vergoeden. Voor de allerarmste vrouwen is de overheid zelfs bereid de volledige kost te dragen. Jammer genoeg is die maatregel onder de bevolking weinig gekend, waardoor corrupt medisch personeel soms met de subsidies aan de haal gaat.
Amnesty International roept de Burkinese overheid op om gezinsplanningsdiensten toegankelijker te maken. Gynaecologische zorg moet betaalbaar zijn voor iedereen en gezondheidsfaciliteiten en getraind personeel moeten over heel het Burkinese grondgebied beschikbaar zijn.
Zie ook het dossier hierover.
Daouda Diallo
Mensenrechtenverdediger Daouda Diallo, de secretaris-generaal van het Collectif Contre l’Impunité et la Stigmatisation des Communautés (CISC - Coalitie tegen straffeloosheid en stigmatisering van gemeenschappen), werd op 1 december 2023 ontvoerd door leden van de veiligheidsdiensten in burger toen hij zijn paspoort liet vernieuwen in Ouagadougou. Hij werd naar een geheime plaats gebracht en dan ingelijfd in het leger.
Drie dagen later circuleerde op de sociale media een foto van hem in uniform en bewapend. Begin november zijn Daouda Diallo en andere militanten, journalisten en syndicalisten, ingelijfd door de regering, zogenaamd als deel van veiligheidsoperaties. In april 2023 vaardigde de regering een decreet uit 'tot algemene mobilisatie en bescherming'. Het geeft de autoriteiten het recht om personen, goederen en diensten te vorderen, zogenaamd om gewapende groepen te bestrijden. Dit decreet wordt misbruikt om de leden van het middenveld en de mensenrechtenverdedigers die openlijk de regering bekritiseren te bestraffen en monddood te maken.
Amnesty wil dat de autoriteiten van Burkina Faso zich niet langer schuldig maken aan gedwongen verdwijningen en Daouda Diallo. De overheid moet ophouden met het gericht opvorderen van critici en toelaten dat iedereen de oproepbevelen kan betwisten bij onafhankelijke gerechtelijke autoriteiten.
Het CISC werd opgericht na de slachtpartij van Yirgous in 2019: minstens 43 mensen werden gedood bij aanvallen door de Koglweogo, een gewapende groep die soms samenwerkt met het leger. Het doden leidde tot een humanitaire crisis in Burkina Faso waardoor duizenden overlevenden op de vlucht sloegen. Het CISC was in eerste instantie een informele groep om te voorzien in de noden van de slachtoffers en hun zoektocht naar gerechtigheid, maar werd later een volwaardige organisatie. In 2022 kreeg Daouda Diallo de Martin Ennals-prijs voor zijn mensenrechtenwerk.
Tijdens de drie maanden dat Diallo in dienst was, heeft de regering nooit medegedeeld waar hij was. Dit komt volgens het internationaal recht neer op een gedwongen verdwijning. Naast Diallo werden rond diezelfde tijd onder anderen activisten, journalisten en vakbondsmensen opgeroepen.
In april 2024 werd Diallo eindelijk vrijgelaten.
Ibrahim Traoré
De Burkinese militaire officier Ibrahim Traoré werd geboren op 14 maart 1988. Hij is sinds de staatsgreep van 30 september 2022, waarbij interim-president Paul-Henri Sandaogo Damiba werd afgezet, interim-president van Burkina Faso.
Als jonge tiener stond hij bekend als "stil" en "zeer getalenteerd". Vanaf 2006 studeerde hij geologie aan de Universiteit van Ouagadougou. Hij was lid van de Association of Muslim Students en de marxistische Association nationale des étudiants du Burkina (ANEB). Bij de ANEB werd hij gedelegeerde en verdedigde hij graag zijn medestudenten bij geschillen. Hij studeerde met onderscheiding af aan de universiteit.
Traoré trad in 2009 toe tot het leger van Burkina Faso. Daarna werd hij naar Marokko gestuurd voor een opleiding in luchtafweertechnieken voordat hij werd overgeplaatst naar een infanterie-eenheid in de stad Kaya. In 2014 werd hij bevorderd tot luitenant en sloot hij zich aan bij MINUSMA, een vredesmacht van de Verenigde Naties betrokken bij de oorlog in Mali. In 2018 werd hij genoemd als een van de MINUSMA-soldaten die "moed toonden" tijdens grote rebellenaanvallen in de regio Timboektoe. Vervolgens keerde hij terug naar Burkina Faso, waar hij deelnam aan operaties tegen de toenemende jihadistische opstand.
Traoré nam deel aan verschillende contraterreuracties in het noorden van het land. Hij verklaarde later dat hij rond deze tijd desillusie begon te voelen over de leiding van zijn land, omdat hij getuige was van het wijdverspreide gebrek aan uitrusting voor de soldaten, terwijl politici "koffers vol geld" uitdeelden voor omkoping. Geleidelijk aan werd hij de woordvoerder voor soldaten gestationeerd in het noorden die gefrustreerd waren over hun regering.
Traoré maakte deel uit van de groep legerofficieren die de staatsgreep in Burkina Faso van januari 2022 steunden en de Patriottische Beweging voor Behoud en Herstel (MPSR) aan de macht brachten. Vanaf maart 2022 diende hij als hoofd van een artillerieregiment in Kaya. Of hij ooit deel uitmaakte van de speciale eenheden van "Cobra", een antiterroristische eenheid opgericht in 2019, is betwist.
Veel aanhangers van de staatsgreep raakten ontevreden over de prestaties van Paul-Henri Sandaogo Damiba, de leider van de junta, vanwege zijn onvermogen om de jihadistische opstand in te dammen. Traoré en andere officieren besloten hem af te zetten omdat "zijn ambities afweken van wat we van plan waren". De ontevredenheid was het grootst onder jongere officieren die aan de frontlinies tegen de rebellen vochten. Maar er waren ook vertragingen in de betalingen voor de Cobratroepen.
Direct na de staatsgreep verklaarde Traoré zichzelf tot het nieuwe hoofd van de Patriottische Beweging voor Behoud en Herstel. Op 6 oktober nam hij ook de positie van interim-president op zich met de belofte om in juli 2024 democratische verkiezingen te houden.
In februari 2023 verwijderde Traoré's regering de Franse troepen die bij het bestrijden van de lokale opstand hadden geholpen, uit Burkina Faso. Kort daarna sprak Traoré's regering steun uit voor een federatie met Mali en nodigden beide landen Guinee uit. Om de Franse koloniale uitbuiting te stoppen riep hij de hulp in van Rusland.
In april riep hij op tot een algemene mobilisatie van de bevolking ter ondersteuning van het leger, aangezien de jihadistische rebellen hun aanvallen bleven opvoeren. Hij beloofde publiekelijk alle door rebellen bezette gebieden te heroveren en dat er geen onderhandelingen zouden plaatsvinden totdat de opstand aanzienlijk was verzwakt. Maar in de maand daarop betwijfelde hij het geplande democratische herstel voor 2024 en verklaarde dat er geen verkiezingen konden worden gehouden tenzij de rebellen waren teruggedrongen en de veiligheidssituatie was verbeterd.
Op 26 september 2023 probeerden ontevreden burgers, gesteund door het westen, zonder succes Traoré af te zetten.
In mei 2024 verlengde de Patriottische Beweging voor Behoud en Herstel de militaire heerschappij in Burkina Faso met vijf jaar, terwijl Traoré ook de mogelijkheid kreeg om deel te nemen aan de volgende presidentsverkiezingen.
Op verschillende internetsites wordt Ibrahim Traoré gezien als een held, maar in eigen land liggen de kaarten heel anders. Sinds hij aan de macht is, worden geregeld ontvoeringen en arrestaties van dissidenten gemeld. Eerder werden al tientallen militairen beschuldigd van pogingen tot het ondermijnen van het gezag.
Naast interne politieke strubbelingen heeft Burkina Faso ook te maken met geweld van jihadistische groeperingen, die sinds 2015 vooral in het noorden van het land actief zijn. Volgens de organisatie Acled -die gegevens over conflicten bijhoudt- kwamen daarbij al meer dan 26.000 soldaten en burgers om en raakten 2 miljoen mensen ontheemd.
In januari 2026 werd een moordaanslag tegen hem verijdeld.
In februari volgde alweer een reeks dodelijke aanvallen op militaire detachementen in het noorden en oosten van het land, vermoedelijk door jihadisten die gelinkt zijn aan Al-Qaida en Islamitische Staat.