|
S P A N J E |
|
|
Spanje beslaat ongeveer 80% van het Iberisch Schiereiland, in het zuidwesten van Europa. Buiten dat gebied horen ook de eilandengroep Balearen in de Middellandse Zee, de Canarische Eilanden in de Atlantische Oceaan en de Spaanse exclaves in Noord-Afrika bij Spanje.
Politiek
Spanje is ingedeeld in 17 autonome gemeenschappen, zoals Catalonië, en 2 autonome steden (Ceuta en Melilla, beide met als buurland Marokko) of nog in 52 provincies. De mate van autonomie verschilt per gemeenschap.
De verschillende mate van autonomie is te verklaren uit de grote behoefte aan autonomie in de regio's Catalonië, Baskenland en Galicië, omdat deze drie elk een sterke eigen identiteit en taal hebben. Zij kregen hierdoor in een eerder stadium meer eigen rechten toegewezen dan de overige regio's en vallen dus onder het zogenaamde "speciale regime", waarbij de lokale taal een officiële status heeft. De verhoudingen van de regionale regeringen van het Baskenland en Catalonië (de Generalitat de Catalunya) met de centrale regering in Madrid zijn vaak gespannen en soms zelfs problematisch. De autonomie van deze regio's kan onder meer van toepassing zijn op het lokale zorgstelsel, het belastingstelsel, het onderwijs en de veiligheid. Catalonië en Baskenland hebben bijvoorbeeld elk een eigen politieorgaan.
Voortdurende politieke instabiliteit leidde uiteindelijk tot de Spaanse Burgeroorlog (1936-1939). Die begon als een nationalistische opstand tegen de wettige republikeinse regering, maar was, met alle buitenlandse bemoeienissen, feitelijk een conflict tussen het communisme en het fascisme. Generaal Franco, leider van de nationalisten, kreeg steun van Duitsland en Italië, terwijl de regering werd geholpen door de toenmalige Sovjet-Unie. De nationalisten wonnen en generaal Franco bleef als dictator aan de macht tot zijn dood in 1975.
Na de dood van Franco werd de monarchie hersteld. Juan Carlos, de kleinzoon van Alfons XIII, werd de nieuwe koning. In 1978 kwam een democratische grondwet tot stand die de sterk gecentraliseerde staatsvorm onder Franco wijzigde in een gedecentraliseerde structuur met autonome regio's of gemeenschappen.
Op 19 juni 2014 werd Juan Carlos opgevolgd door zijn zoon Felipe.
Aragonees
Aranees
Asturisch
Baskisch
Castiliaans
Catalaans
Extremeens (variant van Asturisch)
Galicisch
Catalonië
Catalonië omvat vier provincies: Barcelona, Gerona, Lerida en Tarragona.
Deze deelstaat heeft een sterk ontwikkelde eigen identiteit en het gebruik van de Catalaanse taal wordt door de deelstaatregering dan ook sterk gepromoot. Er zijn drie officiële talen: Catalaans, Spaans en Aranees.
Met zijn separatistische partijencoalitie Junts pel Si (Samen voor Ja) wou Artur Mas jaren geleden al Catalonië losmaken van Spanje.
Mas maakte van onafhankelijkheid het belangrijkste thema, mede om de aandacht af te leiden van de economische crisis. Zijn partij, de Democratische Samenkomst van Catalonië (CDC) maakt deel uit van Junts. Toch vrezen ook nationalistische Catalanen de onzekerheid die afscheiding met zich meebrengt, bijvoorbeeld voor hun pensioen, het lidmaatschap van Europese instellingen of ... het vertrek van 'Barça' uit de Spaanse voetbalcompetitie.
Referendum zondag 1 oktober 2017!
Op die dag ging een door de rechter verboden volksraadpleging door over de onafhankelijkheid van Catalonië De Catalanen konden enkel in panden waar separatisten zich hadden verschanst, ja of nee zeggen tegen afsplitsing. Madrid schakelde ook het systeem om stemmen te tellen uit, waardoor het referendum volgens de centrale regering als geannuleerd werd beschouwd. Zo werden zeker 12 miljoen stembiljetten in beslag genomen, websites geblokkeerd en honderden stemlokalen verzegeld.
De Catalaanse premier Carles Puigdemont had om bemiddeling gevraagd in het conflict en zag daarin een rol weggelegd voor de Europese Unie. Het referendum ging wel door, ondanks het verzet van Madrid. Puigdemont riep in ieder geval de Catalaanse bevolking op om geweld te vermijden. Ondertussen had het Spaanse centrale bestuur duizenden agenten ingezet om te vermijden dat er gestemd werd in het volgens hen illegale referendum. Verwacht werd dat ruim 1 miljoen Catalanen zouden instemmen met onafhankelijkheid -op een totaal van 5,3 miljoen opgeroepenen.
Het hoofd van de Mossos, de Catalaanse regionale politie, gaf agenten de opdracht om de stembureaus te evacueren en te sluiten, voor de stemming vanaf 9 uur van start zou gaan. Geweld mocht enkel als laatste redmiddel ingezet worden...
Maar een en ander draaide volledig verkeerd uit. De stemdag werd uiteindelijk overschaduwd door zwaar politiegeweld.
Agenten vielen met geweld binnen in kiesbureaus en in Barcelona schoot de politie zelfs met rubberkogels om mensen uit elkaar te drijven. Meer dan 800 mensen raakten gewond, waaronder ook 33 leden van de Guardia Civil. De Spaanse premier Rajoy weigerde echter het referendum te erkennen.
90 procent van de stemmers kozen voor onafhankelijkheid. Maar hoe moest het nu verder? Er had immers een stemming plaatsgevonden die door de overheid niet erkend werd. Er waren ongeregeldheden en uiteraard ook heel veel nee-stemmers. Bovendien werd er enkel in deze regio gestemd, ook al betreft het hier een zaak die in feite alle Spanjaarden aanbelangt.
Dolgedraaid nationalisme langs beide kanten lost niets op en leidt alleen tot de onmogelijkheid om rond de tafel te gaan zitten, terwijl alleen daar stappen vooruit kunnen worden gezet. Zo reageerde vicepremier Alexander De Croo (Open Vld) op het referendum en het brute geweld dat daarmee gepaard ging. Verder was Charles Michel het eerste staatshoofd om zijn ontevredenheid over de gang van zaken te tonen.
De Spaanse regering en het grondwettelijk hof beschouwden dit referendum als illegaal en baseerden zich op de grondwet, waarin staat dat Spanje als een natie verbonden moet blijven. De Catalaanse regering zette de plannen toch door, ondanks een verbod van de Spaanse regering. Het Catalaanse parlement had bovendien wetten aangenomen om een afscheiding goed te laten verlopen en had verklaard binnen 72 uur de onafhankelijke republiek te zullen uitroepen bij een meerderheid aan voorstemmen.
Op 27 oktober 2017 stemde het Catalaanse parlement anoniem over de onafhankelijkheid. 82 van de 135 parlementariërs brachten een stem uit: 70 voor onafhankelijkheid, tien mensen stemden tegen en twee mensen stemden blanco. Voor de stemming liep de oppositie uit protest de zaal uit. De Spaanse senaat gaf daarop toestemming artikel 155 van de Spaanse grondwet in te zetten, waarmee de Catalaanse regering uit de macht gezet kan worden.
De invoering van artikel 155 betekende dus dat de Catalaanse regering de laan werd uitgestuurd: de burgers zullen op 21 december al naar de stembus moeten om nieuwe regionale volksvertegenwoordigers te kiezen. Daarnaast wil premier Rajoy de publieke media en de politie onder voogdij plaatsen. De chef van de Catalaanse politie moest al opstappen. Voor Madrid wordt het echter niet evident een regio te besturen zonder er ook personeel naartoe te sturen. Het is dus goed mogelijk dat Rajoy de Catalaanse regeringsgebouwen militair zal bezetten.
Aangezien artikel 155 nooit eerder in gang werd gezet en ook de Catalanen niet vertrouwd zijn met het eenzijdig uitroepen van de onafhankelijkheid, is het koffiedik kijken wat er nu verder gaat gebeuren. Ofwel kiest Rajoy voor de harde aanpak ofwel kiest hij er toch nog voor om rond de tafel te gaan zitten. Vraag is ook of Madrid alle parlementsleden die zich hebben laten verleiden tot een onwettige stemming, zal straffen.
Dat de gemoederen vermoedelijk opnieuw hoog zullen oplaaien, staat wel vast: duizenden Catalanen hebben nu al postgevat voor het parlementsgebouw en komen de straat op. Wanneer Madrid de beslissing neemt het hele parlement op te doeken en de touwtjes stevig in handen te nemen, zullen er zeker opnieuw rellen ontstaan.
Voor Europa verandert er voorlopig niets. De Europese Unie gaat ook na het uitroepen van de onafhankelijkheid niet met Catalonië in gesprek. De meeste Europese lidstaten plus de VS trekken de kaart van Spanje. Zo zegt Duitsland de Spaanse regering te steunen. Het erkent de stemming in het Catalaanse parlement over onafhankelijkheid niet. Onze premier, Charles Michel, roept op tot dialoog. UGent-professor Hendrik Vos is ervan overtuigd dat Catalonië door geen enkele staat als onafhankelijk zal worden erkend. VUB-professor Luk Van Langenhove zegt dan weer dat de resolutie maar weinig juridische waarde heeft.
Leegloop!
Op 31 maart 2019 kwamen nog tienduizenden mensen in Madrid op straat om aandacht te vragen voor de ontvolkte en achtergestelde landelijke gebieden. Maar sindsdien is er nog niets veranderd. Alleen nieuwkomers lijken hun weg te vinden naar ruraal Spanje. En die komen uit Marokko, Roemenië of Zuid-Amerika, vaak met een toeristenvisum of clandestien. Ze werken als herder, bouwvakker, of arbeider in de mijnbouwsector. Ze houden de pleintjes proper, zorgen voor de ouderen in andermans gezin en met hun kinderen brengen ze leven in de dorpen. Migranten zijn vandaag de zuurstof die 'leeg Spanje' in leven houdt.
Er is evenwel te weinig infrastructuur en te weinig politieke wil en dat maakt het moeilijk om het tij van de ontvolking te keren. Na het protest en de verkiezingen in 2019 werden wel beloftes gemaakt, maar ter plaatse is de situatie onveranderd gebleven. Kleinschalige projecten om mensen aan te trekken bleken niet efficiënt te zijn. Terwijl 90 procent van de bevolking (ongeveer 42 miljoen mensen) opeengepakt leeft in de grote steden, loopt het platteland dus leeg. Het toerisme concentreert zich op de kustgebieden, en tegelijkertijd veroudert de bevolking.
Er is bovendien een hemelsbreed verschil tussen het aantal geregistreerde inwoners en de mensen die effectief in een bepaalde gemeente wonen.
De term España Vacía, leeg Spanje, werd in 2016 bedacht door journalist en schrijver Sergio del Molino. In een boek met die titel vroeg hij aandacht voor de verwaarlozing en ontvolking van landelijk Spanje. Ook de betogers tegen de ontvolking noemen hun beweging graag 'leeggemaakt Spanje'.
Deze problematiek werd 20 jaar geleden al aan de kaak gesteld, maar kreeg pas in 2019 grotere belangstelling, dankzij de inzet van een collectief van 85 organisaties. Aan de verkiezingen van november nam zelfs een politieke groepering deel die van de ontvolking haar speerpunt had gemaakt: Teruel Existe (Teruel Bestaat). Teruel in Aragon is een van de dunstbevolkte gebieden in Spanje. De groep slaagde erin om een zetel in het parlement te bemachtigen.
In maart 2021 beloofde de regering 10 miljard euro om de rurale gebieden te ontwikkelen en ontvolking tegen te gaan. Maar dat zal lang niet volstaan. Voor een partij als Teruel Existe gaat het om een strijd tussen landelijk en stedelijk Spanje, waarbij de landelijke gebieden gebruikt worden om de meer ontwikkelde gebieden te dienen.
Leeg Spanje kreeg ook meer aandacht door de coronapandemie. De lockdowns hebben sommige burgers het platteland doen (her-)ontdekken en de stad doen ontlopen. Enkelingen zijn er zelfs gaan wonen, nadat ze hun werk verloren. Maar van een opwaartse trend is echt geen sprake.
In de gemeente Molina (Aragon) gingen de eerste Colombiaanse vrouwen die toekwamen, in de prostitutie werken. Sommigen trouwden met cliënten. Daarna volgde een migratie van vrouwen die voor ouderen kwamen zorgen. Deze vrouwen komen niet alleen uit Colombia, maar ook uit Venezuela, Cuba, Costa Rica en de Dominicaanse Republiek. Als er gemiddeld drie huishoudhulpen werken in elk dorp, en je weet dat er 78 dorpen zijn in Molina de Aragón, dan ben je snel de 100 voorbij.
Sommige vrouwen verblijven hier al meer dan 20 jaar en konden een verblijfsvergunning verkrijgen. Anderen werken in de schaduw, zonder verblijfsvergunning, en komen weinig naar buiten. Soms worden ze zelfs opgesloten en leven ze geïsoleerd.
De laatste jaren heeft de overheid stappen gezet om een statuut uit te werken voor thuishulpen. Maar bejaardenhulp, wanneer die thuis uitgevoerd wordt, is nog altijd niet erkend als volwaardige baan. Er is nochtans nood aan thuiszorg, want het is een knelpuntsector. De regio Castilië-La Mancha vertikt het echter om thuisverpleegkundigen op haar lijst van knelpuntberoepen te zetten. Maar staan er wél op: voetballer en trainer! Inderdaad, deze vrouwen tellen niet mee in Madrid.
Zie ook Frankrijk en de Europese Unie.
Spanje in 2026
Spanje doet het tegenwoordig vaak anders dan de traditionele sociaaldemocraten in Europa. Het recente verleden, met de Spaanse Burgeroorlog (1936-1939) en de daaropvolgende dictatuur, is verre van verwerkt. Spanjaarden zijn erfgenamen van hetzij verliezers, hetzij winnaars van de Burgeroorlog.
Toen generaal Franco in 1975 stierf, na 36 jaar aan de macht, was de Spaanse Communistische Partij (PCE) de sterkste tegenstander van de dictatuur. De partij was stevig ingeplant onder studenten en in de arbeidersklasse. De kans was dus groot dat de PCE als grote winnaar uit de stembusslag zou komen bij de eerste democratische verkiezingen sinds meer dan veertig jaar.
Maar zover mocht het niet komen. Dat communisten in Spanje de plak zouden zwaaien, zorgde voor diepe onrust in Washington en bij de Europese sociaaldemocratische partijen. En daarom werd de PSOE klaargestoomd als alternatief voor de toen veel populairdere PCE, die gemarginaliseerd moest worden.
Na Franco kwam zijn trouwe opvolger koning Juan Carlos. Washington was daarmee gerustgesteld: de strategische en economische belangen van de VS waren veiliggesteld.
Met premier González ging in Spanje een tweepartijenstelsel van start: de PSOE en de conservatief-rechtse Partido Popular (PP) regeerden afwisselend. Het systeem werkte corruptie en favoritisme in de hand, maar kabbelde rustig voort. Tot sociale protesten in mei 2011 de hele politieke wereld dooreenschudden.
Het tweepartijenstelsel was een van de mikpunten van de 15M-protesten, die op 15 mei begonnen aan de Puerta del Sol in Madrid en zich razendsnel uitbreidden over heel Spanje. De drijvende kracht erachter was een jonge generatie die de transitie van dictatuur naar democratie in vraag stelde en niets anders gekend had dan wat ze het "PPSOE"-regime noemde -een samenvoeging van de twee partijnamen.
Een deel van de beweging, die door de media indignados (verontwaardigden) werd genoemd, koos in de lente van 2014 de weg van nieuwe politieke partijvorming, met de bedoeling komaf te maken met het tweepartijenstelsel. Hieruit werd Podemos ("We kunnen") geboren. Bij haar eerste deelname aan verkiezingen, op 20 december 2015, overtuigde Podemos meer dan vijf miljoen kiezers. Opvallend daarbij was de massale, actieve deelname en prominente rol van jonge vrouwen.
In januari 2020 stapte ze voor het eerst in een regering, de eerste coalitieregering zelfs sinds het einde van de dictatuur. Het was een links kabinet, met naast de PSOE de alliantie Unidas Podemos (UP, "Samen Kunnen We").
Gaza en Israël
Tegenover de genocide in Gaza en het Israëlisch-Palestijnse conflict verhoudt Spanje zich explicieter pro-Palestijns en kritischer tegenover Israël dan de meeste andere Europese landen. Dat komt voort uit een combinatie van geografische, historische en politieke factoren. Het zuidelijkste puntje van Spanje ligt op slechts 13 kilometer van Marokko, waardoor de Arabische wereld fysiek dichtbij is.
Spanje heeft altijd gezocht naar goede relaties met het Midden-Oosten en Noord-Afrika. Maar ondanks beloften van de Spaanse regering om wapenaankopen uit Israël op te schorten, werden tussen oktober 2023 en april 2024 maar liefst 46 contracten voor wapenleveringen met Israëlische bedrijven toegekend of geformaliseerd. Sinds het begin van het recente conflict zou Spanje voor 1,04 miljard euro aan wapencontracten hebben afgesloten, met tien daarvan na oktober 2024, de maand waarin het Spaanse ministerie van Defensie aankondigde alle militaire aankopen uit Israël te staken.
Het was vooral coalitiepartij Sumar die de premier onder druk zette om zich krachtiger op te stellen.
Spanje dissident?
Spanje valt op in het debat over oorlog en defensie. Is het roekeloos of speelt het juist een voortrekkersrol?
We horen zeker een afwijkende stem binnen Europa: premier Pedro Sánchez voert een milder migratiebeleid en spreekt zich regelmatig uit over mensenrechten, vrede en internationaal recht. Tegelijk bevindt Spanje zich intern in een evenwichtsoefening: de opmars van extreemrechts, regionale spanningen en de druk van Europese afspraken.
Zo kreeg de VS begin maart 2026 geen toestemming om de Spaanse militaire bases Rota en Morón te gebruiken voor de aanval op Iran. Volgens persagentschap Reuters overwoog het Amerikaanse ministerie van Defensie hierop om Spanje uit de NAVO te zetten. Maar eigenlijk wil de premier gewoon voorkomen dat het land automatisch wordt meegesleept als de NAVO, een defensieve alliantie, verandert in een instrument voor Amerikaanse militaire interventies. De Verenigde Staten van hun kant willen bondgenoten die begrijpen dat een bondgenootschap geen eenrichtingsverkeer is. Europese landen kunnen volgens hen alleen Amerikaanse "bescherming" blijven genieten als ze ook deelnemen aan oorlogen die de VS zelf beslissen te voeren.
De Spaanse krant El Mundo onthulde een plan van het Pentagon: bewust Spanje viseren om de hele Europese Unie onder druk te zetten en Europese landen meer Amerikaanse wapens te laten kopen. Spanje spreekt zich het felst uit tegen de Amerikaanse koers, al delen meerdere NAVO-landen twijfels over de plannen rond Iran en willen ze liever investeren in de Europese defensie-industrie.
De Spaanse houding kan een precedent zijn geweest voor de Italiaanse premier Giorgia Meloni, die eind maart eveneens toegang tot militaire bases weigerde. Inderdaad, hoewel ze een trouwe bondgenoot is van Amerika, behoort de publieke opinie in Italië tot de meest kritische tegenover Trump, ook onder rechtse kiezers.
Het is alleszins een feit dat sinds Donald Trump aan de macht kwam, het vertrouwen van de Spanjaarden in de VS gedaald is tot een historisch dieptepunt.
In Spanje zelf stellen conservatieve commentatoren dat premier Sánchez met zijn houding tegenover de VS en Israël vooral binnenlandse winst en een sterker internationaal imago nastreeft, maar geen echte bondgenoten vindt. Volgens hen schaadt dat de geloofwaardigheid van Spanje. Het land wordt geleid door enerzijds de linkse minderheidsregering van de sociaaldemocraten (PSOE) en anderzijds de socialisten van Sumar, een Spaans politiek samenwerkingsverband tussen 15 linkse partijen (waaronder Izquierda Unida en Podemos en met als lijsttrekker zittend vicepremier en minister van arbeid en sociale economie Yolanda Díaz).
Daardoor is het een makkelijk doelwit voor rechtse partijen in Europa, terwijl linkse partijen het land juist als een voorbeeld zien.
Spanje wil consequent zijn: het ziet zowel Russisch geweld in Oekraïne als Israëlisch geweld in Palestina, Libanon en Iran als onwettige oorlogen. Die houding werkt als anderen volgen, maar als Spanje alleen staat, wordt het riskanter. Waarschijnlijk zijn de meeste Europese regeringen het eens met de Spaanse uitspraken en acties, maar ze blijven stil. Er is dus geen eenduidige Europese koers, neen, de relatie met de VS verschilt per lidstaat. Spanje steunde bijvoorbeeld Denemarken toen Trump Groenland bedreigde. Nu Trump Spanje onder druk zet, moeten andere landen maar kiezen aan welke kant ze staan.
In Amerikaanse kringen wordt Spanje vaak bekritiseerd omdat het relatief weinig van zijn economische groei in defensie investeert, ook al draagt het meer bij via missies. In Spanje zijn zowel progressieve als conservatieve regeringen traditioneel terughoudend met defensie-uitgaven. Bij economische groei wordt er minder geïnvesteerd in defensie en bij krimp wordt daarop vaak eerst bespaard.
Spanje werd pas zo'n vijftig jaar geleden een democratie, na de lange militaire dictatuur van Franco, die dan weer volgde op een burgeroorlog. Het wil ook daarom liever investeren in internationale vredesmissies, zoals onlangs in Zuid-Libanon, dan wel in wapens.
Premier Sánchez kondigde al op de NAVO-top van 2022 in Madrid aan om tegen 2029 de tweeprocentnorm te halen. Dat is een richtlijn van de NAVO die stelt dat lidstaten minimaal 2% van hun bruto binnenlands product moeten besteden aan defensie. Sinds dit jaar hebben alle 32 aangesloten lidstaten, inclusief België, bevestigd dat ze aan deze norm voldoen.
Door de druk op Spanje zijn de defensie- en veiligheidsuitgaven al in 2025 met 10,4 miljard euro verhoogd, inclusief cyberveiligheid en bredere veiligheidsmaatregelen. Volgens het leger haalt Spanje daarmee nu al de tweeprocentnorm die in 2014 werd afgesproken.
Regeringspartijen houden rekening met de publieke opinie en benadrukken dat hogere defensie-uitgaven niet ten koste zullen gaan van sociale uitgaven of geen hogere belastingen zullen vereisen. De term "ReArm Europe", herbewapening van Europa dus, past niet in het Spaanse debat! Maar toen de NAVO de 5 procent voorstelde en de EU over 3 procent sprak, heeft de regering- Sá:;nchez deze verklaringen toch niet geblokkeerd. Sumar evenwel stelde dat hogere militaire uitgaven ten koste zullen gaan van sociale uitgaven.
Feit blijft dat zowel Spanje als de VS hun meningsverschillen open en zonder terughoudendheid uiten. Dat levert Sánchez politieke winst op in de verkiezingsstrijd, maar leidt ook tot scherpere reacties van Trump en dus tot escalatie. Achter de schermen blijft de samenwerking wel normaal verlopen.
Minder investeren in NAVO-defensie betekent niet dat Spanje geen steun geeft aan anderen. Zo vroeg Sánchez in maart om Oekraïense behoeften voorrang te geven in de Spaanse defensie-industrie. In de Spaanse politiek en samenleving is er inderdaad een brede consensus over de Russische dreiging en de steun aan Oekraïne.
Defensie-investeringen op EU-niveau worden niet meegerekend in de berekening van het NAVO-percentage. Spanje speelt een actieve rol in de Permanente Gestructureerde Samenwerking: dat betekent niet echt de opbouw van een Europees leger, maar wel een nauwere coördinatie tussen Europese strijdkrachten.
Zowel sociaaldemocraten als conservatieven steunen Europees defensieonderzoek via het European Defence Fund, waarin Spanje altijd een voortrekkersrol speelde, en investeren mee in het gezamenlijke militaire vermogen via het nieuwe European Defence Industry Programme. Spaanse bedrijven, technische instituten, staatsagentschappen en universiteiten waren betrokken bij heel wat projecten.
En hoe staat het met de eigen Spaanse defensie-industrie? Wel, die is sterk ingebed in Europese projecten en produceert vooral materieel voor eigen gebruik. Samen met Airbus werkt Spanje aan civiele en militaire technologie, waardoor de sector groeit. Maar Spaanse bedrijven blijven achter op grote spelers uit Duitsland, Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk.
Als grote economie wordt Spanje verwacht om zich als Europese macht te gedragen. Tegen 2030 volgt een evaluatie binnen de EU en waarschijnlijk ook de NAVO.
Regularisatie
Op 12 juni trad het nieuwe Europese asiel- en migratiepact in werking. Dat maakt het voor Europese staten makkelijker om migranten zonder papieren uit te wijzen. Maar Spanje lijkt de tegenovergestelde richting op te gaan en begon op 17 april met een buitengewone regularisatie van een half miljoen migranten.
De Spaanse regering kondigde op 27 januari al via koninklijk decreet een versnelde regularisatie aan van migranten zonder papieren, maar het activisme daarrond blijft onverminderd doorgaan.
De beweging voor regularisatie, Regularización.Ya (Regularisatie Nu), is daarin toonaangevend.
Als je kunt aantonen dat je voor eind december 2025 in Spanje was en al minstens vijf maanden ononderbroken in het land verblijft, kom je in aanmerking voor de regularisatie, op voorwaarde dat je geen strafblad hebt in Spanje of in het land van herkomst. De regularisatie blijft een jaar geldig en kan verlengd worden als je kan aantonen dat je minstens drie maanden van dat jaar gewerkt hebt. Ze geeft je alleszins geen stemrecht en ook geen recht op verblijf in andere landen van de Schengenzone.
Deze regularisatie is een economische en humanitaire noodzaak. Ze is trouwens ook niet de eerste grootschalige regularisatie die Spanje doorvoert.
Terwijl de Europese Unie eerder inzet op een terugkeerbeleid en op samenwerkingsovereenkomsten met derde landen om migratie te voorkomen of migranten terug te nemen, beslist Spanje dus om een buitengewone regularisatie door te voeren.
Het platform Regularización.Ya ontstond in de nasleep van de covidpandemie. Tot de leden behoren organisaties zoals Sedoac, dat huishoudsters en zorgarbeidsters zonder wettig verblijf vertegenwoordigt, en Top Manta, de vereniging van straatverkopers in Barcelona. Ook vakbonden, ngo's en organisaties van de katholieke kerk verlenen hun steun.
Het platform bracht de kwestie van de regularisatie op de agenda van het parlement via het instrument van de zogeheten volkswetgeving. In Spanje is het parlement verplicht om een wetsvoorstel dat burgers indienen in behandeling te nemen, op voorwaarde dat het ondersteund wordt door minstens 500.000 handtekeningen. Het initiatief bleek een succes: de beweging wist er meer dan 700.000 te verzamelen.
Het wetsvoorstel bereikte het parlement, maar stuitte op tegenwerking van de rechts-conservatieve oppositiepartij Partido Popular (PP). Die maakte al vroeg duidelijk dat ze beperkingen en controles wilde opleggen. Om een lang politiek proces te vermijden, greep de linkse minderheidsregering van Pedro Sánchez (PSOE) in en paste de vreemdelingenwet aan via een koninklijk decreet, met het oog op een bijzondere regularisatie van migranten zonder papieren. Ze kon de beslissing dan wel verkopen als resultaat van een burgerinitiatief, maar in werkelijkheid heeft ze de procedure niet helemaal gevolgd en via een koninklijk besluit het parlementair debat omzeild. Dat is niet onwettig, maar ook niet bepaald democratisch.
De overheid wil op zes maanden tijd een half miljoen migranten regulariseren, terwijl het aantal migranten zonder papieren in Spanje op 800.000 wordt geschat. Een bijna onmogelijke taak!
De operatie zou begin april van start gaan. Maar het koninklijk decreet dat de details over de procedure zou verduidelijken, werd pas later die maand, op 15 april, gepubliceerd. De vrees voor chaos is voelbaar, en de mogelijkheid om uit de boot te vallen zorgt bij de doelgroep voor verwarring.
De Catalaanse provincie Lleida (Lerida) ligt in een van de belangrijkste landbouwgebieden van Catalonië en is een van de belangrijke fruitregio's van het hele Iberisch Schiereiland. Maar met slechts een half miljoen inwoners is het ook de minst bevolkte provincie. De streek trekt daarom veel migranten aan. Dat piekt in het oogstseizoen, dat in deze regio van mei tot september valt.
Elk jaar komen er tussen 30.000 en 35.000 arbeiders in de landbouw werken. Sommigen komen uit het buitenland, uit Zuid-Amerika en Oost-Europa, maar de overgrote meerderheid komt uit Spanje zelf.
Sommigen hebben contracten, anderen niet. Hier kunnen ze gemakkelijk aan een arbeidscontract raken en dat vergemakkelijkt de regularisatie. Bovendien geldt zo'n contract slechts voor één jaar. En om een verblijfsvergunning te verlengen, moet je minstens drie maanden gewerkt hebben. Zo zijn er arbeiders die zich het hele jaar door van de ene kant van Spanje naar de andere verplaatsen naargelang het oogstseizoen. In de herfst werken ze vooral in het zuiden, in de lente en zomer trekken ze naar Catalonië. Komt er nog bij dat de werkomstandigheden moeilijk zijn en de lonen mager.
De Spaanse economie behoort tot de snelst groeiende van Europa, met sinds eind 2023 een groei van meer dan drie procent op jaarbasis. Volgens een IMF-rapport uit juni 2025 was immigratie in 2024 goed voor ongeveer 75 procent van de werkgelegenheidsgroei. De denktank Real Instituto Elcano stelt bovendien dat bijna negentig procent van de nieuwe banen tussen 2024 en 2025 door migranten werd ingevuld.
In landelijke gebieden is er niet genoeg infrastructuur om de regularisatie door te voeren. Om die reden zouden mensen uit de boot kunnen vallen. In feite doet Spanje al lang aan individuele regularisaties. Duizenden migranten werken in de informele economie. Wie een document met een belofte van werk kan voorleggen, kan een verblijfsvergunning verkrijgen, op voorwaarde dat hij/zij ook aantoont al twee jaar in het land te wonen.
De overheid weet en erkent dus dat er migranten zonder papieren zijn. En toch verplicht ze hen om twee jaar in die situatie te blijven. Regularisatie is een kwestie van mensenrechten. De bescherming van de burgers is de verantwoordelijkheid van de overheid.
De regularisatiecampagne werd eind december 2025 aangekondigd, en de start ervan was gepland voor begin april. Maar het was wachten tot 14 april voor de beslissing ook in het Staatsblad gepubliceerd werd. Daarmee kwam er meer duidelijkheid over de voorwaarden om geregulariseerd te worden, maar het heeft de paniek bij de doelgroep niet kleiner gemaakt. Het leek erop dat de overheid toch nog iets moest bedenken en extra voorwaarden aan de aanvraag koppelde om streng over te komen.
En natuurlijk gebeurde wat te verwachten viel: ellenlange wachtrijen aan de loketten en mensen die al wachtend de nacht doorbrengen om hun beurt niet te missen. Dat zijn de beelden die de voorpagina's haalden in de eerste week van de regularisatie. Nochtans hadden mensen nog tot eind juni de tijd om een aanvraag in te dienen. In de eerste week van de campagne werden er volgens het ministerie van Inclusie en Migratie over het hele land 130.000 aanvragen ontvangen.
De publieke opinie is erg verdeeld ten opzichte van de regularisatie. Er is veel desinformatie. Extreemrechts (met o.a. de partij Vox) voerde vorig jaar een campagne tegen migranten en koppelde migratie aan criminaliteit. Dat gebeurde nadat veel migranten vanuit de Canarische eilanden naar het vasteland werden overgebracht omdat de situatie daar onhoudbaar was geworden. Dat legde druk op het systeem op het Spaanse vasteland en leidde hier en daar tot incidenten.
Sommige regio's publiceerden zelfs criminaliteitscijfers gelinkt aan de nationaliteit van de daders, waaruit bleek dat een bepaalde nationaliteit oververtegenwoordigd was. Media spelen daar ook op in. En dat beïnvloedt meteen de manier waarop men naar migranten kijkt.
Colombianen zijn na Marokkanen de grootste groep niet-Europese buitenlanders in Spanje. Wat mensen vaak vergeten, is dat ook Latijns-Amerikanen baat hebben bij de regularisatie. Alleen worden zij niet als buitenlanders gezien.
Het nieuwe asiel- en migratiepact van de Europese Unie zet net in op het terugkeerbeleid, onder meer door samenwerkingsakkoorden tussen twee landen te sluiten met landen van vertrek. Terwijl de EU een vrij strenge toon hanteert over migratie, sluit Spanje in stilte samenwerkingsakkoorden met landen als Senegal, Mauritanië en Gambia, drie belangrijke doorgangslanden voor migratie naar de Canarische Eilanden.
In 2026 echter zorgen de defensie- en veiligheidsdiensten van die landen ervoor dat er minder boten richting Spanje vertrekken.
Groene energie boven, maar toch verslaafd aan olie!
Spanje wordt internationaal geroemd als pionier van de duurzame energie. De productie van groene stroom breekt er tegenwoordig record na record. Maar de aanpak van deze olieverslaving laat veel te wensen over.
Tegen de achtergrond van de oorlog tussen de VS en Iran, sprak Pedro Sánchez op de Europese top van maart in Brussel over zijn energiebeleid. Spanje zou beter voorbereid zijn op de huidige energieschok dan bijna eender welk ander land in de regio.
Om die bewering te onderbouwen haalde hij de stroomprijs van de zaterdag voordien aan: 14 euro per megawattuur in Spanje tegenover 141 in Italië, 120 in Duitsland en 109 in Frankrijk.
Terwijl er internationaal steeds meer aan klimaatdoelstellingen gemorreld werd ten voordele van kernenergie, ging Spanje door met de uitbreiding van hernieuwbare energie. Hernieuwbare bronnen -wind, zon en waterkracht- zijn inmiddels goed voor zestig procent van de Spaanse elektriciteitsproductie.
Spanje speelt ondertussen wereldwijd een leidersrol als het gaat om de vermindering van uitstoot van broeikasgassen en transitie naar hernieuwbare energie.
En dan te bedenken dat aan het eind van de vorige eeuw het aandeel van hernieuwbare bronnen in de Spaanse stroomproductie nog weinig voorstelde, ook al zijn waterkrachtcentrales er van oudsher heel belangrijk. Zo werd in 1940 ruim negentig procent van de stroom opgewekt door turbines in de stuwmeren. Maar door de opkomst van kolen-, gas- en kerncentrales liep het aandeel van waterkracht langzaam maar zeker terug -tot 18 procent in 2001.
Aanvankelijk was dat vooral windenergie. Maar al snel verrezen ook grootschalige zonneparken in het uitgestrekte binnenland. Er was volop ruimte, zon en wind. En bovendien kregen producenten van hernieuwbare energie tussen 2007 en 2013 een door de staat gegarandeerde opbrengst die ver boven de marktprijs lag.
Het leidde tot een spectaculaire groei, gedomineerd door traditionele stroomgiganten als Iberdrola, Naturgy en Endesa. Tussen 2008 en 2013 verdubbelde het aandeel van duurzame bronnen in de Spaanse elektriciteitsmix van 20 tot 40 procent.
De snelle opmars van duurzame energie kwam grotendeels tot stand onder de sociaaldemocratische regering van José Luis Rodríguez Zapatero. Maar toen de rechtse Partido Popular eind 2011 aan de macht kwam, begon het tij te keren. Een omstreden "zonnetaks" van premier Mariano Rajoy ontmoedigde de installatie van zonnepanelen door particulieren. De uitbreiding van hernieuwbare energie kwam tot stilstand, en in 2019 was het aandeel in de stroomproductie gedaald tot 37 procent.
Met het aantreden van Pedro Sánchez in 2018 kreeg de groene agenda opnieuw voorrang. Een decreet uit 2019 draaide de zonnetaks om. Burgers werden voortaan financieel gestimuleerd om hun eigen stroom op te wekken en overschotten aan het net te leveren.
Twee jaar later nam het Spaanse parlement voor het eerst een klimaatwet aan. Doel daarvan is uitvoering te geven aan het Klimaatakkoord van Parijs. In 2050 zou de volledige decarbonisatie van het land voltooid moeten zijn. De wet verplicht gemeenten lage-emissiezones in te stellen, verbiedt fracking, verbetert de financiering van het openbaar vervoer en biedt particulieren nieuwe faciliteiten voor de installatie van fotovoltaïsche installaties.
Het Spaanse stroomnet heeft nu een totaal geïnstalleerd vermogen van 150 gigawatt -met 69 procent hernieuwbare en 29 procent niet-hernieuwbare energie. De overige twee procent is opslag. Na Duitsland heeft Spanje het grootste arsenaal aan zonne- en windtechnologie van Europa.
Spanje heeft dan wel zijn afhankelijkheid van fossiele brandstoffen sterk teruggedrongen, maar de situatie in het vervoer en de industrie laat een compleet ander beeld zien. In Spanje rijden weinig elektrische wagens rond. Van de nieuwe auto's die in Spanje verkocht worden, is amper 20 procent hybride of volledig elektrisch. In Duitsland is dat 30, in Denemarken 50 procent en in België 52 procent. Eigenaardig toch: de Portugezen verdienen minder, maar kopen bijna tweemaal zo vaak een elektrische auto. Van het totale wagenpark in Spanje is nog geen twee procent elektrisch. Bijna alle auto's rijden er op benzine of diesel.
Dat heeft alles met het overheidsbeleid te maken. Hoewel Spanje geen olie of gas produceert en dus alles moet importeren, is de brandstofbelasting er extreem laag. In Europa heft alleen Bulgarije minder belasting op benzine. Dat werkt door in de eindprijs, vandaar dat West-Europeanen zo graag in Spanje tanken. Ook de progressieve regering-Sánchez durft het niet aan om fossiele brandstoffen zwaarder te belasten.
Integendeel zelfs! Een van de voornaamste maatregelen die Sánchez in maart afkondigde om de gevolgen van de oorlog in het Midden-Oosten te verzachten, was een halvering van de omzetbelasting op brandstof: van 21 naar 10 procent. Transporteurs, boeren en vissers kregen een bonus van twintig cent per liter brandstof. Volgens critici slaat de regering daarmee de verkeerde weg in. Ze zouden vooral de rijken ten goede komen, de winsten van de oliebedrijven spekken en indruisen tegen wat Spanje en Europa nodig hebben, nl. afkicken van hun olieverslaving. Een en ander duidt erop dat dit inderdaad het geval is: de oliemultinationals hebben, via de bonus voor de burgers, hun winstmarges geruisloos kunnen verhogen.
De miljardensteun van de Spaanse overheid in 2022 moedigde het gebruik van fossiele brandstoffen aan en verdween voor het overgrote deel in de zakken van mensen en bedrijven die deze niet nodig hadden. De oorlog tegen Iran levert een bedrijf als Repsol in 2026 al een winst van bijna een miljard euro op, tweeënhalf keer zo veel als het jaar ervoor.
Met zijn moedige opstelling tegenover figuren als Donald Trump en Benjamin Netanyahu mag Pedro Sánchez dan veel sympathie oogsten in progressieve kringen wereldwijd, maar binnenlands is zijn beleid verre van eenduidig links.
Dit is geen migratiebeleid!
Migratie-experte Carmen González Enriquez stelt vraagtekens bij de regularisatie. Ze vindt dat dit zogenaamde migratiebeleid onvoldoende gepaard gaat met investeringen in publieke diensten En juist daardoor sluipt de verrechtsing ook Spanja binnen!
Als universiteitsprofessof en onderzoekster aan het Real Instituto Elcano ziet ze al 25 jaar hetzelfde patroon: veel migranten komen visumvrij het land in, vooral uit Latijnse-Amerika, of ze blijven in Spanje na afloop van hun toeristen- of studentenvisum. Daarop regulariseren zowel progressieve als conservatieve regeringen hun situatie.
Deze openheid leidde in 25 jaar tot 9,3 miljoen migranten, goed voor 18 % van de bevolking. Geen enkel ander Europees land kende relatief een instroom van die omvang.
Na twee jaar legaal verblijf kunnen de migranten al de Spaanse nationaliteit krijgen, terwijl dat in andere EU-landen vaak tien jaar duurt. In totaal hebben 2,8 miljoen migranten de Spaanse nationaliteit gekregen, vooral Latijns-Amerikanen.
Welk voordeel haalt Spanje nu uit deze migratie? Volgens Camen González Enriquez draaien veel sectoren op migrantenarbeid. In de huishoudelijke sector is 72 % van de werknemers migrant, vooral vrouwen uit Latijns-Amerika. In Murcia is 36 procent van de landbouwarbeiders van Afrikaanse herkomst, terwijl slechts 3 proent van de Spanjaarden in de landbouw werkt.
Verder heeft migratie ook demografisch een grote impact. Spanje heeft een laag vruchtbaarheidscijfer, van gemiddeld 1,12 kinderen per vrouw. Zonder migratie zou de bevolking onder de veertig miljoen liggen. Door migratie groeide de bevolking met 23 procent deze eeuw, drie keer sneller dan het West-Europees gemiddelde.
Er bestaat nog steeds geen doordacht beleid voor legale migratie, gebaseerd op een maatschappelijk debat en een politiek akoord. Progressieve Europeanen noemen de Spaanse keuze voor regularisatie moedig, maar in werkelijkheid is ze een gevolg van een gebrek aan beleid.
Ongecontroleerde migratie geeft aan extreemrechts de kans om democratische verworvenheden te ondermijnen. In de peilingen is het draagvlak voor immigratie dalende. Bij volgende verkiezingen zullen strengere migratiestandpunten waarschijnlijk winnen. Het extreemrechtse Vox trekt nu al het centrumrechts Partido Popular verder naar rechts.
Spanje zit in een transformatie van de arbeidsmarkt. Migranten werken vaak in sectoren met een lage productiviteit, lage lonen en lage sociale bijdragen. Daarnaast zorgt bevolkingsgroei voor druk op publieke diensten die met die bijdragen betaald worden, zoals gezondheidszorg, onderwijs en openbaar vervoer. Die diensten zijn niet evenredig mee gegroeid en dat voedt het ant-immigratiegevoelen van de bevolking.
Om xenofobie te voorkomen, is dus een echt migratiebeleid nodig: bepalen welke sectoren welke migranten nodig hebben en investeren in publieke diensten. Met meer investeren in de
zorg, onderwijs en sociale voorzieningen was de huidige tegenreactie waarschijnlijk niet ontstaan.
Ook in Spanje geldt vaak het principe van 'eigen volk eerst'. Volgens een peiling van de krant El País denkt 50 procent van de ondervraagden dat regularisatie een negatieve impact heeft op huisvesting, gezondheidszorg en onderwijs. Vox speelt daarop in en verspreidt desinformatie rond de regularisatie. De partij promoot 'nationale prioriteit' bij toegang tot sociale diensten, een eufemisme voor 'eigen volk eerst'. Opvallend: dit principe wordt het eerst in een beleid omgezet in Extremadura, de regio met de laagste migrantenpopulatie van Spanje.
Ceuta eind juli 2026
Drie dagen nadat zo'n 60.000 mensen dit stukje Spaans grondgebied aan de noordkust van Marokko waren binnengedrongen, probeerde Europees populistisch rechts, van Spanje tot Zweden, munt te slaan uit de crisis. De ministers van Buitenlandse Zaken van de EU-lidstaten kwamen bijeen voor een spoedberaad over het onderwerp. Spanje eiste alvast solidariteit.
Opvallend genoeg richt radicaal-rechts de pijlen ook op Spanje, waar de migranten aan land kwamen. Dat zo velen tegelijk de oversteek maakten naar een van de weinige EU-lidstaten met een centrum-linkse regering kan volgens hen geen toeval zijn,
De Italiaanse premier Giorgia Meloni schreef de bestorming van de Spaanse exclave inderdaad toe aan Spanjes relatief liberale immigratiebeleid -met de lancering in april van een plan om 500.000 ongedocumenteerde migranten een legale status te geven. Volgens haar waren de beelden uit Ceuta schokkend en laten ze opnieuw zien dat ongecontroleerde immigratie een reële bedreiging vormt voor de Europese grenzen. In reactie op de gebeurtenissen schortte Itali€euml; zelfs het Schengenverdrag met Spanje tijdelijk op. Het kondigde grenscontroles aan voor mensen die per vliegtuig of boot van Spanje naar Italië reizen.
Meloni kreeg bijval van collega's uit heel Europa, o.m. van de conservatieve Franse presidentskandidaat Bruno Retailleau.
Ursula von der Leyen, voorzitter van de Europese Commissie, schreef in een brief aan premier Sánchez dat de Spaanse en Marokkaanse autoriteiten "efficiënt en succesvol" hadden gereageerd. Binnen 24 uur was het overgrote deel van de mensenmassa alweer vertrokken. De enkele Marokkanen die nog in Ceuta waren, werden op de hielen gezeten door militairen.
Wat er ook van zij, Ceuta heeft sowieso al een bijzondere status binnen de Schengenzone. Migranten kunnen pas naar het Europese vasteland zodra ze een Schengenvisum hebben.
Dat belette Vox-leider Santiago Abascal echter niet om in een ordentelijke winkelstraat te roepen dat Ceuta slachtoffer was geworden van een heuse invasie!
Maar uiteindelijk: waar kwamen al die mensen ineens vandaan? Marokko wijt het aan desinformatie op sociale media. Daar zou een uitspraak van het Spaanse Hooggerechtshof verkeerd zijn geïnterpreteerd, nl. dat mensen die Spanje via de zee bereiken, niet onmiddellijk mogen worden teruggestuurd. Mensensmokkelaars lieten de migranten dus geloven dat er een eenvoudige toegangspoort naar Europa bestaat.
Er worden alleszins drie grote drijfveren aangeduid: geen werk, geen goed beleid, te veel corruptie.
In Ceuta zelf was men ondertussen opvallend vijandig tegenover de mensen die vanaf het Spaanse vasteland zijn gekomen om strikt gesloten grenzen te bepleiten.
Begin augustus liep het dodental van deze gebeurtenissen op tot 88. De meeste slachtoffers stierven door verdrinking.
Een rapport van de Spaanse politie, dat Spaanse media en het Franse persagentschap AFP konden inkijken, stelde dat de Marokkaanse politie eind juli "aanzienlijk minder agenten dan gewoonlijk" had ingezet aan de grens met de exclave. De Marokkaanse politie wordt ook "laksheid" verweten.
Het rapport zou de Spaanse regering in verlegenheid kunnen brengen. Die heeft Marokko namelijk altijd vrijgesproken van elke verantwoordelijkheid voor de plotselinge en massale toestroom van tienduizenden migranten naar Ceuta, een standpunt dat door veel oppositieleden wordt bekritiseerd.
Premier Sanchez verklaarde echter dat er geen bewijs was voor een mogelijke betrokkenheid van de Marokkaanse overheid. Wel stelde ook hij vast dat de Marokkaanse ordediensten 10 uur lang grensoversteken hadden toegelaten.
Verder veroordeelde hij krachtig de verklaringen van Marokkaanse ministers die vinden dat de twee exclaves, Ceuta en Melilla, onder Marokkaans gezag vallen.
21 migranten die stenen hadden gegooid naar een militaire patrouille in Ceuta werden geïdentificeerd en keerden vrijwillig terug naar Marokko. Bij het incident vielen geen gewonden en werd geen materiële schade gemeld.
De Europese Commissie geeft Spanje bijna 115 miljoen euro aan "noodhulp" om de situatie beter aan te pakken. Ze biedt Spanje ook operationele steun. Het geld komt uit een fonds voor asiel en migratie en een programma voor grenscontroles en visa. Het zal gebruikt worden voor versterking van de grensbewaking en voor aan veiligheid gerelateerde infrastructuur, zoals warmtecamera's, observatietechnologie, boeien voor in het water en onderwaterdrones. Er zal ook geld gaan naar extra personeel en materiaal, naar het screenen en terugsturen van migranten en de opvang van niet-begeleide minderjarigen.
Ook de burgemeester van Ceuta vroeg de Europese Unie om hulp. Volgens hem is Ceuta een snelkookpan die elk moment kan ontploffen. Hij eiste bovendien een permanente en zichtbare aanwezigheid van het Europese grensbewakingsagentschap Frontex en het Asielagentschap EUAA, net als een plan voor de snelle terugkeer van de migranten die in de stad waren gebleven.