vlag Iran I R A N Wikipedia Landenweb

Opp.: 1.648.195 km² (55 x België)      Inw.: 65,4 miljoen (2007)   (40 inw./km²)      Regeringsv.: islamitische republiek      Hfdstd: Teheran     Religie: islam

locatie Iran

Iran grenst aan Irak, Turkije, Armenië, Azerbeidzjan, Turkmenistan, Afghanistan en Pakistan. De Perzische Golf en de Golf van Oman bevinden zich ten zuiden en de Kaspische Zee ten noorden van Iran. Aan de kust tegenover de Perzische Golf liggen Saoedi-Arabië, Koeweit, Bahrein, Qatar en de Verenigde Arabische Emiraten.
Het land beschikt door zijn uitgestrektheid en bergketens over verschillende biotopen en verschillende soorten flora en fauna. Enkele diersoorten die in Iran voorkomen zijn de gazelle, de onager (wilde ezel) en het jachtluipaard. De Kaspische Zee stond vroeger bekend om zijn kaviaar maar de steur is ernstig bedreigd. Bekend is ook de gedomesticeerde Perzische kat.
Net als veel andere landen kampt Iran met een sterke milieuproblematiek. Er is veel luchtvervuiling, bijvoorbeeld in Teheran. Daarnaast zorgen ontbossing, verwoestijning, watervervuiling en vervuiling door het lekken van aardolie voor ernstige problemen voor de volksgezondheid.
Het grootste deel van Iran heeft een droog klimaat, maar het noordwestelijke deel van het land heeft een gematigd klimaat. Het centrale Hoogland van Iran is een uitgesproken woestijnklimaat. Temperaturen kunnen daar 's zomers oplopen tot wel 50°C. In de Elboers en het Zagrosgebergte ligt 's winters vaak sneeuw en veel toppen in het hoge deel van Elboers hebben eeuwige sneeuw.
Het westen van het land is het dichtst bevolkt, terwijl in het oosten grote vrijwel onbewoonde woestijngebieden zijn, zoals de Grote Zoutwoestijn.

Iran

Politiek
Iran telt 31 provincies.
In de twintigste eeuw heerste gedurende lange tijd de Pahlavi-dynastie. Vader Reza Pahlavi en zoon Mohammed Reza Pahlavi namen weliswaar de titel sjah (koning) aan, maar regeerden als dictators, waarbij de bevolking vaak hardhandig onderdrukt werd. Het westen steunde de dictatuur van de Pahlavi's.
In 1979 dwong een brede opstand van vele maatschappelijke organisaties de sjah ten val tijdens de Iraanse Revolutie. Uiteindelijk koos de machtigste politieke partij, die van de geestelijkheid, ervoor om de macht in handen van één persoon te geven: ayatollah Ruhollah Khomeini. Sindsdien wordt het land volgens een door hem opgestelde conservatieve islamitische wetgeving geregeerd.
Van 1980 tot 1988 voerde Iran oorlog met buurland Irak in de bloedige Irak-Iranoorlog.
Sinds het presidentschap van de hervormingsgezinde president Mohammad Khatami is het land, waarvan meer dan de helft van de bevolking jonger is dan 30 jaar, langzaam aan het moderniseren. De conservatieven houden echter stevig de touwtjes in handen en al te radicale hervormers worden onderdrukt.
Veel politieke beslissingen worden door de president of het parlement genomen, maar de geestelijken, zowel de religieuze leider als de Raad van Hoeders, hebben de autoriteit alles wat tegen de sharia is te verwerpen, omdat zij over deze beslissingen een veto hebben.
Anno 2008 is Ali Khamenei de religieus leider van Iran en is Mahmoud Ahmadinejad de president van Iran.
Het atoomprogramma van Iran vormt een conflict tussen Iran en de westerse wereld.

De mensenrechten worden in Iran regelmatig geschonden. Vooral vrouwen hebben weinig rechten en worden vlug gediscrimineerd. Volgens de sharia, de islamitische wetgeving, worden ze immers achtergesteld. Omdat het regime van het land een strikte scheiding van de seksen aanhoudt, zijn er relatief veel vrouwelijke artsen en advocaten. Zij behandelen dan uitsluitend vrouwen. Een bekende advocate is de mensenrechtenadvocate Shirin Ebadi, die in 2003 de Nobelprijs voor de Vrede won.
Sommige religieuze minderheden worden vervolgd, weer andere genieten (beperkte) bescherming en vrijheid.
Iran voert de doodstraf uit en wordt hierom bekritiseerd door Human Rights Watch. Dit doet het land niet alleen voor volwassenen maar ook kinderen van 15 of ouder kunnen de doodstraf krijgen. Nergens ter wereld worden zoveel kinderen hiermee bestraft.
Het bestaan van homoseksualiteit wordt ontkend in Iran en homoseksualiteit is verboden. Op het verrichten van sodomie staat de doodstraf. Mensen die een geslachtsidentiteitsstoornis hebben worden wél erkend en met steun van de islamitische wetgeving worden transseksuele operaties uitgevoerd.
Iran kent geen recht op vrije internettoegang en controleert zijn burgers bij het gebruik van internet.
Lijf- en doodstraffen worden regelmatig uitgevoerd in Iran. Mannen en (vooral) vrouwen worden veroordeeld tot steniging wegens overspel. Maar er is goed nieuws: als het ontwerp voor een nieuw strafwetboek wordt goedgekeurd, wordt de doodstraf door steniging afgeschaft. Althans volgens de Iraanse staatsmedia.
Lore Van Welden (AI): "Helaas. Er staat letterlijk in het strafwetboek dat de stenen niet te groot mogen zijn, zodat de veroordeelden niet te snel dood zouden zijn. Anderzijds mogen ze ook niet te klein zijn, omdat ze dan niet genoeg lijden. Pure horror. Daarbovenop is er nog de discriminatie. Als je je kunt uitgraven tijdens het stenigen, ben je een vrij persoon, staat er in het wetboek. Mannen worden tot hun middel ingegraven, terwijl vrouwen tot hun borst worden ingegraven. Als je je handen vrij hebt, ben je sneller uitgegraven, dat spreekt voor zich. Het is uiteraard een positieve evolutie, maar wij nemen een afwachtende houding aan. We lopen hier niet te juichen. De toekomst zal uitwijzen of het wel tot een echte wet zal leiden. En dan is er nog de praktijk. Vaak worden er wetten goedgekeurd, maar dat wil niet zeggen dat een gebruik dat al zo lang ingeburgerd is meteen verdwijnt".
Bovendien gaat het hier niet om de doodstraf in het algemeen. Maar elke stap die gezet wordt, moet worden aangemoedigd.

De prominente mensenrechtenactivist Emadeddin Baghi werd op 28 december 2009 aangehouden. Amnesty International beschouwde hem als gewetensgevangene en eiste zijn onmiddellijke vrijlating.
Het was op de dag na de betogingen ter gelegenheid van het religieuze 'Ashourafeest' dat hij thuis werd opgepakt door vier gewapende agenten in burger. Ze drongen zijn huis binnen, weigerden zich te identificeren en ranselden zijn schoonbroer af. Toen Baghi zijn vrouw en dochter verzekerde dat hij zich in de gevangenis sterk zou houden, antwoordden de agenten hem dat hij niet lang genoeg zou leven om zich sterk te moéten houden.
Emaddedin Baghi is een bekend mensenrechtenverdediger, journalist en schrijver. Hij werd in het verleden reeds herhaaldelijk aangehouden omwille van zijn activiteiten. In 2002 stichtte hij de Vereniging voor de Verdediging van de Rechten van de Gevangenen die informatie vergaarde over foltering van gedetineerden en andere vormen van misbruik in Iran. In augustus 2009 werd de vereniging verboden door de Iraanse autoriteiten. In 2009 ontving Emaddedin Baghi de prestigieuze Martin Ennals Award voor zijn mensenrechtenwerk.
Amnesty International was ernstig bezorgd om de gezondheid van Emadeddin Baghi en vreesde dat hij het slachtoffer kon worden van mishandeling of medische verwaarlozing in de cel. Baghi is een gewetensgevangene die onmiddellijk en onvoorwaardelijk moet vrijgelaten worden.
In juli 2010 werd Emadeddin Baghi op borg vrijgelaten -voor een som van 200.000 dollar! Maar op 7 juli stond een rechtszaak tegen Baghi gepland. Hij zou dan terechtstaan voor "het uiten van propaganda tegen de staat" en het "in het geheim ondernemen van acties tegen de nationale veiligheid". De aanklachten tegen Baghi hebben te maken met het interview dat hij hield met de inmiddels overleden Groot Ayatollah Montazeri, een geestelijke die bekend stond voor het uiten van kritiek op de staat. Het interview werd ongeveer twee jaar geleden opgenomen en uitgezonden op de Perzische BBC. Baghi werd enkele dagen later opgepakt.

Ook de filmmaker Ali Shirzadi die de opnames maakte, werd recentelijk op borgtocht vrijgelaten. Een andere betrokken filmmaker, Jafar Panahi, kwam al eerder op borgtocht vrij (165.000 dollar), na twee maanden te hebben doorgebracht in de beruchte Evin-gevangenis.. Tegen zowel Emmadin Baghi, Ali Shirzadi als Jafar Panahi starten binnenkort rechtszaken.
Amnesty volgt deze rechtszaken nauwkeurig en roept de Iraanse autoriteiten op om alle aanklachten tegen de drie mannen te laten vallen. Emadeddin Baghi, Ali Shirzadi en Jafar Panahi worden als gewetensgevangenen beschouwd als zij opnieuw worden veroordeeld.
In een exclusief interview met NRC Handelsblad zei Panahi nog zijn vrijlating te danken aan de internationale druk. Zo stond er tijdens de openingsceremonie van het filmfestival in Cannes een lege stoel voor hem omdat hij als jurylid was uitgenodigd.
De films van Panahi, zoals "De Cirkel", zijn bijna allemaal verboden in Iran.

Delara Darabi

Slecht nieuws: Delara Darabi toch geëxecuteerd in Iran!

De Iraanse autoriteiten hebben Delara Darabi vrijdagochtend 1 mei 2009 in de gevangenis geëxecuteerd. Op 19 april kreeg ze nog twee maanden uitstel van executie. Amnesty International was woedend over het voltrokken vonnis.
Delara Darabi was reeds de tweede persoon dat jaar die terechtgesteld werd voor een misdaad begaan toen ze nog minderjarig was. "Amnesty International is verontwaardigd over de executie van Delara Darabi en over het feit dat Darabi's advocaat niet op de hoogte was gesteld van de executie. Dit moet volgens de wet 48 uur vooraf gebeuren," aldus Hassiba Hadj Sahraoui van Amnesty International.
"De executie lijkt een cynische stap van de autoriteiten om protesten voor Delara in binnen- en buitenland te voorkomen."
Op 19 april was haar executie nochtans door het hoofd van de rechterlijke macht voor twee maanden uitgesteld. "Dit wijst erop dat zelfs beslissingen van het hoofd van de rechterlijke macht weinig gewicht hebben in de provincies," zei Hassiba Hadj Sahraoui.

Delara Darabi werd in 2003 veroordeeld wegens moord. Ze was toen 17 jaar. In eerste instantie bekende ze, omdat ze zo dacht haar vriend te redden van de doodstraf. Later trok ze haar bekentenis in. Ze zat in de gevangenis in Rasht in het noorden van Iran. Tijdens haar opsluiting begon ze te schilderen.
Volgens Amnesty International is het proces van Delara Darabi niet eerlijk verlopen. Later bewijs dat volgens de advocaat aantoonde dat zij de moord niet kon hebben gepleegd, werd door de rechter terzijde gelegd.
Sinds 2006 voerde Amnesty intensief actie om het leven van Delara Darabi te redden. We riepen de Iraanse autoriteiten op de straf van Delara om te zetten naar levenslang en een nieuw proces in te stellen dat aan de internationale standaarden voor een eerlijk proces voldoet.
Met de dood van Delara Darabi kwam het aantal mensen dat in 2009 in Iran geëxecuteerd is op 140. Sinds 1990 zijn 42 mensen die als minderjarige zijn veroordeeld geëxecuteerd, wat in het internationaal recht nochtans verboden is.

Lijf- en doodstraffen worden nog regelmatig uitgevoerd in Iran. Mannen en (vooral) vrouwen worden veroordeeld tot steniging wegens overspel. Maar er is goed nieuws: als het ontwerp voor een nieuw strafwetboek wordt goedgekeurd, wordt de doodstraf door steniging afgeschaft. Althans volgens de Iraanse staatsmedia.
Lore Van Welden (AI): "Helaas. Er staat letterlijk in het strafwetboek dat de stenen niet te groot mogen zijn, zodat de veroordeelden niet te snel dood zouden zijn. Anderzijds mogen ze ook niet te klein zijn, omdat ze dan niet genoeg lijden. Pure horror. Daarbovenop is er nog de discriminatie. Als je je kunt uitgraven tijdens het stenigen, ben je een vrij persoon, staat er in het wetboek. Mannen worden tot hun middel ingegraven, terwijl vrouwen tot hun borst worden ingegraven. Als je je handen vrij hebt, ben je sneller uitgegraven, dat spreekt voor zich. Het is uiteraard een positieve evolutie, maar wij nemen een afwachtende houding aan. We lopen hier niet te juichen. De toekomst zal uitwijzen of het wel tot een echte wet zal leiden. En dan is er nog de praktijk. Vaak worden er wetten goedgekeurd, maar dat wil niet zeggen dat een gebruik dat al zo lang ingeburgerd is meteen verdwijnt".

Hengameh Shahidi, een journaliste en politiek activiste uit Iran, is veroordeeld tot een gevangenisstraf van zes jaar. Ze werd vlak na de omstreden presidentsverkiezingen van juni 2009 gearresteerd.
Hengameh Shahidi studeerde in Groot-Brittannië, maar was voor de verkiezingen teruggekeerd als adviseur over vrouwenzaken voor de presidentskandidaat Mehdi Karroubi, wiens partij nu verboden is. Daarvóór was ze adviseur over jeugdzaken voor president Khatami, de voorganger van Ahmedinejad, en zat ze in de stadsraad van Teheran.
Gedurende de eerste vijftig dagen van haar detentie verbleef Shahidi in eenzame opsluiting in een cel van één bij twee meter, werd ze geslagen en bedreigd met executie. Ze lijdt aan hartproblemen waarvoor ze vermoedelijk niet de juiste medische behandeling krijgt.
Amnesty beschouwt Shahidi als een gewetensgevangene.


Uit het jaarrapport 2010 van Amnesty International (2009)
Doodstraf: wordt gehandhaafd.
Levensverwachting: 71,2 jaar.
Sterftecijfer onder 5 jaar (m/v): 33/35 per 1000.
Alfabetisme onder volwassenen: 82,3 %.

Vóór en vooral na de presidentsverkiezingen in juni, waarvan de uitslag alom werd betwist, werden politieke protesten met harde hand onderdrukt. De veiligheidstroepen, met name de paramilitaire Basij, gebruikten buitensporig geweld tegen demonstranten, waarbij tientallen mensen om het leven kwamen of dodelijk gewond raakten. De autoriteiten beperkten de vrijheid van meningsuiting op ongekende wijze door netwerken voor mobiele en vaste telefonie en e-mailverkeer te blokkeren.
Eind 2009 waren ruim vijfduizend mensen gedetineerd. Velen werden gemarteld en een aantal mannen en vrouwen zou tijdens hun detentie zijn verkracht of mishandeld. Sommigen overleden aan hun verwondingen. Tientallen mensen stonden terecht in flagrant oneerlijke ‘showprocessen’. De meesten werden veroordeeld tot gevangenisstraffen, maar ten minste zes van hen kregen de doodstraf.
Het verkiezingsgeweld ging gepaard met zware repressie, die het hele jaar voortduurde en gericht was tegen etnische en religieuze minderheden, studenten, mensenrechtenverdedigers en voorstanders van politieke hervormingen. Vrouwen werden ernstig gediscrimineerd, in de wet en in de praktijk, en mensen die opkwamen voor vrouwenrechten werden geïntimideerd, gearresteerd en gevangengezet. Marteling en mishandeling van gedetineerden kwamen nog altijd veel voor en ten minste twaalf mensen overleden tijdens hechtenis.
Gedetineerden werd stelselmatig de toegang tot advocaten, medische zorg en hun familieleden ontzegd en velen kregen een oneerlijk proces.
Iran bleef een van de landen met de meeste executies en een van de weinige landen waar jeugddelinquenten nog steeds terechtgesteld worden: ten minste 388 mensen werden geëxecuteerd, onder wie één persoon door steniging en ten minste vijf minderjarigen.

De Iraanse Volksmoedjahedien
De Iraanse Volksmoedjahedien is een verzetsbeweging die tot doel heeft het bewind in Iran omver te werpen. Ze werd in 1965 door een groep intellectuelen onder leiding van M. Hanifnejad opgericht om het bewind van sjah Mohammed Reza Pahlavi omver te werpen. Deze oorspronkelijk marxistisch-islamitisch revolutionaire terroristische groepering die eerst tegen het bewind van de sjah streed, bond na de Islamitische Revolutie de strijd aan met het regime van Khomeini.
Als gevolg van de repressie die daarop volgde, vluchtte de beweging naar het buitenland om vervolgens de gewapende strijd voort te zetten vanuit Irak. In die periode werd het Nationale Bevrijdingsleger van Iran, de gewapende tak van de Volksmoedjahedien, opgericht en door Saddam Hoessein getraind en uitgerust met zware wapens. Na de val van Saddam Hoessein werd het leger ontwapend en onder toezicht gesteld. In Ashraf, de thuisbasis van de beweging in Irak, bevinden zich nog steeds duizenden leden.

Iran classificeert de beweging als een terroristische cultus rond haar leidster, Maryam Rajavi, die in ballingschap in Parijs verblijft. De leiders worden niet democratisch gekozen en van de leden wordt totale gehoorzaamheid verwacht. Toen Rajavi in 2003 tijdelijk werd gearresteerd, staken verzetsleden zichzelf in brand in diverse Europese steden.
Momenteel is de Volksmoedjahedien de belangrijkste organisatie in de Nationale Raad van Verzet van Iran (National Council for Resistance of Iran, NCRI), een overkoepelende coalitie die zichzelf "parlement in ballingschap" noemt en zich inspant voor een "democratische, seculiere en coalitieregering in Iran". Ondertussen is het zo dat heel wat landen de organisatie momenteel beschouwen als terroristisch. Niettemin sprak het Europees Gerechtshof op 12 december 2006 uit dat de Volksmoedjahedien onterecht en onwettig op de lijst van terroristische organisaties van de Europese Unie stond. Uiteindelijk verwijderde de Unie haar op 26 januari 2009 van die lijst.

Zondag 16 juni 2013
De winnaar van de verkiezingen in Iran, Hassan Rohani, noemt zijn zege "een overwinning voor wijsheid en een overwinning van gematigdheid op extremisme''. Hij zei dat op de Iraanse staatstelevisie in de uren nadat de uitslag van de stembusgang bekend was geworden. Rohani kreeg ruim de helft van de kiesgerechtigden achter zich en won daarmee in een ronde de verkiezingen.
De relatief gematigde Rohani was onder de zes kandidaten de enige die kritiek had geuit op het beleid van de leider van Iran, ayatollah Ali Khamenei. Hij beloofde aan het werk te zullen gaan voor alle Iraniërs. Hij zei verder dat er nu een kans ligt "in de internationale arena voor hen die werkelijk respect hebben voor democratie, samenwerking en vrije onderhandelingen.''
De internationale gemeenschap ontving de winst van Rohani met felicitaties maar ook met scepsis. De Israëlische premier Benjamin Netanyahu drong er bijvoorbeeld op aan de druk op Iran onverminderd groot te houden om het land te laten stoppen met zijn nucleair programma.

Buitenlandse betrekkingen
Iran is mede-oprichter van de Verenigde Naties, de OPEC, de Organisatie voor Islamitische Samenwerking en de Organisatie van Niet-gebonden Landen. Er bestaan diplomatieke betrekkingen met bijna alle landen, maar sinds de Iraanse Revolutie van 1979 zijn de banden met Israël verbroken en de relaties met de Verenigde Staten bekoeld.
Iran onderhoudt goede betrekkingen met een aantal buurlanden en heeft een sterke invloed in Syrië en Libanon. Nauwe banden worden onderhouden met de sjiieten in Irak en honderdduizenden Iraanse pelgrims bezoeken jaarlijks de voor sjiieten heilige steden Najaf en Karbala. Ook heeft Iran goede banden met haar noordelijke en westelijke buurlanden Turkije en Armenië, aangezien in Iran veel etnische Armeniërs wonen, en de grote historische, culturele, en etnische relaties deze drang tussen de landen versterken. Met de landen aan haar oostgrenzen, Afghanistan en Pakistan, zijn wat spanningen over de Afghaanse drugshandel, vluchtelingen en de fundamentalistische soennitische moslims die in Pakistan wonen en soms aanslagen plegen in het zuidoosten van Iran.
Ook onderhoudt Iran betrekkingen met de andere landen die aan de Perzische Golf liggen, maar in die relaties zijn spanningen over de dominantie van de Golf. Ofschoon Iran en Saoedi-Arabië sinds lang betrekkingen onderhouden, heeft de Saoedische koning Abdoellah in 2008 de Verenigde Staten gevraagd om Iran aan te vallen.
Er zijn verder nog heel goede banden met Rusland (dat o.a reeds een kerncentrale heeft gebouwd in het land) en China. Rusland en Iran zijn strategische bondgenoten en vormen een sterk bondgenootschap in de Kaukasus met Armenië. Het land heeft op het wereldtoneel daarnaast enkele opvallende relaties, zoals met de Venezolaanse president Hugo Chávez (inmiddels overleden), die al evenzeer afkerig staat/stond tegenover de Verenigde Staten.
De conservatieve en zeer religieuze president Ahmadinejad, die president was van augustus 2005 tot 3 augustus 2013, was regelmatig in het nieuws door felle kritiek op de regering van de VS en door het afwijzen van het bestaan van de staat Israël. Er werd zelfs opgeroepen tot de vernietiging van het 'zionistische regime'.
Het atoomprogramma van Iran, zogezegd bedoeld voor vreedzame doeleinden, maar volgens vooral westerse critici ook bedoeld voor de productie van kernwapens, leidt daarnaast voortdurend tot kritiek vanuit het Westen en vanuit de VN. Als gevolg van de controverse over het atoomprogramma van Iran is een handelsboycot tegen Iran ingesteld waaraan de westerse landen meedoen. Andere landen, zoals Rusland, China, India en sommige Arabische landen doen hier niet aan mee. Door de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties zijn tot zesmaal toe sancties tegen Iran afgekondigd vanwege de nucleaire controverse.
In 2012 haalde Iran zijn ambassadeur uit Azerbeidzjan omdat toen het Eurovisiesongfestival daar werd gehouden. Noorwegen stuurde een artiest die van afkomst uit Iran kwam en dat zag Iran zelf als een 'schaamtepunt'.
Sinds het aantreden van president Rohani in 2013 zoekt Iran weer toenadering tot het Westen. Op 27 september 2013 sprak Rohani telefonisch met de Amerikaanse president Barack Obama. Het was het eerste directe contact tussen een Iraanse en Amerikaanse president sinds 1979.
Na lang onderhandelen bereikte Iran op 2 april 2015 samen met de vijf permanente leden van de VN-Veiligheidsraad en Duitsland een principeakkoord over het Iraanse atoomprogramma. In ruil voor verlaging van de verrijkingscapaciteit en het toelaten van inspecties zou het Westen de sancties tegen Iran geleidelijk afbouwen. Op 14 juli 2015 werd bekend dat Iran en de zes wereldmachten een historisch akkoord hadden bereikt over het nucleaire programma van Iran: dit wordt beperkt in ruil voor het opheffen van de nucleair gerelateerde sancties. Israel is het enige land ter wereld dat openlijk tegen het internationale akkoord is.

Khorasan, mythische moslimnatie in Centraal-Azië
Khorasan is bij de liefhebbers van natuurvoeding vooral bekend van de oertarwe die de naam van de Centraal-Aziatische regio draagt. Het is ook de naam van een Iraanse provincie en van de op twee na grootste krant -die online ook in het Engels te lezen is. In toenemende mate wordt het verleden uit Centraal-Azië echter gerecycleerd tot een mobiliserende politieke mythe, die ingeschakeld wordt in de geopolitieke strijd van allerhande jihadi's.
In juli 2015 werd een topkaderlid van al-Qaeda in Syrië uitgeschakeld. In Afghanistan publiceert al-Qaeda een online magazine dat De Voorhoede van Khorasan heet. En de concurrerende Islamitische Staat probeert het opstandelingenterrein in Pakistan en Afghanistan te veroveren onder de naam Wilayad Khorasan en lanceerde daarvoor begin dit jaar de Khorasan-Sjoera, een raad van leidinggevende Pakistaanse ex-Talibanstrijders die trouw zwoeren aan de zelfverklaarde kalief van IS, Aboe Bakr al-Bagdadi.
Khorasan betekent letterlijk het land van de rijzende zon, het oosten dus, en kreeg zijn naam tijdens de periode van de Perzische Sassaniden (224 v.C. - 651 n.C.) het laatste pre-islamitische rijk in het Midden-Oosten. De regio is moeilijk scherp af te bakenen, maar de kern ligt in het huidige Noordoost-Iran, Zuid-Turkmenistan en Afghanistan. Vaak worden ook stukken van Oezbekistan, Tadzijkistan en zelfs Pakistan bij het historische Khorasan gerekend.
Na de verovering van de Perzische gebieden door islamitische Arabische legers in de jaren 650, zouden groepen en bewegingen vanuit dit oostelijke deel van het uiterst snel ontstane islamitische wereldrijk een belangrijke rol spelen. Na de eerste vier kaliefs ontstond de Arabisch-Islamitische dynastie van de Omajiaden, die volgens veel critici in de buitengebieden van het rijk nog maar weinig bezig waren met het nieuwe geloof en al te veel aandacht hadden voor de oude prioriteiten van de aristocratie: macht, middelen, grondgebied. Vanuit Khorasan ontstonden bewegingen zoals de Charadzjieten, een sterk egalitaire en op sociale rechtvaardigheid gerichte beweging, die in 748 zou bijdragen tot de val van de Omajiadische dynastie en de machtsovername door de Abbasiden. Een belangrijk detail is dat die Abbasiden zwarte vlaggen voerden.
Khorasan kende een belangrijke bloeiperiode toen onder Abbasidisch bewind steeds meer bestuurlijke macht naar de regio's ging. De Samanidische emirs maakten ruim duizend jaar geleden van Khorasan een welvarende Perzische regio.
Uit de rijke geschiedenis van Khorasan onthouden we onder andere de namen van de Iraanse meester-dichters Ferdowsi en Omar Khayyam, mysticus en dichter Djalal ad-Din Roemi, wiskundige al-Biroeni en wetenschapper Ibn Sina (Avicenna). In de negentiende eeuw leverde de regio met Djamaladin al-Afghani opnieuw een belangrijk denker, die van Iran over Afghanistan en India tot in hart van het Ottomaanse Rijk in Istanboel en Caïro pleidooien hield voor een herleving van de eigen culturele en religieuze waarden als alternatief voor de vernederende onderwerping onder het westerse koloniale bestuur.
De islam eert de Koran als de directe openbaring van Gods wil aan de mensen. Daarnaast wordt er veel waarde gehecht aan de hadith, uitspraken van de profeet die overgeleverd zijn en onderhevig aan debat over hun authenticiteit en autoriteit.
Sinds de opkomst van de mondiale jihadistenbewegingen in de jaren tachtig in de strijd van de Afghaanse moedjahedien tegen de Sovjet-Unie, werden enkele hadith waarin sprake is van de komst van de nieuwe kalief of de Mahdi -de Verlosser- erg propulair. Gevestigde islamgeleerden achten hun betrouwbaarheid laag, maar rebellerende jongeren zien er juist een profetie in van het aanbreken van een nieuw tijdperk, waartoe ze zelf maar al te graag willen bijdragen.
In een hadith van Aboe Hoeraira zou de profeet gezegd hebben: 'Zwarte vlaggen zullen vanuit Khorasan komen en niets zal hen kunnen tegenhouden tot ze in Jeruzalem geplant worden'. Een andere hadith, van Thawban, legt de profeet deze woorden in de mond: 'Drie mannen, elk van hen de zoon van een kalief, zullen over uw rijkom vechten, maar geen van hen zal de schat verwerpen. Dan zullen de zwarte vlaggen uit het oosten komen en ze zullen u vermoorden op een nooit geziene manier. Wanneer je hen ziet, ga hen dan tegemoet -ook al moet je over het ijs kruipen- en zweer hun trouw, want dit is de kalief van Allah, de Mahdi'.
De Islamitische Staat in Irak en Syrië maakt handig gebruik van deze eschatologische uitspraken door eerst met zwarte vlaggen uit te rukken, tegenstanders gruwelijk te vermoorden én zelf de nieuwe kalief voor te stellen. De Abbasiden, die historisch wellicht aan de oorsprong liggen van de zwartevlaggensymboliek, hadden hun uitvalsbasis trouwens ook in Irak.
Al-Qaeda en de Taliban hebben daarentegen het voordeel dat ze hun hoofdkwartier écht in het oosten van de islamitische wereld en in het historische Khorasan hebben. Door meer gebruik te maken van de naam Khorasan -ook in de strijd in Syrië- zou al-Qaeda de legitimiteit die de hadith leveren voor zijn eigen organisatie en strijd proberen te mobiliseren. De voorwaardelijke wijs is hier noodzakelijk, omdat de Khorasan-groep in Syrië weinig bekendheid geniet onder strijders en kenners. Het was het Amerikaanse leger dat er in 2014 gewag àvan maakte, als een elite-eenheid die samen maar ook apart streed van al-Noesra, de jihadistische organisatie die formeel verbonden is met al-Qaeda.
Volgens een analyse van Adam Taylor in de Washington Post zou het dan ook best kunnen dat het gebruik van de naam Khorasan een trucje is van de Verenigde Staten, om te vermijden dat men voor het westerse publiek moet toegeven dat al-Qaeda na meer dan een decennium War on Terror ook in het Syrische conflict een belangrijke macht is, terwijl men tegenover het Syrische publiek niet moet toegeven dat niet alleen IS-doelwitten maar ook Al-Noesra doelwitten bestookt worden.
Wat in elk geval duidelijk wordt, is dat Khorasan een mythe is die tot de verbeelding spreekt, ongeacht of de zwarte vlaggen naar Jeruzalem gevoerd worden, de nieuwe kalief vergezellen, of gewoon de aankondiging zijn van een verzetsbeweging die de bestaande machtsstructuren, internationaal én binnenslands in de islamitische landen, aan de kant belooft te schuiven. Hoe lang die aantrekkingskracht zal duren als het moorden blijft aanhouden en de beloofde dageraad niet wil aanbreken, is onduidelijk. Ook vandaag zijn er grote meerderheden onder de moslims die de kans op een waardig bestaan meer waard vinden dan de utopische belofte op een heilstaat die zich met bloedvergieten en nietsontziend geweld aankondigt.

Op 4 juni 2016 begonnen de Iraanse muzikant Mehdi Rajabian en zijn broer en filmproducent Hossein Rajabian aan hun gevangenisstraf van drie jaar voor de 'belediging van islamitische heilige waarden, verspreiding van propaganda en illegale audiovisuele activiteiten'.
Deze aanklachten zijn gebaseerd op hun artistiek werk. Amnesty beschouwt hen als gewetensgevangenen. Yousef Emadi, die samen met hen gearresteerd en berecht werd, blijft vrij.
Mehdi Rajabian, Hossein Rajabian en Yousef Emadi werden in oktober 2013 gearresteerd. Gedurende 18 dagen zaten ze vast op een onbekende locatie waarna ze twee maanden incommunicado opgesloten zaten in afdeling 2A van de Evin-gevangenis. Daarna kwamen ze op borgtocht vrij. Ze verklaarden dat ze werden geslagen en elektrische schokken kregen toegediend om 'bekentenissen' af te leggen. Deze bekentenissen werden als bewijs gebruikt om hen te kunnen veroordelen in de rechtbank. Hun proces was een schertsvoorstelling van drie minuten.
De rechtbank veroordeelde hen tot een gevangenisstraf van zes jaar en een boete. De veroordelingen luidden als volgt: 'belediging van islamitische heilige waarden', 'verspreiding van propaganda tegen het systeem' en 'illegale audiovisuele activiteiten'. Deze aanklachten zijn gebaseerd op hun artistiek werk, onder meer Hossein Rajabian’s speelfilm over het recht van Iraanse vrouwen om al dan niet te scheiden. Mehdi Rajabian en Youssef Emadi hadden dan weer niet-toegelaten muziek verspreid van in het buitenland verblijvende Iraanse artiesten. Die bevatten vaak een politieke boodschap of gaan over taboes.
Nog in februari 2016 halveerde het Hof van Beroep de straf van 6 naar 3 jaar.
Mehdi Rajabian lijdt aan een auto-immuunziekte en kreeg na zijn opsluiting gedurende twee maanden niet de nodige medicatie om zijn ziekte onder controle te houden. Pas begin augustus kreeg hij een injectie die hij normaal gezien maandelijks moet krijgen.

Atena Daemi
In november 2016 vielen gemaskerde agenten het huis van Atena Daemi binnen om haar te arresteren. Ze sloegen haar en gebruikten pepperspray toen Daemi een arrestatiebevel wilde zien. Haar zussen probeerden de agenten te stoppen en werden ook hardhandig aangepakt. Op 23 maart 2017 kregen deze zussen drie maanden celstraf, omdat ze bij Daemi ‘s arrestatie agenten zouden hebben beledigd.
Atena Daemi zelf kreeg in september 2016 in hoger beroep zeven jaar celstraf opgelegd omdat ze kritiek had geuit op executies en andere mensenrechtenschendingen in Iran. Ze is van mening dat de autoriteiten haar familie lastigvallen om haar te intimideren.
Onlangs ging ze in hongerstaking uit protest tegen de veroordeling van haar zussen. Het gaat inmiddels slecht met haar gezondheid.

Urmiameer
Het Urmiameer in het uiterste noordwesten is het op een na grootste zoutwatermeer ter wereld, maar slinkt heel snel. Van de originele oppervlakte isu maar 5 % overgebleven.
Toeristen kwamen in betere tijden van heinde en verre om in theehuizen aan de kust te verpozen, om modderbaden te nemen en om te dobberen. Ook de grootvader van fotografe Solmaz Daryani had een hotel met bootjesverhuur, dat hij heeft moeten sluiten. Daryani: “Ik heb willen vastleggen hoe het leven van de inwoners rond het meer is veranderd, en ben op zoek gegaan naar mijn jeugdherinneringen." Het slinken van het meer is zo plots gegaan, 80 procent in twee decennia, dat er overal nog onafgebouwde villa’s en door de droogte overvallen boten te zien zijn.
Vooral de aanhoudende droogte sinds 1998 en de waterslurpende landbouw van bijvoorbeeld suikerbieten zijn debet aan het verlies van water, en laten een zoutvakte achter waar omwonenden ziek van worden en de omliggende grond nog verder door verzilt. Met het verlies van het meer verliezen omwonenden ook de pelikanen, lepelaars, ibissen en pekelkreeftjes die het gebied bijzonder maakten. Daryani: “Ik herinner me dat we elk weekend gingen zwemmen. De tuinen rond mijn opa’s hotel stonden vol met druiven- en amandelbomen. De druiven uit Urmia waren beroemd.”
Een reddingsplan van de Iraanse overheid van 500 miljoen dollar, dat onder meer het bouwen van nieuwe dammen verbiedt, probeert het het meer mee te herstellen. Daryani heeft echter haar hoop verloren. “Sinds president Rouhani in zijn verkiezingspeech beloofde het meer te redden, is er niets veranderd. Het meer is in de slechtste staat ooit.”

Executie dreigt voor tiener!
De 18-jarige Danial Zeinolabedini riskeert geëxecuteerd te worden. Hij werd in juni 2018 na een oneerlijk proces ter dood veroordeeld voor een moord die gebeurde toen hij nog 17 was.
Danial werd, samen met 4 anderen, veroordeeld voor de moord op Sadegh Barmaki. Bij de ondervragingen tijdens de voorhechtenis, waarbij geen advocaat aanwezig was, gaf Danjal toe dat hij betrokken was bij de voorvallen die leidden tot de dood van Sadegh.
Dit doet niets af aan het feit dat het proces van Danial op oneerlijke wijze verliep. Zo mocht hij tot op de dag van het proces niet met een advocaat spreken. Ook verwierp het hof het verzoek van de advocaat om Danial in plaats van de doodstraf een alternatieve straf op te leggen.
Volgens het internationaal recht is het verboden de doodstraf op te leggen voor misdrijven begaan door personen onder de 18 jaar.

Opgesloten wegens protest tegen sluier!
Iraanse vrouwenrechtenverdedigsters Monireh Arabshahi, Yasaman Aryani en Mojgan Keshavarz werden veroordeeld tot celstraffen van 16 en 23 jaar. De vrouwen werden beschuldigd van “aanzetten tot en bevorderen van corruptie en prostitutie” door het aanmoedigen van “ontsluieren”. Ze voerden campagne tegen de wet die het dragen van een sluier verplicht.
In een video waren ze te zien zonder hoofddoek, terwijl ze bloemen uitdeelden aan vrouwelijke passagiers op de metro en praatten over hun hoop voor vrouwenrechten.
De autoriteiten voelen zich hierdoor bedreigd en reageerden daarom met harde hand.

De regen valt harder voor de armen
De stad Shiraz werd op 25 maart 2019 getroffen door abrupte en hevige overstromingen. Auto's werden door de straten gesleurd, minstens negentien mensen verloren hun leven in het kolkende water. Zoals wel vaker bij zulke natuurramp werd de armste bevolking van de stad het hardst getroffen.
Het was het begin van een ware zondvloed die het hele land zou treffen. Eind maart en begin april viel er zoveel regen dat 140 rivieren buiten hun oevers traden, wat overal leidde tot overstromingen en modderstromen. De cijfers zijn overdonderend: 25 van de 31 Iraanse provincies werden getroffen. De wateroverlast eiste minstens 78 dodelijke slachtoffers en meer dan duizend gewonden.
Volgens OCHA, de humanitaire tak van de Verenigde Naties, hebben zo'n 2 miljoen Iraniërs onmiddellijk hulp nodig. 65.000 huizen zijn volledig verwoest en nog eens 114.000 beschadigd. De VN-organisaties schat dat ongeveer 365.000 mensen ontheemd werden door de overstromingen. Eind april verbleven meer dan 270.000 mensen nog steeds in tijdelijke onderkomens.
De Saadi-wijk ligt ten oosten van Shiraz, boven de stad. De modderstroom kwam uit de bergen en Saadi was het eerste wat de bruine vloed op zijn pad trof. De wijk ziet eruit als een Brazilaanse favela: een wirwar van kleine steegjes waar gezinnen wonen in geimproviseerde huisjes van nauwelijks twee vierkante meter per familielid. Er wonen voornamelijk arme Iraniërs en Afghaanse immigranten. Opiumverslaafden doen weinig moeite om hun drugs te verbergen, vechtpartijen zijn meer regel dan uitzondering.
Gelukkig is de soldariteit onder de Shirazi's groot. Mensen pakken een schop of een borstel en beginnen te werken.

De inwoners van Saadi vechten dagelijks tegen armoede, de zenuwen staan hier sowieso gespannen. Als een ramp zoals deze toeslaat, kan dat een zeer explosieve situatie worden als er niet doeltreffend wordt gereageerd. Naast de menselijke tol zal deze natuurramp ook ernstige economische gevolgen hebben. De landbouwsector maakt 14 procent van het Iraanse bbp uit. In de noordelijke provincies, die de brood- en fruitmand van het land zijn, werd meer dan 250.000 hectare landboudgrond verwoest. Ook de veestapel werd gedecimeerd. Een natuurramp van deze omvang was het laatste wat de geplaagde bevolking nodig had. Sinds de Amerikaanse terugtrekking uit het atoomakkoord en de herinvoering van sancties is de munt in vrije val. De inflatie is torenhoog, de prijzen zijn het afgelopen jaar verviervoudigd. Buitenlandse bedrijven trokken zich massaal terug, waardoor er geen werk is voor jongeren. Je ziet burgerlijk ingenieurs werken als taxichauffeurs of tapijtverkopers. Velen hebben drie banen om de eindjes aan elkaar te kunnen knopen.
De omvang van deze ramp is ongekend in Iran maar echt onverwacht was het echter niet. In februari publiceerde een groep Iraanse wetenschappers nog een onderzoek in het tijdschrift Nature dat in Iran menselijk ingrijpen in de natuur kan leiden tot meer verwoestende overstromingen en droogten. Hun bevindingen zouden al snel bevestigd worden.
Inderdaad werd er de voorbije decennia op grote school gebouwd in overstromingsgebieden en dicht bij rivierbeddingen. Bossen werden gerooid voor landbouwgebied en industriegebieden rezen uit de grond op plaatsen die daar niet geschikt voor waren. Waterlopen werden gewijzigd zonder rekening te houden met de gevolgen. Van duurzaamheid is hier geen sprake.

Koerdische activiste onder druk gezet voor 'bekentenis'!
Agenten in burger pakten de Koerdische Zahra Mohammadi op 23 mei 2019 thuis op. Haar activisme is zeer waarschijnlijk de reden. Ze hielden haar 8 dagen gevangen op een geheime plek en dwongen haar tot een bekentenis. Zahra weigerde. Ze zit nog altijd vast.
Zahra Mohammadi (29) leidt een organisatie die opkomt voor de rechten van Koerden in Iran, onder meer door Koerdische taallessen te geven. Ze beschuldigden haar van samenwerking met Koerdische oppositiegroepen. Zahra verkeert in slechte gezondheid. Ze heeft dringend zorg nodig voor haar maag- en darmproblemen.

Narges Mohammadi!
De bekende Iraanse mensenrechtenverdediger Narges Mohammadi hield met medegevangenen een zitprotest. Ze betuigden hun solidariteit met de honderden betogers die tijdens de anti-overheidsprotesten in november 2019 werden gedood. Als straf voor haar protest werd Mohammadi met geweld overgebracht naar een andere gevangenis.
Narges Mohammadi werd al in mei 2015 opgepakt. Volgens de autoriteiten zou ze lid zijn van een illegale organisatie en de nationale veiligheid in gevaar hebben gebracht. Mohammadi is verbonden aan het Iraanse Centrum voor Mensenrechtenverdedigers en voerde actie tegen de doodstraf in Iran.
In mei 2016 werd ze schuldig bevonden aan het opstarten en uitwerken van de illegale splintergroepering Legam, een mensenrechtenorganisatie die zich inzet voor het afschaffen van de doodstraf. Ze werd veroordeeld tot een gevangenisstraf van 16 jaar. Mohammadi gaf aan dat de rechter vijandig was en haar ervan beschuldigde goddelijke wetten te willen veranderen door haar activiteiten tegen de doodstraf. Ze kreeg nooit de kans zichzelf te verdedigen.
In januari 2019 ging ze samen met de gevangen Brits-Iraanse Nazanin Zaghari-Ratcliffe in hongerstaking om te protesteren tegen het gebrek aan medische zorg.
In 2023 ontving Mohammadi de Nobelprijs voor de Vrede.
Op 24 maart 2026 vonden bewakers Narges Mohammadi bewusteloos in haar cel. Haar armen en benen waren koud en haar ogen waren weggerold. De gevangenisarts zei dat ze waarschijnlijk een hartaanval had gehad. Toch weigeren de autoriteiten haar naar een ziekenhuis te brengen. En ondertussen zit ze nog steeds een straf van 7 jaar uit.

Student loopt risico op foltering!
De Iraanse universiteitsstudent Ali Younesi wordt sinds 10 april 2020 willekeurig vastgehouden. Zijn familie meent dat hij opgesloten zit in de Evin-gevangenis in Teheran.
De toegang tot een advocaat wordt hem ontzegd en hij heeft slechts twee keer kort kunnen telefoneren naar zijn familie. Voor zijn arrestatie hebben de Iraanse autoriteiten geen duidelijke reden gegeven. Ali Younesi is een gewetensgevangene die uitsluitend is opgesloten omwille van zijn familiebanden en loopt het risico gemarteld of anderszins mishandeld te worden.

Laat mensenrechtenactivist vrij!
Alireza Farshi DizajYekan is een Azerbeidzjaans-Turkse mensenrechtenverdediger en gewetensgevangene in Iran. Hij wordt willekeurig vastgehouden in de centrale gevangenis van de provincie Teheran omdat hij opkomt voor mensenrechten: Alireza wil dat Turks, zijn moedertaal, vrij gesproken kan worden, dat er evenementen in die taal plaats kunnen vinden en dat er lessen in gegeven kunnen worden. Hij plaatste berichten online over andere activisten in het land en organiseerde vreedzame bijeenkomsten.
De Iraanse autoriteiten veroordeelden hem voor "het samenscholen en samenzweren met als doel de staatsveiligheid in gevaar te brengen" en "het verspreiden van propaganda tegen het systeem".
De Iraanse autoriteiten weigeren hem de toegang tot de gezondheidszorg die hij nodig heeft, onder meer voor een oogaandoening en een hoge bloedsuikerspiegel.

Leegloop!
Elk jaar verlaten 150.000 tot 180.000 mensen Iran. Die leegloop zuivert het land van “probleemburgers” en zet de conservatieve machthebbers steviger in het zadel . Enkel de hardliners blijven achter, en de band met het Westen vertroebelt.
Zestig procent van de actieve bevolking heeft geen sociale zekerheid, terwijl sociale rechtvaardigheid nochtans essentieel is in het discours van de staat. Sinds de presidentsverkiezingen trekt een golf van vakbondsprotesten over de petrochemische industrie. Duizenden arbeiders eisen een eerlijk loon en veilige werkomstandigheden. En ook elders in het land organiseert men zich en staat het ‘sociaal contract’ onder druk, de stilzwijgende overeenkomst dat het volk zich onderwerpt aan het gezag en daar in ruil bepaalde rechten voor terugkrijgt. Sinds 2015 waren er al meer dan tweeduizend arbeidersprotesten.
Het leven in metropolen zoals Teheran is duur. Veel arbeiders zoeken daarom hun heil bij contract- en seizoenarbeid in olierijke regio’s. Het is een ware exodus uit de stad. En van de 160.000 oliearbeiders is 75 procent informeel aan het werk, zonder formeel contract dus. Zo’n 10.000 hebben zich intussen bij het protest gevoegd. De onderzoekers zijn trouwens onder de indruk van de geografische verspreiding van de protesten, die zelfs op erg afgelegen plaatsen gehouden worden. Het regime volgt het protest alvast met argusogen.
Het ministerie van Olie dreigt nu met zwarte lijsten, ontslagen en controles door de veiligheidsdiensten. Een echt grote opstand is voorlopig niet mogelijk: daarvoor is de ontvolking te groot geworden. Kritische stemmen bevinden zich immers in het buitenland of zijn vogelvrij verklaard.
De Amerikaanse sancties tegen Iran en de moeizame nucleaire onderhandelingen hebben Iran verder geïsoleerd. Het Migration Policy Institute (MPI) schat het jaarlijks verlies door de leegloop op 150 miljard dollar. Ter vergelijking: de opbrengst van de Iraanse petroleumexport ligt op 20 miljard dollar.
Volgens onderzoekers aan de universiteit van Stanford, in de Verenigde Staten, studeerden in 2020 zo'n 130.000 Iraanse jongeren in het buitenland, een recordcijfer. In tegenstelling tot andere uitwisselingsstudenten keren ze niet vaak terug naar hun thuisland. Slechts 8 procent van de Iraanse studenten in de Verenigde Staten kiest ervoor om terug te keren.
Alleszins zorgt de ontvolking voor achtergestelde regio’s, verzwakte vakbonden en een steeds grotere kloof tussen bevolking en elite.

Geen doodstraf voor LGBTI+-activisten!
Amnesty International vernam pas laat dat het Hooggerechtshof van Iran eind december 2022 de veroordeling en het doodvonnis van de Iraanse lhbti-activisten Zahra Sedighi-Hamadani en Elham Choubdar heeft vernietigd.
De 31-jarige Zahra Sedighi-Hamadani (roepnaam Sareh) en de 24-jarige Elham Choubdar waren ter dood veroordeeld vanwege hun seksuele geaardheid en omdat ze openlijk durven opkomen voor de rechten van LGBTI+-mensen. Ze werden veroordeeld voor ‘het verspreiden van corruptie op aarde’ -een vage term waarmee ongewenst gedrag wordt aangeduid. Een absurde en verzonnen aanklacht.
De Iraanse autoriteiten pakten Zahra op in oktober 2021. Ze had berichten geplaatst op sociale media waarin ze zich uitsprak voor LGBTI+-rechten. Ze werkte ook mee aan een BBC-documentaire over de behandeling van LGBTI+-mensen in de Koerdische regio van Irak.
Zahra was slachtoffer van gedwongen verdwijning gedurende 53 dagen na haar arrestatie. In die periode werd ze aan mishandelende ondervragingstechnieken onderworpen zonder toegang tot een advocaat. Ze werd aan praktijken onderworpen die in strijd zijn met het verbod op foltering, waaronder doodsbedreigingen, beledigingen en langdurig isolement.
Uit gerechtelijke en andere informatie kon Amnesty opmaken dat Elham Choubdar op soortgelijke manier werd geviseerd omwille van haar vermeende seksuele geaardheid en activiteiten om LGBTI+-rechten te ondersteunen op sociale media. Elham Choubdar zou onder druk gezet zijn om ‘bekentenissen’ af te leggen.
Het Hooggerechtshof heeft hun zaken nu naar een lagere rechtbank doorverwezen voor een nieuw proces.

Geen weg terug voor het regime?
"Vrouw, leven, vrijheid": al maandenlang scanderen betogers in heel Iran die slogan. Sinds het losbarsten van de demonstraties in september 2022 zouden volgens mensenrechtenorganisaties al meer dan 400 mensen zijn vermoord door het regime. Meer dan 15.000 demonstranten zouden zijn gearresteerd. Het was de moord op Mahsa Zhina Amini die de lont in het kruitvat stak. Deze 22-jarige Koerdische vrouw overleed drie dagen na haar arrestatie in een ziekenhuis in Teheran.
Zhina werd opgepakt door de beruchte zedenpolitie, een afdeling van de politie die toeziet op de verplichte sluiering van vrouwen in de openbare ruimte. Na de moord op de jonge vrouw probeerden regeringsfunctionarissen de verantwoordelijkheid van zich af schuiven. De Iraanse staat bracht een rapport uit waarin er beweerd werd dat Zhina eigenlijk al bestaande aandoeningen had die tot haar dood hadden geleid. Haar familie ontkende dat echter met klem en hield vol dat Zhina stierf als gevolg van politiegeweld.
Ondanks verwoede inspanningen van de Iraanse overheid om het internetverkeer stil te leggen overspoelen beelden van de betogingen de sociale media. Iraniërs, vooral de jongeren met een beetje technische skills, weten de blokkades te omzeilen. Op die manier slagen ze erin om de beelden van vrouwen die hun haar afknippen of hun hoofddoek verbranden, de ether in te sturen.
Het Iraanse regime is geobsedeerd door zijn imago. Het wil niet alleen aan de macht blijven, maar ook zijn eigen ideologie zo ruim mogelijk verspreiden. De ambities van het regime zijn gebaseerd op waanbeelden over morele en politieke superioriteit.
Het is net dat imago dat bedreigd wordt door Iranïers met afwijkende meningen. Ali Khamenei, de ”opperste leider” van Iran, verbrak zijn stilzwijgen pas toen de protesten in het hele land al twee weken bezig waren. Hij beweerde dat de Verenigde Staten, Israël en Iraniërs in het buitenland de zogeheten rellen hadden georganiseerd. De verspreiding van complottheorieën is een gebruikelijke strategie van de Iraanse autoriteiten. Uit de toespraak van Khamenei bleek bovendien ook zijn steun voor de politie en de speciale eenheden die de betogingen met geweld onderdrukken.
Protesteren is niets nieuws in Iran. Al tientallen jaren protesteert het Iraanse volk tegen staatsgeweld, institutionele vrouwenhaat, seksuele en etnische onderdrukking, en de arrestaties van activisten die zich inzetten voor politieke, milieu-, arbeids- en vrouwenrechten.
Na 2017 kreeg het activisme tegen de verplichte hijab (hoofddoek) een nieuwe impuls. Deze golf van activisme staat ook bekend als de The Women Of Revolution Street, omdat de vrouwen vaak hun sluier afnemen op een van de drukste locaties van de Revolutie. En nu, na de moord op Zhina, zou het geweld terug in alle hevigheid losbarsten. De verschillende etnische groepen in Iran, waaronder Koerden, Baluchi en Arbieren, hebben zich hierbij verenigd om hun gemeenschappelijke vijand te verslaan.
En het regime? Na vier decennia van kritiek, vreedzame betogingen en verzet is het antwoord min of meer onveranderd gebleven. Nog altijd doodt, arresteert en martelt het. Zwaarbewapende politieagenten patrouilleren in de straten en openen het vuur op ongewapende betogers, terwijl sluipschutters vanaf daken op mensen schieten. Het internet ligt plat en gewelddadige arrestaties zijn de norm. Zelfs schoolkinderen vormen een doelwit.
De systematische onderdrukking van vrouwen, de lgbti-gemeenschap, etnische en religieuze groepen frustreert de Iraniërs zichtbaar. Ook het voortdurende en afschuwelijke wanbeheer van rijkdommen van het land, de rampzalige aanpak van de coronapandemie en de toenemende corruptie leiden tot heel wat onvrede. Het klopt dat internationale sancties de Iraniërs hard treffen. Toch duiden ze steeds meer de regering aan als hoofdverantwoordelijke voor de algemene malaise.
De huidige protesten zijn ook anders door hun omvang en hun geografische spreiding. Het beeld van Zhina heeft voor eenheid gezorgd onder Iraniërs van alle leeftijden, geslachten, etnische afkomsten en religies. Zhina is in het hele land uitgegroeid tot een feministisch symbool dat mensen ondanks hun onderlinge verschillen verenigt voor een gemeenschappelijk en revolutionair doel. Wat deze nieuwe generatie ten slotte ook anders maakt, is haar relatie met de wereld. Dit zijn digitaal geschoolde jongeren die voordurend verbonden zijn met het internet, ondanks de pogingen van het regime om dat internet te blokkeren.
Vandaag zijn vrouwen de drijvende kracht achter het protest. Het recht om zich niet te sluieren en hun eis om als gelijkwaardige burgers te worden behandeld, staan centraal. De protesten zijn gericht tegen de zeer specifieke interpretatie van religie door de Islamitische Republiek. Die geeft de ”opperste leider” absolute macht over het land en rechtvaardigt geweld tegen vrouwen in naam van gedwongen vroomheid.

2023: vrouwen zijn de drijvende kracht achter de protesten
Het recht om zich niet te sluieren en hun eis om als gelijkwaardige burgers te worden behandeld, staan centraal. De jarenlange strijd tegen de verplichte sluier mag niet gemakshalve geïnterpreteerd worden als 'tegen religie' of 'tegen de islam', ongeacht de verranderende blik op religie in Iran.
De protesten zijn gericht tegen de zeer specifieke interpretatie van religie door de Islamitische Republiek. Die geeft de ”opperste leider” absolute macht over het land en rechtvaardigt geweld tegen vrouwen in naam van gedwongen vroomheid. Wanneer Iraanse vrouwen hun sluiers in brand steken, verbranden zij het symbool van de onderdrukking in naam van de godsdienst.
Het regime heeft geprobeerd om de protesten te bagatelliseren. Het schildert de demonstranten af als anti-islamitisch. Op het officiële Twitterprofiel van Khamenei was zelfs te lezen dat demonstranten religieuze symbolen aanvielen. Maar de slogans en de acties van de mensen spreken voor zich. Het regime en zijn symbolen liggen onder vuur.
Het is overigens even absurd om de belangrijke strijd van Iraanse vrouwen tegen de verplichte sluier te ondermijnen met de bewering dat alleen maar de sancties of de economische malaise de protesten uitlokken. Zeker, die zaken hangen samen en hebben de frustraties van de mensen aangewakkerd. Maar het langdurige activisme van vrouwen vormt vanaf dag één de kern van het aanhoudende protest.
De strijd van Iraanse vrouwen voor lichamelijke integritiet maakt deel uit van de strijd tegen patriarchale instellingen die vrouwen overal ter wereld voeren. Het is een gevecht tegen de Iraanse staat, die het lichaam en het haar van vrouwen heilig heeft verklaard, en overmatig heeft geseksualiseerd. Vandaag gebruiken vrouwen hun haar als wapen om meer vrijheid te eisen. De verplichte sluier is zo fundamenteel voor de identiteit van het Iraanse regime dat er geen manier is om die af te schaffen, zonder dat het hele systeem instort.
Meer dan 80.000 mensen marcheerden op 22 oktober door de straten van Berlijn. Voor Europeanen lijkt het aantal betogers in Iran daarom misschien klein. Vaak vragen ze zich af of de meerderheid van de Iraniërs de protesten wel steunt. Maar dat doen ze wel degelijk. En wie de beelden zag van de neergeschoten betogers kan zich voorstellen waarom sommige mensen voorzichtig blijven. De troepen van het regime gebruiken steeds meer geweld om de protesten neer te slaan.
Wat je online ziet is bovendien maar het topje van de ijsberg: na de arrestatie volgen vaak marteling, verkrachting en moord. Ook de familie en geliefden van de demonstranten worden bedreigd. Het is gruwelijker dan je je kunt voorstellen.
Het regime maakt het de mensen bijzonder lastig om deel te nemen aan de betogingen. Scholen, universiteiten en openbare diensten blijven open en lokale autoritieten moeten afwezigheden registreren. Wie niet naar het werk gaat, is zo automatisch verdacht.
Het regime houdt nog altijd vast aan de macht. Wat de toekomst zal brengen, is moeilijk te voorspellen. Maar ook al is het misschien niet vandaag of morgen, de ineenstorting van het systeem komt dichterbij. Na de wreedheden van het regime zal geen enkel verhaal over hervormingen meer enige legitimiteit hebben. Er is geen weg meer terug voor het Iraanse regime. De eis van het Iraanse volk is duidelijk: pas als het de Islamitische Republiek Iran op de knieën heeft gedwongen, kan een vrij Iran verrijzen.

Waar is Ebrahim Babaei?
Door toedoen van de Iraanse autoriteiten is activist Ebrahim Babaei al 15 maanden spoorloos. Er is grote bezorgdheid dat hij onderworpen wordt aan foltering en andere vormen van mishandeling. Hoewel de bewijzen zich opstapelen dat hij wordt vastgehouden in een staatsgevangenis, weigert de overheid zijn opsluiting te bevestigen. De overheid wil ook niet vrijgeven aan de familie waar hij is en hoe hij er aan toe is. Ebrahim verdween in december 2021 tijdens een poging Iran te verlaten om te ontkomen aan een gevangenisstraf en zweepslagen.
Na de verdwijning van Ebrahim Babaei kreeg zijn familie verschillende verhalen over zijn vermeende dood van smokkelaars te horen. De advocaat van de familie deed in Turkije navraag bij mortuaria, ziekenhuizen en de veiligheidspolitie in de stad Van, bij de gemeente en de politie in de stad Ozalp en bij de Turkse douane. De Turkse autoriteiten verklaarden dat zij geen lichaam hadden ontvangen dat overeenkwam met de beschrijving van Babaei en dat volgens hun onderzoek Ebrahim Babaei nooit in Turkije aangekomen was.
Ebrahim Babaei werd eerder al het slachtoffer van willekeurige arrestaties en jarenlange opsluiting, een oneerlijk proces, foltering en andere vormen van mishandeling, louter voor het vreedzaam uitoefenen van zijn mensenrechten. Hij werd voor het eerst gearresteerd in Sari (vlakbij de Kaspische Zee) in 1984. Hij verbleef toen 16 maanden in de gevangenis van Sari. Hij was veroordeeld op grond van valse beschuldigingen op het vlak van nationale veiligheid, gaande van het lezen van pamfletten waarin werd geageerd tegen de Islamitische Republiek tot het bezitten van verboden boeken. In de 20 daaropvolgende jaren werd hij regelmatig ondervraagd door de autoriteiten in verband met zijn politieke activisme. Hij werd meermaals gearresteerd, verschillende keren veroordeeld tot celstraffen en zweepslagen en was het slachtoffer van gedwongen verdwijning.

Stop executie van demonstranten!
Ebrahim Narouie, Kambiz Kharout, Manouchehr Mehman Navaz, Mansour Dahmardeh, Mohammad Ghobadlou, Mojahed (Abbas) Kourkour, Shoeib Mir Baluchzehi Rigi en zeker nog verschillende anderen werden ter dood veroordeeld in verband met de voortdurende protesten in Iran. Ze lopen een groot risico op imminente executie.
Wie vast zit enkel voor het vreedzaam uitoefenen van het recht op vrije meningsuiting, moet onmiddellijk en onvoorwaardelijk vrijgelaten worden. De veroordelingen en doodstraffen tegen elk van hen moeten worden ingetrokken. Voor zover er verdenking is voor herkenbare misdrijven, moeten processen plaatsvinden met respect voor het recht op een eerlijk proces en zonder mogelijkheid van de doodstraf. Voor zolang ze vastzitten, moeten de gevangenen toegang hebben tot een advocaat naar hun keuze en contact met hun familie en moeten ze beschermd worden tegen foltering en andere mishandeling.
Mensen die in Iran worden vervolgd omwille van hun betrokkenheid bij de protesten krijgen enkel manifest oneerlijke processen. De autoriteiten steunen daarbij geregeld op zogenaamde ‘bekentenissen’ die door foltering zijn verkregen. Verschillende van de uitgesproken doodstraffen waren voor misdrijven zoals vandalisme en brandstichting -misdrijven die volgens het internationaal recht nooit tot doodstraf zouden mogen leiden.
Sinds de start van de opstand in september 2022 hebben de autoriteiten duizenden mensen gearresteerd en in staat van beschuldiging gesteld, wat laat vrezen dat er nog meer mensen ter dood zullen worden veroordeeld. Naast de hierboven vermelde mannen heeft Amnesty International ten minste 16 anderen geïdentificeerd. Bovendien is het Iraanse regime sinds april 2023 aan een alarmerend tempo ter dood veroordeelden aan het executeren.

Doodstrafvonnis tegen Abbas Deris
Activist Abbas Deris dreigt geëxecuteerd te worden wegens zijn deelname aan de protesten in november 2019. Op 4 juli 2023 verklaarde zijn advocaat dat het Hooggerechtshof de veroordeling tot de doodstraf van Abbas Deris had bevestigd op grond van “vijandigheid tegenover God”. Eind oktober 2022 werd Abbas Deris door het Revolutionair Hof in Mahshahr veroordeeld tot de doodstraf. Die uitspraak volgde na een zeer oneerlijk proces op basis van afgedwongen “bekentenissen”. Het verzoek van Abbas Deris om de zaak te herzien, is nog lopende.
Amnesty wil dat het doodstrafvonnis tegen Abbas Deris onmiddellijk vernietigd wordt. Bovendien moet hij direct toegang krijgen tot een advocaat naar keuze, aangepaste medische zorg en zijn familie.
In juli 2023 roepen de drie kinderen van Abbas Deris in een online video de wereld op om hen te helpen door de Iraanse overheid te verzoeken de terdoodveroordeling van hun vader teniet te doen. Hun moeder is kort na de arrestatie van hun vader overleden. In de boodschap zeggen ze dat “ze niemand meer hebben behalve hun vader”.
Op 15 november 2019 kwamen tienduizenden mensen in Iran op straat om te protesteren tegen de hoge brandstofprijzen. Het ongenoegen van de protesteerders breidde zich uit. Ze eisten een hervorming van de grondwet en de beëindiging van het systeem van de Islamitische Republiek. De Iraanse veiligheidstroepen reageerden hierop met overmatig geweld: er werd met scherp geschoten op de menigte en er werd gebruikgemaakt van onder meer traangasgranaten en waterkanonnen. Er vielen honderden doden, waaronder minstens 23 kinderen.

Reza Rasaei!
De Iraans-Koerdische Reza Rasaei (Gholamreza) riskeert executie als gevolg van de Vrouw, Leven, Vrijheid-protesten die van september tot december 2022 in Iran plaatsvonden. Na een manifest oneerlijk proces werd hij op 7 oktober 2023 tot de doodstraf veroordeeld voor moord. Hij zou volgens de autoriteiten een lid van de revolutionaire garde gedood hebben. De veroordeling gebeurde op basis van bekentenissen die door foltering afgedwongen werden en Reza ontkent elke betrokkenheid bij de dood van de agent.
Amnesty wil dat het doodstrafvonnis tegen Reza Rasaei vernietigd wordt. De autoriteiten moeten een onafhankelijk onderzoek instellen naar wie verantwoordelijk was voor het folteren en mishandelen van Reza Rasae, en hen berechten. Bovendien moeten ze Reza Rasaei beschermen tegen verdere foltering en andere mishandeling.
In het najaar van 2022 brak in Iran een volksopstand in reactie op de dood van Zhina (Mahsa) Amini. Zij werd op 16 september 2022 door de Iraanse zedenpolitie gedood, enkele dagen na haar willekeurige aanhouding. De Iraanse autoriteiten hanteerden een strategie van repressie en pleegden disproportioneel geweld tegen demonstranten. Ze gebruikten daarbij scherpe munitie, metalen pellets en traangas. Ook het rechtssysteem draagt bij aan de repressie. Minstens 7 deelnemers werden geëxecuteerd nadat ze arbitrair vastzaten, gefolterd werden en hen het recht op een eerlijk proces ontzegd werd.

Doodvonnis Toomaj Salehi en vele anderen!
De terdoodveroordeelde Iraanse rapper Toomaj Salehi loopt het risico te worden geëxecuteerd nadat hij in april 2024 ter dood werd veroordeeld. De reden? Zijn deelname aan de “Woman Life Freedom”-protesten en berichten op sociale media. Zijn proces was manifest oneerlijk. Toomaj zelf en een andere bron gaven aan dat hij gefolterd is met elektrische schokken, doodsbedreigingen kreeg en herhaaldelijk is geslagen. Hij liep daarbij botbreuken aan de handen en benen op en een verminderd gezichtsvermogen in één oog.
Amnesty International eist dat de Iraanse autoriteiten het doodvonnis van Toomaj Salehi vernietigen en hem onmiddellijk en onvoorwaardelijk vrijlaten.
Toomaj Salehi werd op 30 oktober 2022 gearresteerd. In juli 2023 werd hij eerst veroordeeld tot in totaal meer dan 18 jaar celstraf. In november 2023 vernietigde het Hooggerechtshof echter die uitspraak en verwees de zaak terug naar de Revolutionaire Rechtbank voor een nieuw proces.
Op 18 november 2023 werd hij op borgtocht vrijgelaten. Enkele dagen later publiceerde hij een video op zijn YouTube-kanaal met details over de folteringen waaraan hij was onderworpen. Kort nadien werd hij opnieuw gearresteerd omdat hij volgens de autoriteiten “ongegronde en ongefundeerde beweringen had gedaan” over zijn behandeling in detentie. In maart 2024 veroordeelde een strafrechtbank hem tot één jaar gevangenisstraf in verband met deze zaak.
In april 2024 veroordeelde het Revolutionaire Hof hem uiteindelijk opnieuw. Dit keer kreeg hij de doodstraf wegens “corruptie op Aarde”.

Iran voerde in 2023 minstens 853 executies uit. Meer dan de helft (481) van de mensen werd geëxecuteerd op basis van drugsgerelateerde aanklachten. Leden van de Baluchi, een onderdrukte minderheid in Iran, waren hierbij oververtegenwoordigd. Bij maar liefst 29% van alle drugsgerelateerde executies ging het om Baluchi, terwijl de minderheid maar 5% van de totale bevolking uitmaakt.
Amnesty International is in alle gevallen, zonder uitzondering, tegen de doodstraf. De doodstraf is een schending van het recht op leven zoals opgenomen in de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens. Amnesty International roept Iran opnieuw op om een officieel moratorium uit te spreken over alle executies, met de bedoeling om de doodstraf uiteindelijk volledig af te schaffen.
Nu worden nog steeds heel wat gevangenen in het geheim geëxecuteerd, zonder dat ze een laatste contact met de familie kregen om afscheid te nemen. Familieleden werden vaak pas op de hoogte gebracht wanneer ze door de gevangenisdirectie werden gevraagd om het lichaam van hun familielid te komen ophalen.
Vóór 2017 werden er door de Iraanse autoriteiten jaarlijks honderden mensen geëxecuteerd na drugsgerelateerde aanklachten: 638 in 2015 en 328 in 2016. In oktober 2017 leidde wereldwijd protest tot een hervorming van de antidrugswet in Iran. Volgens die hervorming moesten er veel meer drugs worden onderschept voordat de doodstraf kon worden opgelegd. Maar de nieuwe president en het nieuwe hoofd van het rechtssysteem voeren opnieuw een meedogenloze strijd tegen drugs, met veel meer executies als gevolg.

Executie Pakhshan Azizi?
Pakhshan Azizi is een humanitair hulpverlener en activist uit Iran. Als Koerdische maakt ze deel uit van een onderdrukte etnische minderheid in haar land. In juli 2024 werd ze ter dood veroordeeld voor “gewapende opstand tegen de staat” door de Revolutionaire Rechtbank in Teheran na een manifest oneerlijk proces. Haar veroordeling is het gevolg van haar vreedzame humanitaire en mensenrechtenactiviteiten. Ze kan elk moment worden geëxecuteerd.
Amnesty eist dat Iran het doodvonnis van Pakhshan Azizi onmiddellijk intrekt en haar onmiddellijk en onvoorwaardelijk vrijlaat.
Op 4 augustus 2023 werd Pakhshan willekeurig gearresteerd in haar ouderlijk huis. Ook andere familieleden, onder wie haar vader en zus, werden toen opgepakt. Ze werden allemaal overgebracht naar de beruchte Evin-gevangenis. Pakhshan werd er tijdens het proces van beschuldigd de nationale veiligheid in gevaar te willen brengen omdat ze in Syrië was. Haar advocaat benadrukte dat ze als hulpverlener aan het werk was en gevluchte vrouwen en kinderen bijstond in het noordoosten van Syrië. Toch werd ze deze zomer ter dood veroordeeld. Haar familieleden kregen één tot twee jaar gevangenisstraf voor onder meer “het helpen van een misdadiger om zijn proces en veroordeling te ontlopen”.
Sinds haar willekeurige detentie ging Pakhshan Azizi al verschillende keren in hongerstaking uit protest. Ze blijft haar activisme ook in de gevangenis voortzetten. Daardoor startten de autoriteiten twee nieuwe zaken tegen haar en verhinderden ze het contact met haar familie. Pakhshan geeft aan dat ze tijdens haar ondervragingen gefolterd werd en te maken kreeg met andere vormen van mishandeling, opdat ze valse bekentenissen zou afleggen.
Pakhshan Azizi wordt er dus zonder enig bewijs van beschuldigd lid te zijn van de Partij voor een Vrij Leven in Koerdistan (PJAK). Zelf verwerpt ze de beschuldiging als ongegrond en spreekt ze van een politieke veroordeling.

Koerdische dissidente Verisheh Moradi!
De Koerdische dissidente Verisheh Moradi werd op 1 augustus 2023 gearresteerd, onderging een oneerlijk proces en werd ter dood veroordeeld. Haar beroep loopt nog steeds en haar executie kan elk moment plaatsvinden.
Op 1 augustus 2023 werd Verisheh op brute wijze gearresteerd door agenten van het ministerie van Veiligheid. Ze werd in november 2024 ter dood veroordeeld wegens “gewapende opstand tegen de staat”. Het proces voor de Revolutionaire Rechtbank in Teheran was manifest oneerlijk. Verishehs aantijgingen over foltering en andere mishandeling door gevangenispersoneel werden niet onderzocht. Ze tekende beroep aan tegen het doodvonnis, maar dat is nog lopende. Toch kan ze op elk moment geëxectueerd worden.
Amnesty eist dat Iran de doodstraf van Verisheh Moradi onmiddellijk intrekt en haar vrijlaat.
Begin augustus 2024 schreef Verisheh een open brief, waarin ze vermeldt dat ze op 9 april 2024 is aangeklaagd voor onder meer “lidmaatschap van oppositiegroepen” en “gewapende opstand tegen de staat”. In de brief schreef ze ook dat de Iraanse autoriteiten “haar strijd tegen terroristische groeperingen zoals de Islamitische Staat (IS) gelijkstelden met de strijd tegen de Islamitische Republiek Iran”. Verisheh ontkent dat ze ooit de wapens heeft opgenomen tegen Iran.
Begin september 2024 opende de overheid een tweede zaak tegen haar. Deze keer in verband met een protestactie die zij samen met anderen (onder wie de mensenrechtenactiviste Narges Mohammadi) had gehouden in augustus 2024 in de vrouwenafdeling van de Evin-gevangenis. Die actie was gericht tegen de Iraanse overheid omdat die steeds vaker misbruik maakt van de doodstraf.
In de nasleep van de “Woman Life Freedom”-opstanden in 2022 hebben de Iraanse autoriteiten het gebruik van de doodstraf nog geïntensifieerd om de bevolking angst aan te jagen en om hun greep op de macht te versterken. Deze escalatie omvat ook het gebruik van de doodstraf tegen etnische minderheden, waaronder de Koerden, en tegen vrouwen die om politieke redenen gevangen werden genomen.

Maak de locatie van tientallen gevangenen bekend!
Op 23 juni 2025 werd een deel van de Evin-gevangenis in Teheran verwoest door luchtaanvallen van Israël. Honderden gevangenen werden overgebracht naar andere -overvolle- gevangenissen en worden er in vreselijke omstandigheden vastgehouden.
Sinds die overplaatsingen verzwijgen de autoriteiten de verblijfplaats van tientallen andere gevangenen, onder wie de Zweeds-Iraanse VUB-gastprofessor Ahmadreza Djalali. Dat kan als gedwongen verdwijning worden beschouwd, wat volgens het internationaal recht gelijkstaat aan een misdaad. Deze gevangenen lopen extra gevaar op foltering of andere mishandeling.
Iran moet bekendmaken waar de tientallen gevangenen zich bevinden. De autoriteiten moeten er ook voor zorgen dat alle gevangenen toegang krijgen tot gezondheidszorg, hun familie en advocaten. Mensen die onterecht worden vastgehouden, moeten vrijgelaten worden.
Op 25 juni deelde Sayeh Seydal, een vrouwelijke gevangene die van de Evin-gevangenis naar de Shahr-e Rey-gevangenis werd overgeplaatst, op haar Instagram-account een audio-opname. In de opname zei ze: “Nu de Amerikaanse en Israëlische bommen ons niet hebben gedood, hebben de Iraanse autoriteiten ons naar een plek gebracht waar ze ons zo goed als doodmaken. Een plaats waar geen mens zou mogen leven. Het wordt een langzame dood. Het is alsof de autoriteiten hun wraakgevoelens tegenover Israël en de VS op ons, politieke gevangenen, willen uitwerken.”
De Israëlische luchtaanvallen op de Evin-gevangenis kostten aan ten minste 79 mensen het leven, onder wie gevangenen, familieleden van gevangenen en administratief personeel.

Ahmadreza Djalali
De Iraanse wetenschapper en VUB-gastprofessor Ahmadreza Djalali werd in Iran beschuldigd van spionage en ter dood veroordeeld. Hij zit intussen meer dan 9 jaar vast zonder eerlijk proces.
Ahmadreza Djalali werd in 2016 in Iran opgepakt en later veroordeeld voor spionage na een manifest oneerlijk proces. Hij werd drie maanden lang in eenzame opsluiting vastgehouden in de beruchte Evin-gevangenis in Teheran en werd gefolterd tot hij valse bekentenissen aflegde. 
In 2017 werd Djalali ter dood veroordeeld, datzelfde jaar ging hij ook in hongerstaking, waardoor zijn gezondheid snel achteruitging. Zo werd hij ook 3 maanden lang in isolatie vastgehouden en tot vier keer toe naar de dodencel overgebracht.
Dr. Djalali werkt als dokter in de geneeskunde voor een onderzoeksgroep die verbonden is aan de Vrije Universiteit Brussel (VUB) en de Università del Piemonte Orientale (UPO) in Navaro, Italië. Op 25 april 2016, tijdens een werkbezoek in Iran, werd hij opgepakt door de veiligheidsdiensten. In de gevangenis werd hij extreem onder druk gezet om te bekennen dat hij een spion was voor 'vijandelijke staten'. Hij zat ook drie maanden in de isolatiecel.
Amnesty International beschouwt Ahmadreza Djalali als een gewetensgevangene die enkel werd veroordeeld en gevangengenomen omdat hij weigert zijn academische banden te gebruiken om te spioneren voor Iran. Al zeven jaar lang voert Amnesty samen met Ahmadreza’s familie campagne voor zijn vrijlating. En dat zal zo blijven, tot hij zijn gezin en vrienden opnieuw in de armen kan sluiten.
Op 25 september kon hij voor het eerst na drie maanden gedwongen verdwijning opnieuw contact opnemen met zijn echtgenote Vida Mehrannia.
Volgens de informatie die Djalali vandaag aan zijn vrouw kon overbrengen, werd hij op 23 juni 2025 abrupt uit zijn cel gehaald, kort na de Israëlische bombardementen op de Evin-gevangenis. Hij werd vervolgens vier dagen lang vastgehouden in de Greater Teheran Penitentiary en daarna overgebracht naar een geheime locatie. Gedurende die hele periode kreeg hij geen informatie over zijn situatie en had hij geen enkel contact met de buitenwereld. Djalali gaf aan dat hij “vreesde in het geheim geëxecuteerd te worden” en dat hij zich grote zorgen maakte over zijn familie, die volledig in het ongewisse werd gelaten. Op 24 september werd Djalali uiteindelijk teruggebracht naar de Evin-gevangenis.
“We zijn opgelucht dat Ahmadreza Djalali terecht is en moeten voorkomen dat de aandacht nu opnieuw verslapt. De internationale druk van de voorbije maanden heeft duidelijk effect gehad, maar de kern van het probleem blijft: Djalali zit al meer dan negen jaar onterecht vast en riskeert te worden geëxecuteerd na een manifest oneerlijk proces. Nu is het aan de internationale gemeenschap, met Zweden en België op kop, om alle mogelijke middelen in te zetten voor zijn onmiddellijke vrijlating. Ahmadreza Djalali hoort thuis bij zijn gezin, niet in een cel." (Wies De Graeve, directeur van Amnesty International Vlaanderen)
Ook Vida Mehrannia reageerde op X: “Na drie maanden van verdwijning, die onze familie diepe angst en zorgen bezorgde, is Ahmadreza op 24 september terug overgebracht naar de Evin-gevangenis. We blijven hoopvol en dankbaar voor de internationale steun. Onze eis blijft duidelijk: Ahmadreza moet onmiddellijk worden vrijgelaten en de kans krijgen om naar huis terug te keren. Zolang hij niet vrij is, kunnen we geen echte rust vinden.”
Mehrannia bedankte expliciet de Zweedse Minister van Buitenlandse Zaken en het Vlaams Parlement omwille van hun recente publieke inspanningen.

Stop de uitzetting van Afghanen!
In 2025 stuurde Iran al meer dan een miljoen Afghanen terug naar Afghanistan. Daarbij ook Afghanen die in Iran geboren zijn en mensen die al decennialang in het land wonen. Het aantal uitzettingen is opgedreven sinds de escalatie van de spanning tussen Israël en Iran enkele maanden geleden. Sinds 1 juni alleen al zijn een half miljoen Afghanen het land uitgezet, onder wie ook kinderen die zonder een ouder of andere begeleider moesten terugkeren. Miljoenen andere Afghanen in Iran lopen nog steeds risico op uitzetting, hoewel het in Afghanistan erg gevaarlijk is door de aanwezigheid van de taliban.
Amnesty dringt er bij de Iraanse autoriteiten op aan om de massale uitzettingen van Afghanen onmiddellijk te stoppen en de Afghanen die in Iran zijn te beschermen, onder meer door hen een migratiestatus te geven. Alle vrouwen en meisjes moeten sowieso erkend worden als vluchteling, omdat zij door het beleid van de taliban in Afghanistan extra gevaar lopen.
Al decennialang zoeken Afghanen veiligheid en bescherming in Iran, omdat het leven in hun land ronduit gevaarlijk is. Sinds de taliban in 2021 terug de macht greep, is het aantal Afghaanse vluchtelingen nog meer gestegen. Vooral voor vrouwen, meisjes, mensenrechtenverdedigers, journalisten en critici is Afghanistan opnieuw een erg gevaarlijk land geworden. De Verenigde Naties spreken momenteel van zo’n 4,5 miljoen Afghanen.
Volgens de internationale mensenrechten is het trouwens verboden om iemand terug te sturen naar een land waar zijn of haar leven in gevaar is.

Doodvonnis Sharifeh Mohammadi eindelijk omgezet (november 2025)!
De revolutionaire rechtbank in de noordelijke provincie Gilan veroordeelde mensenrechtenverdediger Sharifeh Mohammadi in juni 2024 tot de doodstraf. De reden? Ze voerde op vreedzame wijze actie voor mensenrechten. Zo kwam ze op voor de rechten van vrouwen en arbeiders, en voor de afschaffing van de doodstraf. Haar proces is uiterst oneerlijk verlopen. Ze diende bovendien een klacht in over de foltering en andere mishandeling die ze in de gevangenis onderging, maar haar klacht werd niet onderzocht.
Sharifeh Mohammadi werd op 5 december 2023 willekeurig opgepakt bij haar thuis. Ze werd in de weken nadien meermaals ondervraagd. Tijdens die ondervragingen werd ze volgens een betrouwbare bron gefolterd om haar te dwingen valse bekentenissen af te leggen. Haar proces was manifest oneerlijk. De advocaat van Mohammadi kreeg slechts tien minuten spreektijd voor haar verdediging. De vreedzame mensenrechtenacties van Mohammadi werden door de rechtbank aangevoerd als bewijs voor haar ‘activisme tegen de fundamenten van de Islamitische Republiek Iran’.
Sinds de ‘Vrouw Leven Vrijheid’-opstanden in 2022 begonnen, wordt de doodstraf vaker ingezet in Iran. Activisten worden ter dood veroordeeld, nadat ze op vreedzame manier actievoeren. Dit jaar kregen al meerdere vrouwelijke activisten de doodstraf opgelegd. De autoriteiten willen zo angst zaaien en hun greep op de bevolking versterken. In 2023 voerde Iran 853 doodstraffen uit.
De veroordeling van Mevrouw Mohammadi werd eind 2024 door het Hooggerechtshof ongedaan gemaakt, maar op 19 februari 2025 werd ze terug ter dood veroordeeld.
Maar eindelijk kwam er voorzichtig goed nieuws: in november werd haar doodstraf omgezet in een celstraf van 30 jaar. Toch blijft Sharifeh onterecht vastzitten. Daarom blijft Amnesty zich inzetten voor haar vrijlating. Dat ze niet langer het risico loopt om geëxecuteerd te worden, is wel een opluchting.
Bedankt aan iedereen die in oktober 2024 en maart 2025 voor haar geschreven heeft!

Demonstraties tegen het regime (januari 2026)
Demonstranten eisen het einde van de Islamitische Republiek, terwijl veiligheidstroepen reageren met onrechtmatig geweld dat leidt tot enorm veel doden en zware verwondingen. Sinds 8 januari hebben de autoriteiten het internet volledig afgesloten om hun misdaden te verbergen.
Onder de dekmantel van deze digitale duisternis vallen enorm veel doden. Amnesty documenteerde hoe veiligheidstroepen herhaaldelijk en onrechtmatig geweren en hagelgeweren met metalen pellets gebruikten tegen ongewapende demonstranten.
De eerste manifestaties kwamen er al op 28 december 2025. Mensen gingen in heel Iran massaal de straat op. Ze zijn woedend over decennia van onderdrukking en misbruik. Ze eisen fundamentele verandering: een politiek systeem dat mensenrechten en menselijke waardigheid respecteert.
De protesten ontstonden na instorting van de nationale munt, jaren van wanbeleid en steeds slechtere leefomstandigheden. Wat begon met stakingen in Teheran, groeide uit tot landelijke massademonstraties waarin openlijk wordt opgeroepen tot de val van het systeem van de Islamitische Republiek.
Amnesty documenteerde hoe veiligheidstroepen herhaaldelijk en onrechtmatig geweren en hagelgeweren met metalen pellets gebruikten tegen ongewapende demonstranten. De meeste ziekenhuizen zijn overspoeld door gewonden. Families zoeken wanhopig naar vermiste dierbaren in overvolle mortuaria, ziekenhuizen en zelfs tussen stapels lichamen in magazijnen en vrachtcontainers.
Tegelijkertijd vinden grootschalige arrestaties plaats. Vastgezette demonstranten lopen groot risico op foltering en andere vormen van mishandeling. De doodstraf dreigt, nadat het hoofd van de rechterlijke macht heeft opgeroepen tot meedogenloze straffen voor iedereen die zich tegen het systeem verzet.

Conflict met Israël en de VS (2025-2026): zie Israël.

Amerika valt Kharg aan (maart 2026)
In de Perzische Golf liggen verschillende Iraanse eilanden. Vooral het eiland Kharg is enorm belangrijk voor de olie-export. Enkele andere eilanden zijn dan weer van belang vanwege hun strategische ligging en worden zowel door Iran als door de Verenigde Arabische Emiraten opgeëist. Ze bestaan vooral uit koraal en kalksteen, variëren in omvang en vormen een deel van de zuidelijke, maritieme grens van Iran.
Een aanval op Kharg zou een grote klap zijn voor Iran, maar houdt ook risico's in voor de Verenigde Staten. Iran waarschuwt de VS dan ook voor nog meer vergelding als die eilanden worden aangevallen. "President Donald Trump zal het bloed van Amerikaanse militairen aan zijn handen hebben als de Verenigde Staten of Israël Iraanse eilanden in de Perzische Golf zouden aanvallen," klonk het.
Met die niet mis te verstane boodschap benadrukte parlementsvoorzitter Mohammad Bagher Ghalibaf het belang van de eilanden.
Kharg is een koraaleiland in het noordwestelijke deel van de Perzische Golf. Het ligt op zo'n 25 kilometer van de Iraanse kust en is ongeveer 8 kilometer lang en 5 kilometer breed. Kharg valt niet meer weg te denken uit de Iraanse olie-industrie en is van enorm belang voor de olie-export. Ongeveer 90 procent van de olie die Iran uitvoert, passeert via Kharg. Goed voor zo'n 950 miljoen vaten per jaar.
Die olie wordt via pijpleidingen van het vasteland naar het eiland gebracht, waar ze in grote olietankers wordt overgepompt en via de Straat van Hormuz naar de rest van de wereld wordt vervoerd, hoofdzakelijk China dan. Dat dat overpompen niet aan de Iraanse kust zelf gebeurt, komt omdat de wateren daar te ondiep zijn voor grote olietankers.
Sinds de start van de oorlog heeft Iran al meer dan 13 miljoen vaten uitgevoerd en het maritieme inlichtingenbedrijf TankerTrackers.com meldt dat er op satellietbeelden al meerdere tankers werden gespot, die aan Kharg aangemeerd lagen.
Het mag dan ook niet verwonderen dat het eiland onder strenge militaire controle staat van de Iraanse Revolutionaire Garde. Het is ook niet toegankelijk voor het publiek. Daarom wordt het eiland wel eens het 'verboden eiland' genoemd. Er wonen wel enkele duizenden mensen op het eiland, werknemers in de oliesector. Opvallend: tussen de olie-opslagplaatsen is er naar verluidt toch ruimte voor fauna, met o.m. rondzwervende gazelles.
Ook in het oostelijke deel van de Perzische Golf liggen een aantal eilanden die van groot belang zijn voor Iran. Ze liggen vlak bij de Straat van Hormuz, de smalle zeestraat die de Perzische Golf met de Golf van Oman verbindt en waarlangs een vijfde van het wereldwijde olieaanbod wordt vervoerd.
Qeshm is het grootste Iraanse eiland in de Perzische Golf. Er wonen zo'n 150.000 mensen en er is ook een ontziltingsinstallatie gevestigd. Die wordt gebruikt om zeewater om te zetten in drinkwater en biedt water aan een deel van de bevolking op het eiland. Het eiland is ook een toeristische trekpleister, onder meer vanwege de Vallei van de Sterren.
Wat meer naar het zuidwesten liggen de kleinere eilanden Abu Musa en Groot-Tunb en Klein-Tunb. Ook die 3 eilandjes zijn enorm belangrijk voor Iran én zijn het onderwerp van een territoriaal dispuut met de Verenigde Arabische Emiraten. Het Iraanse leger nam de eilanden eind 1971 in, enkele dagen nadat de Britten zich uit de Perzische Golf hadden teruggetrokken en net voor 7 emiraten samen de Verenigde Arabische Emiraten vormden. Tot op vandaag heeft Iran er militaire middelen en troepen opgesteld.
In 2025 kondigde de Iraanse Revolutionaire Garde nog aan dat ze geavanceerde luchtafweersystemen op de eilanden wilde plaatsen, om zo de controle over de Straat van Hormuz te versterken.
Ook de Verenigde Arabische Emiraten eisen de eilanden op en roepen al lange tijd op tot een onderhandelde oplossing. De voorbije jaren kwam zowel Rusland als China, nochtans bondgenoten van Iran, samen met een aantal Arabische landen met een gezamenlijke verklaring waarin de opeising door Iran in vraag werd gesteld. Iran beschouwt de eilanden echter als een "onafscheidelijk" deel van zijn grondgebied en stelt dat de eilanden al sinds de oudheid deel uitmaakten van Perzische staten, totdat ze in het begin van de 20ste eeuw werden ingenomen door de Britten.
Over Abu Musa is er bovendien een akkoord gesloten met Sharjah, een van de 7 Emiraten. Iran heeft volgens dat akkoord het recht om het eiland te besturen en er troepen te stationeren. Voor de andere eilanden bestaat er momenteel geen akkoord. Volgens de Verenigde Arabische Emiraten waren de eilanden een deel van het emiraat Ras Al-Khaimah, toen Iran ze met geweld innam.
De VS hebben nu dus militaire installaties op Kharg gebombardeerd en dat zou een grote klap kunnen zijn voor Iran. Kharg is van kritiek belang voor de financiering van de Iraanse overheid en het leger. Als Iran de controle over Kharg verliest, wordt het moeilijk voor het land om te functioneren, en dan maakt het niet uit welk regime er aan de macht is, oud of nieuw.
De Israëlische oppositieleider Yair Lapid riep eerder al openlijk op tot een aanval op de energie-infrastructuur op Kharg. President Trump zei na de aanval op Kharg ook uitdrukkelijk dat de energie-infrastructuur op het eiland niet is aangevallen, al voegde hij er meteen aan toe dat als Iran de doorvaart in de Straat van Hormuz belemmert, hij alles zou vernietigen!
Let wel, die strategische infrastructuur aanvallen, houdt grote risico's in. Ten eerste is de kans heel groot dat zo'n aanval een nog zwaardere Iraanse vergelding zal uitlokken, iets waarvoor de Iraanse parlementsvoorzitter al waarschuwt. Iran zal dan mogelijk nog meer doelwitten in de Straat van Hormuz en in landen in de regio aanvallen.
Er zouden ook grote gevolgen zijn voor de Iraanse olie-export en het zou dus tot nog meer instabiliteit op de oliemarkten leiden. Een scenario dat de Verenigde Staten absoluut willen vermijden, want ook de Amerikaan in eigen land is daar het slachtoffer van.
De aanval kan ook grote gevolgen hebben voor het bestuur dat mogelijk ooit in de plaats van de ayatollahs komt. Kharg is zo belangrijk voor de Iraanse economie dat schade aan het eiland ook de levensvatbaarheid van een nieuw regime zou ondermijnen.


Iraanse eilanden

Het conflict escaleert
De oorlog van de Verenigde Staten en Israël tegen Iran heeft verstrekkende gevolgen voor het Midden-Oosten.
In maart 2026, na enkele weken van oorlog, brachten de Verenigde Staten een 15 puntenplan uit. Iran ontving het plan, beoordeelde het en noemde de voorwaarden die worden gesteld "buitensporig". Dat meldde de Iraanse staatszender Press TV op basis van een officiële bron.
Volgens diezelfde bron zou Teheran eigen voorwaarden op tafel hebben gelegd om de oorlog te beëindigen. Daarbij eist Iran onder meer het stopzetten van aanvallen en gerichte moorden, concrete garanties om een nieuwe oorlog te voorkomen en duidelijke afspraken over schadevergoedingen voor geleden verliezen. Ook wil het land dat zijn soevereiniteit over de Straat van Hormuz wordt erkend, en dat niet alleen de oorlog tegen Iran stopt, maar ook die tegen bondgenoten in de regio.
Tevens werd er benadrukt dat het de oorlog pas zal beëindigen op een moment dat het zelf kiest, en dat het zich niet laat dicteren door de Amerikanen.
Alleszins heerst de grootste onduidelijkheid over het Iraanse antwoord op het Amerikaanse vijftienpuntenplan. Daar waar Trump melding maakte van "goede gesprekken" tussen Amerikaanse topdiplomaten en Iraniërs, liet men daar iets heel anders horen.
Ondertussen keurde Israël 'nieuwe Iraanse doelwitten' goed en voerde meteen een aanval uit op de nucleaire site van Isfahan, een onderzoeksfaciliteit die betrokken zou zijn bij de ontwikkeling van onderzeeërs en de ondersteuning van de Iraanse marine. Volgens de minister van Defensie, Israel Katz, had hun luchtmacht ondertussen al meer dan 15.000 bommen gedropt op Iraanse doelwitten. Iran van zijn kant claimde dan weer het Amerikaane vliegdekschip USS Abraham Lincoln te hebben bestookt met kruisraketten en dreigde verder met een 'verpletterende aanval'. Volgens de militaire verklaring dwongen de raketten het vliegdekschip, dat in de Arabische Zee ten oosten van de Golfregio gestationeerd is, "van positie te veranderen". Trump reageerde door te zeggen dat er 101 raketten waren onderschept die Iran op het schip had afgevuurd.
Iran waarschuwde de Verenigde Staten ook dat het land alle Amerikaanse bewegingen nauwlettend in de gaten houdt, na berichten in de Amerikaanse media over de mogelijke inzet van duizenden extra Amerikaanse militairen in het Midden-Oosten. Inderdaad schreef The Wall Street Journal dat de Amerikaanse regering opdracht had gegeven tot de overplaatsing van 3000 soldaten van een luchtlandingsdivisie naar het Midden-Oosten.
In de regio zijn er al 50.000 Amerikaanse militairen op verschillende plaatsen gelegerd. Er is ook sprake van een mogelijke invasie van het Iraanse eiland Kharg, de belangrijkste exportterminal voor Iraanse olie in de Perzische Golf.

Februari 2026: alweer die doodstraf!
In januari vonden in verschillende steden in Iran protesten plaats. De Iraanse autoriteiten sloegen die hardhandig neer en dreigden met executies van de demonstranten.
In februari werden minstens 8 mensen ter dood veroordeeld. Nog zeker 22 anderen, onder wie 2 tieners, riskeren eveneens de doodstraf na summiere en oneerlijke processen die vooraf zijn gegaan door folterpraktijken.
Amnesty eist dat de Iraanse autoriteiten de veroordelingen en doodstraffen van de demonstranten intrekken. Wie wordt verdacht van een misdrijf dat in lijn is met het internationaal recht, moet een eerlijk proces krijgen.
Op 18 januari 2026 noemde een woordvoerder van justitie, Asghar Jahangir, de deelnemers aan de protesten “criminelen” die “zo snel mogelijk de maximumstraf” (de doodstraf dus) moesten krijgen wegens "vijandschap tegenover God".
Saleh Mohammadi is een van de terdoodveroordeelden. Hij werd op 4 februari 2026 ter dood veroordeeld door afdeling 1 van de strafrechtbank in Qom, nog geen drie weken na zijn arrestatie op 15 januari 2026. Zijn arrestatie stond in verband met de dood van een agent tijdens de protesten in Qom op 8 januari 2026.
Saleh ontkent dat hij daarmee iets mee te maken had. In het vonnis, dat door Amnesty International werd nagelezen, staat dat hij zijn bekentenissen" intrekt omdat deze door foltering werden verkregen, maar de rechtbank veegde dit van tafel zonder enige vorm van onderzoek. Hij zit nu vast in de gevangenis van Qom.

Juni 2026: eindelijk een akkoord met de VS?
Het voorlopige akkoord tussen de VS en Iran zou moeten leiden tot een permanente vrede tussen beide landen. Maar 24 uur na de ondertekening van die intentieverklaring gaan de gevechten in Libanon door en lijkt niemand te weten hoe het nu verder moet. Bij de echte deal hoort nochtans een staakt-het-vuren tussen Israël en Libanon.
Ineens doken er beelden op van president Donald Trump in Frankrijk en president Masoud Pezeshkian in Iran die hun handtekening onder het document zetten. Daarmee traden de veertien punten uit het akkoord direct in werking. De VS stopte alvast zijn blokkade van Iraanse havens en enkele uren na de ondertekening voeren de eerste niet-Iraanse schepen weer door de Straat van Hormuz.
Het akkoord biedt echter geen uitsluitsel over de hete hangijzers. Beide landen geven zichzelf daarom zestig dagen om de veertien hoofdlijnen uit te werken tot een gedetailleerd akkoord over permanente vrede.
Maar op 18 juni bleken alle verdere onderhandelingen te zijn afgeblazen en dat is tekenend voor de chaotische manier waarop Washington en Teheran met elkaar omgaan. Met name Donald Trump wisselt grote woorden over geweld tegen Iran af met berichten dat hij op het punt staat een deal te tekenen.
Het akkoord heeft het bijv. over een stop van alle gewelddaden in Libanon, maar het is geen geheim dat premier Benjamin Netanyahu daar helemaal geen voorstander van is.

In de VS kwam er dadelijk veel kritiek op het voorlopige akkoord. En opvallend: ook uit Republikeinse hoek!
Al voor de volledige tekst van het voorlopig akkoord was vrijgegeven, stelden vele Republikeinen en conservatieve commentatoren zich argwanend op. Amerika geeft zichzelf over, klonk het. Trump wilde van Iran onvoorwaardelijke overgave, maar dit akkoord duidt eerder op het omgekeerde.
De kritiek is dat de VS Iran al van bij de start van de onderhandelingen belangrijke overwinningen geeft, zoals het opheffen van oliesancties en het uitzicht op een herstelfonds van 300 miljard dollar. Geld waarmee zij nu hun wapencapaciteit zouden kunnen aanvullen en versterken. Bovendien kan Iran na 60 dagen mogelijk toch tol heffen in de Straat van Hormuz.
Ook het feit dat Iran snel de 24 miljard aan bevroren tegoeden zou kunnen terugkrijgen, is voor veel aanhangers van Trump moeilijk te verteren. Ze vinden dat er te weinig garanties zijn dat het nucleaire programma van Iran zal worden ingeperkt. De VS geeft precies aan Iran wat het maar wil.
De Republikeinse senator Bill Cassidy uit Louisiana noemt de deal "de grootste blunder in het buitenlands beleid in decennia". Maar ja, tussen Trump en Cassidy rommelt het wel al langer. De senator verloor de voorverkiezing bij de Republikeinen voor zijn zitje, en zal dus niet terugkeren naar het Congres na de parlementsverkiezingen later dit jaar.
Het is alleszins een feit dat Trump veel van zijn prestige en machtspositie verloren heeft door deze oorlog. Mogelijk zullen bepaalde figuren afstand van hem nemen, zeker als de Republikeinen de meerderheid in het parlement zouden verliezen bij de midterms. Heel wat kiezers zijn immers ontstemd door de hoge benzineprijzen. En misschien daardoor dat hij de oorlog zo vlug mogelijk wil stoppen.

Op 28 februari begonnen de Verenigde Staten en Israël met hun aanvallen op Iran. Het Iraanse regime antwoordde met luchtaanvallen in de hele Golfregio. Intussen is dus een voorlopig akkoord gesloten tussen de VS en Iran.
Die deal ziet er voorlopig heel broos uit. Zo dreigde Trump op zijn kanaal Truth Social met Amerikaanse tolheffingen op de Straat van Hormuz als de deal niet doorgaat. Hij verwees daarmee naar een van de punten uit het raamakkoord met 14 punten tussen beide landen. Daarin staat dat Iran een veilige doorvaart moet garanderen in de zee-engte gedurende de eerste 60 dagen van het akkoord en dat het daarvoor geen vergoeding mag vragen. Wat er na die periode moet gebeuren, is onduidelijk want heel erg vaag geformuleerd. Volgens de afspraken moeten de Iraniërs met Oman en de andere Golfstaten samenzitten om onderling verdere regelingen te treffen.
Een ander punt uit het akkoord is dat er een staakt-het-vuren moet komen op alle fronten, dus ook in Libanon. Daar voert het Israëlische leger echter nog steeds aanvallen uit op vermeende doelwitten van de pro-Iraanse militie Hezbollah. Omdat Teheran die aanvallen als een schending van de deal met de VS inschat, besloot het regime op 20 juni om de Straat van Hormuz opnieuw te sluiten.
Israë zette op een bepaald moment de aanvallen op Libanon stop, behalve in de door hen aangeduide "veiligheidszone" in het zuiden van Libanon. Inderdaad, in die regio ging het leger gewoon zijn gang. Daarbij wilde men ook een uitgebreid tunnelnetwerk van de pro-Iraanse gewapende groepering Hezbollah onder vuur nemen. Legercommandanten bleven alvast de mogelijkheid behouden om aanvallen buiten de zone uit te voeren als er een onmiddellijke "dreiging" zou zijn.
Premier Netanyahu omschrijft de veiligheidszone die het leger ingesteld heeft als een buffer tussen de inwoners van Noord-Israël en de troepen van Hezbollah. Zijn leger zou zich er niet terugtrekken zolang dat nodig is. De Libanese regering antwoordde dat het echter duidelijk om een volgens het internationale recht illegale bezetting gaat.

Vertegenwoordigers van de VS en Iran ontmoetten elkaar uiteindelijk op zondag 21 juni, op neutraal terrein in het Zwitserse Bürgenstock (bij Luzern). Een team onder leiding van vicepresident Vance, met daarin Trumps schoonzoon Kushner en speciaal gezant Witkoff, ging onderhandelen met dat van parlementsvoorzitter Ghalibaf en minister van Buitenlandse Zaken Araghchi.
Er waren ook Pakistaanse en Qatarese bemiddelaars aanwezig voor de besprekingen op technisch niveau. De Pakistaanse premier Sharif was al de hele oorlog als bemiddelaar opgetreden en als gastheer van eerdere onderhandelingen tussen Iran en de VS.
Volgens Vance was het doel van de besprekingen om "de feitelijke onderhandelingsstructuur op poten te zetten". De Amerikaanse nieuwszender CBS News meldde dat er eerst een spoedsessie op de agenda stond over de situatie in Libanon.
Volgens Iran was het aanhoudende conflict tussen Israël en Hezbollah in Libanon het hoofdonderwerp van het overleg met de VS. Zij waren boos dat Israël nog steeds aanvallen uitvoerde, ondanks het eerdere tussentijdse akkoord dat Iran en de VS hadden ondertekend.
Daarin was vastgelegd dat ook de bondgenoten hun strijd in Libanon moesten staken, terwijl Iran en de VS verder onderhandelden over punten als het Iraanse nucleaire programma.
In aanloop naar de gesprekken meldde Iran plots dat het de Straat van Hormuz weer had afgesloten voor scheepvaart, omdat Israël het twee dagen oude bestand met Hezbollah had geschonden. Het dodental van die Israëlische aanvallen in het zuiden van Libanon was volgens nieuwszender Al Jazeera inmiddels opgelopen tot 32.
Het Israëlische leger zei dat tientallen locaties van Hezbollah waren aangevallen na schendingen van het bestand door de sjiitische militie. Anderzijds beweerde Hezbollah dat er werd gereageerd op de Israëlische strijdkrachten die oprukten richting de zuidelijke plaats Nabatiyah (ten oosten van Tyrus). Hezbollah wil het bestand wel respecteren, maar stelt dat ze zich mogen en zullen verzetten tegen alle pogingen om Libanees grondgebied in te nemen.

De eerste ronde van de vredesgesprekken in voorbereiding van een definitief vredesakkoord, wezen op een "bemoedigende vooruitgang".
Zo waren beide landen het eens over de oprichting van een werkgroep -een 'de-confliction cell'- die moet toezien op de naleving van het staakt-het-vuren in Libanon.
Er was ook sprake van een "communicatielijn" tussen beide partijen om de veilige doorvaart voor commerciële schepen in de Straat van Hormuz te waarborgen. In de verklaring stond verder dat er een "hooggeplaatste commissie" zou worden opgericht die politiek overzicht moet houden over de bemiddeling.
De VS en Iran hebben 60 dagen om tot een definitieve deal te komen, maar het principeakkoord staat onder druk door aanhoudende Israëlische aanvallen in Libanon.

Woensdag 8 juli
Iran liet weten dat het Amerikaanse militaire bases in Bahrein en Koeweit had aangevallen. Dat gebeurde nadat de VS luchtaanvallen hadden uitgevoerd op meerdere doelwitten in het zuiden van Iran en opnieuw sancties hadden ingesteld tegen de Iraanse olie-export. Volgens het Pentagon waren de Amerikaanse aanvallen een reactie op Iraanse aanvallen op drie commerciële schepen in de Straat van Hormuz.
De Amerikanen hadden meer dan tachtig doelwitten bestookt, waaronder luchtverdedigingssystemen, commandocentra en installaties voor antischeepsraketten. Daarnaast zouden ze meer dan zestig snelle kleine boten van de Iraanse Revolutionaire Garde in en rond de Straat van Hormuz hebben vernietigd.
Het Iraanse leger bestempelde de luchtaanvallen als een openlijke daad van agressie en waarschuwde voor een verpletterende vergelding.
Door de nieuwe escalatie kwamen de onderhandelingen tussen Washington en Teheran over een definitief einde van het conflict zwaar onder druk te staan. De gesprekken lagen momenteel stil voor de meerdaagse uitvaart van opperste leider Ali Khamenei, die bij een aanval op de Mosalla-moskee in Teheran was gedood.
Een hervatting van de oorlog zou in Washington op tafel liggen, maar was ondanks Trumps frustratie weinig waarschijnlijk. Beide partijen hadden immers niets te winnen en in de VS kwamen de tussentijdse verkiezingen eraan. Verder is de oorlog in Amerika heel onpopulair en wil Trump af van de stijgende energieprijzen.
Het Iraanse regime had dan weer tijd nodig om te herstellen. Half juni werden oliesancties en de blokkade van de havens opgeheven. Twee belangrijke overwinningen die het regime nu op het spel zette. Mogelijk had het Iraanse regime zich hier verkeken op zijn eigen positie.
In Jordanië ging dan weer een luchtalarm af nadat Iraanse raketten waren waargenomen in het luchtruim.

2026: nog altijd die repressie!
Een duurzaam staakt-het-vuren is dus zeker nodig, in de eerste plaats voor de Iraanse burgers. Ook zij willen respect voor hun mensenrechten. En dat respect moet er ook komen vanuit de eigen overheid, die hen nu voortdurend opjaagt. En zo zitten zij a.h.w. geklemd tussen hamer en aambeeld.
Het regime van de ayatollahs is de laatste tijd zo mogelijk nog brutaler geworden. In reactie op protesten begin dit jaar doodden de Iraanse ordetroepen volgens de Speciale VN-rapporteur duizenden mensen. De toegang tot internet werd geblokkeerd en zo werd de bevolking afgesneden van de rest van de wereld. Het blijft moeilijk om informatie het land binnen en buiten te krijgen.
Er wordt gedreigd met arrestaties en executies: wie het land 'verraadt', zal zwaar gestraft worden.