|
Artsen zonder Grenzen is een ngo die wereldwijd in meer dan 70 landen actief is.
In 1971 woedt in Nigeria een bloedige burgeroorlog, de Biafra-oorlog. Het Rode Kruis is in het gebied aanwezig, maar mag volgens haar mandaat geen hulp verlenen zonder toestemming van de regering. Twee Franse artsen van het Rode Kruis, Bernard Kouchner en Max Récamier, kunnen zich niet verenigen met die werkwijze. Zij vinden dat álle slachtoffers van oorlogen medische zorg moeten kunnen krijgen, desnoods tegen de wil van de regering in. Bij hun terugkomst in Frankrijk besluiten ze een eigen organisatie op te richten: Médecins Sans Frontières (Artsen zonder Grenzen). De artsen, verpleegkundigen, administratieve en logistieke medewerkers die door Artsen zonder Grenzen worden uitgezonden, zijn vrijwilligers. Als ze langer dan een jaar werken, krijgen ze een onkostenvergoeding. Jaarlijks zendt Artsen zonder Grenzen gemiddeld zeshonderd medewerkers uit. In de projecten wordt goed samengewerkt met de bevolking want die weet vaak meer over de situatie van het land. Artsen zonder Grenzen verleent niet alleen kortdurende medische noodhulp. Ze kiezen er ook voor om chronische conflictgebieden voor een langere tijd te helpen. In sommige landen is Artsen zonder Grenzen de enige hulporganisatie. Wanneer een medische noodsituatie verholpen is, draagt Artsen zonder Grenzen de verantwoordelijkheid over aan lokale organisaties. Bij conflicten blijven ze onpartijdig en onafhankelijk. Als het nodig is, kiezen ze er bewust voor om aan beide kanten van de strijd te staan. Soms is dat zonder de toestemming van de overheid of één van de strijdende partijen. De vereniging bepaalt zelf waar en hoe er hulp verleend wordt. Natuurlijk helpen ze eerst de mensen die de hulp het hardst en meest nodig hebben. Als ze merken dat de hulp wordt misbruikt of niet terechtkomt bij de mensen die de hulp nodig hebben, kan er worden besloten om zich terug te trekken. Artsen Zonder Grenzen verleent hulp aan bevolkingsgroepen in nood, aan slachtoffers van natuurrampen, van rampen door de mens veroorzaakt, van oorlogen en van burgeroorlogen -zonder onderscheid te maken tussen ras, religie, levensbeschouwing of politieke opvatting. Artsen zonder Grenzen helpt mensen door medische hulp te verlenen. Overal ter wereld helpen ze mensen, er staat altijd een ploeg van Artsen Zonder Grenzen klaar om mensen te helpen. Ook helpen ze in gebieden voor langere tijd en verlenen ze pleitzorg: dit betekent mensen helpen wiens rechten worden geschonden. Dit gebeurt door druk uit te oefenen op internationale organisaties zoals de Verenigde Naties maar ook door er in het openbaar over te praten. In 1999 kreeg AZG de Nobelprijs voor de Vrede. Artsen Zonder Grenzen maakte in juni 2016 bekend niet langer geld van EU-instellingen te gebruiken uit protest tegen de Europese vluchtelingenpolitiek. "Het vluchtelingenverdrag tussen Europa en Turkije is een schandalig verdrag dat het vluchtelingenrecht ondermijnt," zei voorzitster Meinie Nicolai in een videoboodschap. "Europa verplaatst zijn grenzen naar andere landen zoals Turkije en binnenkort naar Afrika. Artsen Zonder Grenzen (AZG) neemt daar krachtig afstand van: voortaan zullen wij dus geen geld meer van EU-lidstaten en -instellingen gebruiken." De deal, waarbij migranten teruggestuurd kunnen worden naar Turkije, is vanaf haar ontstaan omstreden. Er werd gevreesd dat het plan zou indruisen tegen internationale conventies. Volgens AZG is het akkoord rechtstreeks verantwoordelijk voor het lijden van tienduizenden mensen. Het plan van de EU bestaat erin om Afrikaanse landen te betalen om vluchtelingen op te vangen voor ze de Middellandse Zee oversteken. Een samenwerking met onder meer Eritrea en Soedan ligt op tafel, landen waarin de situatie op het vlak van democratie en mensenrechten onvergelijkbaar veel slechter is dan in Turkije. Het Internationaal Strafhof in Den Haag schreef een aanhoudingsbevel uit tegen de Soedanese president Omar al-Bashir voor genocide in de provincie Darfoer. Zijn Eritrese collega Isaias Afewerki is zo mogelijk nog een slag erger. Nergens ter wereld worden de media zo streng gecontroleerd als in Eritrea, verdwijningen zijn er dagelijkse kost en de overheid betaalt werknemers maximaal 2 dollar per dag. In 2015 bedroeg de financiële bijdrage van EU-instellingen 19 miljoen euro, en die van EU-lidstaten 37 miljoen euro. Voor België gaat het om een jaarlijks bedrag van ongeveer 5 miljoen euro. "Het gaat dus om veel geld, maar toch komt 92% van ons budget van private schenkers, en dus niet van overheden," laat de organisatie weten. Voorts benadrukt AZG dat de projecten niet in gevaar komen. Vicepremier en minister van Ontwikkelingssamenwerking Alexander De Croo respecteert de beslissing van AZG, maar betreurt ze ook. Hij benadrukt dat AZG een onafhankelijke organisatie is die haar eigen keuzes maakt, maar drukt zijn hoop uit dat in het belang van miljoenen mensen in nood in de toekomst opnieuw een constructieve samenwerking mogelijk is. Snoeiwerk! Juni 2025: sinds enkele maanden is er veel veranderd in het wereldwijde hulpbeleid. Eerst en vooral is er de plotse stopzetting van de Amerikaanse financieringen van de internationale hulp: zie ons dossie rond USAID. Een beslissing waar AZG elke dag opnieuw de verwoestende gevolgen van ziet. Patiënten hebben nauwelijks toegang tot hun behandeling, zorgverleners en humanitaire organisaties waarschuwen voor de explosie van de noden in landen die al in crisis verkeren. De bezuinigingen maken deel uit van een politieke agenda, maar hebben immense gevolgen op het terrein. Aangezien AZG nooit financiering van de Amerikaanse overheid heeft aanvaard, is de organisatie niet rechtstreeks getroffen door die radicale ommezwaai. AZG werkt echter nauw samen met andere humanitaire organisaties voor essentiële zorgverstrekking en vele daarvan werden in hun werking onderbroken door die snoei in hun budget. Zorgverstrekking wordt moeilijker en duurder aangezien de ministeries van Volksgezondheid wereldwijd getroffen zijn en het aantal partners vermindert. AZG krijgt zo ook minder mogelijkheden om patiënten door te verwijzen naar gespecialiseerde diensten. Bovendien worden heel wat bevoorradingsketens afgesneden, een ronduit onaanvaardbara situatie. Overal komen initiatieven in het gedrang: geen waterdistributie meer in de regio Darfoer (Soedan), Tigray (Ethiopië) of Port-au-Prince (Haïti), geen hulp meer tegen besmettelijke ziekten (cholera in Zuid-Soedan en Ethiopië, tuberculose in Pakistan), te laattijdige verzorging van ondervoede kinderen (Somalië). Zo'n 20 jaar geleden richtten de VS een alliantie in om de toegang tot vaccinaties in de armste landen te verbeteren. De Amerikaanse overheid is nu van plan om haar steun aan dat project, Gavi genaamd (Global Alliance for Vaccines and Immunizations), stop te zetten. In de afgelopen 25 jaar werden hiermee naar schatting 17 miljoen kinderen gered. Door het wegvallen van de Amerikaanse steun zouden wel 75 miljoen kinderen in de loop van de komende 5 jaar geen routinevaccinatie krijgen, wat zou kunnen leiden tot meer dan 1,2 miljoen overlijdens. Kwetsbare systemen voor gezondheidszorg die al onder druk stonden, zijn niet bestand tegen de plotselinge terugtrekking van hun belangrijkste steunpilaren. Overheidsdiensten en partner-ngo's namen vroeger een deel van de zorgverlening voor hun rekening, maar nu staan de AZG-teams er alleen voor. In Somalië bijvoorbeeld hebben maandenlange onderbrekingen in de hulpverlening de leveringen van therapeutische melk geblokkeerd, een product dat nochtans esentieel is voor de behandeling van acute ondervoeding. Daardoor steeg het aantal ernstig ondervoede kinderen in de door AZG ondersteunde voorzieningen van 1937 in de eerste negen maanden van 2024 tot 3355 in dezelfde periode van 2025. In Zuid-Soedan zorgde de plotse stopzetting van financiële steun aan het ziekenhuis van Renk ervoor dat meer dan vijftig personeelsleden niet meer konden uitbetaald worden. Ondersteuning van de kraamzorg door AZG was plots een noodzaak. En ook in de DRC gaat het mis. Een bestelling van 100.000 verzorgingskits voor slachtoffers van seksueel geweld werd geannuleerd omwille van de bezuinigingen. AZG moest onverwacht hiv-preventiebehandelingen aankopen om de tekorten aan te vullen. De onzekerheid rond een ander programma, PEPFAR, brengt eveneens miljoenen levens in gevaar. In 2003 lanceerde de toenmalige president, George Bush, een plan om hiv/aids de wereld uit te helpen: het President's Emergency Plan for Aids Relief. Dat programma voorzag in behandelingen en preventiemaatregelen, voornamelijk in de lage- of middeninkomenslanden. Sinds de oprichting investeerde PEPFAR meer dan 110 miljard dollar, waardoor miljoenen mensen een betere behandeling konden krijgen. Vooral in Subsaharaans Afrika konden verschillende landen werden goede resultaten behaald. Spijtig genoeg leiden de recente bezuinigingen tot opschorting en sluiting van hiv-programma's in Zuid-Afrika, Zimbabwe en Oeganda. Aangezien de organisatie van AZG kan rekenen op haar financiële onafhankelijkheid, hoeft ze geen enkel van haar programma's stop te zetten. Het wordt uiteraard heel moeilijk om de verlaging van de buitenlandse hulp op te vangen. Ebola!
De ebola-uitbraak die zich sinds mei 2026 ontwikkelt in het oosten van de Democratische Republiek Congo en in buurland Oeganda wordt veroorzaakt door het zeldzame Bundibugyo-virus en groeit uit tot een ernstige gezondheidscrisis. Volgens Artsen Zonder Grenzen (AZG) gaat het om een noodsituatie van ongeziene omvang, gekenmerkt door een virus waarvoor geen vaccin bestaat, beperkte medische middelen en een uiterst complexe context van conflict en ontoegankelijke regio’s. Op 15 mei 2026 riep de Congolese overheid officieel een ebola-uitbraak uit in de provincie Ituri. Diezelfde dag werd ook in Oeganda een uitbraak bevestigd. Twee dagen later verklaarde de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) de situatie tot een internationale noodsituatie voor de volksgezondheid. Sindsdien verspreidde het virus zich snel naar andere provincies, waaronder Noord- en Zuid-Kivu. Op 26 juli waren er in de DR Congo meer dan 3.262 bevestigde besmettingen en meer dan 1.437 bevestigde overlijdens. Daarnaast zijn al 583 patiënten genezen. In Oeganda zijn er 20 bevestigde gevallen gemeld, waaronder 2 sterfgevallen. Op 28 juli kondigde het Oegandese ministerie van Volksgezondheid het einde van de ebola-uitbraak afgekondigd, maar de WHO bevestigde dat alvast niet. AZG waarschuwde al direct dat de werkelijke omvang vermoedelijk groter is. Door onderrapportering, beperkte testcapaciteit en moeilijke toegang tot getroffen gebieden blijft het zicht op de epidemie onvolledig. Deze uitbraak is de 17de geregistreerde ebola-uitbraak in Congo sinds 1976. |
|
Kunduz (Afghanistan), 10 jaar later… |